Log in

'Numero uno. Guy Verhofstadts weg naar de top'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 6 (juni), pagina 57

Numero uno. Guy Verhofstadts weg naar de top

Boudewijn Vanpetheghem en Olivier Mouton
Lannoo, Tielt, 2003

Kent u Liefde is heel het leven niet, de biografie van Henriette Roland Holst? Elsbeth Etty las er duizenden bladzijden voor. Zij leefde gedurende jaren heel dicht bij haar heldin. Zij schreef uiterst nauwgezet, met veel nuances en steeds gestaafd. Zo krijg je natuurlijk een prijs. Vanpeteghem en Mouton zullen geen prijs krijgen. Zij hebben het gedaan met een handvol interviews en met de werken van Verhofstadt, geen zwaargewichten die binnen 50, 60, 100 jaar nog zullen gelezen worden. Ze hebben het ook zo vlug gedaan dat er enkele storende herhalingen voorkomen. En toch hebben zij een lezenswaardig, zelfs een meeslepend boek gemaakt. Dat hangt natuurlijk samen met de persoon van Verhofstadt en eigenlijk vooral met zijn gedrevenheid, zijn behoefte om nummer één te zijn. Als student koos hij voor het liberalisme. Op dat ogenblik was iedere rechtgeaarde student links. Je moest echt al van de rechten zijn om conservatief te zijn. Verhofstadt bleef trouw aan de ideologie van zijn thuisbasis. Hij kende wel een radicale periode, maar dat was een periode van radicaal liberalisme. Ondertussen is dat weer afgezwakt tot een soort sociaal liberalisme. Het boek maakt in elk geval duidelijk dat dit liberalisme blijft. Verhofstadt mag dan nog zo proberen aan te tonen hoe progressief hij is. Hij mag nog zo veel flirten met de andersglobalisten bijvoorbeeld, hij is en blijft ervan overtuigd dat we een tekort aan liberalisme hebben. Maar eigenlijk is het dat niet wat intrigeert. Het is zijn machtsdrift, waar zijn ideologie eigenlijk maar een instrument voor lijkt. Als het moet, wil Verhofstadt zelfs het Vlaams Blok benaderen. Af en toe doet hij krasse uitspraken over vreemdelingen. De Islamcultuur noemt hij een in wezen intolerante en totalitaire ideologie. Als het moet, dit wil zeggen als het hem dichter bij de macht kan brengen. De manier waarop hij met Annemie Neyts afgerekend heeft is bekend. Maar wat je in het boek kunt lezen over De Gucht is ook niet mis: ‘Bij Verhofstadt worden vrienden hinderpalen wanneer ze hem beletten zijn doel te bereiken. Niet dat De Gucht ooit zijn vriend was, maar op dat ogenblik is hij heel duidelijk een beletsel, en de tegenstrevers laten het hem duidelijk verstaan.’ (49). Ja, Verhofstadt wil steeds nummer een zijn en o wee wie hem voor de voeten loopt. En het is dat egocentrisme, zoals de auteurs het noemen, dat hem uitzonderlijk en daarom ook boeiend maakt. Want het merkwaardige is dat hij ook telkens opnieuw mensen warm kan maken voor zijn projecten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 6 (juni), pagina 57