Abonneer Log in

Tips and tricks voor een vroeg nieuwjaarscadeau aan de bedrijven

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 30 tot 33

Situering regionalisering vennootschapsbelasting

Verschillende regeringspartijen op Vlaams niveau vragen een uitbreiding van de bevoegdheden van Vlaanderen inzake vennootschapsbelasting. Het is welbekend dat bepaalde gelijkaardige voorstellen op de federale onderhandelingstafel liggen.
Regionalisering van de belasting op bedrijven zet echter de deur open voor fiscale dumping, fiscale shopping van bedrijven en nieuwe lasten op de mensen en op consumptie. In dit artikel argumenteren we dat bedrijven om equity-overwegingen eveneens hun deel van de belastingsdruk moeten dragen, dat de economie niet noodzakelijk gebaat is met een race to the bottom inzake vennootschapsbelastingstarieven en dat de aantrekkelijkheid van Europa als investeringszone meer afhangt van haar centrumfunctie, investeringen in opleiding en innovatie en van transparante en eenvormige tarieven, veeleer dan in een onderlinge concurrentie tussen staten en regio’s inzake de vennootschapsbelasting.

Een paar mogelijkheden

De gewesten kunnen vandaag voor hun eigen burgers kortingen of afcentiemen toestaan op de federale personenbelasting. De minderopbrengsten moeten aan de federale overheid worden gecompenseerd. Vooral de rechterzijde van het Vlaamse politieke spectrum wil hetzelfde mogelijk maken voor de vennootschapsbelasting. Een vermindering van de vennootschapsbelasting zou volgens hen leiden tot extra investeringen, extra banen en meer geld voor de schatkist als gevolg van de zo befaamde terugverdieneffecten. Daarmee zou meteen uitvoering worden gegeven aan de resolutie van het Vlaams parlement van 3 maart 1999 die voor de deelstaten de mogelijkheid bepleit om binnen afgesproken grenzen, autonoom en op eigen kosten fiscale tegemoetkomingen in de vennootschapsbelasting toe te kennen. Drie pistes worden bekeken: korting op het federaal tarief, afcentiemen op het federaal tarief (men spreekt van 3%) of een basistarief gelijk voor elk gewest, waar dan een surplus kan worden op toegepast op niveau van de gewesten (het Zwitserse model).
Berekeningen van De Tijd geven weer dat de kostprijs van een procentpunt daling in de vennootschapsbelasting - uitgedrukt in procent van de middelen van elk gewest - 2,5% bedraagt voor Brussel, 2% voor Vlaanderen en 1,4% voor Wallonië (minder middelen uit bedrijfsbelasting zullen bij lager tarief minder minderontvangsten teweegbrengen).

Waarom is rechts Vlaanderen hier zo voor?

Het is niet verwonderlijk dat dergelijke bekommernissen en plannen eerder leven bij de Vlaamse politici dan bij de Brusselse of de Waalse. Vlaanderen zit goed bij kas en zou bij eventuele afcentiemen of kortingen zogenaamd meer zuurstof kunnen geven aan Vlaamse bedrijven. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de financiële mogelijkheden van het noorden van het land en de armlastige financiële toestand bezuiden de taalgrens. Wij hebben geld, zegt Vlaanderen, en wij zullen de federale overheid wel vergoeden voor het verlies aan inkomsten door de lagere vennootschapsbelasting in Vlaanderen. Zo organiseer je fiscale concurrentie (verder ga ik op de gevolgen daarvan in). Als Vlaanderen een lagere vennootschapsbelasting heeft, stimuleer je echter de fiscale shopping van bedrijven tussen Wallonië, Brussel en Vlaanderen. Zwitserland, met zijn ongebreidelde concurrentie tussen de kantons, is het sprekend voorbeeld.
Geheel terzijde, de onvermijdelijke concurrentie die bij kortingen of afcentiemen op de vennootschapsbelasting (of bij een volledige autonomie in die belasting!) optreedt, vloekt nog geen klein beetje met de fiscale harmonisatie die België al jaren bepleit binnen de Europese Unie. Tenzij men natuurlijk wacht tot 2050: dan zal het tarief overal geharmoniseerd zijn, namelijk tot op het niveau van 0%! Vlaanderen is misschien rijk, maar er zijn ook nog heel wat behoeften van burgers die vandaag niet ingevuld worden. We denken maar aan de sociale woningen en infrastructuurinvesteringen (die men bij gebrek aan geld financiert met dure pps-projecten).

