Abonneer Log in

Waarom wij niet gingen naar Verhofstadts spektakelconferentie

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 10 (december), pagina 39 tot 40

International Conference on Globalisation, 26 november 2002, Leuven

De andersglobaliseringsbeweging zit op de goede weg. Het eerste Europees Sociaal Forum, dat van 6 tot 10 november 2002 plaatsvond in de Italiaanse stad Firenze, bracht 60.000 activisten bijeen. Aan de demonstratie tegen de mogelijke oorlog in Irak en voor een ander Europa namen meer dan 500.000 betogers deel. Firenze was getuige van een kleurrijke optocht waarbij jonge andersglobalisten zij-aan-zij opstapten met talrijke vredelievende organisaties en militanten van de machtige Italiaanse vakbondscentrale CGIL. Er werden geen incidenten gemeld: anders dan in Genua hield de politie zich afzijdig. De samenkomst in Firenze was de eerste ontmoeting op Europese schaal van het bonte allegaartje van sociale bewegingen. Terwijl tot nog toe vele initiatieven bleven steken aan de nationale grenzen, zijn deze organisaties erin geslaagd om gemeenschappelijke eisen te formuleren en concrete afspraken te maken. Het verzet tegen de neoliberale globalisering kwam er versterkt uit. ‘Een andere wereld is mogelijk!’ klinkt luider dan ooit.

Maar op het Forum bleek dat vele lobbyisten uit de ngo-wereld met plannen rondlopen om de beweging op het vlak van de macht te tillen. Zij willen dat er een duidelijk eisenplatform uitgewerkt wordt, en dat er vertegenwoordigers aangeduid worden om met de overheid, en zelfs met de bedrijfswereld, te onderhandelen. Zij willen naar de top. Wij zijn van mening dat de ngo’s zouden moeten opteren voor de onafhankelijkheid en het bondgenootschap met de sociale bewegingen. Zoniet, dan zullen zij verplicht worden zich te schikken naar de verlangens en de eisen van de regeringen en de internationale instellingen, en zullen zij zich tevreden moeten stellen met een rol als ‘doorgeefluik’. Zelfs indien de reële keuzes minder scherp zullen voorkomen als in dit alternatief beknopt gesteld wordt, dan menen wij niettemin dat het van groot belang is dat de ngo’s hierin een duidelijk standpunt innemen.
De opleving van de andersglobaliseringsbeweging zal samenwerkingsverbanden vergemakkelijken. Op lokaal vlak hebben vele vrijwilligers van Wereldwinkels, derdewereldgroepen, caritatieve instellingen en andersglobalisten elkaar gevonden. Welke houding zullen de permanenten van de ngo’s aannemen wanneer Verhofstadt hen uitnodigt aan de onderhandelingstafel te gaan zitten? Kan men verlangen dat de andersglobaliseringsbeweging het domein van de macht betreedt en plaatsen inneemt waar beroepspolitici, spin doctors en mediaspecialisten het sterkst staan? Bedachtzaamheid is daarom de boodschap.

De nieuwe sociale bewegingen die in de jaren 60 en 70 ontstonden, wezen op de noodzaak van een fundamenteel andere aanpak om grondige maatschappelijke wijzigingen mogelijk te maken. Het middel dat hen hiertoe geëigend leek, was politiserend basiswerk. Er ontstonden coöperatieven, vrouwen- en buurthuizen, huurdersverenigingen en patiëntencollectieven en talrijke regionale actiegroepen. Hun waarschuwing luidde: verwacht geen vernieuwing van de gevestigde instellingen, ga niet naar de top van de bestaande instituties, maar mobiliseer de basis in autonome organisatievormen. Het gevoel dat overheerste, was dat in de gevestigde instellingen de topkaders beslissen en de mensen van alle macht onteigenen, dat geen rekening wordt gehouden met de noden en de vragen van de basis. Toen tegen het einde van de jaren 70 de hooggespannen verwachtingen niet ingelost bleken en ontmoediging toesloeg, werden talrijke kaders van sociale bewegingen gepromoveerd in allerlei kabinetten, studiecentra of overleg- en adviesorganen. Lokale initiatieven werden via subsidiëring geprofessionaliseerd maar ook ‘genormaliseerd’. Anderen meenden dat het na jaren basiswerk noodzakelijk was om in de politiek door te breken als een conditio sine qua non om verder kansen te scheppen voor de basis. Zij gaven geen gehoor aan hun medestanders en onderschatten de benevelende sirenenzang van de macht. Zij liepen verloren in parlementen die het opgegeven hadden om greep te krijgen op de economie. De neoliberale globalisering holde de politieke legitimiteit van de parlementaire democratie uit. Terwijl de verkozen politici in de naoorlogse decennia over de instrumenten beschikten om het sociaaleconomische beleid bij te sturen, is dat stuurvermogen de laatste jaren grotendeels (vrijwillig) in handen gespeeld van niet-verkozen en oncontroleerbare supranationale instanties.

