Abonneer Log in

Het gevaar van opportunisme en cynisme onder één stolp

Politiek en media

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 6 (juni), pagina 12 tot 15

Stel je even voor. Maanden aan een stuk werk je hard om dat éne voorstel erdoor te krijgen. Dat het een prima idee is, daar is iedereen van overtuigd. Je eigen partij, maar ook de sector waarvoor de maatregel bedoeld is en die je vooraf uitgebreid hebt geconsulteerd. Nota’s vliegen heen en weer, afwegingen worden gemaakt, misschien wordt er zelfs een budget vrijgemaakt. En dan is het zover: je nieuwe maatregel staat op punt. En daar ben je best trots op. Alleen… lacht de journalist aan wie je dit exclusief wil meedelen je voorstel genadeloos weg. Te weinig controverse, te veel goed nieuws, niet wereldschokkend… jammer.

POLITIEK EN MEDIA

Neutraliteit is: iedereen even hard aanpakken
Jan de Zutter
Het gevaar van opportunisme en cynisme onder één stolp
Els Van Weert
Pers en politiek: samen verantwoordelijk voor de maatschappij van morgen
Ludwig Vandenhove
De politiek uitgeperst?
Walter Pauli
De politiek van de journalistiek: correct en kritisch informeren
Pol Deltour
Een pleidooi voor een ander perspectief
Hans Verstraeten
Een gedepolitiseerde Raad van Bestuur voor de VRT
Pieter Vandenbroucke en Bart Caron

Dat je hard gewerkt hebt, zal niemand ontkennen. Maar zonder artikel in de krant, zonder vermelding in het televisiejournaal, of op de radio, weet geen kat waar je de afgelopen maanden zo hard mee bezig bent geweest. Ook je kiezers niet… En dat is op z’n zachtst gezegd een uiterst nefaste situatie voor een politicus.
Pech gehad? Misschien. De regels van het spel? Kan zijn. Maar loopt het spel wel eerlijk? Wie bepaalt de regels? Wat gebeurt er als cruciale elementen in het spel besmet worden met cynisme en verzuring? En hoe moet je daar als politicus mee omspringen?
Om daar een antwoord op te vinden, zou ik eerst graag enkele open deuren intrappen. Eén: de afstand tussen de politicus en de kiezer wordt almaar groter, zowel letterlijk als figuurlijk. Twee: de verhouding tussen media en politiek is en blijft een broos evenwicht.

Een andere band tussen politicus en kiezer

Om te beginnen stel ik vast dat de kloof tussen politicus en kiezer de laatste jaren enorm is vergroot. Eén en ander heeft te maken met wijzigingen in het kiessysteem. Neem nu de kiesomschrijvingen: die worden almaar groter en dat betekent dat je als politicus verantwoording moet afleggen tegenover steeds meer mensen. Dat heeft zo zijn voordelen, maar is vaak niet eenvoudig werken. Want als inwoner van gemeente X, moet je als politicus ook de bewoners van stad Y overtuigen, die nota bene aan de andere kant van de provincie ligt. Gevolg: direct contact met de kiezer wordt nagenoeg onmogelijk. En dus moet je proberen om zoveel mogelijke kiezers in één keer te bereiken.
De meest recente wijziging, de afschaffing van de lijsstem, onderstreept nogmaals die noodzaak. Want niet alleen is het nu belangrijk om de kiezer ervan te overtuigen zich achter een bepaalde waaier van ideeën te scharen (sociaal, liberaal,…). Je moet hem of haar ook nog eens overtuigen van jóuw waarde in het verhaal. Een niet mis te verstane uitdaging…

