Abonneer Log in

Een rode T-shirt en kapotte schoenen?

Wat nu met de sp.a?

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 7 (september), pagina 9 tot 11

Toen de laatste Tapas voor de jongste verkiezingen bij mij in de bus viel en het partijprogramma daarin werd gepresenteerd in de vorm van een quiz, moest ik terugdenken aan een mail die ik een hele tijd geleden van toenmalig sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte kreeg.
Bij het lanceren van Tapas, dat Doen moest vervangen, had ik hem laten weten dat ik mij persoonlijk beledigd voelde door dit vernieuwde ledenblad dat heel erg in de gepolijste stijl van vrouwenbladen was gemaakt. Geësthetiseerd, vooral geen lange teksten, zorgvuldig uitgekozen panels die soundbites mochten geven op commando.

WAT NU MET DE SP.A?

Bedenkingen van een overlevende
Janine De Rop
Een rode T-shirt en kapotte schoenen?
Tessa Vermeiren
Bergop
Frank Beke
De leegte van links
Dirk Holemans
Socialisme, ideologie en electoralisme
Pascal Verhoest
Moet er nog socialisme zijn?
Patrick Loobuyck
De PS en haar toekomst
Pierre Verjans

Met zesendertig jaar ervaring in dat soort communicatie had ik mij aangematigd uitgebreid commentaar te geven op Tapas. Wie zijn kiezers ernstig neemt, houdt ze niet voor het lapje met dit soort vals luchtharige publicaties. Niet elk item kan worden opgeleukt. Er zijn er veel die beter niet cosmetisch worden behandeld.
Wie echt de massa wil bespelen kan beter kijken naar Dag Allemaal dan naar Flair, wat het Vlaams Belang trouwens perfect doet. Al besef ik dat dit laatste een cynische opmerking is.
Mijn poging tot opbouwende kritiek werd door de voorzitter (of door iemand van zijn team in zijn naam) beantwoord met een bijzonder arrogante mail die mij mededeelde dat mijn kritiek als ‘compliment’ werd ervaren. Op dat moment besloot ik mijn lidmaatschap niet verder te zetten. Niet omdat men mijn raad niet volgde, wel om de arrogantie van de toon en de geringe luisterbereidheid van de voorzitter naar de basis die daaruit sprak. Al ben ik wel sp.a blijven stemmen, tegen wil en dank, bij gebrek aan alternatief. De hoop op vernieuwing die er was gekomen met Patrick Janssens als partijvoorzitter was bij mij wel compleet weggeëbd. Vernieuwing was er, maar met de tijd kwam ook de verwijdering van waar mensen echt mee bezig zijn. Marketingregels en -plannen hadden het oor voor en de voeling met de basis vervangen.

Het gemor dat na de aanduiding door Vande Lanotte van Caroline Gennez als kandidaat-voorzitter van beneden uit opsteeg, leerde mij dat ik niet alleen sta met dat gevoel. De malcontente berichten uit het partijbestuur, waar wel meer mensen de dictaten grondig beu waren, bleven niet uit.
De bittere opmerkingen van Maya Detiège, hardwerkend parlementslid met grote kennis op het gebied van gezondheidszorg, die meer dan onheus werd behandeld door de Antwerpse bonzen en een ‘wit konijn’ aan de kop van de lijst kreeg die haar weitje zou komen afgrazen, wees ook al in die richting. Dat ze dan ook nog voor een soort tribunaal zou worden geroepen omwille van gebrek aan loyaliteit in het publiek deed helemaal de deur dicht.
Hoe levend is een partij die in haar vroegere bastion Antwerpen geen valabele lijsttrekker uit eigen rangen kan of wil aanduiden? In datzelfde Antwerpen waren de schepenzetels ook al voor de verkiezingsuitslag verdeeld, zodat de talrijke allochtone stemmers geen vertegenwoordiger in het schepencollege konden krijgen. Teleurstelling alom, met bittere reacties als gevolg. Wie die bittere reacties ondersteunde, kreeg van het gemeentebestuur het verwijt dat ze zich hadden laten manipuleren door de Groenen. Wie niet voor ons is, is tegen ons.
Wanneer Caroline Gennez, als commentaar op de kandidatuur van sp.a rood-man Erik De Bruyn voor het voorzitterschap snerend zegt dat men ‘omdat men kapotte schoenen en een rode T-shirt draagt nog geen socialist is’, dan voel ik een koude rilling over mijn rug lopen.

Wanneer Yves Desmet vlak na de verkiezingsnederlaag schrijft dat de socialisten zich toch niet opnieuw moeten gaan bezig houden met ‘miserabilisme’, dan weten we meteen waar de sp.a zich nu overwegend beweegt. In hippe, stedelijke kringen, zeer ver verwijderd van sociale achterstelling, armoede, illegaliteit, kortom van miserabilisme. Weet iemand in die kringen van theoretische socialisten nog wat dat betekent in deze tijd?
Na la gauche caviar in Frankrijk zou ook wel het Vlaamse loftsocialisme nog niet aan het eind van zijn lijden kunnen zijn, als het de voeling met de straat verder verliest of weigert.
Zomer- en winterspektakels zijn goed voor de marketing van de stad en van de burgemeester. Maar zijn er geen andere, zéér dringende prioriteiten in een stad als Antwerpen? Waar blijft het gestructureerde integratiebeleid? De ‘arbeider’ van de tijd van vader Detiège en Kop Van den Eynde is grotendeels de migrant van nu. Patrick Janssens, de burgemeester van iedereen? Misschien moet hij toch maar eens een week in retraite met Frank Beke en zijn opvolger Daniël Termont. De vraag die door veel Antwerpse socialisten wordt gesteld, of Patrick Janssens socialist is, is niet onterecht. En misschien kon de sp.a beter aan iemand als Daniël Termont of Frank Beke een rapport vragen over wat er misliep bij de jongste federale verkiezingen.

