Abonneer Log in

De politiek uitgeperst?

Politiek en media

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 6 (juni), pagina 20 tot 24

Het is met enige schroom dat ik me zet aan een stuk over ‘pers en politiek’. Is daar geen bibliotheek over verschenen? Ja, ik zie wel de problemen, de wrijvingen, het onbegrip, en dan de wederzijdse clichés. Het is mijn overtuiging dat veel spanning berust op het feit dat veel politici niet goed inschatten welke fundamentele omwenteling de kranten de jongste jaren hebben doorgemaakt. Daarbij enig inzicht geven is de enige bedoeling van dit stuk. Ik schrijf over kranten, omdat ik daarvan iets ken (bij uitbreiding gaan de grote lijnen van mijn verhaal ook wel op voor de audiovisuele media, vermoed ik) en vooral over De Morgen. Niet omdat ik sluikreclame wil maken, omdat ik voor mijn eigen deur veeg.

POLITIEK EN MEDIA

Neutraliteit is: iedereen even hard aanpakken
Jan de Zutter
Het gevaar van opportunisme en cynisme onder één stolp
Els Van Weert
Pers en politiek: samen verantwoordelijk voor de maatschappij van morgen
Ludwig Vandenhove
De politiek uitgeperst?
Walter Pauli
De politiek van de journalistiek: correct en kritisch informeren
Pol Deltour
Een pleidooi voor een ander perspectief
Hans Verstraeten
Een gedepolitiseerde Raad van Bestuur voor de VRT
Pieter Vandenbroucke en Bart Caron

