Log in

'Regimeverandering in Rotterdam. Hoe een stadsbestuur zichzelf opnieuw uitvond'

Uitgelezen

Regimeverandering in Rotterdam. Hoe een stadsbestuur zichzelf opnieuw uitvond

Pieter Tops
Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2007

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2002 haalde de lijst Leefbaar Rotterdam een klinkende overwinning. De PvdA werd niet meer in het bestuur opgenomen. Veiligheid werd een absolute topprioriteit. Pieter Tops brengt de regimewissel in kaart. Daarmee suggereert hij niet dat zich een totale breuk zou hebben voorgedaan. Regime slaat op een theorie van stedelijke regimes. Het gaat om een werkzame coalitie van politieke en niet-politieke krachten die zich achter een gemeenschappelijke agenda zetten.

In Rotterdam kon het nieuwe bestuur wel degelijk voortbouwen op wat de jaren voordien in de steigers gezet werd. Zo was er een vijfjarenplan voor veiligheid, besefte iedereen dat er iets gedaan moest worden en zaten CDA en VVD al in het bestuur. Het punt was echter dat het vorig bestuur er maar niet toe kwam om het probleem daadkrachtig aan te pakken. Eenmaal de nieuwe coalitie vooruitgang boekte, kon de PvdA het veiligheidsdiscours zelfs steunen. Het is ook niet zo dat de nieuwe coalitie zich alleen met veiligheid inliet. Ze concentreerde zich er wel op, maar zorgde er ook voor dat ze zich niet beperkte tot een repressieve aanpak en ook oog had voor zorg en preventie: ‘Duurzaam veiligheidsbeleid kan niet zonder verbindingen met sociaal beleid en met actief burgerschap’. (292)

Op dat veiligheidsbeleid drukt de persoon van burgemeester Ivo Opstelten een zeer zware stempel. Hij verpersoonlijkt de nieuwe Rotterdamse aanpak, met veiligheid als kernopdracht. Zijn voornaamste instrument is de stuurgroep veiligheid, een op zich informeel orgaan dat niet eens kan beslissen. Maar de groep profiteert van een urgentiegevoel en ontwikkelt onder leiding van de burgemeester een nieuwe stijl van werken. Zij is gericht op resultaat, op doen. Zij maakt geen gebruik van uitvoerige rapporten, maar van Powerpoint presentaties. Zij concentreert zich op de hoofdlijnen en probeert vooral tot concrete afspraken te komen. Kortom, de stuurgroep stuurt. Een ander centraal instrument in het veiligheidsbeleid is de stadsmarinier. Hij heeft een tijdelijke opdracht en moet binnen een afgebakend gebied voor een specifiek thema orde op zaken zetten. Hij kan daarvoor beschikken over een budget, zodat hij niet eerst een lange bureaucratische omweg hoeft te doen.

Is dat de paradigmawissel? Niet een nieuw denkschema, maar vooral een nieuwe aanpak. Een aanpak die kort op de bal speelt en resultaten oplevert. Het boek van Pieter Tops leest als een telefoonboek. Het is gewoon saai en onverteerbaar. Maar het is tegelijk intrigerend. Is het maar dat? Volstaat het om eindelijk te stoppen met palaveren en echt de hand aan de ploeg te slaan? De PvdA had blijkbaar kunnen uitvoeren wat de nieuwe coalitie gedaan heeft, maar zij had er alleen de kracht niet voor. Het probleem was niet dat het thema veiligheid taboe zou zijn, maar het onvermogen om daadwerkelijk iets gerealiseerd te krijgen. Men moet gewoon over een aantal bureaucratische drempels stappen. Men moet een aantal personen en groepen de mogelijkheid geven om op te treden, meer niet: ‘Met het nieuwe regime gaan de kurken uit de fles, de sluizen gaan open’. Datgene wat zich al aandient, krijgt nu de ruimte. In die zin is er misschien minder sprake van een regimewisseling, dan van een regimerevitalisering.’ (310) Of is dat toch wat overdreven? Even tevoren had de auteur het erover dat de PvdA in Rotterdam het verkiezingsonheil kon keren, maar toch ook weer niet door alleen het programma van het zittende college over te nemen. De PvdA nam de nadruk op veiligheid over, maar sloeg ook een veel meer verzoenende toon aan naar allochtonen en legde meer nadruk op sociale kwesties als armoede, werk en huisvesting. (285) Veiligheid is op zich geen links of rechts thema, maar er zijn wel linkse of rechtse manieren om het aan te pakken. En links staat niet gelijk met slapjes.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 55 tot 56