Log in

'De verstotene'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 60

De verstotene

Naima El Bezaz
Contact, Amsterdam, 2006

Het gaat niet goed met Amelie. Haar relatie met een Nederlandse schrielhaan loopt op de klippen. Op het werk wordt haar stille inzet en toewijding weinig gewaardeerd. In de ratrace ziet ze een ambitieuze bimbo op hoge hakken flirterig promotie maken. De dag dat ze 32 wordt, mijmert ze over wat is en zou moeten zijn. Het bilan is negatief. Op pagina 15, na amper zes bladen roman, stapt Amelie die in feite Mina heet uit het leven. De volgende 230 bladzijden zijn terugblikken in een ver en dichtbij verleden. Mina heeft het daarin niet onder de markt gehad. Ze heeft gekozen in het libertijnse Nederland een eigen weg te bewandelen, los van de (uiteraard) traditionele verwachtingen van haar islamitische en in de tijd verder radicaliserende familie. Daarvoor betaalt ze een hoge prijs. Ze wordt verstoten door haar familie, en in het Nederlandse milieu waarin ze tracht haar individualiteit te bewijzen, creëert ze een nieuwe identiteit. Aanvankelijk weet niemand iets van haar echte achtergrond.

In zijn bespreking maakt Tom Naegels gehakt van El Bezaz’ boek (De Standaard 6/10/2006). Een stationsromannetje met weinig nieuws onder de zon maar ‘wat deze roman vooral moeilijk verteerbaar maakt, is El Bezaz’ gebrek aan taal- of stijlgevoel.’ Dat is niet helemaal onterecht. Een goede eindredactie had dit boek, zijn schrijfster en lezers inderdaad een dienst bewezen. Zo bezoekt Mina tijdens al haar reizen naar Amerika ‘die zich eigenlijk beperkten tot New York’ graag ‘kunstuitingen’ omdat ‘sophisticated people dat nu eenmaal doen’. En de lezer krijgt dan nog mee dat hoofdrolspeelster zelve niet gediend is van schilderkunst, sculpturen en artistieke fotografie. Dus wel van bijvoorbeeld dans, film, literatuur, muziek en theater? Tot wat dient zo’n mededeling aan de lezer eigenlijk? Tot niets anders dan nietszeggende bladvulling.
In literaire termen is dit boek daarom ondermaats te noemen. Maar naar zijn ideologische betekenis - als tijdsdocument over een jonge moslima die een eigen weg heeft gekozen en daar ook een zware prijs voor betaalt - verdient het meer bijval. Naegels verwijt El Bezaz dat ze oude wijn in oude zakken verkoopt. Het is ‘opgewarmde kost’ voor lezers die al jaren overstelpt worden met verhalen over misstanden in het islamitische gezin. En die misstanden kunnen allemaal wel waar zijn, literatuur dient volgens Naegels niet om telkenmale hetzelfde onrecht aan te klagen. Activisten mogen op dezelfde spijker blijven kloppen, maar romanschrijvers moeten steeds andere verhalen schrijven. Onzin uiteraard. Zeker ook omdat El Bezaz nergens beweert hiermee een ultieme roman te hebben geschreven. Zelfs een tijdsdocument is misschien meer dan wat de schrijfster beoogde. In interviews lijkt ze vooral bevreesd dat lezers of ‘men’ - en ‘men’ is dan vooral de Marokkaanse gemeenschap die als een Grieks koor op de achtergrond commentaar geeft - zullen denken dat er gelijkenissen zijn tussen de schrijfster en de promiscue hoofdrolspeelster. Er kan niet genoeg beklemtoond worden dat schrijfster hoegenaamd niet losbandig is, maar braaf als maagd het huwelijk is ingegaan en ‘enkel ervaringen’ heeft met haar man (Het Laatste Nieuws 27/10/2006).

Godzijdank delen niet alle schrijvers mij mee met wie ze het (niet) doen, willen doen en op welke wijze dit (niet) moet gebeuren. Het bewijst wel dat de mentale veerkracht van de Marokkaanse gemeenschap nog altijd niet je dat is. En dan kan je wat schamper doen - zoals ik hierboven dus deed - over de disclaimers die de schrijfster gebruikt om interne gemeenschapskritiek te counteren, ze heeft het boek toch maar mooi geschreven.
Stilistisch is dit absoluut geen pareltje, en ook in de verhaallijnen is het soms wel erg over the top maar als El Bezaz in één ding geslaagd is, dan is het toch haar weergave van de eenzaamheid van Amelie/Mina. Het geestelijke trapezewerk tussen haar verleden en de nostalgie om opnieuw in de groep te worden opgenomen én het egocentrische, zeer individualistische materieel en ander genot dat de ‘Nederlander’ nastreeft, maakt het boek toch lezenswaardig.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 60