Log in

'Abou Jahjah, l'erreur'

Uitgelezen

Abou Jahjah, l'erreur

Maroun Labaki
Uitgeverij Luc Pire, Brussel, 2003

Maroun Labaki is journalist bij Le Soir. Hij heeft een lang artikel geschreven over Abou Jahjah. Hij is overigens zelf van Libanese oorsprong. Hij wil achterhalen wie die man is die sinds eind 2002 in de media gediaboliseerd werd. Was dat terecht? Hij wil antwoorden als journalist, met enige afstand. En de titel suggereert reeds zijn eindoordeel: Abou Jahjah is helemaal geen duivel, dat is een vergissing. Labaki gaat terug naar Libanon en vindt een liefdevol, tolerant gezin. Vader is professor Arabische literatuur. De zoon is een schitterend leerling en begint in zijn eigen land aan de universiteit, maar komt dan naar België. Dat heeft weinig met politiek te maken. Hij probeert met een leugentje het statuut van politiek vluchteling te krijgen, maar verwerft enkele jaren later door een huwelijk de Belgische nationaliteit. Het verhaal is bekend. Abou Jahjah profiteert van het studentenleven, maar behaalt ook zijn diploma aan de UCL. Hij zou nog werken aan een doctoraat in de politieke wetenschappen. Hij werkte kort voor het ABVV. Eind 2000 wordt hij voorzitter van de Arabische organisatie ‘Al-Rabita’, die later de ‘Arabe European League’ wordt.

Wat maakt hem tot de politieke figuur die hij uiteindelijk geworden is? Zijn politiek instinct, ongetwijfeld. Vooral 11 september en de moord op Mohammed Achrak. Maar eigenlijk nog meer de media. De auteur heeft daar niet echt veel over te vertellen, wellicht omdat hij geen Nederlands leest. Maar de diabolisering heeft voor hem toch duidelijk de doorslag gegeven. Dat blijkt zonder meer bij de reacties op de patrouilles in Antwerpen die de politie moesten controleren. De media zijn te ver gegaan. Onder druk van het Vlaams Blok hebben de politici gepanikeerd, met de trieste geschiedenis van de opsluiting voor gevolg. Is er ook niet de zaak waarvoor hij opkomt? Labaki heeft er sympathie voor. Hij lijkt de remedies te onderschrijven: weg met de socio-economische uitsluiting, leg quota op; verander het onderwijs en laat de kinderen hun eerste jaren in hun taal; laat de mensen wonen waar ze willen en bestraf discriminaties zo hard mogelijk.

Het boekje van Labaki laat de Franstaligen toe met het Antwerpse fenomeen kennis te maken. Hoewel hij niet zo diep graaft is het echter ook voor Vlamingen lezenswaardig. Niet zozeer omdat wij er nog iets feitelijks uit te leren zouden hebben, maar om er rustig bij te gaan zitten. De media hebben een ophitsende rol gespeeld. De politici hebben in paniek gereageerd. Het zal noch de media, noch de politiek makkelijk vallen dat toe te geven. Maar het is belangrijk dat toch te doen, om te vermijden dat de mensen waar Abou Jahjah voor opkomt verstrikt raken in uitzichtloze oplossingen. Ik weet niet of de auteur Abou Jahjah niet te rooskleurig voorstelt. Hij is inderdaad een politiek dier en duidelijk bereid heel ver te gaan om zijn politieke ambities waar te maken. Het moment waarop hij de gevangenis verliet is daarvoor heel kenmerkend. Hij behield een waardigheid die zijn belagers op dat moment totaal verloren hadden. Dat hij in de armen van de PvdA gevallen is zal waarschijnlijk een belangrijke tactische fout blijken te zijn. Er is natuurlijk overeenkomst in fanatisme, maar de PvdA bewijst reeds al te lang geen enkele levensvatbaarheid te hebben. Maar misschien is hij zelf inderdaad gevaarlijk fanatiek. Zijn gedoe met lijfwachten bewijst het. Wie hem onlangs op een vredesbetoging zag toekomen en voor zijn plaats op de eerste rij boksen, weet dat die man niet voor geweld terugschrikt. Ik wil hem daarom niet zonder meer verdedigen, maar sluit me toch aan bij de oproep van Labaki om rustig te blijven. Abou Jahjah is geen duivel, hij wordt zo gemaakt. Dan pas wordt iemand echt gevaarlijk.

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 6 (juni), pagina 59