Log in

Regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid en de werkloosheidsuitkeringen?

Context

In het licht van de nakende federale verkiezingen in het voorjaar van 2007 bereiden de Vlaamse partijen zich stilaan voor op de verdere stappen in de staatshervorming. Daarbij wordt vaak verwezen naar de vijf resoluties van het Vlaams Parlement van 3 maart 1999. Het is opvallend dat er in deze, toch vrij radicale, resoluties (men zat in het Van den Brande-tijdperk) geen sprake was van een splitsing van de werkloosheidsuitkeringen. Men vroeg toen enkel ‘de mogelijkheid om de werkloosheidsuitkeringen aan te wenden als activerend arbeidsmarktinstrument’. Men mag niet vergeten dat de toenmalige SP zich in 1999 onthield over de resolutie betreffende bevoegdheidsoverdrachten van de federale staat naar de deelstaten. Agalev deed dat bij álle resoluties.
sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte vroeg in zijn intentieverklaring van september 2005 om de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid. Hij gaf er evenwel een zéér ruime definitie aan. Hij wenste immers ook de splitsing van de regelgeving inzake werkloosheidsuitkeringen en de genoemde verwante uitkeringen (zoals brugpensioenen). In tegenstelling met andere partijen wilde hij de financiering federaal houden, en dus de solidariteit behouden. Het huidig aandeel van de gewesten (50% voor Vlaanderen, 38,5% voor Wallonië en 11,5% voor Brussel) zou gedurende 20 à 25 jaar behouden blijven. Nadien zou de taart herverdeeld worden op basis van demografische gegevens.

Evaluatie van het voorstel van de sp.a-voorzitter

Laten we eerst en vooral de huidige bevoegdheidsverdeling situeren. De federale RVA kent de werkloosheidsuitkeringen toe, evenals de ermee verwante uitkeringen zoals wachtuitkeringen, brugpensioenen, loopbaanonderbrekingen en tijdskrediet. De wetgeving betreffende deze uitkeringen (toekenningsvoorwaarden, bedragen, enz.) is federaal. De financiering ervan gebeurt vooral via de sociale afhoudingen op de lonen voor het geheel van de sociale zekerheid. De sector werkloosheid ontvangt daarvan een deel via de RSZ.
Het eigenlijke werkgelegenheidsbeleid (=het tewerkstellingsbeleid of arbeidsmarktbeleid) is daarentegen voor het grootste deel reeds regionaal of communautair. Daaronder valt o.a. de arbeidsbemiddeling: jobhunting en jobcoaching, beroepsopleiding, bepaalde premies en subsidies. Een deel ervan, zoals bepaalde wedertewerkstellingsprogramma’s en het sociaal overleg, blijft echter federaal.

Regionalisering tewerkstellingsbeleid?