Natuurlijk kunnen er altijd wel eerlijke politici gevonden worden die wat frisse wind door het parlement laten waaien. Maar dan is het nog de vraag of deze politici niet als schaamlapje gebruikt worden om aan te tonen dat immanente systeemkritiek mogelijk blijft. We mogen evenmin de zuigkracht van het comfortabele wereldje van beroepspolitici en officiële instanties onderschatten. Wie zich engageert in macropolitieke instellingen loopt permanent het gevaar zich erin te gaan nestelen. Het bewijs daarvan werd gedurende de laatste twee decennia geleverd door de groenen. Van een ‘pechstrookpartijtje’ evolueerde zij naar een mainstream politieke formatie geplaagd door pluchepsychose en electoraal opportunisme. Het kon moeilijk anders. Partijpolitiek is geen kwestie van ‘goede’ of ‘slechte’ partijen en politici, het is een kwestie van de instellingen waarbinnen die partijen en personen moeten functioneren. En daar hebben wij geen vertrouwen in.

Tegenover de roep ‘naar de top!’, stellen wij ‘naar de basis!’ Dé reden waarom deze beweging in zekere mate de aandacht van wereldleiders kreeg, is omdat ze bewezen heeft sterk te staan aan de basis. Dáár ligt volgens ons haar kracht, en uiteindelijk zullen er wel nieuwe instellingen groeien uit dit gistingsproces. Volgens ons moeten wij daar nu onze energie insteken. Ook in dit opzicht toont Italië ons de weg. Daar is de andersglobaliseringsbeweging erin geslaagd om de medeburgers in beweging te krijgen, nieuwe strijdvormen hebben er de kop opgestoken, het offensief van de arbeiders op verschillende fronten neemt aan kracht toe. Wij vrezen dat degenen die nu met overheid en bedrijfsleven willen onderhandelen, hun krachten overschatten en dat ze over een onvoldoende machtspositie beschikken om hun ambities waar te maken. Het moet er in deze fase om gaan de beweging dieper in de bevolking te verankeren, om nieuwe lagen van de bevolking te betrekken. Laten we de banden met vakbondsmilitanten en sociale organisaties strakker aanhalen, en laten we de strijd ondersteunen van brede lagen van de bevolking als zij morgen in beweging komen tegen de liberalisering van de openbare diensten, tegen de flexibilisering van de arbeid en de toenemende arbeidsdruk.

Wij zeggen nee aan de top. Wij negeerden Verhofstadts uitnodiging en lieten onze stoelen leeg. Hoe groot is het geloofwaardigheidsgehalte van een man die in zijn open brieven een lans breekt voor ethisch globalisme maar tegelijkertijd wapens laat uitvoeren naar een land in burgeroorlog? Wij zeggen ja aan de basis. Wij gingen mee de straat op met de lokale organisaties om ludieke en directe acties te voeren tegen Verhofstadts pr-stunt. Wij zeggen ja aan een globalisering van onderop, aan een globalisering van de solidariteit. Aan een beweging voor radicale verandering, voor één wereld die vele werelden bevat, voor één nee en vele ja’s.

David Dessers, Jan Dumolyn, Peter Tom Jones1

Noot
1/ David Dessers, Jan Dumolyn en Peter Tom Jones zijn ATTAC-activisten en auteurs van het boek over de andersglobaliseringsbeweging: ¡Ya Basta! Globalisering van onderop, Academia Press, september 2002,

andersglobalisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 10 (december), pagina 39 tot 40