Abonneer Log in

'Koffie en Cola. Latijns-Amerika in tijden van globalisering'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 7 (september), pagina 56

Koffie en Cola. Latijns-Amerika in tijden van globalisering

Tom Dieusart
Globe, s.l., 2003

Dit boek wil een beeld schetsen van hoe het een continent vergaat in een periode van economische herstructureringen en mondialisering. In een aantal vlot leesbare hoofdstukken worden enkele belangrijke problemen behandeld. De ondergang van een rijk land, Argentinië, het manke beleid van het IMF en de tekortkomingen van de exportindustrie, de wisselvalligheden van de grondstoffenprijzen met de nefaste rol van de beursspeculatie, het probleem van de falende landbouwhervormingen en de bezettingen door landloze boeren, de niet ingeloste beloften van een vrijhandelsakkoord, de overblijvende oligopolies... De lezer hoeft geen grote inspanning te leveren, telkens worden de pro’s en de contra’s van elke situatie keurig uiteengezet. Het is een leerrijk boek dat de lezer iets bijbrengt over de werking van de koffiemarkt, over de gebrekkige logica van het IMF, over het protectionisme van de Verenigde Staten of over de brouwers in Mexico. Toch schiet dit boek schromelijk tekort. Ten eerste omdat slechts een klein aantal landen worden besproken: Mexico, Argentinië, het zuiden van Brazilië, en enkele sfeerbeelden van de Colombiaanse hoofdstad Bogota en de Venezolaanse hoofdstad Caracas. Die keuze kan best verantwoord worden, maar het is moeilijk om een continent te bespreken als een belangrijk land als Chili wordt achterwege gelaten, als een hele regio als Midden-Amerika over het hoofd wordt gezien of als landen zoals Bolivië, Peru en Ecuador, die rechtstreeks onder de mondialisering te lijden hebben, totaal niet aan bod komen.
Een tweede opmerking betreft de hoofdzakelijk economische invalshoek. De auteur staat niet stil bij de sociaal rampzalige situatie van het continent. Hij heeft het ook niet begrepen op alles wat ‘civiele maatschappij’ kan genoemd worden, op de andersmondialiseringsbeweging of op volksinitiatieven. In de besproken landen zijn er evenwel tal van organisaties die zeker wat aandacht verdienden. De ‘piqueteros’ en de ‘asembleistas’ in Argentinië bijvoorbeeld, de EZLN in Mexico, de strijd van de boeren tegen de bouw van een nieuwe luchthaven in Mexico, de acties tegen het Plan Puebla Panama of tegen de ALCA (het Amerikaans vrijhandelsakkoord). De auteur besteedt ook totaal geen aandacht aan de nieuwe linkse Braziliaanse president, Lula, die toch veel nieuwe hoop heeft doen ontstaan. Van de boerenbeweging MST wordt een erg partieel beeld geschetst. De auteur gaat op zoek naar de ‘civiele maatschappij’, maar blijkt die niet te vinden. Toch heeft juist de mondialisering een nieuw elan gegeven aan tal van volksorganisaties op het hele continent. De honderdduizend deelnemers aan het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, zijn er een bewijs van.
Tenslotte schiet ook de economische analyse te kort. De auteur ziet de mondialisering als ‘het opkomen van de zon’, een natuurverschijnsel waar niets tegen opgewassen is en dat enkel een deugdelijk bestuur vereist. Vandaar zijn lovende woorden voor de ex-burgemeester van Bogota die aan stadsvernieuwing doet. De nutsvoorzieningen zijn er geprivatiseerd, de stad betaalt veel infrastructuur, maar het water is te duur voor arme mensen. Punt. Het ontbreekt Latijns-Amerika aan een industriële politiek, stelt de auteur, maar telkens wordt het vroegere importsubstitutiebeleid als fout aangemerkt. De Consensus van Washington is inhoudelijk niet onzinnig, zo wordt nog gezegd, maar deze consensus maakt elk industrieel beleid onmogelijk. Indien de auteur echt op zoek mocht zijn gegaan naar ‘een paradigma voor het continent’ dan was hij vast en zeker in contact gekomen met de CEPAL, de VN-Economische Commissie voor Latijns-Amerika. Hij had er heldere analyses kunnen vinden over alle mislukkingen van de Consensus van Washington én duidelijke ideeën over hoe het wél zou kunnen lukken. De CEPAL grijpt meer en meer terug naar de ideeën van vroeger, naar de structurele analyses, het industrieel beleid - inderdaad - en de rol van de overheid. Men aanvaardt er de realiteit van de mondialisering, maar legt ook haarfijn uit hoe ze positief zou kunnen aangewend worden. Die visie ontbreekt in dit boek.
Tom Dieusart heeft een zeer lezenswaardig boek geschreven maar een titel die beter aansluit bij de inhoud zou heel wat misverstanden kunnen vermijden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 7 (september), pagina 56