Evoluties in de verhouding media-politiek

Media hebben politiek nodig. En politiek media. Zo simpel is het in feite. Maar die verhouding is heel broos. Om niet te stellen: tussen media en politiek bestaat er een heuse haat-liefdeverhouding. Politici beschikken immers vaak over cruciale informatie, informatie waar zij alleen de sleutel toe hebben. Zij kunnen nog steeds iets verzwijgen wanneer het goed uitkomt, aan selectieve informatiebedeling doen, of de media via perslekken in hun tactische manoeuvres betrekken. In dat opzicht blijven ze onmisbaar voor de media.
Maar ook politici hebben de media nodig. De media vormen cruciale communicatiekanalen naar de kiezers toe. En die kiezer wil de politicus uiteraard op een zo nauwkeurig mogelijke manier informeren over zijn of haar verwezenlijkingen. Want wat niet weet, niet deert… ook niet in het stemhokje.
De laatste jaren lijkt het er echter steeds meer op dat de verhouding tussen beiden uit balans geraakt. En dat media steeds dominanter worden. Onze mediamaatschappij breidt zich onder invloed van technologische ontwikkelingen voortdurend uit. Podcasten kan het jongste kind, iedereen heeft wel een blog, nog nooit werden nieuwssites zo druk bezocht en het journaal van zeven terug even bekijken om acht, kan met één druk op de knop. Ook de buitenlandse actualiteit volgen is in deze moderne mediamaatschappij een koud kunstje: even surfen naar CNN of ’s ochtends de New York Times doorbladeren op je Blackberry. Als mediaconsument is het niet simpel om je door deze stroom informatie te worstelen. Als politicus is het nog minder simpel om erin op te vallen.
Koppelen we deze evolutie aan twee belangrijke ‘-ing’-woorden die onze maatschappij de laatste jaren kenmerken, dan wordt het hele verhaal voor de politicus nog een pak complexer. En dan heb ik het over individualisering en commercialisering.
Onze maatschappij baseert zich niet langer op ideologische zuilen. En dat is maar goed ook. Belangrijk gevolg daarvan is evenwel dat een hele hoop verantwoordelijkheid bij het individu zélf ligt. Ook als het gaat over mediaconsumptie. Het individu bepaalt zélf volledig welke informatie hij of zij inwint, waar hij die gaat halen en op welke manier hij die verwerkt. Iedereen beschikt bij wijze van spreken over een enorme afstandsbediening, waarmee hij elke minuut van de dag de informatie kan selecteren die hij interessant vindt, en kan wegzappen wat hij overbodig vindt. Een enorme verantwoordelijkheid…
Naast individualisering, wordt onze maatschappij steeds meer gekenmerkt door commercialisering. Het vrijemarktprincipe geldt overal, ook voor mediabedrijven. Kijkers worden ‘mediaconsumenten’, lezers zijn ‘klanten’. Tussen mediabedrijven geldt een steeds groter wordende concurrentie. Het aantal kijkers, luisteraars, lezers zijn daarbij de norm. Lokmiddelen worden dan ook gretig gehanteerd. Iets waar die kijker, lezer, of luisteraar zich nauwelijks tegen kan verweren.
Gevolg van de commercialisering is de toenemende mediaconcentratie. In België gelden gelukkig nog geen toestanden à la Berlusconi in Italië, maar het blijft een feit dat het aantal mediagroepen op één hand te tellen zijn. Televisiezenders en kranten hokken samen, verschillende dagbladen moeten verantwoording afleggen tegenover eenzelfde management. De onafhankelijkheid van de redacties wordt uiteraard gegarandeerd. Maar toch… je moet al sterk in je schoenen staan om dat waar te maken.

Overtuigen in twee keer

Maar welke positie neemt een politicus in heel dit verhaal? Want als politicus ben je onvermijdelijk afhankelijk van je (potentiële) kiezers. Dat is nu eenmaal eigen aan ons democratisch systeem. Rekening houdend met het feit dat je die kiezers onmogelijk allemaal rechtstreeks kan benaderen, en met de steeds prominentere plaats die de media innemen, zit er voor de politicus niet veel anders op dan te werken volgens de regels van het spel. Jij geeft je boodschap door aan een tussenpersoon (de journalist) die hem op zijn beurt volgens zijn eigen wetmatigheden en in aangepaste vorm doorgeeft aan de ontvanger. De communicatie van een politicus verloopt op die manier niet via het klassieke zender-boodschap-ontvangersysteem. Het is overtuigen in twee keer. En dat heeft zo zijn gevolgen…

Lastig voor een politicus uiteraard. Want wil je je boodschap aan de man krijgen, moet je eerst de journalist in kwestie overtuigen van het nut en de waarde van je dossier. En wanneer je boodschap die toets doorstaan heeft, wordt ze nog eens verwerkt volgens de wetten van de mediamaatschappij en op een aangepaste manier naar de kiezer gebracht. Een journalist bekijkt dus je voorstel op een kritische manier, maar meteen denkt hij daarbij aan zijn lezers, luisteraars of kijkers: hebben ze wel interesse voor het idee? Kan het eenvoudig worden vertaald? Is het ‘sexy’ genoeg verpakt?
Geen wonder dus, dat heel wat politici hierop proberen in te spelen. De noodzaak om als politicus veel mensen te moeten aanspreken, doet sommige politici denken dat ze enkel bezig moeten zijn met onderwerpen die veel mensen aanspreken. Ze leggen hun focus op problemen waar ‘de massa’ van wakker ligt, of proberen voortdurend een scherpe mening te formuleren bij het nieuws van de dag. Deze neiging om je te concentreren op ‘populaire’ problemen, lijkt verdacht veel op de marktlogica waarbij de onmiddellijke persoonlijke winst centraal staat. Het algemene belang dat politici zouden moeten dienen, verliest het hier van het snelle, persoonlijke gewin.
Maar in de huidige politieke context, kan je haast niet anders. Een goed dossier waar je maanden aan hebt gewerkt, maar waarvoor geen (pers)aandacht is, komt er vaak niet door. Daar hadden we het eerder al over.
Een gezond evenwicht tussen beleid voeren en jezelf centraal stellen, dat is de boodschap. Maar dat dit in deze configuratie geen eenvoudige oefening is, daar hoef ik u niet van te overtuigen.
Feit is wel dat op deze manier politici proberen om zich de regels van het spel eigen te maken, waardoor ze het onvermijdelijk beïnvloeden en voor een vertekend beeld, of een scheeftrekking van de situatie zorgen. Indien politici al te zeer inspelen op de regels die media hanteren, dreigt de balans uit evenwicht te raken en wordt het plaatje troebel.