De idee om gedurende 20 à 25 jaar het huidig aandeel van de gewesten als verdeelsleutel te hanteren, komt gul over en is goed bedoeld. Maar is dit realistisch? De visie van de meeste Vlaamse partijen inzake financiële responsabilisering indachtig, lijkt ons dit zéér twijfelachtig. Het verwijt aan ‘consumptiefederalisme’ te doen, is dan niet ver af.
In vroegere dossiers over de gezondheidszorg argumenteerden de Belgische Progressieve Socialisten (BPS) dat een splitsing van de normering en het beheer, met het behoud van een federale financiering, onhoudbaar is. Deze redenering geldt ook voor de werkloosheidsuitkeringen. Stel: de werkonwilligheid in Wallonië of Brussel zou niet meer gesanctioneerd worden, terwijl er in Vlaanderen streng zou worden opgetreden. Zal Vlaanderen dan een federale financiering blijven aanvaarden? Splitsing betekent dat de regelgeving in Noord en Zuid zal uiteengroeien. De federale financiering zal dan ook vroeg of laat springen.
Het eigenlijke werkgelegenheidsbeleid (jobhunting, jobcoaching, opleiding,…) is nu reeds in ruime mate geregionaliseerd. Het budget van de RVA bewijst dat met de regionale verschillen rekening gehouden wordt. Het aantal ‘klassieke’ werkloosheidsuitkeringen ligt relatief hoger in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen. Verwante uitkeringen zoals voor tijdelijke werkloosheid, loopbaanonderbreking, tijdskrediet, ouderschapsverlof en brugpensioen liggen dan weer veel hoger in Vlaanderen.
De regionale regeringen leggen dus reeds eigen accenten. We denken o.m. aan het actieplan van de Vlaamse Regering om aan elf Vlaamse steden met grote jongerenwerkloosheid premies voor jobbegeleiding toe te kennen. Bij de besprekingen over het Generatiepact bekwamen zowel Vlaanderen als Wallonië een fiscale vrijstelling: Wallonië voor kapitaal- en interestsubsidies aan bedrijven en Vlaanderen voor tewerkstellingssubsidies. Overigens draait de meer actieve begeleiding van langdurig werklozen, door de federale minister Peter Vanvelthoven (sp.a) en de federale RVA, in de drie gewesten goed.
Daarnaast beweren de vakbonden dat de federale arbeidswetgeving voldoende ruimte laat om regionale accenten te leggen. sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte en andere politici ontkennen dat. Verder onderzoek en overleg met de vakbonden kan dit uitklaren. De BPS hebben op dit vlak geen principiële problemen. Voor ons is ook een grotere responsabilisering van de gewesten bespreekbaar. Net zoals we in het dossier over de gezondheidszorg akkoord gingen met de toekenning van een federale bonus voor deelstaten die extra inspanningen deden op het vlak van preventie, kan ook hier overwogen worden een federale bonus toe te kennen aan deelstaten die extra inspanningen doen qua tewerkstelling. Deze responsabilisering zal de arbeidsbemiddelingsdiensten in alle gewesten stimuleren.
De Belgische Progressieve Socialisten, als federalisten, zijn het ook eens dat de deelstaten, binnen hun bevoegdheidspakketten (o.m. arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding, vorming), volwaardige cao’s moeten kunnen afsluiten die regionaal algemeen verbindend kunnen worden verklaard. Dit is géén afbouw van het Belgisch sociaal overleg vermits het hier gaat over eigen bevoegdheden van de gewesten en gemeenschappen. Overigens moet de federale overheid steeds de bevoegdheden van de deelstaten eerbiedigen (en omgekeerd).
In het debat rond de werkgelegenheid gaat evenwel te weinig aandacht uit naar de gemeenten en provincies. Er bestaat geen typisch Belgische arbeidsmarkt. De werkloosheidsgraad verschilt inderdaad sterk tussen Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Er bestaat echter geen typisch Vlaamse of Waalse arbeidsmarkt. De problemen van Roeselare en La Louvière zijn verschillend, maar de problemen van Roeselare en Ronse zijn evenzeer verschillend. Idem voor de problemen van La Louvière en Wavre. Laat ons het Belgisch unitarisme niet vervangen door een Vlaams en Waals unitarisme. Alle beleidsniveaus (gemeenten, provincies, gewesten, België, Europa) en de sociale partners zijn belangrijk. Alle beleidsniveaus en - niet te vergeten - de werkgevers moeten zich voor werkgelegenheid inspannen, met eigen accenten maar met voldoende overleg.

Regionalisering werkloosheidsuitkeringen?

