Abonneer Log in

Leve het vaderland?

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 7 (september), pagina 38 tot 40

Ja, leve het vaderland. In de 21e eeuw, in het tijdperk van de mondialisering? Ja, meer dan ooit. Zelfs wanneer het over zo’n accidenteel en geaccidenteerd bastaardvaderland gaat als datgene waarvan wij onlangs de 175e verjaardag vierden? Ja, meer dan enig ander. En wel om volgende redenen.

Laat ons met een evidentie beginnen. Ceteris paribus functioneert een politieke entiteit des te beter naarmate meer burgers bereid zijn voor haar een deel van hun persoonlijk belang op te offeren. Vroeger deden ze dat in de eerste plaats door te aanvaarden naar het front te trekken om het vaderland tegen zijn vijanden te verdedigen. Nu, bescheidener, door hun belastingen te betalen zonder te veel (te trachten) vals te spelen, door hun vuil niet op openbare plaatsen te dumpen, door zich de moeite te getroosten informatie in te winnen vooraleer te stemmen, door zich te engageren in verenigingen die opkomen voor het gemeenschappelijk belang, ja zelfs door de aanvaarding van min of meer ondankbare politieke mandaten, op gevaar af hun gezin of hun gezondheid aan het wankelen te brengen.
Dat geldt op alle niveaus, van gemeentelijk tot Europees. Maar heel in het bijzonder op het niveau waar het wezenlijke deel van de herverdeling plaatsvindt, in naam van de solidariteit, in naam van de sociale gerechtigheid. Voor ons, nu, is dat niveau België. Het is waarschijnlijk wenselijk dat het ooit meer Europa wordt. Maar het is nu duidelijk geworden dat dit niet voor morgen is. Sommigen zouden liever willen dat het meer de Gewesten zijn. Maar wanneer de drie Gewesten van een land een grootstedelijk gebied delen dat het voornaamste werkgelegenheidsbekken van het land uitmaakt, zou het verlenen van een grotere autonomie aan de gewesten op dat vlak neerkomen op het onderwerpen van de solidariteit aan de rampzalige wisselvalligheden van een onbedwingbare fiscale en sociale competitie.1
De keuze stelt zich dus niet. Wil men een sterke solidariteit handhaven - niet louter tussen de Gewesten, maar ook binnen elk van hen -, moet een middel worden gevonden om de adhesie tot België weer aan te wakkeren. De mondialisering maakt deze adhesie niet obsoleet. Integendeel, ze maakt het meer dan ooit noodzakelijk dat de vermogende belastingplichtigen zich vrijwillig onthouden gebruik te maken van de oneindige mogelijkheden om belastingen te ontduiken die hen worden geboden door een steeds toenemende transnationale mobiliteit. Het patriottisme mag dus niet worden gereduceerd tot een verouderd belgicisme. Het mag niet overgelaten worden aan conservatief rechts. Het vormt een centraal bestanddeel van een progressief project geschikt voor onze tijd. Maar het moet aan een aantal voorwaarden voldoen.
In de eerste plaats moet het gaan om een patriottisme met velerlei verdiepingen. Identificatie met onze gemeente, met ons gewest, met onze federale staat, met de Europese Unie, is geen zero sum game. We kunnen ons des te meer Belg voelen naarmate we ons meer Europeaan voelen, omdat het Belg-zijn in niet te verwaarlozen mate impliceert dat we volop meewerken aan het bijzondere avontuur dat de Europese Unie is. Op dezelfde manier mogen we zonder vrees Vlaming, Waal of Brusselaar zijn, zonder ons daarom minder Belg te voelen, omdat het Vlaming-, Brusselaar- of Waal-zijn in wezenlijke mate impliceert dat we samen meewerken aan die buitengewone onderneming die België is.
Verder mag dat patriottisme geen etnisch patriottisme zijn. Het moet het patriottisme zijn van al diegenen die een grondgebied delen, groot of klein, waar ze ook vandaan komen en wat ook hun moedertaal is. Van gemeentelijk tot Europees niveau hoeft het vaderland waarvan sprake geenszins het land van onze vaderen te zijn, maar het moet wel een land zijn waaraan onze kinderen zich kunnen hechten, dankzij hetgeen wij er samen van maken. Het zijn de vaderlanden die rehabilitatie verdienen, niet de etnische volksgemeenschappen. Indien er bijgevolg iets atavistisch schuilt in onze federale instellingen, dan is dat niet het Koninkrijk, maar wel de Gemeenschappen. Wanneer we erin slagen hun bevoegdheden op een intelligente manier te herverdelen, zullen we een grote stap hebben gezet om de drie Gewesten in staat te stellen de identiteit waaraan ze dringend nood hebben, te versterken.