Mijn loopbaan bij De Morgen startte in december 1992. Op 30 november klopte ik de laatste dag van mijn burgerdienst. Op 1 december nam de quasi-voltallige De Morgen-equipe onder leiding van Piet Piryns ontslag. Er hing al een begin van lijkgeur rond de krant, dus geen journalist met naam en (vooral) een baan waagde de sprong. Journalisten van tweede, zoniet derde garnituur kregen hun kans. Ik was jong, en na twee jaar burgerdienst was een maandloon van 35.000 frank netto al mooi geld. En ik was links. Zo beschouwde ik mijzelf, en dat liet ik ook blijken op mijn sollicitatiegesprek met Walter De Bock, hoofdredacteur ad interim, en Egbert Hans, toen de directeur van De Morgen. Dat linkse lag moeilijk, merkte ik uit Hans’ reactie. Ik knipperde met de ogen. Hans was in vroeger jaren toch secretaris geweest van ABVV-voorzitter Georges Debunne, de meest linkse syndicalist in jaren? Wat ik toen niet inzag, was dat Hans niet op zoek was naar verkapte politici, laat staan naar ideologen. Hij zocht journalisten. En journalistiek is iets anders dan op een alternatieve wijze aan politiek doen. Ook al zondigen veel journalisten nogal vaak tegen deze regel, toch hanteren vandaag de meeste hoofdredacties van dit land die stelregel. Maar, zo heb ik althans de indruk, politici denken nog wel dat kranten dienen om ‘aan politiek’ te doen, of dat politieke berichtgeving eigenlijk het ultieme doel is van een krant als De Morgen. Toen De Morgen op haar 25ste verjaardag in de Vooruit een debat organiseerde tussen vier partijvoorzitters en de (politieke) redacteurs van de krant, bleken drie van de vier alleen maar te kunnen meespreken over politieke berichtgeving. De enige die het ‘politieke’ gehalte van een krant ook las aan de andere artikels, was, jawel, Steve Stevaert.
Zeg nooit ‘nooit’, maar kranten zullen niet snel meer een politiek instrument worden zoals vroeger, waarin je achter veel artikels een bedoeling kon zoeken, een strategie. Vandaag is dé strategie achter negentig procent van de artikels: nieuws. Ze worden gepubliceerd omdat ze interessant zijn, zelfs interessanter dan artikels die het niet haalden. Want dagelijks leveren de journalisten meer af dan in de krant kan. Krijgen politieke artikels voorrang? Neen. In de twee Vlaamse dagbladen (ik maak abstractie van De Tijd) die zichzelf graag ‘kwaliteitskrant’ noemen, is de pure politieke sectie weggevallen. Het parlementaire debat moet wedijveren met verhalen over schoolgaande jeugd, wetenschappers, kerkelijke perikelen, reportages over het stadsleven en noem maar op. Krijgt de politiek een kans? Jawel, indien de Wetstraat boeiend genoeg is om zich in de kop van de rangschikking te handhaven. Voor u moord en brand schreeuwt: wie de kranten leest, merkt dat dit dagelijks het geval is, meer, dat politieke berichtgeving nog altijd een prominente plaats inneemt. Maar niet meer dominant, dat klopt.
Hoe is die evolutie verlopen? Welke evoluties hebben zich voltrokken in het ‘hoofd’ van uitgevers, hoofdredacties, journalisten? Toen in de late jaren tachtig Paul Goossens en zijn krant onderdak kregen bij nv Hoste, was dat het einde van een tijdperk. Die koop luidde immers het einde in van De Morgen als ‘journalistiek-politiek project’, al zag je dat niet meteen. Toch was het de start van De Morgen als ‘journalistiek-zakelijk project’. En dat is het nog steeds. Het middel is nog steeds identiek als in de tijd van de founding fathers (journalistiek), maar de finaliteit veranderde. Het staat de lezer vrij nu al de snelle maar foute conclusie te trekken: ‘Haha, Pauli bekent! Nu geeft hij zelf toe dat De Morgen een commerciële vod is geworden! Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, nietwaar? De vermomde sociaal-liberalen van Van Thillo! Hadden we het altijd niet gedacht?’Misschien ligt het toch wat ingewikkelder. Toen Paul Goossens van SP-voorzitter Karel Van Miert de opdracht gekregen had om een onafhankelijk, progressief dagblad te leiden, was dat het gevolg van het failliet van de socialistische partijpers, Vooruit en Volksgazet. Vandaag staat het goed om minnetjes te doen over die tijd, maar - en dat zal vreemd klinken uit de mond van een verantwoordelijke van De Morgen - die verzuiling had ook zijn voordelen (over de nadelen is al voldoende geschreven, die moeten hier niet worden herhaald). Eén. De