Log in

'Gelukkig en zinvol ouder worden. Positief omgaan met psychische problemen op oudere leeftijd'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 8 (oktober), pagina 52

Gelukkig en zinvol ouder worden. Positief omgaan met psychische problemen op oudere leeftijd

dr. Tony Swinnen
Lannoo, Tielt, 2004

Dit boekje van huisarts Tony Swinnen is gegroeid uit persoonlijke ervaringen: reacties na lezingen, gesprekken met patiënten, … Het pleit voor een veel positievere benadering van de vergrijzing. Mensen leven veel langer dan vroeger en mensen hebben vooral een veel langere postactieve fase. We beseffen echter te weinig dat dit een behoorlijk lange periode is die we zeer nuttig, zinvol en daardoor gelukkig kunnen doorbrengen.

Tony Swinnen wijst ons op het belang dat ouderen nog hebben in deze maatschappij, op de plaats die ze verdienen in deze samenleving. ‘Een ploegwedstrijd haalt zijn sterkte uit de onderlinge samenhorigheid van het hele team’(p.9). We leiden dit ook af uit het pleidooi voor een ‘gemeenschap waar alle generaties zich thuis voelen’(p.24).

Uiteraard brengt het ouder worden heel wat tekorten en belemmeringen met zich mee, maar we mogen vooral ook de capaciteiten van de ouderen niet uit het oog verliezen. Ze verdienen meer waardering voor hun kennis, (levens)ervaring, hun inzicht, … ‘Ouderen kunnen nog heel wat bij brengen aan de huidige ontwikkeling van de maatschappij’ (p.101).

Het boekje breekt dan ook een lans voor de strijd tegen isolement en vereenzaming en pleit meermaals voor meer solidariteit en meer sociale, onderlinge contacten. De uitspraak van Steve Stevaert dat we niet per se dagen moeten toevoegen aan het leven, maar wel leven aan de dagen, wordt ook mooi aangevuld met de oneliner dat we te kort leven en te lang sterven. Het gevolg is dan een terecht pleidooi voor een meer prominente plaats voor de senioren in onze samenleving. Dit kan in het verenigingsleven, door bij te klussen, …
Op pagina 116 lezen we de kern van de boodschap die het boekje wil meegeven, namelijk dat we ouderen zullen moeten kunnen overtuigen van het feit dat de kalenderleeftijd geen aanduiding is voor een progressieve vermindering van de mogelijkheden. Hoeveel hoor je immers niet zeggen ‘ik kan dat niet meer, ik ben al 60 hoor.’ Mensen zijn zich veel te weinig bewust van wat ze nog allemaal kunnen, maar tegelijk worden ze ook veel te weinig gestimuleerd om hun capaciteiten zinvol in te zetten. ‘Men is nog teveel blijven steken in het beeld van ongeveer een eeuw geleden, toen inderdaad de lichamelijke toestand van een 50-jarige het beeld gaf van een 70- of 80-jarige nu’ (p.121).

De uitgangspunten en de boodschap van de heer Swinnen zijn zeer correct en zeer belangrijk. Zeker in een tijd waarin veel te veel wordt gezegd dat de vergrijzing een probleem is. Met zulke uitspraken doen we eigenlijk onrecht aan de senioren. Helaas leest het boek wel niet altijd even vlot. Zo worden zinnen en paragrafen soms volledig herhaald en staan ze plompverloren tussen andere delen, worden spreuken verkeerd gebruikt en er staan zelfs een aantal foute beweringen in over bijvoorbeeld het Zilverfonds. Als je over deze zaken heen leest, is het boekje inhoudelijk toch best wel een aanrader.

Samenleving & Politiek, Jaargang 11, 2004, nr. 8 (oktober), pagina 52