Abonneer Log in

Segregatiepuzzel op de arbeidsmarkt

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 5 (mei), pagina 34 tot 36

Het begon met een ideetje: op de vooravond van 1 mei leek het interessant om voor de vrouwennieuwssite Divazine (www.divazine.be) personeelsadvertenties onder de loep te nemen. De Wet Gelijkheid Man-Vrouw verbiedt expliciete verwijzingen naar het geslacht. Hoe wordt hier anno 2005 mee omgegaan? Linguïstisch zijn die verwijzingen in het Nederlands soms moeilijk te vermijden, maar met een ‘(m/v)’ is dit euvel te omzeilen.
In april raadpleegde ik wekelijks de WIS-computer (VDAB) en zocht het - telefonisch undercover - steekproefgewijs uit. Het resultaat was verrassend.En toen pakte De Standaard ineens uit met de kantelpoorteninstallateur. Overdreven en aangedikt, klonk het al gauw. Of niet?

‘Vrouwen kunnen altijd koken’

Een interimkantoor te K. zoekt: ‘1 Keukenmeisje (m/v)’ voor een ‘leuke parttime job’. Wellicht kan de keukenhulp ook een gemotiveerde jongen met kooktalent zijn? ‘Neen’, luidt het, ‘dat bedrijf zoekt echt wel een dame. Want ze gaan ervan uit dat vrouwen altijd kunnen koken en mannen de job misschien maar voor even aannemen, om even iets te hebben.’ In de haven is er plaats voor ‘fruitsorteersters’ in een koelloods, via een interimkantoor te M. Het gaat misschien om een tikfout? ‘Neen, echt, het is alleen voor vrouwen’, bevestigt men aan de telefoon. ‘Het heeft echt geen zin om mannen voor die job naar de werkgever te sturen.’ Na een tiental telefoons blijkt dat we in ‘afwasster’ niet over de ‘st’ mogen lezen, een ‘inpakster’ geen inpakker en een ‘poetsvrouw’ nog altijd geen man is. Voor de vacature ‘Ernstige dame (m/v)’ doe ik de moeite niet meer.
Zou het ook omgekeerd zo zijn? In K. zoekt een interimkantoor voor een vuilnisophaler een ‘onderhoudsman (m/v)’. Die moet ‘bakken kuisen’, ‘muren ontsmetten’ en ‘voldoende kracht hebben om met een hogedrukreiniger te werken.’ Het klinkt als mannenwerk. ‘Nee, vrouwen zijn ook welkom, hoor!’ Let wel: ik moet er mijn huidige baan niet voor opzeggen, want het gaat slechts om een werfreserve voor de uitvallers. Maar van discriminatie geen sprake. Zo ook voor ‘parkeerwachters’ te L. En het goede nieuws: als ik met een heftruck kan rijden, kan ik ook als vrouw aan de slag voor een interimkantoor te M. Op het eerste gezicht lijkt er dus enkel voor mannen een soort cordon rond bepaalde sectoren te liggen, zeker voor de jobs ‘zonder studievereisten’.

Nederlands als moedertaal

Uiteraard ook voor allochtonen, die met een ‘zeer goede kennis van het Nederlands’ bijvoorbeeld niet als ‘paprikasorteerder’ aan de slag kunnen. Soms wordt voor dergelijke banen zelfs expliciet ‘het Nederlands als moedertaal’ vereist. Dit had de garagepoorteninstallateur niet op zijn bordje vermeld. Dat had hij beter wel gedaan. Want alle diversiteitscampagnes ten spijt, kunnen sollicitanten zich bij zulke eenduidige advertenties natuurlijk veel telefoons en onnodige verplaatsingen besparen. ‘We moeten een kat een kat noemen’, luidde het ook bij opleidingscentrum Atel te Antwerpen begin mei. ‘Als vrouwen met een hoofddoek geen kans maken op een job, moeten we hen geen opleiding laten volgen voor jobs zonder hoofddoek.’
‘Vijf keer meer allochtonen werkloos dan autochtonen’ staat op de voorpagina van De Morgen van 6 mei. En: ‘Het opleidingsniveau alleen is geen afdoende reden om de enorme kloof te verklaren.’ Neen, dat spreekt vanzelf. Zelfs allochtonen met een getuigschrift voor een knelpuntberoep hebben de grootste moeite om werk te vinden, werd onlangs door de VDAB bevestigd.

