Abonneer Log in

Weg met de bezweringsformules

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 bijlage (december), pagina 33 tot 35

Wie in de eerste alinea van een discussietekst meteen Ghandi citeert - ‘er is genoeg voor iedereen, maar niet voor ieders hebzucht’- én de Franse vliegenier/schrijver Antoine de Saint-Exupéry parafraseert - ‘in het besef dat we de aarde slechts te leen hebben van de toekomstige generaties’-, schept grote verwachtingen bij de lezers.

Dit moet wel een partij zijn die duurzaamheid, milieu en natuur tot in het diepst van haar vezels heeft opgenomen in haar denken en handelen. Dit kan niet anders dan een partij zijn die maximaal belang hecht aan de balans tussen groei en milieu. Na het lezen van de gehele tekst blijft diezelfde lezer echter met een groot vraagteken achter. Jazeker, dit zóu best wel eens de voorbereidende tekst voor een nieuwe beginselverklaring van die groenrode partij kunnen zijn. Dit zóu inderdaad de discussietekst kunnen zijn van een partij die niet zonder meer streeft naar groei, maar daarin selectief wil zijn, omwille van het milieu en andere ‘zachte belangen’. Maar zeker weten doet de lezer het niet. Hij blijft in verwarring achter. Afgezien van de eerste alinea, wordt nergens duidelijk welke expliciete keuzes de sp.a wil maken om het ‘besef dat we de aarde slechts te leen hebben van de toekomstige generaties’ ook daadwerkelijk vorm te geven in de concrete politiek. Milieu komt slechts eenmaal echt aan de orde. Onder het kopje ‘vooruitgang’ wordt gesteld dat technologie moet worden ingezet ten behoeve van het milieu. Zo kennen we de socialisten weer. Onverwoestbaar vooruitgangsoptimisme, en technologie redt ons uit het dilemma tussen groei en milieu. Van Saint-Exupéry weet ik het niet zeker, maar Ghandi bedoelde echt iets anders toen hij stelde dat er genoeg was voor iedereen, maar niet voor ieders hebzucht.
Zouden de opstellers van de discussietekst hebben gemeend dat het benadrukken van de duurzaamheidsgedachte in de eerste alinea wel voldoende invulling gaf aan het groene aspect van de partij? Of bleken er bij uitwerking van de uitgangspunten toch allerlei vervelende conflicten met andere wensen en bleef het daarom achterwege? Het wordt niet duidelijk. En dat is jammer. Want op deze manier wordt een expliciete kans gemist om meerdere idealen, waaronder welvaart én duurzaamheid, echt zichtbaar te verenigen. En dat is toch waar het bij een dergelijke tekst in beginsel allemaal om te doen is. Bovendien laten de socialisten zo een gapend electoraal gat open voor de Groenen. Niet onoverkomelijk en niet de eerste zorg van de schrijvers van een discussietekst, maar toch. Leuk is anders. En het is ook niet nodig.
Eerlijk is eerlijk. Door het bij de mooie voornemens te laten en niet te expliciteren welke keuzes daarvoor gemaakt moeten worden, blijft de tekst dicht bij de sociaaldemocratische traditie, waarin de concrete confrontatie tussen milieu en economie zoveel mogelijk wordt vermeden. Dat is natuurlijk niet zo gek voor een politieke stroming die doordrenkt is van het klassieke vooruitgangsdenken en daarin liever niet gehinderd wil worden door lastige belemmeringen. Daarom omhelzen we liever bezweringsformules die, als ze al niet door sociaaldemocraten zijn bedacht (was Ghandi een sociaaldemocraat?), toch zeker door sociaaldemocraten worden omhelsd. Als er een magische formulering is die ons een uitweg kan bieden uit het dilemma tussen onbelemmerde groei van de welvaart en onherstelbare schade aan het milieu, dan zijn we er als de kippen bij. Maar is dat ontwijkgedrag verstandig? Het antwoord laat zich raden.
