Abonneer Log in

Europa na de staatshervorming

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 41 tot 43

2007: het jaar van de navel

Het voorbije jaar hebben we met bijzonder veel fascinatie de eigen navel bestudeerd. Het nieuws stond maandenlang in het teken van de verkiezingscampagne en later de formatie. Er waren vette vissen, lepels suiker, schootnota’s en ter gelegenheid van de nationale feestdag ook een zingende kandidaat-premier. De verkoop van Belgische vlaggen steeg, er werd een manifestatie in Brussel georganiseerd en een Luikse huisvrouw verzamelde duizenden handtekeningen om het land bijeen te houden. Af en toe zeurde er iemand over het ontbreken van een regering, maar eigenlijk vonden we het hele feuilleton best amusant. Dagelijks om 19u kwam er een nieuwe episode, met emotie en spanning, goeden en slechten, drama en tragiek. Sterke acteurs, prachtige televisie. Meer moest dat niet zijn.
Terwijl onderhandelde de ontslagnemende regering over het Verdrag van Lissabon. In juni legden de Europese leiders de krijtlijnen vast, in oktober werden de laatste knopen doorgehakt en in december volgde de ondertekening van de tekst. Voor België was het, niet voor het eerst, een lopende zaak. Een Europees verdrag is een staatshervorming: er wordt vastgelegd welk niveau bevoegd is voor welke beleidsdomeinen. Dit Verdrag van Lissabon is de vijfde Europese staatshervorming. Het is misschien wat minder spectaculair dan het Verdag van Maastricht uit het begin van de jaren 1990, maar de slagkracht van de Unie neemt opnieuw toe, net als bij alle vorige Europese staatshervormingen. In Europa is bevoegdheidsoverdracht tot op vandaag altijd eenrichtingsverkeer: nationale en regionale overheden verliezen hun greep op steeds meer domeinen, ten voordele van het Europese niveau.
Geen manifestant die daarom maalde, geen Luikse huisvrouw die protesteerde, geen handtekening die werd opgehaald. Europa wordt machtiger zoals dat altijd gaat: onhoorbaar en onzichtbaar. Niet zozeer omdat Europa onhoorbaar en onzichtbaar wil zijn. Wel omdat er bij ons niemand geïnteresseerd is. We hadden per slot van rekening genoeg om handen met raadsleden die Frans spraken in gemeenten waar een meerderheid van de inwoners dat ook doet. Foei!
Het is overigens intrigerend om even te kijken naar de voornaamste dossiers waarmee de Belgische interim-regering zich de komende maanden zal bezighouden. Het herstellen van de koopkracht is er daar een van. Misschien kan er in de marge wel wat gemorreld worden aan de prijsstijgingen, maar het is in wezen geen Belgisch probleem: de stijgende prijzen van olie hebben vooral te maken met de internationale politieke toestand. Dat het voedsel duurder wordt, komt door de toegenomen vraag in onder meer China en India, maar ook door een aantal onvoorziene ontwikkelingen in het Europese landbouwbeleid. De interim-regering zal zich daarnaast bezighouden met tewerkstelling. Uitstekend, maar werkloosheidscijfers worden nog altijd meer beïnvloed door de internationale economische toestand dan door het nationale tewerkstellingsbeleid of het wel of niet geregionaliseerd zijn van de arbeidsmarkt. Klimaat en energie staan hoog op de agenda, maar het zal de Europese Unie zijn die ons zal opleggen hoeveel energie in de toekomst afkomstig moet zijn uit hernieuwbare bronnen en welke uitstoot we nog mogen realiseren. En dan is er de veiligheidsproblematiek, die onder de aandacht kwam toen er in de laatste dagen van 2007 plots een terreurdreiging was. We reageerden verbaasd en vroegen ons af waar we dat aan verdiend hadden. Ook in 2007 is de aardbol er niet zoveel veiliger op geworden. De wereld stond niet stil, maar met de formatie hadden we natuurlijk belangrijkere dingen aan ons hoofd.

Zes jaren

Ook Europa heeft de voorbije jaren overigens sterk aan navelstaren gedaan. In 2001, uitgerekend op bezoek bij onze vorst, stelden de Europese leiders de Verklaring van Laken op. Ze wilden een fundamenteel debat starten over Europa’s toekomst: waarmee moet de Unie zich voortaan bezighouden, en welke gevolgen heeft dat voor de bevoegdheidsverdeling tussen Europa en de lidstaten? Eerst was er een Conventie die daarover nadacht, met onder meer nationale parlementsleden en een stevige stem voor het middenveld. Zelfs individuele burgers konden hun zeg hebben. Nooit werden de statuten van een internationale organisatie op zo een transparante manier herschreven. Er kwam een ontwerp-grondwet, die later nog een beetje werd bijgevijld door de regeringen. De Europese leiders vonden dat ze prima werk hadden verricht en werden er blij en vrolijk van. Sommigen kondigden opgetogen aan dat ze de tekst in een referendum zouden voorleggen aan de bevolking. A piece of cake, want iedereen die dat gewild had, had via de Conventie kunnen meeschrijven aan de tekst. Fransen en Nederlanders dachten er anders over. De Unie schakelde na de negatieve referenda over op een soort standby-functie. Officieel sprak men over een reflectieperiode. Een kleine twee jaar later gingen de sherpa’s achter de schermen weer aan het werk. Ze stelden al snel vast dat het moeilijk was om aan de eisen van Fransen of Nederlanders tegemoet te komen, omdat er in hun verzuchtingen niet eenzelfde lijn zat: sommigen zagen met de grondwet een Europese superstaat opduiken, en wilden minder krachtige instellingen. Anderen waren net ontgoocheld omdat ze verlangden naar een sterkere Unie. Bovendien moesten zevenentwintig lidstaten, met heel uiteenlopende visies op Europa’s toekomst, zich ultiem achter de tekst kunnen scharen. Hoe men het ook draaide of keerde: rond een voorstel dat sterk afweek van de oorspronkelijke grondwet zou nooit overeenstemming worden bereikt. Uiteindelijk werd de grondwet in stukjes gehakt en dooreen gehusseld. Er werden formuleringen gezocht die anders klonken dan in de grondwet en er kwam een ingewikkelde constructie waarbij er geen nieuwe tekst kwam, maar oude verdragen geamendeerd en aangevuld werden. Alle herkenbare symboliek, zoals de verwijzing naar een motto en een volkslied, werd geschrapt, maar dat heeft geen impact op het feitelijke functioneren van de Unie. Het resultaat is een gruwelijk onleesbare tekst die, nadat alle jargon eraf is gekrabd, heel sterk lijkt op de grondwet. De Britten kregen de toezegging dat ze met één been uit sommige beleidsdomeinen mogen blijven en hier en daar is een wat langere overgangsperiode voorzien, maar daarmee hebben we de verschillen wel gehad. Het Hervormingsverdrag, of Verdrag van Lissabon, was geboren.