Tot slot hoeft de adhesie tot een vaderland geen beate trots te impliceren. De collectieve schaamte om wat er ‘bij ons’ verkeerd gaat, vormt een heilzame kracht om te pogen beter te doen. Maar indien niets van wat het vaderland gedaan heeft of doet het geringste gevoel van trots rechtvaardigt, dreigen we er ons volledig van af te keren en onze energie en solidariteit op iets anders te richten. Wat valt er in dit opzicht te zeggen over de Modellstaat Belgien zoals Karl Marx hem ironisch noemde, toen hij er kort na zijn oprichting een toevlucht zocht? Om een vaak onheus bejegende nationale trots weer enigszins aan te wakkeren, mogen we in navolging van de Amerikaanse econoom Lester Thurow, misschien opmerken dat, indien we niet het bbp per inwoner maar het bbp per gewerkt uur als indicator nemen - indien we dus rekening houden met de waarde van de vrije tijd - België tot de rang van rijkste staat ter wereld wordt gekatapulteerd. We kunnen er nog aan toevoegen dat een over het algemeen performant sociaal beschermingssysteem die rijkdom zodanig verdeelt dat we één van de laagste armoedeniveaus ter wereld halen, of nog dat België het in 1899 als eerste land heeft aangedurfd om het proportioneel stemrecht in te voeren dat nu door de meeste stabiele democratieën wereldwijd is overgenomen.

Maar bovenal is ons land, als laatste meertalig overblijfsel van het Rijk der Habsburgers, er moeizaam in geslaagd twee talen op voet van gelijkheid te plaatsen, een bescherming in te voeren voor de meest kwetsbare van de twee en een ruime autonomie te verlenen aan de bevolkingsgroepen die de twee talen in meerderheid spreken, mét behoud van de onderlinge solidariteit. Wat een heel andere zaak is dan bevolkingsgroepen van heel diverse origine te laten samenleven in een melting pot op zijn Amerikaans. En een veel moeilijkere zaak ook, zoals Europa op pijnlijke wijze aan het ontdekken is.2
Op een accidentele geboorte is een geaccidenteerd parcours gevolgd. Het heeft bijvoorbeeld tijd gekost om de wijsheid van het besluit tot verdrijving van de UCL naar Waals grondgebied te begrijpen. En het zal nog tijd vergen om te beseffen hoe comfortabeler het is de solidariteit te ondersteunen wanneer men ervan profiteert dan wanneer men ze financiert, en hoe gemakkelijker het is om het recht op vrij taalgebruik op te eisen wanneer het altijd de anderen zijn die een inspanning leveren om jouw taal aan te leren. Bovendien zullen visie en goedgeplaatst opportunisme nodig zijn, bijvoorbeeld om frustraties à la BHV te beantwoorden met een intelligente hervorming van de verkiezingswijze van het Parlement, die het onze federale democratie mogelijk maakt niet langer in de eerste plaats een communautaire confrontatie te lijken en te zijn.3
In afwachting daarvan zullen de krachtmetingen, de min of meer geloofwaardige dreigementen en zelfs de afscheidingsdromen niet afnemen. Maar gezien het tempo waaraan de Europese integratie vordert, hoeven we ons geen illusies of zorgen te maken: België zal ons allemaal overleven. Vandaar dat we dan ook beter ons uiterste best doen om het - met de Gewesten en dankzij hen - beter te helpen doen wat gedaan moet worden.

Philippe Van Parijs
Chaire Hoover d’éthique économique et sociale, Université catholique de Louvain & Department of Philosophy, Harvard University

cartoon: © Arnout Fierens

Noten
1/ Deze stelling wordt verder uitgelegd en verdedigd in Van Parijs Ph. (1997) Solidariteit voor de XXIste eeuw, Leuven: Garant.
2/ Zie Van Parijs Ph. (2006), Europa, een multiculturele republiek? Drie uitdagingen, in Cahier Tegenspraak 26, 2006, 299-311.
3/ Zie het voorstel van de Paviagroep: www.paviagroup.be.

gewesten - vaderland - communautaire problemen - communautaire verschillen

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 7 (september), pagina 38 tot 40