Log in

Kinderen (met of zonder papieren) hebben recht op goed onderwijs

Mijn nieuwjaarswens is er een voor de kinderen van de Antwerpse Seefhoek. Ik ken die kinderen een beetje - als onderwijzeres heb ik er dagelijks mee te maken. De Seefhoek is, zoals bekend, niet echt een geprivilegieerde wijk. En wat ik de kinderen van de Seefhoek toewens is wat ik alle kinderen toewens: gelijke kansen op een duurzame toekomst.

Ons onderwijs slaagt er tot op de dag van vandaag niet in kinderen uit de vicieuze cirkel van kansarmoede te halen. Eén op vier (kans)arme kinderen komt terecht in het buitengewoon onderwijs. 85 procent van alle leerlingen in het beroepssecundair onderwijs komt uit een lager sociaaleconomisch milieu. Zijn die allemaal te dom voor het algemeen secundair of het technisch onderwijs? Nee, ze zijn te arm.
Scholen zijn een onderdeel van een samenleving die door ongelijkheid gekenmerkt wordt. Ze weerspiegelen die ongelijkheid en blijken de tweedeling in de samenleving vaak te bestendigen. Scholen functioneren zo niet als hefboom maar als slagboom.
Kansarme kinderen zijn niet per definitie allochtone kinderen. Maar ook allochtone kinderen komen vaak gehandicapt aan de start: dat heeft met taalachterstand te maken, maar ook met hun gezinssituatie en de socio-professionele status van hun ouders. Het aantal niet-Belgische zittenblijvers is op de basisschool drie tot vier keer hoger dan het aantal Belgische. Amper 13 procent van de allochtone kinderen zet de stap naar het ASO. Allochtone leerlingen worden vaker doorverwezen naar het BSO (60 procent allochtone leerlingen in de tweede en de derde graad) en naar het buitengewoon onderwijs.
Het zijn treurige cijfers, die de noodzaak van een echt gelijkekansenbeleid onderstrepen. Er worden op dat vlak in Antwerpen serieuze inspanningen gedaan. Maar het gelijkekansenbeleid zoals we dat vandaag kennen sorteert een paar perverse neveneffecten. Scholen die investeren in het ontwikkelen van een zorgbeleid, in onderwijsvernieuwing op maat van een divers en veelkleurig publiek, schieten in hun eigen voet. Ze blijken vrijwel uitsluitend kinderen aan te trekken die nood hebben aan een speciale aanpak en moeten vervolgens constateren dat de draagkracht van het schoolteam daar niet is op berekend.
In de Antwerpse binnenstad spreekt amper 40 procent van alle leerlingen thuis Nederlands. Dat schept specifieke problemen, die een stad als Antwerpen niet in zijn eentje kan oplossen.
Laat ik mijn nieuwjaarswens voor de kinderen van de Seefhoek politiek vertalen: er is nood aan een apart decreet voor het grootstedelijk onderwijs dat concentratiescholen meer middelen geeft. Sommige Antwerpse scholen werken met kinderen van meer dan veertig verschillende nationaliteiten. Wil je deze kinderen in het Nederlands lesgeven, dan zul je over dezelfde middelen moeten beschikken als de scholen in Brussel die vandaag al een aparte ‘aanwendingscoëfficiënt’ toegewezen krijgen. In mensentaal betekent dat: meer leerkrachten en, bijvoorbeeld, kleinere klasjes. Alleen op die manier kunnen concentratiescholen hun onderwijs zo organiseren dat elke leerling aan zijn trekken komt. Pas dan worden begeleiding en ondersteuning van zwakkere leerlingen tijdens de lessen echt mogelijk, zoals dat nu in het buitengewoon onderwijs ook al kan. Kinderen die een achterstand hebben, zijn daarom niet achterlijk - maar aan die achterstand moet wel iets worden gedaan.

Een groep kinderen waar ik in 2006 extra aandacht voor wil vragen zijn de kinderen zonder papieren. Ik vraag minister Dewael ervoor te zorgen dat in 2006 geen enkel kind tijdens het schooljaar wordt opgesloten of uitgewezen. Een humaan asielbeleid neemt kinderen het recht op onderwijs niet af. De schoolsituatie zou uitdrukkelijk als criterium moeten worden opgenomen in de procedure met betrekking tot verblijfsvergunning, maar ook en vooral in de afwikkeling van de uitwijzing. De prestatiemaatschappij waarin wij altijd tijd tekort komen voor mensen die ons nauw aan het hart liggen, zorgt dat we al helemaal geen tijd hebben om verder te kijken naar de mensen die we niet kennen. Maar de acties die door schoolkinderen op touw worden gezet wanneer een vriendje plots uit hun klas wordt geplukt, zijn hartverwarmend en stemmen mij hoopvol.

2005 was het jaar van een eenzijdig generatiepact. Als ik voor 2006 nóg een wens mag uiten, zou het deze kunnen zijn: dat het middenveld de strijd niet opgeeft om tot een evenwichtiger generatiepact te komen. Een pact dat niet alleen regelt hoe lang we moeten werken, maar vooral hoe we het werk verdelen en welke de kwaliteit van ons leven is terwijl we werken. Als jonge moeder ben ik constant op zoek naar de ideale manier om gezin en werk te combineren. Ik lig niet wakker van de vraag of ik tot 2036 dan wel tot 2038 of 2041 zal kunnen, moeten of willen werken. Wel vraag ik me af hoe ik hier en nu mijn tijd kan verdelen tussen al wat me lief is en al wat ik moet en wil doen. Ik vraag me af hoe ik genoeg tijd zal kunnen vrijmaken voor mijn zoontje en mijn man, of hoe ik voor mijn ouders zou kunnen zorgen, als dat ooit nodig zou zijn. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat ik alles ga uitbesteden via bijvoorbeeld dienstencheques en als de een of andere e-mama vanachter een computer mijn gezinsleven run. Ik ben ervan overtuigd dat mijn generatie best langer wil werken als ze weet dat ze niet leeft om te werken, maar werkt om te leven.

2006 is opnieuw een verkiezingsjaar. De zoveelste immens belangrijke verkiezingen in mijn nochtans korte politieke loopbaan. Nu we toch goede voornemens aan het maken zijn: voor de verkiezingscampagne echt losbarst, zou ik de progressieve partijen in Antwerpen willen oproepen om zich niet van vijand te vergissen. Er zijn goede redenen om afzonderlijk naar de kiezer te gaan. Maar laat ons niet proberen elkaar vliegen af te vangen.
De inzet is: een stad die echte groene keuzes durft te maken, waarbij de kwaliteit van leven het uitgangspunt is. Een stad dus waarin kinderen gezond en plezierig kunnen opgroeien. Een verdraagzame stad. Een verkeersveilige, verkeersarme stad waarin voldoende ruimte is voor alle bewoners. Kortom, een stad om van te houden.

Freya Piryns 1 ** **
Gemeenteraadslid Groen! Antwerpen

Noot
1/ Freya Piryns (29) is gemeenteraadslid in Antwerpen sinds 2000 en staat bij Groen! op de derde plaats voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Ze werkt in De Pijl, een multiculturele school in Antwerpen-Noord.

nieuwjaarsbrief - onderwijs

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 21 tot 22