’t Was feest

Het is natuurlijk niet echt proper: de grondwet werd weliswaar vermomd, maar niet geschrapt en zal nu haast overal via parlementaire weg geratificeerd worden. De kans op accidenten is een stuk kleiner, maar het blijft uiteraard een pijnlijke affaire. Het is nu vooral cruciaal wat er met dat nieuwe verdrag zal gebeuren: zal de Europese Unie met die nieuwe spelregels in staat zijn om antwoorden te formuleren op de uitdagingen van vandaag?
Eigenlijk moest 2007 een feestjaar zijn: vijftig jaar eerder werden immers de Verdragen van Rome ondertekend, waarmee de samenwerking van start ging. Eigenlijk kan Europa een fraai palmares voorleggen: het continent is een oase van welvaart geworden, niet in het minst dankzij de interne markt. Nergens is de sociale bescherming zo goed uitgebouwd als in de lidstaten van de Unie, de levensverwachting ligt hoger en de armoede lager dan op de meeste andere plekken. In vergelijking met de rest van de wereld is de Europese samenwerking best wel een succesverhaal. Het is geen toeval dat haast al onze buurlanden lid willen worden van onze club of er minstens uitstekende relaties mee willen onderhouden.
Misschien is het precies omwille van het succesvolle traject dat mensen ook nu nog veel verwachten van de Unie. Die verwachtingen worden niet echt ingelost: op uitdagingen van vandaag heeft Europa lang niet altijd een krachtig antwoord. Europa slaagt er nauwelijks in om met één stem te spreken in de wereld, zeker als het gaat over netelige conflicten. Echte gemeenschappelijke acties komen moeilijk van de grond of lopen vertraging op. Bij een terreuraanslag op eigen bodem beperkt het Europese antwoord zich tot het houden van een minuut stilte. Er is ook wel de intentie om beter samen te werken inzake veiligheidsbeleid, maar op het terrein loopt dit moeizaam. Bedrijven delokaliseren omdat de Unie er niet in slaagt om afspraken te maken over lonen of minimumbelastingen. De globalisering stimuleren, afremmen of in goede banen trachten te leiden: het vormt het onderwerp van verhitte discussies, maar het leidt niet tot krachtige beleidskeuzes. En Europa profileert zich internationaal wel als de grote voortrekker in het klimaatdebat, maar het is bijzonder moeilijk om intern een akkoord te bereiken over de verantwoordelijkheden van elke lidstaat afzonderlijk.

2008: tijd voor inhoud

Het zou goed zijn als de ratificatie van het Verdrag van Lissabon vlot verloopt en tegen eind 2008 is afgerond. Het is weinig constructief om steeds opnieuw het pijnlijke traject in herinnering brengen. De blutsen en builen van de referenda en de vermommingsoperatie zullen maar verdwijnen als er goed bestuurd wordt. Dat betekent dat de Unie weer aandacht moet hebben voor de inhoud: een krachtig bestuur om in te spelen op actuele uitdagingen. Die hebben te maken met klimaat en energie, met gezondheidszorg en veiligheidsbeleid, met asiel en migratie, met tewerkstelling en inflatie en met globalisering en armoede. Ook de buitenlandse politiek blijft belangrijk. Een vitaal dossier heeft betrekking op onze eigen achtertuin: als Kosovo nu heel gauw de onafhankelijkheid uitroept, zonder mandaat van de Verenigde Naties, zal de Unie een standpunt moeten innemen. Politieagenten en juristen sturen we in elk geval, maar belangrijker is het perspectief dat we bieden aan de regio, met inbegrip van Servië. Ook een consequente houding tegenover Rusland, dat steeds assertiever wordt, zal cruciaal zijn.
België, maar ook Europa, heeft de voorbije tijd sterk in de eigen navel gestaard. Intussen gebeurde er heel wat buiten onze grenzen. Ook in 2008 zal de wereld vermoedelijk niet stilvallen en we verruimen maar beter onze blik. Het is weer tijd voor inhoud.

Hendrik Vos
Professor Europese politiek, Universiteit Gent

Europa

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 41 tot 43