Enkele internationale tendensen

Vaststelling. De afgelopen 20 jaar is het vennootschapsbelastingstarief in de OESO-zone gedaald van gemiddeld 45% naar gemiddeld 30%. De laatste jaren is de fiscale competitie, onder andere ten gevolge van de toegenomen mobiliteit van multinationale ondernemingen, verder toegenomen. Tussen 2000 en 2005 hebben 24 van de 30 OESO-landen hun vennootschapsbelastingstarief verlaagd. Geen enkele lidstaat heeft een verhoging ingevoerd. Het gevolg is dat de gemiddelde tarieven in de OESO-landen gedaald zijn van 33,6% in 2000 naar 28,6% in 2005.
Algemeen wordt aangenomen dat vooral de kleinere staten zich geroepen voelen om de tarieven in de vennootschapsbelasting te verminderen. Bijvoorbeeld Ierland en een aantal nieuwe EU-lidstaten als Estland en Letland, overigens niet echt goede voorbeelden wat betreft de levensstandaard en verdeling van de rijkdom. Van bijkomend belang trouwens is hoe de belastbare basis eruit ziet (welke fiscale aftrekmogelijkheden?). Maar in feite zijn het een aantal grotere landen die de afgelopen jaren de grootste daling hebben gekend in de opbrengst uit de vennootschapsbelasting. Tussen 1970 en 2003 daalde het aandeel van de vennootschapsbelasting in de totale belastingontvangsten in Japan met 51% en in de VS en Duitsland met 39%. Vanaf 1995 is in de VS, Japan en Italië het gewicht van de opbrengst uit vennootschapsbelasting in de totale belastingontvangsten met 20% afgenomen.

Op hetzelfde moment dat de bedrijfswinsten boomen, stagneren echter de lonen. De winsten na belasting, als percentage van het bbp, zijn in de VS in 75 jaar nog nooit zo hoog geweest. In de eurozone en Japan zijn die het hoogst in 25 jaar. De lonen daarentegen vormen een steeds kleiner aandeel in het nationaal inkomen: in de EU-15 68% in 1982 en 59% in 2005. In 2005 is het loonaandeel in de Verenigde Staten met 56,9% het laagste sinds 1966 (met uitzondering van 1997). Bijgevolg zal de strategie van belasting op lonen en werknemers om steeds toenemende aandelen van de publieke financiën te financieren ofwel leiden tot kleinere overheidsbudgetten (en dito overheidsdienstverlening) ofwel tot lagere inkomens voor de loontrekkende bevolking.

Een andere ontwikkeling is dat bedrijven in toenemende mate hun succes te danken hebben aan institutionele en maatschappelijke competitiviteit. Met andere woorden de kwaliteit van de maatschappij waar ze een deel van uitmaken: het opleidingsniveau van de werknemers, de omvang van overheidsfinanciering voor Onderzoek & Ontwikkeling (O&O) en infrastructuur, een degelijk ontwikkeld rechtssysteem en systemen ter bescherming van intellectuele eigendomsrechten. Verschillende studies wijzen dit uit. Het gevolg hiervan is dat de overheid meer en meer geld uitgeeft om die succesfactoren (factoren ter verbetering van de competitiviteit) op te krikken. Wanneer dit proces gepaard gaat met een dalende financieringsbereidheid (bereidheid tot betalen) vanwege de begunstigde ondernemingen, dan moet er niet alleen vanuit equity maar ook vanuit efficiëntie-overwegingen worden ingegrepen.

De internationalisering van het ownership van ondernemingen maakt dat bedrijfswinsten in de vorm van dividenden daarenboven meer en meer ontsnappen aan nationale belastingsregels. Die winsten dragen dus weinig of niets meer bij tot de uitgaven en investeringen die noodzakelijk zijn om het competitief karakter van de nationale economie te vrijwaren of op te krikken. In de mate dat dividenden minder en minder worden belast, lijkt het evident dat de vennootschapsbelasting op zich hiervoor compenseert.