partijaanhankelijkheid gaf gewicht aan een krant: namelijk dat van de politieke familie. Als Lode Hancké, toen nog als journalist, in de late jaren zestig in De Volksgazet ineens interviews afnam met gekende katholieken en niet-socialisten, baarde dat opzien. Zijn journalistiek project werd in het hele land begrepen als een uitgestoken hand vanwege dik twintig procent van de samenleving (de grootte van de socialistische zuil) naar de katholieke zuil. Een krant vertegenwoordigde een maatschappelijke strekking. Twee. En ook dat zal vreemd klinken: in die tijd was de journalistiek nog ‘geëngageerd’, in de oude betekenis van het woord (later deed men dat engagement meestal af als ‘partisane’ journalistiek). Kranten verdedigden parlementaire meerderheden en regeringen als ‘hun’ partij daarvan deel uitmaakte. Kranten waren kritisch, zelfs hysterisch, voor de regering als hun partij in de oppositie zat. Ook de lezers van Volksgazet, Vooruit of Het Laatste Nieuws kregen in een cyclische beweging een kritisch blad in de handen (blauw of rood eruit), maar soms ook een constructief blad (blauw of rood erin), waarin uitgelegd werd hoe eerbaar het compromis was, hoe hard geknokt was voor deze of gene verwezenlijking, enzovoort. De katholieke kranten en tijdschriften waren per definitie gezagsgetrouwer, wegens de altijddurende aanwezigheid van de CVP in de meerderheid. Natuurlijk reageerde Het Volk vaak anders dan De Standaard, woog de Vlaamse beweging zwaarder op de ene redactie dan op de andere, en wilde men het de coalitiepartners wel eens heel moeilijk maken. Zo ontstond de moderne politieke onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen in De Standaard. In die krant dwong Hugo De Ridder ministers en ambtenaren tot ontslag en bracht hij ziekenfondsen in problemen. Altijd waren het socialisten.
Maar dat veranderde dus met de komst van het progressieve dagblad De Morgen. Paul Goossens moest - officieel althans - geen verantwoording meer afleggen aan de socialistische gremia en sprak zeker niet meer ‘namens’ een maatschappelijke strekking. Hij had evenmin commerciële bazen die hem in een keurslijf konden dwingen. De redactie van De Morgen had vooral zichzelf, haar ideeën en opvattingen, als maat der dingen. Ik weet nu dat ik de geschiedenis wat onrecht aandoe door niét in te gaan op de structurele financiële problemen waarmee Goossens te kampen had, maar vandaag kan je je de vraag toch stellen of het helemaal toevallig was dat de De Morgen-lezers toen zo massaal afhaakten. Als een redactie zichzelf als referentiekader ziet, denk ik nu - en natuurlijk is dat ‘achteraf’-wetenschap - wil zoiets wel gebeuren. Maar daarover straks meer.
Toch veranderde er wat. De SP moest leren omgaan met kritiek van een ‘progressieve’ krant, wat niet gemakkelijk lag. De Morgen was de eerste krant die zich fier ‘kritisch’ noemde, en zette daarmee een toon die nu gemeengoed is in de vaderlandse pers. Doordat de navelstreng met de zuil doorgeknipt was, moesten de redacteurs zelf een idee en opinie vormen over een politieke beslissing. Wel, ik geef je op een briefje: kritisch zijn is de gemakkelijkste houding, de meest evidente. Meer: Je moet wel, omdat veel journalisten aan hun klompen voelen dat hun onafhankelijkheid hen daartoe dwingt. Als een journalist schrijft dat deze of gene politicus iets goed heeft gedaan, dan geeft hij zichzelf natuurlijk oneindig meer bloot dan als hij ‘een aantal vragen stelt.’ Het is zo ver gekomen dat zelfs de Wetstraat vreemd opkijkt als we eens positief zijn. Een praktijkvoorbeeld. Sinds de herfst van 2000 ben ik adjunct-hoofdredacteur bij De Morgen en spring ik wel eens in voor Yves Desmet om een ‘Standpunt’ te schrijven. Op een kleine zes jaar tijd heb ik welgeteld twee keer een onverkort positief stuk geschreven over een VLD’er: één keer over Karel De Gucht, één keer over Bart Somers. Dat is een gemiddelde van één per drie jaar. Wel, beide keren stond de ochtend van publicatie mijn gsm roodgloeiend. Allemaal socialisten. Allemaal boos. Dat ik toch dit niet mocht vergeten, en dat, en waarom ik zo vriendelijk was, gezien deze partijgenoot dit en die dat. Zelfs een minister had voor de klok van tienen mijn nummer gevonden. Moraal van het verhaal: ook politici hebben leren leven met kritische kranten, zeker als het om politieke tegenstrevers gaat.

