Log in

'Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië'

Uitgelezen

Afscheid van Magritte. Over het oude en nieuwe Wallonië

Guido Fonteyn
Meulenhof/Manteau, Antwerpen, 2004

Vlaanderen en Wallonië kennen elkaar niet. De Standaardjournalist Guido Fonteyn, die Wallonië juist heel goed kent, probeert daar al langer wat aan te doen. Hij heeft nu een boekje geschreven over het land van René Magritte en Georges Simenon. De ondertitel ‘Over het oude en nieuwe Wallonië’, is wel een beetje misleidend. Ik verwachtte veel meer te vinden over het hedendaags Wallonië, hoe men daar vandaag probeert uit de poel van industriële ellende en werkloosheid te geraken. Of hoe men er daar voorlopig in slaagt de opgang van extreemrechts af te remmen. Maar daar heeft Fonteyn het maar zijdelings over. Eigenlijk schrijft hij de geschiedenis of minstens het verhaal van de Vlamingen die naar Wallonië getrokken zijn, gelokt door het werk en de welvaart. En dat is zonder meer een boeiend verhaal.
De Vlamingen, die vandaag zo bang zijn voor migranten, zijn het ooit zelf massaal geweest. Vlaanderen was een achterlijk boerengebied, waar de mensen in doffe ellende probeerden te overleven. Eind 19° eeuw klom Wallonië in geen tel naar de top van de industriële welvaart, dank zij de mijnen en de staal. Juist die industrie maakte van de Walen socialisten. Het zat hen echt niet in de genen, maar was een rechtstreeks gevolg van de industrialisatie: ‘De sociale strijd ontstond omdat de zware industrie zo snel zoveel arbeidskrachten nodig had’ (80). De zware industrie is nu wel weg, maar Wallonië is links gebleven. Op hetzelfde ogenblik dat Wallonië zijn grootste bloei beleefde, kende Vlaanderen de zwartste bladzijde uit zijn geschiedenis. Dat onevenwicht kan men tot vandaag zien (98).

En de Vlamingen kwamen werken in de mijnen en de fabrieken. Ze kwamen met de trein, maar meer en meer kwamen ze zich in Wallonië vestigen. Niemand weet met hoeveel ze geïmmigreerd zijn, maar ze werden dikwijls slecht onthaald! Wat toen gezegd en geschreven werd gaat dikwijls veel verder dan wat vandaag over migranten gezegd en geschreven wordt. Ze hebben zich volledig geïntegreerd. Veel Waalse toplui hebben duidelijk Vlaamse wortels. Vanaf eind de jaren 40 kwamen de Italianen. Ook zij kregen het hard te verduren: ‘Elke nieuwe groep van allochtonen lijkt recht te hebben op de minachting van de autochtonen en van de groepen allochtonen die hen zijn voorgegaan’ (170).
Zal Wallonië uit de lethargie waarin het verzeilde na de ineenstorting van de industrie geraken? Fontyen is hoopvol en ziet zelfs tekenen van de heropstanding. Of er ook een nieuwe Magritte of Simenon aankomt is nog niet te zeggen. Het is in elk geval een lezenswaardig, zij het een beetje een oppervlakkig boek.

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 51