Log in

'Het recht van de rijkste. Hebben andersglobalisten gelijk?'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 54 tot 55

Het recht van de rijkste. Hebben andersglobalisten gelijk?

John Vandaele
Houtekiet, Antwerpen, 2005

John Vandaele, een journalist die al langer zijn sporen verdiend heeft als het over wereldaangelegenheden gaat, heeft een kleine encyclopedie geschreven, namelijk van de internationale instellingen WTO, IAO, IMF en VN. Omdat hij er ook een mondiale instelling over milieu bij wou, is er een hoofdstuk over het secretariaat van de VN-klimaatconferentie. Het zijn de instellingen die, bij gebrek aan een echte wereldregering, de wereld min of meer dirigeren. Het is een monnikenwerk geweest, neem ik aan. Want wat er bestaat aan wereldbestuur is inderdaad nogal ondoorzichtig. Ze zijn om te beginnen niet democratisch verkozen. Het zijn in de strikte zin van het woord niet eens politieke instellingen. En toch vormen ze wel degelijk een soort bestuur, bepalen ze mee in welke richting de wereld evolueert. Telkens stelt de auteur drie vragen: hebben de ontwikkelingslanden er iets in te piepen? Heeft de nationale politiek er een impact op? Hebben die instellingen een reële invloed? Heel bemoedigend zijn de antwoorden alvast niet.

Eigenlijk springt alleen de Internationale Arbeidsorganisatie uit de band, als het over transparantie en democratisch gehalte gaat. Maar zelfs de IAO-normen worden in praktijk vaak met de voeten getreden, ook door landen die ze onderschreven hebben, ook door zogenaamd ontwikkelde landen. Maar die andere instellingen? Ons land lijkt gewoon niet te weten wat zijn mensen daar doen. Wist je bijvoorbeeld dat er geen enkele mondiale instelling is waar België al zo lang een vooraanstaande positie bekleedt als in het IMF? Onze vertegenwoordiger is de heer Kiekens. Zouden veel regeringsleden hem ooit gezien hebben, laat staan dat veel parlementairen zijn naam zouden kennen? Toch heeft het IMF op heel veel Derdewereldlanden een bepalende invloed gehad. De machtsverdeling in die mondiale instellingen slaat hoe dan ook gevaarlijk door in de richting van de ontwikkelde landen.

Gewoon al om materieel te volgen wat die instellingen doen is zo ingewikkeld en tijdrovend dat de Derdewereldlanden dat onmogelijk kunnen bolwerken. De conclusie van Vandaele is dan ook: hoe machtiger, hoe minder democratisch. Dat wil zeggen dat de stem van de Derde Wereld in het IMF en de Wereldbank nauwelijks weerklinkt. Precies de machtigste instellingen zijn ook de minst transparante. En het meest verontrustende is dat de Verenigde Staten dit liefst ook zo zouden houden. Het boek van Vandaele is een aanrader. Probeer het echter niet in één ruk te lezen, want ik kan getuigen dat het dan zeer zwaar op de maag valt. Benader het effectief als een encyclopedie. Iedereen die leest en schrijft over de Derde Wereld zal er een heel nuttig instrument in vinden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 54 tot 55