Abonneer Log in

Het land van lachende gezichten

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 46 tot 48

Een hoogdag van democratie en inspraak ligt in het verschiet. Op 15 juni 2003 mogen we met zijn allen, nou ja, enkel de kiesgerechtigden onder ons, naar de stembus. Tijdens de daaropvolgende jaren zullen we dat ten andere nog een paar keer mogen doen. Er zijn immers regionale verkiezingen in 2004 en lokale verkiezingen in 2006. Dat maakt, eigenaardig genoeg, politici nerveus. Terwijl ze doorgaans de mond vol hebben over de mondige burger en diens betrokkenheid bij het bestuur van de politieke gemeenschap, reageren ze kribbig op zoveel hoogtepunten van inspraak. Het zou het land onbestuurbaar maken en bovendien veel te duur zijn. En die mondige, verstandige en kritische burgers, die krijgen door politici plotseling heel wat minder capaciteiten toegeschreven: ze zouden het onderscheid tussen al die beleidsniveaus niet herkennen.
Dat is inderdaad een vervelend probleem, maar de tijd en een leerproces kunnen hier beterschap brengen. Immers, het Vlaams parlement wordt pas sinds 1995 rechtstreeks verkozen. En als alle regionale excellenties zich kandidaat stellen voor federale verkiezingen, en zonder schroom beweren dit mandaat nooit te zullen opnemen, dan moeten de dames en heren politici achteraf niet zagen over de verwarring bij hun kiezers. Het is niet deze verwarring waar ze zich het meest om moeten bekommeren.
In juni 2003 staan er alweer ‘historische’ verkiezingen voor de deur. Opnieuw zijn daarvoor argumenten te vinden. Er is uiteraard de nakende kieshervorming, de test van de eerste paars-groene formatie en de primeur dat het federale parlement los van het regionale wordt verkozen. Maar bovenal, er zijn de nieuwe partijen of oude partijen nieuwe stijl, die zich aan het oordeel van de kiezer zullen onderwerpen. De institutionele setting waarin dat electoraal proces plaats vindt is al sinds enige tijd het onderwerp van een onstuitbare veranderingsdrift van enkele politici met een visie. Het gros van de politici, noch dat van hun kiezers, zit daar op te wachten. De wijzigingen aan het kiesmodel, of het nu gaat om de halvering van het gewicht van de kopstem dan wel om de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, werden nimmer aan een breed maatschappelijk debat onderworpen. Ze hebben, behalve het gepropageerde motief dat het de inspraak der kiezers ten goede komt, gemeen dat het de macht van enkelingen - de partijtop - verstevigt, dat het oligarchisch karakter van het politieke bedrijf erdoor versterkt. En laat dat net iets zijn waar de kameraden goed mee weg kunnen. Het is een publiek geheim dat de provinciale kieskringen een ‘socialistische’ eis zijn. Omdat de sp.a na zoveel jaar regeren dan toch wel een aantal roemrijke figuren kan inzetten. Wie zou het niet doen? De persoonlijke populariteitsproef, die verkiezingen meer dan ooit zullen worden, zal de machtspositie van de provinciale lijsttrekkers binnen de partij enkel maar versterken. Na 15 juni 2003 zal het lot van de sp.a wellicht sterker dan voorheen verbonden zijn aan dat van enkele sympathieke beroemdheden. Zo kunnen zij hun partij zelfs onbewust of ongewild in bedwang houden. In tegenstelling tot vroeger moeten de machtigen nu vooral via de media sympathiek bevonden worden, niet enkel in de eigen partij maar vooral er buiten. En dus is het Teletubbie-imago, al dan niet bewust gecreëerd, een uiterst geschikt vehikel. Ook hun tv-soortgenoten leven in het land van de lachende gezichten. Geen kwaad woord over die leuke, succesvolle figuurtjes. Die hebben daarenboven hoe langer hoe minder behoefte aan een partij. De SP, ooit een massapartij, verandert in een Andere kaderpartij. Deze partij heeft behoefte aan de tubbies, als symbool voor de partijelite. Zij krijgen daardoor een grote zeg in al wat die partij aanbelangt.
Vele van die sp.a-excellenties hebben al die tijd doorgaans prima bestuurswerk afgeleverd. Heel wat realisaties zijn er om trots op te zijn. Het zijn, zeggen alle commentatoren in samenzang, uitstekende regeerders. Stuk voor stuk nuchtere, pragmatische staatsmannen die het onderscheid kennen tussen doel en middel en al ruim een decennium omkijken naar allerlei bewegingen in het slinkend electoraat. Eigenaardig toch hoe zo’n prima prestaties tot het uitdunnen van de basis hebben geleid. Daar zijn vele verklaringen voor te vinden, die hier niet allemaal aan bod kunnen komen. Vele maatschappelijke ontwikkelingen treden in dat verhaal naar voor. De sp.a kan alvast terecht enkele verstandige excuses inroepen, maar dat ontslaat ‘de partij’ - m.a.w. het collectief - evenwel niet van een eigen verantwoordelijkheid.
