Log in

'Ernest Mandel, rebel tussen droom en daad'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 55 tot 56

Ernest Mandel, rebel tussen droom en daad

Jan Willem Stutje
Houtekiet/Amsab, Antwerpen/Gent, 2007

Ernest Mandel is geboren in 1923. Zijn vader was een Poolse jood die zich in Antwerpen vestigde. Via hem kwam hij al vrij jong in de vierde internationale. Hij werd met andere woorden trotskist. Met zijn Traité de l’économie marxiste uit 1962 schreef hij een standaardwerk. Ook zijn lange golventheorie in het tien jaar later verschenen Spätkapitalismus is heel invloedrijk geweest. Je vindt deze - of andere werken van Mandel - vandaag niet meer in de boekhandel, maar dat belet niet dat hele generaties zich mede via zijn werk een wereldbeeld opgebouwd hebben. Mandel heeft lange tijd als journalist, onder meer voor Le Peuple, gewerkt maar werd op een bepaald moment professor aan de VUB. Hij kreeg nooit een grote leerstoel, maar dat was niet in verhouding tot zijn invloed op jongeren.
Misschien minder geweten is dat Mandel ook een rol gespeeld heeft in de sociaaldemocratie. Op een bepaald moment zagen de trotskisten toch wel in dat ze op hun eentje de wereldrevolutie niet zouden bewerkstelligen. Mandel speelde in het begin van de jaren 1950 een rol in de voorbereiding van de belangrijke congressen van de socialistische vakbond. Hij werd aangesproken door Jacques Yerna om in een studiecommissie te zitten. Zijn biograaf beweert dat hij bijvoorbeeld de auteur is van de brochure van André Renard Vers le socialisme par l’ action, een cruciaal document in de discussie van toen over de structuurhervormingen. Mandel speelde een belangrijke rol in de oprichting van het linkse blad La Gauche. Even later zou hij in conflict komen met Renard. Voor Mandel was hij niet radicaal genoeg, maar hij kon vooral moeilijk leven met zijn ‘wallingantisme’. Bij de BSP werd hij aan de deur gezet.

Mandel legde zich meer op het internationale niveau toe. We leren in zijn biografie tal van boeiende personen kennen waarmee hij samenwerkte. Ik noem maar Sherry Mangan, Rudi Dutschke, Tariq Ali en Perry Anderson. Hij was bevriend met Che Guevarra. Op een bepaald moment kreeg Mandel het etiket terrorist. Hij vond de gewapende strijd in Latijns-Amerika een aanvaardbare strategie (de auteur suggereert op dat punt dat dit voor Mandel meer strategie dan overtuiging was). Hij kreeg er een inreisverbod in de VS en een aantal Europese landen voor in de plaats. Hij stierf in 1995. Op het einde van zijn leven was er van een trotskistische beweging niet veel sprake meer. Ze waren op geen enkel moment een massabeweging. Velen van hen hadden ook een groot deel van hun tijd besteed aan ruzie maken met de reformisten en vooral met andere splinterpartijen. Maar Mandel is tot op het einde van zijn leven blijven geloven in de nakende revolutie.

Vlaanderen heeft nooit een overdaad gehad aan intellectuelen. Daarmee heb ik het niet over wetenschapslui of zelfs verstandige mensen. Die hebben we natuurlijk wel. Met intellectueel bedoel ik iemand die wat verder kijkt dan zijn neus lang is, iemand die een vakgebied overstijgt en met gezag kan zeggen hoe de wereld in elkaar zit. Ernest Mandel was wel een intellectueel. Al vrees ik dat hij zich niet echt Vlaams gevoeld zal hebben en al is het duidelijk dat zijn politieke analyses de tand des tijds niet doorstaan hebben. Het is bijv. verwonderlijk dat hij de milieuproblematiek niet echt ‘ontdekt’ heeft. De discussies die vandaag nog altijd gevoerd worden, zijn immers al in de jaren 1970 begonnen.

Het is niettemin belangrijk dat er nu een biografie van ­Ernest Mandel verschenen is. Deze is goed geschreven en het is ook een prachtig uitgegeven boek. Alleen jammer dat er meer dan 100 bladzijden besteed werden aan maar liefst 1772 voetnoten. Dat is van het goede te veel.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 5 (mei), pagina 55 tot 56