Abonneer Log in

Hoop doet leven, ook in 2004

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 1 (januari), pagina 25 tot 29

Laat ons vooral hopen dat 2004 het jaar wordt van de terugkeer van het multilateralisme. De presidentsverkiezingen in de VS doen ons stiekem hopen dat het machtigste land ter wereld zijn wereldbedreigend, unilateraal en neonimperiaal beleid laat varen en opnieuw de multilaterale logica zal hanteren. Dat is cruciaal voor de aanpak van tal van mondiale problemen: de instabiliteit van de wereldmunten, de crisisgevoeligheid van de internationale kapitaalmarkten, de groeiende ongelijkheid, de groeiende onevenwichten in de wereldeconomie, de opwarming van het klimaat, de schuldenspiraal die ontwikkelingslanden verplicht hun natuurlijke rijkdommen versneld op de schop te nemen en tegen kelderende prijzen op de wereldmarkt te gooien … Al deze problemen vragen dringend een krachtdadige multi- of zelfs supranationale aanpak. De verloren legitimiteit van de wereldhandelsorganisatie - pijnlijk duidelijk geworden met het falen van de wereldhandelstop in Cancún - en de crisis van de Bretton-Wood-instellingen die meer aan sociale en ecologische afbraak hebben gedaan dan aan duurzame economische opbouw, maken duidelijk dat voor het bestuur op wereldvlak moet gezocht worden naar een nieuwe institutionele context.

Voor sommige mondiale problemen werden de laatste decennia wel lovenswaardige aanzetten gegeven. Het protocol van Kyoto was een eerste internationaal bindende afspraak voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Rusland heeft momenteel de sleutel in handen en kan met zijn ratificatie het protocol snel in werking doen treden. Het is dan ook te hopen dat Rusland in 2004 - eventueel na de verzilvering van zijn opgevijzelde bargaining power met b.v. garanties op buitenlandse investeringen in projecten voor de opbouw van emissiekredieten - snel over de schreef kan worden getrokken. Eind 2004 kan iedereen zich dan gaan opmaken voor de onderhandelingen voor de emissieplafonds voor de volgende verbintenisperiode na 2012. Daarin aanvaarden hopelijk ook opkomende economische grootmachten zoals China uitstootplafonds en worden de veel verdergaande emissiereducties overeengekomen die nodig zijn om de klimaatopwarming binnen nog overzienbare perken te houden.

