Log in

'Hitler'

Uitgelezen

Hitler

Ian Kershaw
Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 2003

Goed nieuws voor wie op zoek is naar betaalbare kwaliteitslectuur. De Nederlandse vertaling van Kershaws monumentale Hitler-biografie verscheen als paperback: twee volumes, samen ruim 2000 bladzijden, voor nog geen vijftig euro! Bijzonder interessant, goed gedocumenteerd, spannend geschreven.

Nu is een nieuwe Hitler-biografie niet onproblematisch. Kershaw wijst op de uitstekende werken van Alan Bullock (Hitler - leven en ondergang van een tiran) en Joachim Fest (Hitler - een biografie), hoewel tegen de achtergrond van recent onderzoek opvalt dat zij relatief weinig aandacht besteedden aan het anti-joodse beleid en het ontstaan van de Endlösung. Daarenboven stond enkele decennia geleden het genre ‘biografie’ als dusdanig ter discussie. De individuele actor, met zijn inzichten en intenties, werd beschouwd als niet méér dan de drager van maatschappelijke structuren, als knooppunt van machtsverhoudingen en belangentegenstellingen. Kershaw, zelf ‘structuralistisch’ geschoold, onderkent deze kritieken. Maar hij meent de tegenstelling tussen de biografie en de sociale geschiedenis te kunnen overstijgen, en zo de bezwaren te ondervangen via Webers begrip van ‘charismatisch leiderschap’. (In 1942 gaf Franz Neumann, lid van de Frankfurter Schule, reeds een dergelijke aanzet.) Kershaw focust dus niet zozeer op de persoon Hitler, maar op de aard van zijn macht. Deze machtspositie werd opgebouwd en in stand gehouden door de bereidheid van anderen om zijn ‘heroïsche’ kwaliteiten te erkennen en erin te geloven, meer bepaald zijn wil om de vernedering van Duitsland na de Eerste Wereldoorlog ongedaan te maken. ‘In dit concept [charismatisch leiderschap] wordt de verklaring voor deze bijzondere vorm van politieke macht gezocht bij de ontvangende kant van ‘charisma’, niet zozeer dus bij de persoon die aanbeden wordt, althans niet in eerste instantie, als wel bij de samenleving.’ (dl. I, p.9)

Daarbij geeft Kershaw zijn verhaal een sterke dramatische spanning, door zijn materiaal te presenteren naar het model van een Griekse tragedie.
Aan het eerste deel, over de periode 1889-1936, geeft hij de titel Hoogmoed, in de oorspronkelijke Engelse uitgave Hubris, d.w.z. buitensporigheid, overmaatse ambitie, arrogantie, machtswellust. Kershaw zet uiteen hoe Hitler zich opwerkte van agitator en ‘trommelaar’ tot dictator, maar vooral hoe de onderdanen van een economisch en cultureel sterk ontwikkelde en moderne staat bereid waren om de macht toe te vertrouwen aan een politieke buitenstaander die, afgezien van zijn demagogische talenten, op weinig specifieke bekwaamheden kon bogen. Hitler bouwde zijn macht gaandeweg op met de instemming van ‘de Duitsers’. Maar zijn beslissende doorbraak, zijn aanstelling tot rijkskanselier, had hij te danken aan de steun van de conservatieve, militaire, economische en intellectuele elites: hoewel Hitler niet hun eerste keuze was, zagen zij in hem een kans om hun aloude autoritaire, anti-democratische en anti-parlementaire ideeën te realiseren.

Aan het tweede deel, dat de periode 1936-1945 (na de verovering van het Rijnland) bestrijkt, gaf Kershaw de titel Vergelding, in de oorspronkelijke editie Nemesis. In de Griekse mythologie is Nemesis de godin van de wrekende gerechtigheid: zij voltrekt de straf van de goden aan de sterveling die zich schuldig maakt aan hubris. Terwijl Kershaw in het eerste deel op elk beslissend moment laat zien hoe de zaken helemaal anders hadden kunnen lopen, staat dit deel in veel méér in het teken van het noodlot. Hitlers tomelloze machtsdrang, zijn obsessie voor uitbreiding van de Duitse Lebensraum en zijn haat tegen de joden, die fungeren als zondebok voor alle problemen (zij vertegenwoordigen zowel het grootkapitaal als ‘het internationale bolsjewisme’), brachten een spiraal van agressie op gang, die hem en Duitsland uiteindelijk noodlottig werd. Niet de bestuurlijke anarchie bracht Hitler ten val: in een sfeer van ‘de Führer tegemoet werken’ versterkte het gebrek aan duidelijkheid precies de radicalisatie. Niet het Duitse publiek: zij steunden hun Führer actief of passief, tot op het moment dat het verzet uitgeschakeld werd. Niet de elites, die hem eerst aan de macht gebracht hadden: angst of fatalisme beletten hen het mechanisme dat ze zelf mee op gang gebracht hadden, een halt toe te roepen. Het was Hitlers schromelijke onderschatting van de macht van de Sovjet-Unie die hem dreef in een internationaal conflict dat uiteindelijk zijn ondergang zou betekenen. Hitler zelf koesterde trouwens deze noodlotsgedachte: hij was ervan overtuigd dat Duitsland, samen met ‘zijn Führer’, de wereld zou overheersen of ten onder gaan.

Kershaws interpretatiemodel geeft aan zijn boek een intense dramatische spanning. De prijs die hij hiervoor betaalt is een (ongewilde?) psychologisering van zijn verhaal. Eerder dan een totalitair regime krijgen we hier de tiran te zien die de goden uitdaagt. Niet alleen de negatieve held, maar zijn medespeler, ‘het Duitse volk’, handelt als een soort subject, vanuit gevoelens als vernedering, enthousiasme, trots, vertwijfeling, angst, enz. De institutionele structuren, de complexe sociale gelaagdheid, de tegenstrijdige economische en politieke belangen vormen de achtergrond (de ‘motieven’) van massapsychologische processen. De problemen m.b.t. de individuele biografie waaraan Kershaw wilde ontsnappen, lijken mij terug te komen via een soort sociale psychologie.

Uit dit twintigste-eeuwse Griekse drama valt alvast te onthouden. Eén: ‘hoogmoed komt vóór de val’ (dl. II, 8). Twee: het elitaire geflirt met antidemocratische opvattingen is politiek niet onschuldig. Drie: dictatoriale macht kan enkel bijtijds gestopt worden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 1 (januari), pagina 49 tot 50