De echte vraag blijf zo immers onbeantwoord. Ook in deze discussietekst. Hoe combineren we een duurzame wereld met een groeiend welvaartsniveau? Wellicht menen de opstellers van de tekst dat de verwijzing naar de inzet van technologie afdoende soelaas biedt om dit dilemma tussen groei en economie te omzeilen. Met technologie is het immers ook gelukt om rivieren en binnensteden schoner te krijgen, terwijl tegelijkertijd een spectaculaire economische groei werd gerealiseerd. Het is het rotsvaste geloof in technologische vooruitgang waar menig sociaaldemocraat, ook ondergetekende, zich graag aan vasthoudt. Dat geloof is deels terecht, zie de resultaten uit het verleden, en is zelfs vastgelegd in officiële theorieën, waarin de relatie tussen materiële welvaart en de milieuvervuiling een omgekeerde U-curve vertoont. Deze zogenaamde Ecologische Kuznets Curve, volgens welke de milieuvervuiling eerst stijgt met het inkomen, maar na een bepaald omslagpunt juist gaat dalen, leek een decennium geleden bevestigd te worden door de schoner wordende rivieren in het snel rijker wordende Europa. De laatste jaren wankelt de Ecologische Kuznets Curve echter, vooral omdat juist de mondiale milieuvervuiling - klimaatverandering, ontbossing, verwoestijning - zich niet volgens deze curve gedraagt. Milieu-innovatie, als brug tussen milieu en economie, schiet voor deze problemen tekort. De rotsvaste relatie tussen bijvoorbeeld energiegebruik en bruto nationaal product is slechts te doorbreken met maatregelen die ook zelf de economie beïnvloeden. Een hoge prijs op de uitstoot van het broeikasgas CO2 heeft directe invloed op de energieprijzen, die op hun beurt een directe relatie hebben met de economische groei. Het streven naar minder uitstoot van broeikasgassen leidt dan tevens tot een lagere groei. Daar zijn immers technologieën en systemen voor nodig die structureel duurder zijn dan de huidige vervuilende. Duurzame energie ontwikkelt zich bijvoorbeeld snel, maar zal nooit in staat zijn op kostprijs te concurreren met kolen en olie. Wie echt een duurzame energiehuishouding wil zal rekening moeten houden met structureel hogere prijzen voor energie en daarmee met een - in eerste instantie - lagere economische groei. Ziedaar de werkelijke invulling van het concept van duurzame ontwikkeling.
Streeft de sp.a in haar discussietekst naar een zo hoog mogelijke economische groei en maakt ze daarmee duurzame ontwikkeling onmogelijk? Niet expliciet, maar door er niets over te zeggen, laat ze veel vragen open over haar werkelijke intenties op dit gebied. De huidige praktijk, waarin ook de sp.a functioneert, leunt immers sterk op een hoge economische groei als oplossing van veel maatschappelijke vraagstukken. Ook wij zoeken de oplossingen van de snel oplopende werkloosheid of de benodigde investeringen in onderwijs vooral in ‘meer economische groei’. Ook de sp.a verzet zich bijvoorbeeld niet tegen de Europese Lissabon-agenda die vooral is gericht op maximering van de economische groei op dit continent. Het is ook verleidelijk. Ons ideaal van verdeling van welvaart laat zich nu eenmaal het makkelijkst verwezenlijken via de weg van extra welvaart. Wie de koek groter maakt hoeft niets af te pakken van de één om de ander meer te geven.
