Log in

'Arm Wallonië, een reis door het beloofde land'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 7 (september), pagina 58 tot 59

Arm Wallonië, een reis door het beloofde land

Pascal Verbeken
Meulenhoff/Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 2007

Auguste Dewinne schreef in 1901 ‘A travers les Flandres’ in zijn krant Le Peuple. Het was een reisreportage in het toen uitermate arme Vlaanderen. Humo-journalist Pascal Verbeken maakt een eeuw later een reis in de omgekeerde richting. Hij volgt, met Dewinne als gesprekspartner, de Vlamingen die toen om den brode naar Wallonië trokken. Het landsgedeelte dat velen een nieuwe toekomst gaf, is niet meer wat het was.
Het werd een fascinerend boek. Verbeken roept er de herinnering op aan de Vlamingen die begin vorige eeuw vertrokken. Sommigen pendelden dagelijks over soms ongelooflijke afstanden. Anderen gingen eerst en lieten later hun familie overkomen. De meesten bleven. Vandaag vind je nog overal hun graven, maar ook in de vele Vlaamse namen van mensen die alleen maar Frans spreken, herken je hun afkomst. Ze vertrokken uit miserie. Het leven dat ze vonden, was nochtans ook niet zo schitterend. Ze werkten in de mijnen of de staal, ze werken in elk geval keihard. En de Walen ontvingen hen zoals vandaag de migranten ontvangen worden, met vooroordelen en zelfs racisme.

Maar Verbeken schets ons ook het huidige Wallonië. Het beloofde land van toen is verdwenen. Er zijn rijkere streken, maar al te vaak vind je een Wallonië dat grauw en in verval is. De tegenstellingen tussen rijk en arm zijn weer heel scherp. Je ziet het bijvoorbeeld in Luik, waar rijke wijken afsteken tegen de verpauperde buurten. Het is een tegenstelling die het schrijnendst is tussen autochtonen en allochtonen. Je vindt er alle clichés, van zwartwerkende werklozen tot corruptie.

Er komen nochtans nieuwe bedrijven bij, zelfs topbedrijven (zoals EVS Broadcast Equipment in Seraing, een wereldleider in de sector van het beeldmateriaal). Dramatisch is echter dat deze bedrijven relatief klein zijn. Ze kunnen nooit alle plaatsen opvangen die verloren gingen bij de teloorgang van de grote industrieën. Nog erger is dat een grote groep laaggeschoolden gewoon niet in aanmerking komt voor die high tech. ‘Seraing kampt met hetzelfde probleem als Charleroi: de industrieterreinen barsten uit hun bestemmingsplannen, maar betekenen weinig of niets voor de ongeschoolde onderklasse in de volkswijken’ (p. 223). Die onderklasse zit echter vooral moreel aan de grond. Bij de lectuur ben je bijna geneigd te gewagen van een collectieve depressie. Hoe kan je anders verklaren dat er zelfs in Wallonië knelpuntberoepen zijn? Derdegeneratiewerklozen hebben echt wel een zeer fundamenteel probleem, waar een te simpel verhaal van rechten en plichten geen oplossing voor biedt.

En toch is niet alles hopeloos. Het volstaat een bezoek te brengen aan het MAC, in le Grand Hornu bij Mons. Het museum voor hedendaagse kunst, in het kader van de oude mijncité, schreeuwt levensvatbaarheid uit. Daarnaast ligt de Cité Hadès, een woningbouwproject dat mislukt was vooraleer het afgewerkt was. Vandaag is het toch bewoond. Wallonië kan er wel degelijk bovenop komen. Pascal Verbeken verwijst ergens naar de ludieke actie van N-VA bij de scheepslift van Stépy-Thieu. Ze gooiden met nepgeld om de transfers van Vlaanderen naar Wallonië aan te klagen. Ze vonden het nodig dat te doen in een centrum waar duizenden Vlamingen een nieuwe toekomst gevonden hebben. Kortzichtiger kon wel niet.

Dewinne maakte door zijn verslagen Vlaanderen kenbaar aan Wallonië. Hij zal wel niet echt alle vooroordelen overwonnen hebben, maar hij heeft toch een bijdrage geleverd. Verbeken brengt het lot van die Vlamingen die naar Wallonië trokken in herinnering, maar toont Vlaanderen ook hoe het er vandaag in Wallonië aan toegaat. Vlaanderen weet dit niet, al te dikwijls verblind door vadsigheid. Ook Verbeken zal niet alle vooroordelen wegnemen, maar zijn boek zou verplichte lectuur moeten worden in alle scholen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 7 (september), pagina 58 tot 59