Johan Vande Lanotte vroeg in zijn intentieverklaring niet alleen de regionalisering van het eigenlijke werkgelegenheidsbeleid, maar ook de regionalisering van de regelgeving inzake werkloosheidsuitkeringen. Dit is een brug te ver. Zoals gesteld vroegen zelfs de Vlaamse resoluties van 1999 dit niet. Gelukkig lijkt de sp.a-voorzitter zijn standpunt te nuanceren.
De wetgeving inzake werkloosheidsuitkeringen, en de verwante uitkeringen, is een wezenlijk onderdeel van de sociale zekerheid. Alle takken van de sociale zekerheid blijven best federaal. Onderdelen van de sociale zekerheid splitsen staat overigens haaks op de idee van de ‘homogene bevoegdheidspakketten’.
Een splitsing van de werkloosheidsuitkeringen staat haaks op het gelijke kansenprincipe en het gelijkheidsbeginsel van de sp.a. Wie onvrijwillig werkloos is, mag niet benadeeld (of bevoordeeld) worden omdat de arbeidsmarkt in zijn/haar gewest verschilt van deze in een ander gewest. Indien morgen de bedragen of de toekenningsvoorwaarden voor werkloosheidsuitkeringen, wachtgelden of brugpensioenen zouden verschillen volgens de taal en/of de woonplaats van de rechthebbenden, wordt - zoals de vakbonden meermaals stelden - de solidariteit onder de mensen bemoeilijkt, een verzuring van de minderbegoeden aangekweekt en extreemrechts in de kaart gespeeld. Hoe zal gereageerd worden wanneer bv. Nederlandstalige werklozen in Brussel hogere werkloosheidsuitkeringen genieten dan hun Franstalige lotgenoten?
De sp.a-top suggereerde om jonge Vlaamse werklozen reeds na drie maanden wachttijd, i.p.v. negen maanden, een wachtuitkering te geven. Dit zou dan zes maanden vroeger zijn dan de jonge Waalse of Brusselse werklozen, die dan riskeren met ongelijke kansen te moeten starten. Voor de BPS moeten de wachttijden uniform federaal blijven. Toegegeven, er zijn ook vandaag allerlei verschillen tussen de mensen in de prestaties van de sociale zekerheid. Maar het lijkt ons evenwel socialistisch en progressief deze verschillen te verkleinen i.p.v. te vergroten. Ook wij dromen van een meer sociaal Europa, maar intussen mogen we in België de verschillen niet gaan vergroten. Overigens zijn in geen enkel federaal land de werkloosheidsuitkeringen gesplitst.
Uiteraard impliceert gelijke rechten van Vlamingen en Franstaligen, gelijke plichten. De federale normen in de werkloosheidsreglementering moeten eenvormig toegepast worden in gans het land. Maar dat geldt voor alle federale regelgevingen in de sociale zekerheid en elders.
We betwijfelen dan ook ten zeerste of een splitsing van de werkloosheidsuitkeringen tot een meer socialistisch gerichte regelgeving en beheer zal leiden. Op federaal niveau zijn er ideologische spanningen, maar op Vlaams niveau evenzeer. De rechtse krachten staan er in dit domein nog sterker. Overigens bestaat er voor dit soort splitsing vrijwel geen draagvlak bij de linkse Vlamingen.
Johan Vande Lanotte is een verstandig en rationeel politicus (zeker geen nationalist). We hebben dan ook goede hoop dat hij kan worden overtuigd dat een splitsing van de werkloosheidsuitkeringen niet wenselijk is. Zo heeft hij reeds in een VTM-debat van 9 mei 2006 zijn visie genuanceerd: de hoogte van de werkloosheidsuitkeringen zou ‘niet noodzakelijk’ gaan verschillen in de gewesten. Een stap in de goede richting dus.
Overigens zijn de vakbonden, die in deze materie toch thuis zijn, sterk gekant tegen deze regionalisering. Een ernstige dialoog tussen de partij, de PS en het ABVV is hier nodig. De splitsingsdoxa van enkelen in de sp.a en van spirit is eerbaar, maar electoraal geenszins lonend. Bovendien vergroot ze de kloof tussen partij en vakbond, terwijl die in ieders belang moet worden versmald.
Het samenbrengen van het geheel van het werkgelegenheidsbeleid op Vlaams niveau lijkt een homogeen bevoegdheidspakket te scheppen, maar breekt het federaal homogeen bevoegdheidspakket van de sociale zekerheid. Bovendien zal het de bureaucratie doen toenemen en compliceren (o.m. voor bedrijven die in meerdere gewesten actief zijn).
De werkloosheidsverzekering heeft er baat bij om op het hoogst mogelijke niveau te worden georganiseerd. Hetzelfde geldt overigens voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering en voor de pensioenen. Inderdaad, de werkloosheidsuitkering betreft een soort verzekering. Van collectieve aard weliswaar binnen de sociale zekerheid, maar met gedeeltelijke toepassing van principes van de private verzekeringen. Vooral door de storting van bijdragen voor het dekken van het risico. Het is binnen het verzekeringswezen een wetmatigheid dat hoe groter het aantal bijdrageplichtigen is, hoe beter de risico’s kunnen worden gedekt. De solidariteit kan dus best op het hoogste niveau gewaarborgd worden. Dat wil zeggen, daar waar de doelmatigheid van de sociale zekerheid maximaal is.
Aangezien de organisatie van een werkloosheidsverzekering op Europees niveau vooralsnog utopisch is, is het Belgische niveau een minimale schaal. In die zin is de splitsing in deze materie niet progressief, maar eerder het omgekeerde.

Besluit

Samenvattend kunnen we stellen dat een verdere regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid verdedigbaar is, indien aangetoond wordt dat de federale wetgeving onvoldoende regionale diversiteit toelaat. Wat de werkloosheidsuitkeringen betreft wensen wij echter het behoud van het federaal karakter ervan als wezenlijk onderdeel van de federale sociale zekerheid.

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 10 (december), pagina 4 tot 7