Log in

'Boude bewoordingen. De historische fenomenologie ('metabletica') van Jan Hendrik van den Berg'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 9 (november), pagina 56

Boude bewoordingen. De historische fenomenologie ('metabletica') van Jan Hendrik van den Berg

Hub Zwart
Klement / Pelckmans, Kampen / Kapellen, 2002

Hub Zwart, hoogleraar filosofie in Nijmegen, heeft een monografie over van den Berg geschreven. Deze Nederlandse psychiater werd op een bepaald moment gewoon stukgelezen. Nog vandaag vindt men sommige van zijn boeken in bijna alle openbare bibliotheken. Hij kreeg alleen nooit een echte academische erkenning. Omwille van zijn boude bewoordingen? Hij durft inderdaad de hamer te hanteren. Hij ziet verbanden die niemand anders zou durven aanwijzen. Vooral gelijktijdigheid van gebeurtenissen trekt hem aan. Hij gaat daarom op zoek naar feiten en feitjes die op hetzelfde ogenblik voorgevallen zijn en probeert precies een samenhangend verhaal te vertellen, een totaalbeeld, een verwijzingssamenhang. Wellicht zal hij zijn verhaal af en toe wat geforceerd hebben, om het te doen kloppen. Persoonlijk vind ik dat vooral zijn recentere werk daaraan lijdt. Verklaart dat het stilzwijgen van de academici? Ik weet het niet. Ik weet wel dat er een indrukwekkend oeuvre tot stand gekomen is. Zwart toont inderdaad aan dat het om een project gaat, een levenswerk. De doorbraak was Metabletica of leer der veranderingen. Het verscheen in 1956 en werd in meer dan 80.000 exemplaren verkocht. Kijken, spreken, voelen en handelen is in de loop van de tijd veranderd. Zo is het kind een recente uitvinding. Rousseau was de eerste om de puberteit te beschrijven, omdat die daarvoor gewoon niet bestond. Na de Metabletica zijn een hele reeks studies gekomen. Van den Berg noemt zijn methode metabletisch, maar Zwart geeft de voorkeur aan historische fenomenologie. Husserl, maar ook Heidegger hebben op hem een beslissende invloed gehad. Ook Gaston Bachelard was een belangrijke inspiratiebron. Zwart wijdt een heel hoofdstuk aan de verhouding met Michel Foucault. En inderdaad, men kan niet om de verwantschap heen. Het breekpunt zal politiek geweest zijn. Hoe rebels en zelfs maatschappijkritisch hij zich ook gedroeg, finaal is van den Berg conservatief. Niemand kan er omheen dat hij bijvoorbeeld het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime goedkeurde. Dat hij de Pim Fortuyn van de jaren zeventig zou geweest zijn, zoals Zwart beweert, lijkt me dan weer te vergaand. Daarvoor is hij toch wel echt te fijnbesnaard. Hub Zwart heeft in elk geval een belangrijke leemte gevuld. Hij geeft een overzichtelijk en leesbaar beeld van het werk van van den Berg. Hij probeert het te duiden en af te zetten tegen een aantal auteurs. En hij probeert er voorzichtig een waardering aan te geven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 9 (november), pagina 56