Log in

'Extreemrechts in Vlaanderen en Wallonië. Het verschil'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 8 (oktober), pagina 52 tot 53

Extreemrechts in Vlaanderen en Wallonië. Het verschil

Hilde Coffé
Roularta Books, Roeselare, 2005

Voor wie vergelijkend politicologisch onderzoek wil doen is België de ideale case. In één land vindt men twee partijsystemen, een veelheid aan politieke niveaus (Europees, federaal, regionaal, provinciaal, lokaal, en in enkele steden zelfs sublokaal), en een ongekend groot aantal politieke partijen. Dit maakt het mogelijk om onder gelijke condities (bijvoorbeeld gelijktijdige verkiezingen met identiek kiessysteem) comparatief onderzoek uit te voeren. Hilde Coffé maakt van deze mogelijkheid gebruik om de verschillende verklaringen voor het succes van extreemrechts op waarde te schatten. In Extreemrechts in Vlaanderen en Wallonie. Het Verschil zet Coffé het eclatante succes van het Vlaams Belang (voorheen Vlaams Blok) af tegen de povere resultaten van het Front National Belge. Haar boek, dat een herwerking is van haar in 2004 verdedigde doctoraat, illustreert dat politieke partijen veelal de entrepreneurs van hun welslagen zijn.

De analyse die Coffé maakt bestaat uit drie stappen. In een eerste deel stelt ze vast dat de voedingsbodem voor extreemrechts in Vlaanderen en Wallonie gelijk is. Coffé ontkracht op overtuigende wijze de mythe dat Walen toleranter zijn dan Vlamingen en laat zien dat de attitudes van Walen bij tijd en wijlen meer xenofoob en autoritair zijn dan die van de Vlamingen.
In een tweede deel toont Coffé aan dat het Vlaams Belang en het Front National echter niet op dezelfde wijze gebruik weten te maken van de gunstige voedingsbodem in beide landsdelen. Waar het Vlaams Belang door een goede organisatie, sterk leiderschap en een uitgewerkt programma de kiezer aan zich weet te binden, mist het Front National deze cruciale eigenschappen. Ondanks dat dit de meest plausibele verklaring is voor het verschil in succes tussen beide extreemrechtse partijen besteedt Coffé weinig aandacht aan de uitwerking van dit luik. Zowel de theoretische ondersteuning als feitelijke illustratie van haar argumenten overstijgt nauwelijks de basale kennis die van een politicoloog verwacht mag worden. Het is echter juist op dit terrein dat de huidige kennis over extreemrechts nog tekort schiet en Coffé laat dan ook jammerlijk de kans liggen om een wezenlijke bijdrage te leveren aan het wetenschappelijk debat over het fenomeen extreemrechts.

In een derde deel analyseert Coffé de politieke context waarin de twee extreemrechtse partijen functioneren en komt tot de conclusie dat er grote verschillen bestaan tussen Vlaanderen en Wallonie. Zo is er in Wallonië een ander partijsysteem dan in Vlaanderen als gevolg van verschillende politieke breuklijnen, is de ontzuiling in Wallonië verder gevorderd dan in Vlaanderen, kent Wallonië nog het klassieke dienstbetoon, verschillen de politieke cultuur en daarmee het type politicus hemelsbreed in de twee landsdelen, speelt regionalisme een prominentere rol in Vlaanderen dan in Wallonië, zijn de Waalse media kritischer voor het Front National dan haar Vlaamse collega’s voor het Vlaams Belang en geven de traditionele partijen in het noorden en het zuiden een verschillende invulling aan het cordon sanitaire. Coffé gaat echter niet zo ver deze verschillen expliciet te relateren aan het verschil in succes tussen het Vlaams Belang en het Front National. Deze terughoudendheid is gedeeltelijk terecht. Het is namelijk bijzonder moeilijk de causaliteit tussen de politieke context enerzijds en het succes van extreemrechts anderzijds vast te stellen. Mogelijkerwijs zijn veel politieke veranderingen in Vlaanderen juist het gevolg van de opkomst van het Vlaams Belang, eerder dan de oorzaak van het succes van deze partij.

Concluderend moet het oordeel zijn dat het boek van Coffé zeker een interessante bijdrage is aan de populair wetenschappelijk literatuur. Aangezien de populaire interesse voor extreemrechts in het algemeen, en het Vlaams Belang in het bijzonder, groot is zal het boek dan ook zeker veel gelezen worden (iets dat het boek zeker verdient). Helaas is haar wetenschappelijke analyse niet dusdanig ver doorgevoerd dat haar boek ook een belangrijke stap voorwaarts in de studie naar extreemrechts markeert. Hier komt nog bij dat de belangrijkste bijdrage uit de oorspronkelijke dissertatie van Coffé aan het debat over het succes van extreemrechts verloren is gegaan in dit boek. Aangezien deze de lezer van Samenleving en politiek niet onthouden mag worden zal deze hier kort worden weergegeven.

In haar dissertatie stelt Coffé, zowel op theoretische als op empirische gronden, vast dat de factoren die de initiële doorbraak van een extreemrechtse partij verklaren niet dezelfde zijn als de factoren die aan de basis liggen van een langdurig succes (de zogenaamde persistentie van een extreemrechtse partij). Hier ligt dan ook meteen het grootste verschil tussen het Vlaams Belang en het Front National. Waar de eerste partij structureel succes heeft weten te behalen, is het succes van het Front National slechts incidenteel gebleven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 8 (oktober), pagina 52 tot 53