Een paar niet ondenkbare gevolgen

Fiscale dumping in de vennootschapsbelasting leidt bijgevolg onvermijdelijk tot dalende ontvangsten vanwege de bedrijfswereld en ofwel een slinkende overheidsfunctie ofwel grotere lasten op het individu en dus per definitie minder solidariteit. Niettemin is het zo dat, samen met de dalende tarieven in de vennootschapsbelasting, in vele landen een verbreding wordt vastgesteld van de belastbare basis (minder fiscale aftrekken). Zo ook in België. Er is echter een grens aan de mate waarin de belastbare basis in de vennootschapsbelasting kan worden uitgebreid. In de OESO-landen is die grens niet ver weg. En het is evident dat zelfs de meest brede belastbare basis bij een taks die steeds verder afneemt, zal leiden tot steeds kleinere ontvangsten uit de vennootschapsbelasting. Studies wijzen uit dat wanneer de trend in de OESO-landen lineair wordt doorgetrokken, de vennootschapsbelastingstarieven quasi nul zullen bereiken tegen 2050. De effectieve belastingsvoet (nominaal tarief gecombineerd met belastbare basis, of met andere woorden waarmee een bedrijf bij investering van tevoren moet rekening houden) moet op Europees niveau transparanter verlopen: dat is goed voor de bedrijven en goed voor de samenleving (het vermindert immers de kansen op fiscale fraude).

Heel opvallend is trouwens dat de landen die het meest hun tarieven naar beneden hebben herzien nu net niet die landen zijn die konden profiteren van extra buitenlandse investeringen. Een voorbeeld is Ierland dat bekend staat om zijn lage tarieven in de vennootschapsbelasting. De aantrekkelijkheid van Ierland als investeringszone heeft, zo wijzen economische studies uit, meer te danken aan een sterke publieke sector en een verstandig bestedingspatroon inzake opleiding en infrastructuur dan aan de dalende belastingstarieven. Onderzoek wijst ook uit dat de nieuwe Europese lidstaten, tijdens de jaren waarin ze sterk aan fiscale dumping deelnamen, tot op heden niet meer investeringen vanuit de oude lidstaten hebben aangetrokken. In Canada werd een agressieve terugval in de effectieve belastingsvoet voor bedrijven van 28% naar 21% gevolgd door een terugval in netto instroom van buitenlandse investeringen.

Belastingstelsels die zich zouden beperken tot de inkomens van de huishoudens en tot consumptie zijn gedoemd tot falen. Het gevolg laat zich immers raden: dalende overheidsontvangsten en een neerwaartse spiraal in economische activiteit. Alle landen hebben baat bij een rechtvaardig belastingstelsel dat alle geledingen van de maatschappij gelijk naar draagkracht en met de nodige efficiëntie-overwegingen laat bijdragen. Dit vergt multilaterale afspraken, geen unilaterale dumping in belastingstarieven.

De Europese Unie is begonnen met een aantal werkzaamheden die een zekere convergentie van de tarieven voor vennootschapsbelasting moeten mogelijk maken. Dit initiatief vergt uiteraard een breed draagvlak en een veel bredere consensus (als die er al zou komen) dan enkel tussen de EU-lidstaten.

Uitsmijter

Laten we als uitsmijter professor Paul De Grauwe citeren in De Morgen (20/11/2007): ‘Een regionalisering van de vennootschapsbelasting moet de allerlaagste prioriteit hebben. Daar zijn alle fiscale experts het over eens: bedrijven zijn veel mobieler dan mensen. Als de vennootschapsbelasting gesplitst wordt, geeft dat verschillende tarieven in Brussel, Wallonië en Vlaanderen. Ondernemingen met verschillende uitvalsbases in België zullen dus verschillende boekhoudingen in het leven moeten roepen, wat België er zeker niet aantrekkelijker op maakt. Een federalisering gaat ook volledig in tegen de algemene tendensen in Europa. Fiscale concurrentie tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel zal voor een strijd om de laagste vennootschapsbelasting zorgen. Overheden moeten hun geld dan ergens anders halen en zullen daarom de belastingen op arbeid verhogen. Zo een overheveling heeft dus totaal geen economisch nut.’

Maureen Verhue
Adviseur regionaal-economisch beleid, studiedienst Vlaams ABVV

Bronnen :
- Paul De Grauwe, De Morgen, 20/11/2007, p. 5.
- Beleidsbrief 2007-2008 Financiën en Begroting, Dirk Van Mechelen, Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams Minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening.
- Jan Van Doren, De Tijd, 9/10/2007, p. 11.
- OECD Observer: Corporate tax warning, Kristian Weise, mei 2007.
- Hoorzitting over de regionalisering van de vennootschapsbelasting, Vlaams Parlement, zitting 2007-2008, 19 november 2007.
- Christian Valenduc, Samantha Haulotte, Evolution de l’impôt des sociétés dans les pays européens: course à la base commune ou course commune à la baisse?, Studiedienst van het Ministerie van Financiën, 15/02/2006.
- Vlaams ABVV, Korting vennootschapsbelasting: zoveelste losse flodder?, Indymedia, 5/9/2006.

vennootschapsbelasting - regionalisering

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 30 tot 33