Europese uitdaging

In 2004 worden niet alleen in de VS verkiezingen gehouden, ook wij zullen opnieuw naar de stembus trekken voor de verkiezing van een nieuw Europees en Vlaams parlement. Deze twee assemblees zijn voor het milieubeleid van het grootste belang. De meeste milieuwetgeving komt immers als Europese richtlijn of verordening tot stand, terwijl die op het Vlaamse niveau moeten worden omgezet en toegepast. Niet minder dan 80% van onze milieuwet- en regelgeving vindt zijn oorsprong in Europees of internationaal beleid. Burgers vinden het ook logisch dat milieuproblemen op Europees niveau worden aangepakt. Vervuiling stopt immers niet aan de grenzen. Een ‘soloslim’-aanpak van de milieuproblemen kan ook leiden tot een verzwakking van de concurrentiekracht van de eigen bedrijven - met het overhevelen van investeringen naar andere landen tot gevolg. Uit de Eurobarometer blijkt dan ook dat niet minder dan 87% van de Belgen vindt dat de bescherming van het leefmilieu een prioriteit van de Europese Unie moet zijn. Ook het belang van het Europees Parlement neemt toe. Via de zogenaamde ‘medebeslissingsprocedure’ met de Raad van ministers kan het Europees parlement in het milieubeleid dikwijls het verschil maken.
Laat ons hopen dat de Europese motor in 2004 niet begint te sputteren. Indien de verschillende lidstaten het op de intergouvernementele conferentie niet eens raken over de Europese grondwet en over een grondige hervorming van de spelregels voor de Europese besluitvorming, dreigt de uitgebreide Unie met zijn 25 lidstaten een onbestuurbare reus op lemen voeten te worden. Voor het milieubeleid zou dat een regelrechte ramp zijn. Op een moment dat hoe langer hoe meer milieuproblemen zich op grotere schaal manifesteren en een supranationale aanpak vereisen zou het belangrijkste vliegwiel daarvoor tot stilstand komen.
Want ondanks de reeds genomen maatregelen is de toestand van het milieu alles behalve goed: de biodiversiteit gaat achteruit, de klimaatverandering vereist een veel krachtdadiger optreden, visvoorraden raken uitgeput en een cocktail van chemicaliën bedreigt de volksgezondheid. Het succes van het Europees beleid was tot nog toe zeer wisselend, met sterke en zwakke milieurichtlijnen, sterke variaties in de omzetting en handhaving van het Europees beleid en milieudegradatie veroorzaakt door het landbouwbeleid, de visserijpolitiek en het cohesiebeleid. Het is dan ook belangrijk om het Europees milieubeleid niet alleen op een offensieve wijze verder te zetten, maar ook beter te laten doorwerken in de andere Europese beleidsdomeinen. De recent doorgevoerde hervorming van het Europees landbouwbeleid zette een bescheiden stapje in de goede richting. Schoorvoetend wordt de inkomenssteun aan landbouwers ontkoppeld van de productievolumes en gekoppeld aan voorwaarden op vlak van milieu, voedselkwaliteit en dierenwelzijn. Langzaamaan zien we in het Europees landbouwbeleid een verschuiving van steun voor het produceren van overschotten (die met exportsubsidies gedumpt worden op derdewereldmarkten), naar steun voor maatschappelijke diensten die de landbouw levert op vlak van o.a. natuur- en landschapszorg. De hervorming is echter te beperkt. Ze laat de exportsubsidies ongemoeid, verbetert niet de markttoegang van kwaliteitsproducten uit ontwikkelingslanden en geeft lidstaten teveel kans om de voorwaarden voor inkomenssteun zwak in te vullen. Aanmoedigingen en steun voor een diversificatie van de plattelandseconomie en voor meer duurzame en milieuverantwoorde landbouwpraktijken zoals biologische landbouw en beheerslandbouw (steun onder de zogenaamde tweede pijler van plattelandsontwikkeling), worden wel opgevoerd maar krijgen nog steeds veel minder middelen dan de productie- en marktsteun.
Er moet overigens nog meer gebeuren dan het voeren van een geïntegreerd Europees milieubeleid. We moeten er immers ook over waken dat de concurrentie-, liberaliserings- en vrijemarktobsessie van de EU-overheden niet hindert bij een duurzaam aankoopbeleid en in het uitbouwen van publieke diensten. Wat ons betreft moeten overheden b.v. ecologische en sociale product- én procescriteria kunnen blijven hanteren in hun overheidsaankopen (b.v. producten uit de biologische landbouw, groene stroom of duurzaam geteeld FSC-hout) en moeten ze kwaliteitsvolle en betaalbare openbare vervoersdiensten kunnen blijven aanbieden. Voor volgend jaar hopen wij alvast op een ambitieuze Europese richtlijn rond milieuaansprakelijkheid - met een zo breed mogelijk toepassingsgebied en een verplichte verzekering tegen milieuschade. We rekenen ook op de aanscherping en goedkeuring van de richtlijn rond de Registratie, Evaluatie en Autorisatie van CHemicaliën (REACH). Deze richtlijn moet voldoende garanties bevatten opdat schadelijke (bio-accumulerende, persistente, toxische, hormoonverstorende …) stoffen zo snel mogelijk van de markt worden gehaald. Europa moet het substitutiebeginsel toepassen: indien voor welbepaalde toepassingen veilige alternatieven tegen aanvaardbare kosten voorhanden zijn, moeten die schadelijke chemische stoffen kunnen vervangen.

Werk aan eigen winkel

Des te progressiever en avant-gardistisch onze politieke elite zich opstelt inzake de verdere uitbouw van het federaal Europa, des te groter ook hun achterstand in het omzetten en toepassen van Europese wetgeving. Vooral in de omzetting en naleving van milieurichtlijnen blijven wij hekkensluiters. Het heeft ons land het weinig benijdenswaardig epitheton van dirty little child of Europe opgeleverd. Zo blijven onze politici hardnekkig weigeren om de Europese nitraatrichtlijn correct om te zetten. Op het ogenblik dat de Europese Commissie ons land voor het Europees Hof van Justitie daagt om heel het Vlaams landbouwareaal het verdiend statuut van kwetsbaar gebied te bezorgen, helpen zelfs groene en ‘rood-groene’ politici de VLD aan een meerderheid om de wettelijk opgelegde mestverwerkingsplicht verder af te zwakken. Nochtans verplichtte de reeds tweemaal afgezwakte of uitgestelde mestverwerkingsplicht de boeren slechts tot de verwerking van de helft van het geraamde - en door de te hoge bemestingsnormen onderschatte - mestoverschot. Hoe de rest van het overschot zal ‘verdwijnen’ blijft een raadsel.

