Log in

'De zeepbel van de Amerikaanse macht. Over de rol van Amerika in de wereld'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 8 (oktober), pagina 50 tot 52

De zeepbel van de Amerikaanse macht. Over de rol van Amerika in de wereld

George Soros
Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2004

George Soros, het blijft een merkwaardig fenomeen. Het is intrigerend hoe deze erg omstreden financiële speculant met zijn doordacht centrumlinks discours in brede kring respect afdwingt. Deze auteur van een paar bestsellers over internationale economie en politiek wordt al jaren wereldwijd gevraagd voor lezingen en TV-optredens. Soros heeft een stuk van zijn legitimiteit te danken aan het netwerk van Open Society Foundations dat hij oprichtte. Dit is een internationaal netwerk van stichtingen die werken aan de ondermijning van dictaturen en de promotie van democratische veranderingsprocessen. Op het einde van de jaren 1990 trok Soros ten strijde tegen het ‘marktfundamentalisme’, de ideologie die aan de basis ligt van de neoliberale mondialisering en financiële crisissen, ook al deed Soros bij dit laatste fenomeen zelf zijn duit in het zakje; zijn rationele redenering luidt echter dat als hij niet speculeert, een andere wel zijn plaats zal innemen. Ditmaal is het streven naar Amerikaanse suprematie door de regering-Bush jr. aan de beurt.

In zekere zin is dit boekje een verkiezingspamflet. Soros wil zijn Amerikaanse lezers overtuigen om bij de komende presidentsverkiezingen Bush weg te stemmen. Hoewel Soros verklaart dat hij de afgelopen jaren zowel voor de Republikeinen als Democraten sympathie kon opbrengen (met een lichte voorkeur voor de Democraten), is zijn standpunt nu veel uitgesprokener. Bush moet weg, omdat hij een gevaar is voor de wereld en voor de belangen van de Verenigde Staten zelf. George Soros deelt de analyse van velen dat het buitenlandse beleid van de VS is overgenomen door een gevaarlijke kliek van neoconservatieven. Hun machtsgreep was het resultaat van een samenvloeiing van marktfundamentalisme en religieus fundamentalisme die binnen de Republikeinse partij al een tijdje in de maak was. In tegenstelling tot de Clinton-administratie vertrekken Bush en zijn trawanten van een grove vorm van sociaal darwinisme. De wereld is een levensgevaarlijke omgeving en het komt erop aan als de meest geschikte te overleven, waarbij de nadruk veel meer ligt op strijd dan op samenwerking. Net als Bin Laden ontrollen deze neoconservatieven nu een masterplan om hun utopie in praktijk te brengen. Petroleum- en andere economische belangen spelen hierin zeker een rol, maar er is meer, er is ook een ideologisch component. Zoals Joseph Nye in zijn The paradox of American power (2002) het hem al voordeed, onderstreept Soros dat Bush’ eigengereide optreden de machtspositie van de VS in de wereld niet doet toenemen, maar juist doet afkalven. Niet alleen vertroebelen de relaties met belangrijke traditionele bondgenoten, de Amerikanen halen zich ook allerlei extra kosten en risico’s op de hals. Net als Nye pleit Soros voor multilateralisme en een groter Amerikaans engagement bij de aanpak van mondiale problemen, waarvan de strijd tegen het terrorisme er maar één is.

De aanslagen van 11 september 2001 waren voor Soros het kantelmoment. Daarvoor maakten de neoconservatieven ook al plannen, maar het politieke klimaat was er nog niet naar, en minister van buitenlandse zaken Colin Powell leek Amerika op een tamelijk gematigde koers te houden. De aanslagen haalden de geest evenwel uit de fles. Volgens een naar eigen zeggen vergezochte vergelijking zit de zeepbel hem hierin dat net zoals een irrationele beurshausse, de Bush-administratie in een eigen dynamische opbouw verstrikt is geraakt, die vroeg of laat op een harde landing kan eindigen. Soros maakt zich, zoals veel progressieve intellectuelen, druk over wat hij de misperceptie van 11 september noemt. Voor hem moest de zaak gezien worden als politiewerk, niet als legitimering voor een ware ‘oorlog tegen het terrorisme.’ Tussendoor stelt hij de vraag of het soort biologische en chemische wapens die terroristen mogelijks aan het ontwikkelen zijn, als ‘massavernietigingswapens’ kunnen worden bestempeld. Het gevolg van de massahysterie is niet alleen een gespannen internationale toestand, maar ook aftakeling van de ‘open samenleving’ in Sorosiaanse zin die de VS tot voor kort waren, eveneens een gekende bekommernis van progressieven en burgerrechtenactivisten. Soros droomt ervan dat de VS terug de rol zouden opnemen van promotor van open, democratische samenlevingen langs geweldloze weg, waarbij hij op een uitgebreide manier het nu eens subversieve, dan weer constructieve werk van zijn stichtingen op het vlak van conflictpreventie, vorming, advies, e.d. als voorbeeld naar voren schuift. Wat de huidige toestand in Irak betreft, pleit Soros voor een hoofdrol voor de VN, waarbij - en dat is een interessant denkspoor - de coalitietroepen het leeuwendeel van het lastige werk van deze VN-operatie op zich nemen. Om te besluiten: de kerngedachten in dit boekje zijn interessant, maar waren elders ook reeds te lezen. Bovendien blijft Soros tamelijk oppervlakkig en pamflettair, en mist het werk de politiek-wetenschappelijke onderbouwing die anderen wel aan de dag legden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 8 (oktober), pagina 50 tot 52