Gevaar voor cynisme

Niet enkel aan de kant van de politiek dreigt een gevaar tot vertekening van de objectieve berichtgeving. Want wat gebeurt er als enkele journalisten besmet raken door cynisme of verzuring? Journalisten moeten kritisch staan tegenover politiek. Als politicus moet je natuurlijk niet staan wachten op een positief verhaal over jezelf. Wie aan politiek wil doen, moet tegen kritiek kunnen. Een kritische pers houdt scherp en zet aan tot nadenken, nog beter argumenteren en communiceren. Maar af en toe gaan sommige journalisten - naar mijn smaak - té ver. En dan heb ik het over bepaalde persoonlijke aanvallen of inbreuken op het privéleven. Sommige artikels hebben nog maar weinig met objectiviteit en niet-vooringenomenheid te maken.
Wat mij als politica hierbij verontrust, is de sluipende verschuiving van de journalistiek-deontologische grenzen die achter zulke artikels schuilt. Niet de politieke idealen, het ideeëngoed of de beleidsdaden van een politicus vormen het voorwerp van bepaalde nieuwsanalyses - wat je nochtans zou verwachten. Wel de vermeende karaktereigenschappen van de politici, intriges of politieke spelletjes. Wat als journalisten niet langer constructief staan ten opzichte van politiek? Dan heeft de lezer, en dus de kiezer, een probleem. Dan dreigt de ‘vierde macht’ ineens niet meer in staat te zijn om die andere ‘machten’ waar Montesquieu het over had, te controleren.
Ik stel het misschien scherp, maar het getuigt van mijn vrees voor een dreigende tendens die ik binnen het ‘Wetstraatmilieu’ voel opkomen. De media hebben zo een impact dat verzuring op die cruciale plaats van de samenleving de rest van de maatschappij kan aantasten.

Komen tot oplossingen

Politici spelen steeds meer het spel volgens de regels van de media. En die media dreigen besmet te raken met cynisme en verzuring. Dat is kort samengevat het gevaar dat zich aandient in de huidige verhouding tussen media en politiek.
Oplossingen om niet verder meegesleurd te worden in deze onomkeerbare spiraal, zijn niet in één-twee-drie te bedenken. Dat laat ik over aan mediaspecialisten en politieke analisten.
Wel ben ik ervan overtuigd dat het al veel zou helpen indien men zich meer bewust zou zijn van deze situatie. Eerder had ik het over de toenemende individualisering van de maatschappij. Als mens heb je vandaag enorm veel verantwoordelijkheid. Op alle vlakken moet je zélf keuzes maken, en dat geldt ook als het gaat over de informatiestroom. Kijkers bewust maken, lezers informeren en luisteraars doen beseffen hoe het hele mediamechanisme in elkaar steekt, en hoe berichtgeving tot stand komt, is essentieel om hen op een kritische manier te doen omspringen met de berichtgeving.
Niet alleen opvoeding en bewustmaking is belangrijk. Er is ook nood aan visie en verantwoordelijkheid bij journalisten. Journalisten mét visie zijn een absolute meerwaarde voor de kiezers. In ons land hebben we zeker geen gebrek aan zulke persmensen. Er is hier - op enkele ontsporingen na - nog steeds een enorm respect voor civic journalism, het doen aan correcte, objectieve en verantwoordelijke verslaggeving. Laten we dat niveau zo hoog houden. En daarmee doe ik expliciet een oproep aan de hoofdredacteurs in dit land. Want we moeten beseffen dat het steeds moeilijker zal worden om dit principe te handhaven in een uitbreidende en zich steeds meer concentrerende mediamaatschappij. De journalist staat onder druk, of hij dat nu leuk vindt of niet. De uitdaging ligt er steeds in om in welke situatie ook, de onafhankelijkheid en de objectiviteit van de berichtgeving te blijven respecteren. Ook wanneer de concurrentiedruk toeneemt.
En tenslotte moeten politici en persmensen sámen proberen om aan het toenemende cynisme en de verzuring in onze samenleving een halt toe te roepen. Dat zal een omslag vergen in het hele Wetstraatmilieu, een vorm van zelfanalyse en bezinning dus. Zowel door politici als journalisten die samen deel van uitmaken van dezelfde Wetstraat-stolp.
Maar goede waarden - oprechtheid en authenticiteit, maatschappelijke bezieling gekoppeld aan zin voor verantwoordelijkheid - vormen nog steeds veruit de belangrijkste drijfveren voor het merendeel van politici en Wetstraatjournalisten. Daar ben ik zelf oprecht van overtuigd.

Els Van Weert
Staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie

cartoon:© Arnout Fierens

media en politiek - pers - politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 6 (juni), pagina 12 tot 15