Ondertussen maakt Vlaanderen amper of geen gebruik van de mogelijkheden die het Europees landbouwbeleid biedt om de landbouwsector te verbreden en te vergroenen en de plattelandseconomie te diversifiëren. Van de mogelijkheden die sinds 1999 geboden worden om Europese landbouwsteun te koppelen aan milieuvoorwaarden (de zogenaamde cross-compliance) werd ondanks herhaaldelijk aandringen van de milieubeweging geen enkel gebruik gemaakt. Ook inzake waterzuivering slaagt Vlaanderen er niet in om zijn Europese verplichtingen na te komen. De Europese richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater zegt dat zowat al het huishoudelijk afvalwater tegen eind 2005 moet gezuiverd zijn. Vlaanderen zit vandaag slechts aan een zuiveringsgraad van 60%. Dat zelfs landen als Polen een hogere zuiveringsgraad bereiken dan het welvarende Vlaanderen is een regelrechte schande.

Maak van milieu geen ‘luxeprobleem’

Het spreekt voor zich dat alleen een correcte omzetting en toepassing van Europese milieurichtlijnen en een creatieve invulling van Europees beleid op andere domeinen, voor het Vlaamse leefmilieu al een wereld van verschil kan maken. Dat Vlaams economieminister Patricia Ceysens zich op een congres over de chemiesector in Vlaanderen liet ontvallen dat het maar eens gedaan moest zijn om in ons milieubeleid steeds verder te gaan dan wat Europa oplegt, hoeft dus op het eerste zicht niet dramatisch te zijn. De dossiers waarin we achterlopen zijn immers veel talrijker dan deze waarin we verder gaan dat het Europees acquis. Toch vindt BBL zo’n uitspraak zeer gevaarlijk omdat ze kan leiden tot een milieubeleid van de laagste gemene deler. En in het Europa van 25 zal de lat niet onmiddellijk veel hoger liggen. De uitspraak verraadt ook een éénzijdig economisch bottom-linedenken dat steeds meer opgang maakt bij de profit-firstdenkers. Die zien milieuproblemen als ‘luxeproblemen’ en hebben in de VLD blijkbaar hun politieke belangenbehartigers gevonden. Alsof milieuregels dienen om bedrijven, boeren of burgers te jennen in plaats van om burgers te beschermen tegen gezondheidsschade, tegen overstromingsrisico’s en tegen de verstikking van hun leefomgeving.
Nochtans zijn de ecologische uitdagingen juist in Vlaanderen dermate groot dat wij wel degelijk extra inspanningen zullen moeten leveren om een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving te kunnen garanderen en het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen. De luchtkwaliteit in Vlaanderen zorgt ervoor dat elke Vlaming gemiddeld een half gezond levensjaar verliest. Kwetsbare bevolkingsgroepen zoals kinderen en bejaarden worden bij mooi weer in de zomer tot binnenblijven verbannen omwille van de veel te hoge ozonpieken. De schade die door milieuverontreiniging aan de gezondheid wordt aangericht, wordt geraamd op minstens 2,3 miljard euro per jaar, of zo’n 1,5% van het BBP in Vlaanderen. Ons enorm ecologisch passief aan vervuilde bodems bedreigt de grondwaterlagen en zadelt Vlaanderen met duizenden hectaren wasteland op die door een gebrek aan middelen slechts mondjesmaat worden gesaneerd. Door de achterblijvende sanering van deze brownfields moeten voor nieuwe bedrijventerreinen te veel maagdelijke terreinen (greenfields) worden aangesneden. Natuurgebieden zijn schaars en te versnipperd, vervuild of verdroogd om de biodiversiteit te kunnen schragen. Inwoners in het Scheldebekken worden aan een onverantwoord hoog overstromingsrisico blootgesteld. Een waterstand als deze die in 1953 tot enorme overstromingen leidde, zou ook vandaag nog niet gekeerd kunnen worden terwijl de kans op voorkomen 4,5 keer hoger ligt. Ook in andere bekkens en meer stroomopwaarts zorgen een verkeerd riolerings-, afwaterings- en verhardingsbeleid voor te grote overstromingsrisico’s. Ons huizenbestand is zowat het slechtst geïsoleerde binnen de EU, met het hoogste energieverlies per vierkante meter woonoppervlak waardoor gezinnen niet alleen energie maar ook veel geld verspillen. Vlaanderen kent enkel voor particuliere nieuwbouwwoningen een zwakke isolatienorm die slechts in 20% van de gevallen wordt nageleefd. Voor andere gebouwen zoals kantoorgebouwen of zwembaden bestaan niet eens normen. De energieverslaving en transportafhankelijkheid van onze huidige economie vormt een bedreiging voor de welvaart. Met de energie-intensiefste economie van Europa - die in tegenstelling tot de meeste andere Europese landen het laatste decennium alleen maar is toegenomen - wordt onze economie alsmaar meer de speelbal van de wispelturige, door schaarste opgejaagde wereldmarktprijzen voor energie. Belasting op energie- en milieuverbruik bedraagt in ons land slechts 1/10de van de belasting op arbeid, waar dit in de EU gemiddeld 1/7de bedraagt. Wat goed is voor onze samenleving (arbeid) belasten we weg, terwijl wat slecht is (energieverspilling) ongemoeid wordt gelaten …