De sp.a is met haar eminente bestuurders immers te veel regent, te weinig bezielend. Bekommerd om het efficiënte netwerkwereldje waarin de mutual admiration society samenschoolt, gaat de aandacht verhoudingsgewijs veel naar de beginselen van het beheer, eerder dan naar het beheer van de beginselen. Het paarse glijmiddel - de actieve welvaartsstaat - noch de Derde Weg kunnen bezwaarlijk als een begeesterend socialistisch - wasda? - project worden beschouwd. Ook de Teletubbie-partij drijft op het bedrieglijk einde van de ideologie, op de consensusmanie, het reduceren van politiek tot het beheer van kleine verschillen. Gelijke kansen zijn mooi, maar het discours teert alweer op de alomtegenwoordige ‘mensen-moeten-hun-kansen-grijpen’-mentaliteit. Leven, dat is risico’s nemen en verantwoordelijkheid dragen. De strijd tegen maatschappelijke onzekerheid en negatieve toekomstverwachtingen moeten evenwel de core business van de sp.a zijn. Er moet een vijand zijn om tegen te vechten, een strijd om te voeren, een groep om te mobiliseren, een ideologie om uit te dragen. In die zin zijn gezagsfiguren, leiderschapsfiguren wel aangewezen. Maar het zullen geen Teletubbies zijn. Misschien zullen we hun aanduiding niet langer in een vrolijke kinderreeks vinden.
Dat zo weinigen zoveel te zeggen hebben is op lange termijn onverstandig want het leidt tot inteelt en ontdoet een organisatie van haar noodzakelijke interne zin voor kritiek. Het gaat daarbij geenszins om een exclusief sociaaldemocratische aandoening. Hoewel Michels zijn ijzeren wet der oligarchie langsheen een studie van de Alte Kameraden vaststelde, geldt hij voor alle partijen, ook voor Agalev die met al de basisdemocratie van de wereld deze slagvaardige, ‘natuurlijke’ machtsopbouw aan de top niet kan wegwerken. Maar het excuus dat anderen het ook een beetje doen kan hier bezwaarlijk alles verschonend zijn.
Eigenaardig evenwel is dat er vandaag, binnen de sp.a, wel bijzonder weinig verzet te zien of te horen valt tegen de gesloten besluitvorming. Er is een tijd geweest, dat kunnen de huidige Teletubbies bevestigen, dat een mondige en kritische jongerenbeweging deze rol op zich nam. Vandaag, teneinde aantrekkelijk te zijn bij het jonge volkje, hebben de Jongsocialisten zelfs de naam van een doordeweekse biljartclub aangenomen. Enig geluid uit die hoek gehoord in het licht van de nakende verkiezingen? En het zijn precies die jongeren die de sp.a naar SPIRIT drijven? Wellicht liggen de prioriteiten elders, of denkt te veel aanstormend talent dat de veilige weg naar succes een topvriendelijke opstelling is? Ze hebben gelijk, op korte termijn is de aflossing van de wacht daarmee verzekerd en kunnen nieuwe stemmenkanonnen worden opgeleid. Dan overkomt het je dat je, op uitnodiging, een schare heren naar het station escorteert en van de weeromstuit de dag erop in de krant, tot je eigen verbazing!, moet lezen dat je een kopstuk van de partij bent. En dat afgezien van alle capaciteiten van de dame in kwestie. O ja, de lijstsamenstelling verloopt ook in de sp.a democratisch. Maar ook elders in de partij blijft het stil, heel stil. We werken met zijn allen immers aan een klinkende verkiezingsoverwinning, een beetje vooruit is ook al goed? De rangen sluiten kan nu nog aanvaard worden, maar na d-day moet de interne dynamiek ook over een brede basis uitgedragen worden, er zit immers nog een basis aan de sp.a. In een recent interview met P-magazine stelt een der tubbies, de gewaardeerde Vande Lanotte: ‘als we niet vooruitgaan bij de verkiezingen, dan is het gedaan met de sp.a in de regering. Dat zeggen we heel duidelijk.’ We? Welke we? En als ‘we’ blijven trappelen of lichtjes vooruitboeren, dan opnieuw het bad in?
Wat er tijdens de verkiezingsnacht van 15 juni 2003 kan gebeuren zal o.a. afhangen van wat er tussen nu en de hopelijk zonnige juniochtend wordt gezegd en gedaan. Het is laat maar er is nog een en ander mogelijk. De campagne is vroeg op gang getrokken dus kunnen ‘ze’ nog het hele land rondsporen. En of het nu goed gaat of niet - trouwens wat is in deze, na de komst van de SPIRIT leftovers, nu het criterium? - met het land van de lachende gezichten, daarna zou het wel eens afgelopen kunnen zijn. Overwinning of geen overwinning, op 16 juni 2003 zullen we ons opnieuw moeten buigen over de vraag wat het is om socialist te zijn. Voor, maar ook na, die vervelende verkiezingen zullen socialisten moeten bewijzen dat ze vooral bekommerd zijn om ongelijkheid (niet enkel van kansen) en het wegwerken van het maatschappelijk onbehagen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 46 tot 48