Abonneer Log in

Verkiezingen in Brussel

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 26 tot 28

In tegenstelling tot de Vlamingen konden de Nederlandstalige Brusselaars zondag 13 juni drie keer een stem uitbrengen. Net als de Vlamingen konden zij stemmen voor het Europees Parlement. Vanzelfsprekend was dit op dezelfde lijsten als de Vlamingen. Aangezien het dubbelmandaat tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het Vlaams Parlement werd afgeschaft sinds de verkiezingen van 1999, stemden de Nederlandstalige Brusselaars voor het eerst zes rechtstreeks verkozen vertegenwoordigers naar het Vlaams Parlement. Deze zes verkozenen zullen de Nederlandstalige Brusselaars vertegenwoordigen voor wat betreft de gemeenschapsaangelegenheden. Het Vlaams Parlement en de Nederlandstaligen in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad - de zogenaamde Vlaamse Gemeenschapscommissie - oefenen deze gemeenschapsbevoegdheden samen uit voor de 19 gemeenten. De derde verkiezing betrof precies deze Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Dit parlement gaat over de gewestbevoegdheden in de 19 Brusselse gemeenten. De Franstalige verkozenen erin vormen tevens de Franstalige Gemeenschapscommissie (COCOF) die samen met de Franstalige Gemeenschapsraad de gemeenschapsbevoegdheden uitoefent voor de Franstalige gemeenschap in Brussel. De Franstaligen stemden slechts twee keer omdat zij het dubbelmandaat tussen de Franstalige Gemeenschapscommissie en de Franstalige Gemeenschapsraad hebben behouden. De Nederlandstalige Brusselaars verkozen 17 van de 89 leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, de Franstaligen verkozen de overige 72 leden.

