Abonneer Log in

Andersglobalisten en socialisten, één front?

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 bijlage (december), pagina 54 tot 55

Op de viering van tien jaar Samenleving en Politiek werd gedebatteerd over de relatie tussen andersglobalisten en sociaaldemocraten. Deelnemers waren sp.a-fractieleider in de Kamer en buitenlandspecialist Dirk Van der Maelen, Francine Mestrum en Peter Tom Jones beiden lid van ATTAC én publicist, en de campagneleider van 11.11.11, Bogdan Vanden Berghe.

Het debat begon bij Ford Genk. Globalisering is immers dikwijls een behoorlijk abstract gegeven maar soms wordt het concreet. Zoals bij Ford in Genk. Daar werden eensklaps 3.000 banen geschrapt. Even werd zelfs gevreesd voor de sluiting van de hele autofabriek. Inclusief de toelevering zou daarmee een op de zeven jobs in Limburg op de tocht hebben gestaan. Terecht wordt erop gewezen dat Ford Genk niet het gevolg is van delocalisatie, zoals bij andere collectieve ontslagen, maar van een slecht product, de Ford Mondeo die niet goed verkoopt. Toch is het ongetwijfeld zo dat een groot nationaal bedrijf meer overleg zou plegen met de overheid en de vakbonden vooraleer het zo’n beslissingen neemt. Nog maar een paar decennia geleden zou de regering desnoods zelfs met subsidies over de brug zijn gekomen om de klap uit te smeren in de tijd. Nu liggen de verhoudingen anders: zo’n wereldbebedrijf voert zijn ‘marktaanpassingen’ soeverein door en aarzelt zelfs niet een hele gemeenschap drie maanden te laten wachten op de beslissing of de fabriek nog een toekomst heeft of niet. De band tussen zo’n multinational en de lokale gemeenschap is dus erg koel - afstandelijker dan die tussen een lokale onderneming en een gemeenschap. Ook dat is een aspect van globalisering. Al is delocalisatie, de geleidelijke verplaatsing van industriële activiteiten naar lagere loonlanden, veel gekender. Dirk Van der Maelen vindt dat hij als internationalist niet gekant kan zijn tegen zo’n internationale herverdeling van de arbeid. Ontwikkelingslanden moeten ook kunnen industrialiseren. Rijke landen moeten door een preventief industrieel beleid nieuwe markten en zo nieuwe jobs scheppen die hen minder kwetsbaar maken voor delocalisatie en massa-ontslagen. Als er desondanks toch bedrijven sluiten, moeten de slachtoffers sociaal begeleid worden, onder meer met uitgebreide vormingsmogelijkheden. Dat ‘ondergaan’ van de delocalisatie moet voor Van der Maelen echter gepaard gaan met een wereldwijde strijd voor een betere sociale bescherming.
Francine Mestrum volgt Van der Maelen maar wil verder gaan en het permanent organiseren van de concurrentie tussen individuen en regio’s afremmen. Omdat het leidt tot een neerwaartse spiraal. Volgens Mestrum kan die spiraal enkel worden gestopt met een zekere vorm van protectionisme en planning: ‘regeringen moeten met elkaar afspreken wie wat produceert voor welke markten.’ Peter Tom Jones gaf geen antwoord op de concrete uitdaging van zo’n collectief ontslag maar wees op het belang van de juiste analyse: ‘Men gebruikt het K-woord hier niet. Kapitalisme. Het is eigen aan dit systeem om jobs niet alleen naar lageloonlanden te verplaatsen, maar ook om de jobs hier te flexibiliseren. Bovendien zijn de ecologische uitdagingen zo groot dat je er niet komt met enkele correcties. Ik kijk op de lange termijn: ik geloof niet dat de keynesiaanse welvaartstaat haalbaar is op wereldvlak. Het kapitalisme kan niet zonder groei maar groei is niet meer te verzoenen met het milieu. Er is dus nood aan een postkapitalistisch systeem waar duurzaamheid echt centraal staat.’

