Log in

'Het water van de profeten. Water in de geschiedenis van het Midden-Oosten'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 55 tot 56

Het water van de profeten. Water in de geschiedenis van het Midden-Oosten

Francesca de Châtel
Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2005

Francesca de Châtel is een jonge journaliste, die voor het schrijven van haar ‘waterboek’ een aantal maanden door het Midden-Oosten en Noord Afrika getrokken is. Het boek is voor een stuk een reisverslag, met onder meer de weerslag van talrijke gesprekken die zij onderweg gevoerd heeft. Voor een ander deel vat zij haar zoektocht in boeken en bibliotheken samen. Zij is namelijk ook de geschiedenis afgereisd en teruggekomen met een aantal interessante verhalen. Het meest indruk maakt wel haar beschrijving van de Qanat. Dat is een systeem van tunnels en putten dat grondwater aftapt, om de velden en dorpen van water te voorzien. Vandaag bestaan er nog verwaarloosde restanten van, die hier en daar gerestaureerd worden. Maar ooit waren ze wijd verspreid in de Islamwereld. De moslims brachten ze via Noord-Afrika zelfs naar Spanje over, van waaruit ze later ook naar de Nieuwe Wereld overgeplant werden. Het is gewoon een zeer efficiënt systeem om maximaal water op te vangen en zuinig te gebruiken. In een van de laatste hoofdstukken van het boek kan je lezen dat het opnieuw gebruiken van dat systeem een tot woestijn herschapen regio opnieuw tot leven kan brengen.

Het feit dat de Qanats echter overal verwaarloosd werden moet in verband gebracht worden met de hoofdstelling van de Châtel. En die lijkt me van zo’n groot belang dat je alleen daarom al het boek moet lezen. Niemand vindt water tegenwoordig een schaars product. Dat komt voor een groot deel doordat water door de kraan stroomt, waardoor je het gevoel hebt dat er ergens wel voldoende moet zijn. In het boek vind je talrijke voorbeelden van pure verspilling, ook door mensen die dat water heel hard nodig hebben. Hoewel de Islam respect voor water vraagt, blijken de mensen daar niet naar te handelen. Ze gaan ervan uit dat er altijd wel een oplossing zal gevonden worden. En het meest merkwaardige is dat mensen zich dat blijven inbeelden, ook waar er vandaag al een schrijnend tekort is, in Jemen, Jordanië, Syrië, Marokko en Sudan. Dat onvermogen om de schaarste te zien verklaart die monsterachtige projecten in bijvoorbeeld Egypte. Met reusachtige dammen zal men het wel oplossen zeker? Maar is de ecologische en menselijke prijs van die dammen wel te betalen? Het is bijvoorbeeld niet zo ondenkbeeldig dat alle elektriciteit die door de Aswanstuwdam wordt gegenereerd opgaat in de productie van kunstmest! In haar boek beschrijft de Châtel nog zo’n paar megaprojecten, waarvan men moet hopen dat ze nooit realiteit worden. Het komt erop aan een klik te maken, de schakel in de hoofden om te draaien. Water is een schaars goed en moet via kleinschalige projecten en vooral veel bewustmaking als zodanig worden behandeld. Anders belanden we inderdaad vroeg of laat in grote internationale ‘wateroorlogen’. Laten we vooral niet denken dat het ons probleem niet is, want dat het hier toch genoeg regent.

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 55 tot 56