Bolkestein

Maar hoe krijg je vat op een schimmige massa bevooroordeelde werkgevers in een jojo-conjunctuur? Het lijkt een onmogelijke opdracht. De garagepoortenman reageerde uit het Vlaamse Buikgevoel van ‘eigen volk eerst’. Dankjewel, Vlaams Belang, om dit soort sentimenten mantragewijs te onderbouwen tot men er zich niet meer voor schaamt om ze voor de camera te belijden. Maar dat begon al bij de eerste zwarte zondag. Dat is één stuk van de puzzel. Daarnaast gaat het ook om de goedkoopste krachten. Laten we vooral de hallucinante Bolkestein-historie niet vergeten. Hij trok aan de alarmbel omdat hij geen vaklui vond voor zijn Noord-Franse buitenverblijf, terwijl de halve streek langdurig werkloos was. Het tweede stuk dus: de verregaande arrogantie van sommige werkgevers in een periode van laagconjunctuur.

‘Geen studievereisten’

En toch: ‘een op drie jobaanbiedingen voor laagst geschoolden’, stond in De Standaard van 7 mei. Jobs waarvoor noch ervaring noch meertaligheid vereist was - 1 op 3 jobs zouden openstaan voor mensen zonder enig diploma. ‘Deze cijfers staan in contrast met de wijdverbreide opvatting dat bedrijven hun jobvereisten almaar hoger leggen’, aldus De Standaard. Het zijn krasse cijfers. Maar een bezoek aan tabellensite arvastat.vdab.be leert meteen dat de interimbanen hierin niet zijn opgenomen. En er wordt evenmin vermeld voor hoeveel van deze banen de sollicitant over eigen vervoer moet beschikken, hoeveel banen voltijds zijn en welke flexibiliteit er verwacht werd. Als laaggeschoolde werkzoekende zonder ervaring beschik je meestal niet over een auto, om maar iets te noemen. En of je met een deeltijdse interim het geld bijeen kan schrapen om je er een te permitteren, is de volgende vraag.
Een voorbeeld (9 mei 2005):

En wat betekent zonder diploma? Doe de test: als u ‘geen studievereisten’ intikt, krijgt u ook interimaanbiedingen als:

Of nog gedetailleerder - maar een interim met de veelbelovende optie op ‘vast werk’:

Mensen met/zonder papieren

Anderzijds verdwijnen opleidingsmiddelen soms gewoon over de grens. Een voorbeeld: een jonge kandidaat-vluchteling volgt Nederlands, socio-culturele integratie en een VDAB-cursus. Dan krijgt deze kandidaat-vluchteling, kersvers omgeschoold en uiterst werkwillig lasser, zijn uitwijzingsbevel. Hij duikt onder en vindt nog net de middelen om de grens over te trekken. Dat is aardig meegenomen voor een werkgever in het buurland, of in geval van repatriëring, voor het thuisland - waar men net op zoek is naar een voorbeeldige opgeleide lasser. Maar een sneu verlies voor onze kant. Mensen zonder papieren - maar met waardevolle getuigschriften, we kunnen ze beter hier houden. Het voorbeeld is geen uitzondering. Hetzelfde gebeurt trouwens in Nederland. Anderzijds werkt de (tijdelijke) oranje arbeidskaart afschrikkend: als je werknemer elk ogenblik kan ‘verdwijnen’, denk je daar als werkgever op zijn minst twee keer over na, voor je hem of haar in dienst neemt.

Conclusie

Een bewustwordingscampagne tegen het stereotiepe hokjesdenken man/vrouw of wit/zwart lijkt nog steeds of zelfs méér dan ooit nodig te zijn. Ook voor vrouwen en meisjes zelf, die misschien een heftruckopleiding in overweging kunnen nemen om uit een klassiek arbeidscircuit te geraken, maar zeker voor werkgevers. Dat één op vijf miljoen Vlamingen Vlaams Belang stemt, is geen reden om mensen met een andere huidskleur enkel voor onzichtbare klussen aan te nemen. Als er tanks gereinigd moeten worden, zal je huidskleur bijvoorbeeld nooit een rol spelen. Zolang niet alle vacatures geslachts- en huidskleurneutraal zijn, vormt de arbeidsmarkt een onnodig ingewikkelde puzzel. Verder lijkt voor arbeidsbemiddelaars, interimkantoren, vakbonden en overheid een taak weggelegd: zij kunnen werkgevers op al te onrealistische eisen en arbeidsvoorwaarden wijzen. Utopisch? Of uit noodzaak? Het gaat tenslotte om een win-winsituatie voor alle partijen. Met de gesubsidieerde sociale economie, hoe goedbedoeld ook, kunnen we immers niet de volledige werkloosheid bij laaggeschoolden opvangen. Ondertussen is het dus beleidsmatig verstandig om liberale ‘noodkreten’ om invoer van arbeidskrachten nog even te negeren en in dit land zelf iedereen aan het werk te krijgen - mannen én vrouwen, Belgen en allochtonen, én asielzoekers.

Claudia Gaspard
Lic. Vertaler - redactrice Divazine - verbonden aan deeltijds leren, tweedekansonderwijs, NT2 en afstandsonderwijs

gelijke kansen - discriminatie - tewerkstelling

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 5 (mei), pagina 34 tot 36