Bij zijn pyrrusoverwinning in Antwerpen deed Patrick Janssens, verkozen zonder sp.a-label, ook nog de hooghartige uitspraak dat de sp.a een stedelijke partij is, dat het platteland kon worden overgelaten aan het VB en de CD&V. Maar het platteland wàs ook al lang weg van de socialisten. Het had één verkiezing eerder al daadwerkelijk VB en CD&V gestemd.
Ik hoor altijd maar weer herhalen dat de ‘verzuiling’ voorbij is. Zou dat zo zijn? En als dat zo is, is dat dan positief voor links? De Boerenbond, uit de CD&V-zuil is er bijvoorbeeld in geslaagd op dat platteland een modern verenigingsleven te doen bloeien, dat al een hele tijd standen en zelfs ideologieën overschrijdt. De Landelijke Gilden en de KVLV bijvoorbeeld houden zich bezig met de échte problemen van mensen die niet in de ‘grote’ steden wonen. Kinderopvang, de groeiende kost van huisvesting, hulp voor oude mensen die alleen willen blijven wonen, milieu en ruimtelijke ordening op dat platteland. En als er één linkse beweging is die zich onder gewone mensen nog steeds waarmaakt dan is dat wel de KWB, ook al uit diezelfde zuil. Die weten nog wat de problemen van arbeiders zijn en kijken al sinds zeer lang veel verder dan de grenzen van Vlaanderen.
De sp.a heeft (soms letterlijk) de vakbond en de ziekenfondsen de rug toegekeerd, te veel miserabilisme allicht. Te gewone, te alledaagse problemen?

Socialistische verenigingen in de landelijke gemeenten houden zich vooral bezig - als ze er al actief zijn - met kaarten en handwerkmiddagen. Ze missen de maatschappelijke boot omdat er aan de kop van de vloot geen kapiteins staan die nog voeling hebben met gewone mensen. Ze behoren niet tot dat coole, hippe volk waarmee onze socialistische eminenties zich zo graag omringen, of met wie ze menen te moeten communiceren in een trendy, luchtige stijl. Vorm zonder veel inhoud. Ik herhaal het nog eens: Dag Allemaal is het meest gelezen blad van Vlaanderen. Het heeft een oplage van meer dan 400.000 exemplaren. Analyseer eens wie die lezer is en waar hij mee bezig is. Hoe wil hij aangesproken worden?

De mensen die niet in de zogenaamd ‘grote steden’ wonen, zijn echt niet overwegend rechtsen en reactionairen die zich inbunkeren in hun villa’s, alweer een zinsnede uit een commentaar in De Morgen (uitgerekend de krant van de stedelijke, ‘linkse’ intellectueel). Slechts één bewijs: het succes van de Freinetscholen van het Gemeenschapsonderwijs bij ‘iedereen’ in de dorpen. Bij jonge gezinnen met misschien geen vrijzinnige achtergrond, maar wél met een open mind, gericht op verandering, op evolutie.

Het was Rik Pinxten die een paar jaar geleden zei dat de grootste fout van politieke partijen tegenwoordig is dat ze hun leden geen politieke scholing meer geven. De ‘volksverheffing’ van vroeger, waardoor veel arbeiders hun kinderen de kans gunden om een of meer stappen vooruit te komen in het leven, is haast een vies woord geworden. Terwijl het toch ook een maatschappelijke taak van een socialistische partij zou moeten zijn én blijven?
Wie die politieke vorming verwaarloost, ziet de bron voor nieuw politiek talent opdrogen en moet op den duur op zoek naar ‘witte konijnen’. Zo wordt een ras van politiekers gekweekt dat eerder zwak staat. En krijgt men een achterban die én uitdunt én mort als ze blijven. Een achterban die haar boegbeelden niet meer vertrouwt. Wie zijn denklaboratoria beperkt tot de Brusselse en Antwerpse salons kan niet anders dan zijn bronnen verschralen. Marketingmensen en trendwatchers zijn nodig, maar als aanvulling op eigen onderzoek en waarneming. Dat laatste was allicht de sterkste kant van Steve Stevaert, die wist waar mensen mee bezig waren.

Ook nepotisme is niet van aard om de partij levend en strijdbaar te houden. In de federale regering zaten drie zonen en dochters van. Drie socialistische ministers en alledrie van hetzelfde laken een broek. Politiek en een politieke partij worden op die manier een closed shop. Ook dat fenomeen is niet van aard om de geloofwaardigheid bij de militant én bij de kiezer op te krikken.
Afstammelingen van oude coryfeeën en witte konijnen? Waarom zouden de militanten zich nog het vuur uit de sloffen lopen? De partij is al lang niet meer van hen. Ze heeft hem of haar alleen nog nodig om de zaal te vullen voor de televisiecamera’s bij applauscongressen. Het is haast een wonder dat iemand als Erik De Bruyn nog de moed heeft om tegenkandidaat te zijn.

Tessa Vermeiren
Redactiedirecteur Weekend Knack

sp.a - verkiezingen - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 7 (september), pagina 9 tot 11