Kunnen de andersglobalisten terecht bij de sp.a? Bogdan Vanden Berghe vindt dat 11.11.11 rond themata zoals GATS en de Tobintax altijd veel steun heeft gekregen van de sp.a, en in de eerste plaats van fractieleider in de Kamer, Dirk Van der Maelen. Vandenberghe stelt echter wel vast dat zowat alle ministerportefeuilles die van belang zijn voor een andere globalisering - buitenlandse zaken, buitenlandse handel, ontwikkelingssamenwerking en financiën - in handen zijn van liberalen. Kennelijk zijn die themata geen prioriteit voor de sp.a van voorzitter Steve Stevaert. Dirk Van der Maelen verklaart het zo: ‘Onze partij heeft in de persoon van Johan Vande Lanotte en Frank Vandenbroucke twee uitstekende ministers. Die zijn geïnteresseerd in begroting en sociale zaken. Dat verklaart waarom de sp.a die twee portefeuilles prioritair vond. De liberalen hebben andere prioriteiten.’

Als competentie voor de sp.a het criterium is, kan je je echter afvragen waarom een Van der Maelen niet op buitenlandse zaken of ontwikkelingssamenwerking zou kunnen komen. Francine Mestrum erkende evenzeer dat Attac bij de sp.a terecht kan met zijn themata maar bij de Europese socialisten of internationaal ligt dat al veel moeilijker. Visieteksten van de Socialistische Internationale bevatten wel schitterende voorstellen over world governance maar als het om concrete beleidsterreinen gaat zoals openbare diensten of fiscale paradijzen, durven de socialisten niet tegen het neoliberale discours ingaan. Mestrum: ‘Ze nemen geen afstand van de liberalisering van openbare diensten, en roepen niet op tot afschaffing van fiscale paradijzen.’ Peter Tom Jones merkte fijntjes op dat de Franse socialist Pascal Lamy als Euro-commissaris voor handel zelfs een van de grote promotoren van de wereldwijde liberalisering van openbare diensten is. Dirk Van der Maelen gaf toe dat het soms moeilijk is om socialisten in het buitenland mee te krijgen maar hield vol dat de Vlaamse socialisten alvast proberen op allerlei manieren het debat op gang te trekken. ‘Dit is een moeilijke weg maar 150 jaar geleden was het voor socialistische arbeiders hier in Gent ook moeilijk. De jaren 80 en 90 waren neoliberale jaren maar de slinger keert weer. Het beste bewijs daarvan is de andersglobalistische beweging. Wij sociaaldemocraten moeten ons daarbij aansluiten. We moeten de beweging aangrijpen om een ommekeer te bewerkstelligen.’

Bogdan Vanden Berghe gelooft niet dat de slinger aan het keren is: Blair, Schröder en Lamy zijn voor hem sociaaldemocraten die de EU verder het neoliberale pad op sturen. Dat gezegd zijnde, vond iedereen dat een sterke socialistische beweging kan helpen om de verzuchtingen van de andersglobalisten politiek te vertalen. Al onderstreepte Mestrum dat ook groen van tel is, en dat er vooral een sterke linkse beweging nodig is om op internationaal vlak enige verandering tot stand te brengen. Peter Tom Jones: ‘Rode en groene partijen zijn belangrijk als politiek doorgeefluik. Wezenlijke veranderingen komen er echter niet als er geen maatschappelijke krachten achter staan. In die zin zijn sociale bewegingen belangrijker dan politieke partijen die maar een deeltje zijn van de grote verscheidenheid aan verzetsvormen in de andersglobalistische beweging.’ Waarmee meteen gezegd is dat de socialistische en groene partijen in zekere zin deel uitmaken van die beweging.

John Vandaele
Journalist (Mo\* - De Morgen)

andersglobalisme - sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 10 bijlage (december), pagina 54 tot 55