Gevraagd: politici met ruggengraat

We hopen dan ook dat in 2004 voldoende politici, politieke partijen, ondernemers en burgers de creativiteit, moed en durf zullen hebben om deze problemen echt aan te pakken. Om volop mee te werken aan de 4000 ha extra overstromingsgebieden die nodig zijn om de miljoenen inwoners van de Scheldevallei natte voeten te besparen én - door een zo natuurlijk mogelijke inrichting van deze gebieden - ook de natuurwaarde van het Schelde-estuarium volop herstelkansen te bieden. Water moet opnieuw een plaats krijgen tot in de wijken en verkavelingen. Meer blauw op straat dus! Bond Beter Leefmilieu wenst bovendien de waterzuivering in 2004 een goede scheiding. Eerst en vooral een scheiding tussen het propere regenwater en het te behandelen afvalwater, zodat de zuiveringsstations naar behoren kunnen werken en we geen extra overstromingen meer veroorzaken. Maar ook een scheiding met het oude Aquafin. Nu de Europese Commissie openlijk de structuur van deze NV in vraag stelt is het tijd om komaf te maken met de verouderde aanpak en de geldverslindende structuren van Aquafin. Ten slotte betekent dit hopelijk meteen ook een afscheid van de gecentraliseerde betonmentaliteit, en kunnen we naar het besef groeien dat kleinschalige oplossingen niet alleen beter, maar ook goedkoper kunnen zijn.
Daarnaast rekenen wij op een verdere uitbouw van het natuurnetwerk met grote in elkaar overvloeiende en met elkaar verbonden natuurgebieden. Wij hopen op een ambitieuze energieprestatieregelgeving voor gebouwen, waarbij ook voorzien wordt in een verplichte energiedoorlichting en energiecertificering bij elke overdracht (verhuur of verkoop) van gebouwen. Vanuit het motto ‘de overheid spaart wie energie spaart’ vraagt BBL een verlaging van de onroerende voorheffing voor eigenaars van een gecertificeerde ‘lage-energie-woning’. Verder pleit BBL voor de invoering van een budgetneutrale ‘slimme kilometerheffing’ waarbij via een GPS-systeem op elk moment en op elke plaats de werkelijk veroorzaakte maatschappelijke kost wordt doorgerekend. Deze vorm van ‘moderne’ tolheffing zet immers aan tot het versneld op de markt komen van schonere en zuiniger wagens en tot een meer verantwoord gebruik daarvan. Daardoor kan de zware tol die het verstikkend wegverkeer eist en die zich uit in teveel verkeersongevallen, onleefbare en verstikte steden, vervuiling en fileleed, worden verminderd …
Een hele waslijst van wensen en verlangens dus. Laat ons er maar van uitgaan dat hoop ook in 2004 doet leven.

Bart Martens
Beleidscoordinator Bond Beter Leefmilieu

nieuwjaarsbrief - milieu - duurzame ontwikkeling

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 1 (januari), pagina 25 tot 29