En vervolgens werd De Morgen dus opgekocht door nv Hoste, nu De Persgroep en brak een nieuwe tijd aan. Overal, trouwens. De Standaard haalde AVV-VVK van de voorpagina. Het ACW verkocht Het Volk aan de VUM. VEV-VOKa verkocht de Tijd aan de Persgroep. De Gazet van Antwerpen kwam in handen van nv Concentra. Er zijn geen ideologische eigenaren meer, maar mediagroepen. De eerste eis die zij hun redacties stellen, is - getrouw de bedrijfslogica - een rendabel product afleveren. Onze belangen sporen perfect samen: de redactie wil meer lezers, de uitgever meer kopers. Staat de ideologie van de uitgever of de redactie centraal? Neen. Centraal staat de lezer. De koper, de klant, in het politieke jargon: de kiezer. En dat is meteen de grootste garantie dat politieke berichtgeving belangrijk blijft, of dat kranten ook niet kunnen stunten met hun politieke lijn. Je ziet nog altijd dat De Morgen meer dan gemiddeld (maar niet meer exclusief) de niet-conservatieve Vlaming aanspreekt. De Standaard blijft een Vlaamser profiel hebben en zich iets vanzelfsprekender een krant voor de bovenlaag vinden, net als voorheen. Indien we een pulpblad zouden worden, zou De Morgen meteen het grootste cadeau doen aan De Standaard, want dan verliezen wij lezers (en Van Thillo kopers), zelfs bij duizenden. Als we een rechtse koers zouden varen, haken onze lezers ook af. Een interview met Filip Dewinter, dàt zou ons pas klappen doen krijgen. Met andere woorden: de beste garantie voor een krant die wel nog een maatschappelijk ‘missie’ heeft, maar geen exclusieve politieke banden, en zelfs, ultiem gezien, een commerciële finaliteit. Vergelijk het met een politieke partij. De beste manier om je ideeën te kunnen doorvoeren, is stemmen halen. Maar daarvoor moet je een boodschap vinden die het publiek aanspreekt. Je eigen, vertrouwde kiespubliek moet je behouden, en tegelijk liefst ook nieuwe kiezers aantrekken. Een krant doet niets anders. Dat is niet altijd gemakkelijk. Tijdens het Generatiepact maakten veel lezers met ABVV-achtergrond duidelijk dat ze de berichtgeving te ‘anti-ABVV’ vonden. Maar tegelijk kwamen er veel lezersreacties met applaus voor de politici die aandrongen op een modernisering van de sociale bescherming. Geloof me vrij: de feitelijke politieke lijn van een krant is een heel precieus iets. Je verandert die niet zomaar. Als Van Thillo van De Morgen een liberaal project wil maken, zoals sommige klein-linkse sites willen doen geloven (quod non) zou hij in de eerste plaats in zijn eigen vel snijden. Net zoals de lezer de beste garantie is tegen een verzuurde krant, of een spektakelstuk.