Voor de Europese verkiezingen konden de Nederlandstalige Brusselaars op dezelfde lijst stemmen dan de Vlamingen. De uitslag is echter niet helemaal gelijklopend. In het gehele Vlaamse kiescollege haalde het kartel CD&V/N-VA 28,2%. In het Brussels hoofdstedelijk gewest was dat 17,2%. Het Vlaams Blok haalde in het gehele kiescollege 23,2%, in Brussel niet minder dan 31,5%. VLD-Vivant en sp.a-spirit konden in Brussel een uitslag halen die vergelijkbaar is met hun uitslag in het gehele kiescollege; rond de 22% voor de eerste en rond de 17% voor de tweede. Groen! deed het in Brussel beter dan in het gehele kiescollege; 12% tegenover 8%. Vooral de veel slechtere uitslag van CD&V/N-VA en de veel betere uitslag van het Vlaams Blok in Brussel zijn opvallend.
Een eerste nieuwigheid bij deze verkiezing was dus de nieuwe kiesomschrijving ‘Brussel Hoofdstedelijk Gewest’ voor het Vlaams Parlement. In totaal werden ruim 61.000 geldige stemmen uitgebracht, 3.000 meer dan bij de senaatsverkiezingen van 2003. Het Vlaams Blok behaalde ruim 34% van deze stemmen. De tweede partij is het kartel VLD-Vivant met 20,6% van de stemmen, gevolgd door sp.a-spirit die 17,4% haalde. CD&V/N-VA overtuigde slechts 15% van de kiezers, Groen! kon 11% van de Nederlandstalige Brusselaars aan zich binden. In zetels geeft dat 3 zetels voor het Vlaams Blok en telkens 1 zetel voor VLD-Vivant, sp.a-spirit en CD&V/N-VA. De 11% die Groen! behaalde is niet genoeg voor een zetel.
Een tweede nieuwigheid was de mogelijkheid lijsten met elkaar te verbinden bij de verkiezing van de 17 Nederlandstalige leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Deze lijstverbinding verandert de verdeling van de zetels tussen de lijsten. In eerste instantie worden de zetels verdeeld tussen de groepen van met elkaar verbonden lijsten. In tweede instantie worden de verworven zetels verdeeld tussen de lijsten die tot eenzelfde groep behoren. In derde instantie pas wordt nagegaan welke kandidaten effectief verkozen zijn. Er waren slechts twee groepen: het Vlaams Blok vormde een groep, de andere Nederlandstalige partijen vormden samen de andere groep. De eerste belangrijke vaststelling bij deze verkiezing is dat het Vlaams Blok er niet in geslaagd is de absolute meerderheid van de 17 Nederlandstalige zetels van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad te veroveren. Dat is cruciaal omdat een aantal beslissingen in de Gewestraad met een meerderheid in de beide taalgroepen moet worden genomen en de Franstaligen in Brussel willen niet samen met het Vlaams Blok regeren. Dat zou bv. betekenen dat de tweetalige rusthuizen geen begroting zouden krijgen en dus ook geen subsidies. Het Vlaams Blok behaalde bij deze verkiezing 34% van de stemmen. Dat leverde hen 6 van de 17 zetels op. VLD-Vivant behaalde 20% van de stemmen en 4 van de 17 zetels. Sp.a-spirit kon 18% van de Nederlandstalige kiezers overtuigen wat hen 3 zetels opleverde. CD&V/N-VA haalde 17% en eveneens 3 zetels. Groen! tenslotte overtuigde 10% van de kiezers en behaalde daarmee één zetel. Een coalitie van de drie kartels levert een meerderheid van 10 van de 17 zetels, Groen! is dus niet nodig om een meerderheid zonder het Vlaams Blok te kunnen vormen. De lijstverbinding die men voor deze verkiezing heeft mogelijk gemaakt had precies de bedoeling het Vlaams Blok af te remmen. In het verleden werden deze zetels immers verdeeld volgens het rekenschema D’Hondt. Aangezien het Vlaams Blok de grootste Vlaamse partij is in Brussel, hebben zij voordeel bij het rekenschema D’Hondt, dat gunstig rekent voor de grootste partij. Het blijkt echter dat de nieuwe rekenkunde precies hetzelfde resultaat oplevert dan de oude. De uitslag doorgerekend met het systeem D’Hondt zou tot precies dezelfde zetelverdeling leiden.
De uitslag van de verkiezingen in Brussel is wel verschillend van de uitslag in Vlaanderen. In Brussel is het kartel CD&V/N-VA slechts de vierde partij, terwijl het in Vlaanderen de grootste is. In tegenstelling tot in andere kiesomschrijvingen heeft de Brusselse CD&V niet vernieuwd. De eerste drie plaatsen van de lijst werden ingenomen door Jos Chabert, Brigitte Grouwels en Walter Vandenbossche. De twee paarse kartels zijn, net als in Vlaanderen, aan elkaar gewaagd, met een lichte voorsprong voor VLD-Vivant. Dankzij de opgemerkte entree van Pascal Smet en ondanks de weerstand van enkele oudgedienden in de sp.a-Brussel, is de uitslag van het links kartel in Brussel goed te noemen. In 2003, bij de Senaatsverkiezing, kon sp.a-spirit 10.759 Brusselaars overtuigen met de nationale lijst. Toen goed voor 18,5% van de kiezers. In 2004 werden 11.052 kiezers overtuigd, goed voor 17,7% van de stemmen.
De grote verschuiving in Brussel ligt echter in de enorme winst van de PS en het verlies van de MR. Vergeleken met de Gewestverkiezingen van 1999 gaat de PS er bijna 15% op vooruit, van 18,7% in de Franse taalgroep naar 33,4%. De MR verliest bijna 8% van 40% in 1999 naar 32,5% in 2004. De strijd tussen beide wordt gesymboliseerd door het gevecht om de voorkeurstemmen tussen Charles Piqué (59.216) en Jacques Simonet (36.832). De PS heeft nu 26 van de 72 Franstalige zetels. De CDH heeft een mooie winst gemaakt van bijna 5% om nu uit te komen bij 10 zetels. Roomsrood heeft daarmee precies de helft van het aantal zetels. Ecolo verliest bijna 12% maar behoudt toch 7 zetels. Het is absoluut niet zeker dat de paarse coalitie in Brussel behouden blijft. Picqué meldde erg snel na het bekend worden van de resultaten dat hij toch een ‘homogener’ beleid nastreeft. In elk geval komt er een nieuwe Minister-President en wellicht een nieuwe coalitie in Brussel. Veel hangt wellicht af van de coalitie die tot stand komt in de Waalse Gewestraad maar ook daar heeft Rooms-Rood-Groen een meerderheid van 51 zetels van de 75.
De RTBF heeft tijdens haar verkiezingsshow ruim aandacht besteed aan de uitslagen in Vlaanderen. De VRT had - zoals we gewoon zijn - geen zendtijd over voor de uitslag in Wallonië en besteedde zo weinig mogelijk tijd aan Brussel. Het lijkt nochtans denkbaar dat Di Rupo en Piqué met erg interessante constructies aan de slag zijn.

Koen Pelleriaux
Redactielid - Docent sociologie verbonden aan de Universiteit Antwerpen

verkiezingen - Brussel

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 6 (juni), pagina 26 tot 28