Maar de koek kan straks niet groter. Onze aarde kent zijn grenzen en op een aantal terreinen (klimaatverandering, zoetwaterhuishouding) komen die grenzen in zicht. Het Millennium Ecosystem Assesment, het meest omvangrijke onderzoek naar de toestand van planeet Aarde tot nu toe, laat zien dat we in snel tempo de voor onze beschaving meest vitale ecosystemen te gronde richten. Natuurlijk is er - met de inzet van technologie - nog wel ruimte voor groei, maar die ruimte komt ons niet in eerste instantie toe. Ze zal voor een groot gedeelte worden ingenomen door de mensen uit Zuid-Amerika, Afrika en Azië waar het welvaartsniveau nog ver onder dat van ons ligt. Die eerlijke verdeling is óók een van onze idealen zoals expliciet benoemd in de discussietekst. Het is frappant dat de tekst op het punt van mondiale armoede en de oneerlijke verdeling wel een groot gevoel van urgentie aan de dag legt, terwijl ze dit op het punt van milieuvervuiling niet doet.
De expliciete benoeming van een eerlijke verdeling, die de opstellers van de discussietekst niet slechts tot de eerste alinea beperken maar talloze malen benadrukken, biedt echter wel veel hoop voor verbetering op het punt van duurzaamheid. De sp.a durft op dit punt immers veel harder dan vele van haar zusterpartijen, waaronder de mijne, afstand te nemen van de neoliberale consensus in Europa. Waar veel sociaaldemocratische partijen kiezen voor het bijbuigen van de neoliberale koers, en daarmee nog steeds min of meer blijven hangen op de ‘derde weg’, is de sp.a-tekst een stuk offensiever over de noodzaak tot het beteugelen van de vrije markt. Een voorbeeld: waar de Nederlandse PvdA in haar beginselmanifest over de scheiding tussen publieke en private dienstverlening een uiterst gematigde pragmatische koers vaart - het maakt niet uit of markt of overheid een publieke dienst aanbiedt, de keuze moet vallen op degene die de uitvoering het best ter hand kan nemen - kiest de sp.a er onomwonden voor om een fors aantal diensten - energie, gezondheid, openbaar vervoer - in hoofdzaak in overheidshanden te houden. Waar andere sociaaldemocratische groeperingen worstelen met het dilemma tussen gelijkheid en vrijheid, kiest de sp.a onomwonden voor gelijkheid, als voorwaarde voor vrijheid. Het moet voor een partij die bereid is zover te gaan om marktmechanismen te beteugelen en essentiële onderdelen van de maatschappij in gemeenschapshanden te houden, een koud kunstje zijn om de mooie citaten van Ghandi en Saint-Exupéry uit de eerste alinea, ook daadwerkelijk door te voeren in een aantal passages in de tekst.
En het kan ook! Het is mogelijk om de economische, sociale en ecologische componenten van onze samenleving in evenwicht te houden. Concreet: het is mogelijk om een ruimhartig sociaal systeem te combineren met een lage werkloosheid, gezonde overheidsfinanciën en afnemende milieuvervuiling. Mits de overheid bereid is om daartoe de juiste ingrepen in de markt te plegen. Diverse grote Europese scenariostudies tonen dit kraakhelder aan. In die constatering schuilt ook de kracht van de sociaaldemocratische beweging. Onze idealen zijn te verwezenlijken. Er is geen enkele reden om daar geheimzinnig over te doen. Neem dus nog even de pen ter hand en voeg onder de alinea’s ‘Grenzen aan de markt’ en ‘Globalisering’ nog een passage ‘naar een duurzame toekomst’ toe, waarin de ingrediënten van een duurzame politiek uit de doeken wordt gedaan. De kern van deze alinea zou kunnen zijn dat de sp.a bereid is om in te grijpen in de markt en economische automatismen om een duurzame toekomst veilig te stellen. De sp.a heeft in haar discussietekst zo duidelijk laten zien dat ze daartoe bereid is, dat ik er niet aan twijfel dat dit ook op het punt van duurzaamheid het geval zal zijn. Ghandi en Saint-Exupéry kunnen dan alsnog tevreden zijn.

Diederik Samsom
Lid Tweede Kamer PvdA

ideologisch congres sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 10 bijlage (december), pagina 33 tot 35