Alle mogelijke wrijvingspunten, raakpunten, mooie één-tweetjes of misverstanden tussen pers en politiek passen in bovenstaand kader. Kranten volgen een tamelijke ijzeren logica: die van de gecorrigeerde markt. Een politicus die zelfs een journalist niet kan interesseren voor zijn boodschap, krijgt geen plaats in de krant - en alle Wetstraat-redacties van het land zijn erg geïnteresseerd in politiek. Maar ook zij moeten met een goed verhaal aankomen. Een politicus moét die lat over: als wij onze lezers niet kunnen interesseren, kan hij wellicht zijn kiezers niet overtuigen. Dat heeft niets met populisme te maken, wel met goede politiek. En een goede journalist heeft een neus voor goede politiek, geloof me vrij.
Bepaalt de markt dan alles? Neen. Als je de markt te meedogenloos laat spelen, haakt de lezer evenzeer af. Onze lezer heeft geen behoefte aan het privéleven van politici, zo blijkt uit de positieve reacties op de beslissing van De Morgen om zich terughoudend op te stellen in ‘de zaak-Daems’, of hoe noem je die brol. Maar met even grote verwondering kijken wij naar het heerschap Daems zelf, die op dezelfde zaterdag in de ene populaire krant zijn absoluut recht op privacy claimt, en in de andere krant wijd en zijd in detail treedt over zijn privéleven. Ja, we schrijven graag over politieke discussies, ook al omdat discussie de essentie van politiek is. Ja, we hebben soms fouten gemaakt. Eén voorbeeld waar ik zelf bij betrokken was. In volle Dutroux-crisis wilde Miet Smet de leeftijd van seksuele meerderjarigheid verlagen van 18 tot 16 jaar. In de zaterdagkrant bracht De Morgen dat nieuws ‘in primeur’. Ik had zondagsdienst en belde naar Marc Eyskens, die in die tijd een beetje ‘ethische oppositie’ speelde binnen zijn partij. Eyskens was virulent tegen en dat was onze grote ‘primeur’ in de maandagkrant. Een paar uur later, na het CVP-partijbestuur, bleef van Smets voorstel niets over. Toen vroeg ik me af hoe ver we konden gaan in ‘primeurs om de primeurs’. We schoten, via Eyskens, maandag de ballon af die we zaterdag zelf opgelaten hadden. We torpedeerden een wetsvoorstel waarvan we de maatschappelijke relevantie perfect begrepen en waar we ons eigenlijk in konden herkennen. Dat we uiteindelijk die carrousel toch in gang trokken, komt doordat ‘nieuws primeert’. Ook in dit geval, helaas. Maar de algemene regel is juist en goed. Je kan bepaalde feiten betreuren, sommige gebeurtenissen staan je niet aan, sommige cijfers halen je eigen ideeën onderuit. Een paar jaar terug was het ABVV razend omdat ik cijfers publiceerde uit een Hiva-studie. ‘Schandalig dat De Morgen daarmee uitpakt.’ De studie toonde namelijk aan dat veel werklozen helemaal niet op zoek waren naar werk. Zelfs bij het Hiva zaten ze verveeld met de publicatie, ‘want dat ligt toch delicaat’. Dat was inderdaad zo. Maar de allerlaatste optie was: de cijfers niét geven. Zie de feiten onder ogen en discussieer dan hoe het probleem op te lossen. Maar omwille van (pseudo)-ideologische bezwaren (‘wij gaan de jacht op werklozen toch niet stimuleren’) een wezenlijk probleem van de werkloosheidsverzekering negeren, dat gebeurt vandaag niet meer. Bij geen enkele krant.
De markt helpt zelfs de kleintjes. Het Kiwi-voorstel van PVDA-dokter Dirk Van Duppen is zo logisch en in beginsel zo sterk, dat de man haast meer aandacht kreeg dan CD&V-voorzitter Jo Vandeurzen, en zeker meer airplay dan de verzamelde media-aandacht van de verzamelde backbenchers in het Vlaams Parlement. En terecht. Vroeger, toen niét de interesse van de lezer of de kracht van een voorstel onze redactionele selectie zou bepalen, maar de politieke voorkeur van deze of gene, zou de kans heel groot geweest zijn dat Van Duppen doodgezwegen werd.
Tenzij de overheid de kranten weer massaal gaat subsidiëren (wat wij niet verwachten), of tenzij journalisten weer in compleet onafhankelijke entiteiten willen werken tegen een veredeld tarief uit lagelonenlanden (wat wij niet willen), of tenzij de mediaconcerns vrijwillig verlieslatend willen zijn (wat economische zelfmoord zou betekenen, en dus ook het einde van de kranten) zullen journalisten voor onbepaalde tijd in een marktomgeving aan de slag moeten. Wij hebben daar niet voor gekozen, maar aanvaarden die wel. Die hiërarchiseert en ordent onze berichtgeving, ook die over politiek. En net zoals journalisten daarmee hebben moeten leren leven, moeten politici dat ook. Wie kranten leest, merkt trouwens dat er veel plaats is voor goede en interessante politici, en dat originele raiders, buiten de controle van de partijleiding om, zelfs meer kans maken dan vroeger. De tweede of derde rij, dat klopt, die hebben het moeilijker. Maar laten we eerlijk zijn: vroeger haalden die ook geen voorpagina’s. En als ze al in de krant stonden, las u hen vaak niet.

Is dit een hoera-stuk? Zijn journalisten en krantenredacties foutloos? Stelt de markt dan geen problemen? Helemaal niet. Om die te kennen moet u de andere bijdragen in dit nummer maar lezen.

Walter Pauli
Adjunct-hoofdredacteur De Morgen

pers - media en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 6 (juni), pagina 20 tot 24