Abonneer Log in

Politieke axioma's voor 2008

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 26 tot 28

Het jaar 2007? We zouden graag willen zeggen dat het een sleuteljaar was voor de duurzame ontwikkeling omdat de planeet, Verenigde Staten incluis, zich plots bewust is geworden van haar toestand. We zouden kunnen denken dat het een sleuteljaar was voor Europa omdat eindelijk een grondwet werd ontworpen en Frankrijk een president-showman kreeg, die niet zuinig is met hervormingen of liefdes. We zouden kunnen onderlijnen dat het een sleuteljaar was voor de Belgische sport omdat Justine Henin de onbetwiste ster is van het tennis en de Rode Duivels de schande van het nationale voetbal.

Maar we zullen over dat alles niets zeggen. Want er hangen donkere wolken boven de horizon van 2007 wegens de communautaire crisis die België dooreen heeft geschud. De zwaarste politieke crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en de koningskwestie? Tijdens de zomer probeerde men nog olie op de golven te gieten, oproerkraaiers aan de kaak te stellen die al te veel belang hechtten aan de binnenlandse gebeurtenissen en de buitenlandse pers te verguizen die nu toch echt niets begreep van onze ‘niet-Belgische’ houding. Maar sinds december is iedereen het uiteindelijk eens over het feit dat:
- het erg was;
- men met Kerstmis enkel de meubels gered heeft;
- het nog lang niet gedaan is en dat het ergste nog moet komen.

Le Soir - De Standaard

Voor ons van Le Soir was het jaar nochtans al erg communautair begonnen. In de nasleep van de uitzending Bye Bye Belgium, die de kwalijke fictie van de splitsing van België toonde, had De Standaard de Franstalige clichés (‘de Vlamingen zijn separatisten, racisten en extremisten’) aan de kaak gesteld en had Le Soir dit beantwoord met het laken van de Vlaamse veralgemeningen (‘de Franstalige zijn lui, eentalig en spilziek’). Deze uitwisseling van vriendelijkheden had aanleiding gegeven tot een geweldig journalistiek avontuur en leverde vier weken grootscheepse Noord-Zuid enquêtes op.
Een poging tot belgicistische reconstructie, klaagden sommigen. Dat was het niet. Helemaal niet. Zonder taboes hebben beide redacties alle mogelijke vergelijkingspunten tussen Vlamingen en Franstaligen onderzocht, gebruikmakend van alle journalistieke middelen. Daarbij werd het proces gemaakt van de frictiepunten tussen Zuid en Noord, met beschuldiging en verdediging (sociale zekerheid, tewerkstelling, Brussel en justitie). Wie die confrontaties gelezen heeft, had al voorsprong in de debatten die vanaf de zomer, in de nasleep van de verkiezingen, losbarstten. Want uit onze vergelijkende studies van de Vlaamse en Franstalige top 10 van boeken, films, video’s, cd’s en televisieprogramma’s bleek één ding duidelijk: er waren geen of nauwelijks gemeenschappelijke punten.
Anne Pierlé dacht dat het Franse chanson uit de goede oude tijd van haar moeder (Aux Champs-Elysées van Joe Dassin, enzovoort) niet meer bestond, want ze kon geen enkele hedendaagse Franstalige zanger noemen. Fout natuurlijk. Er zijn er veel en zeer goede (Zazie, M, Benabar, Calogero), maar ze zijn onbekend in Vlaanderen. De Franstaligen kenden op hun beurt niets van De Slimste Mens, de Zaak Alzheimer of Urbanus.

Mea culpa

Is het erg dokter? Op zich niet, maar uiteindelijk wel met veel meer gevolgen dan we zelf eind maart 2007 bij die ‘oog-in-oog Noord-Zuid’ hadden gedacht. Want die culturele, televisuele en sociologische onwetendheid heeft de bruggen opgeblazen die toelaten een dialoog aan te gaan. De politieke crisis zou ons die zomer ook leren dat de scheuringen, onwetendheid en breuklijnen tussen Noord en Zuid er ook waren op het politieke en ideologische vlak.
Vandaag begrijp ik nog altijd niet waarom wij, journalisten, die communautaire inzet ‘vergaten’ in mei en juni, tijdens de verkiezingsstrijd. Nadat wij diep in die communautaire kloof hadden gegraven met De Standaard, hebben we bij Le Soir de verkiezingscampagne gevolgd door een Franstalige bril, daarbij vergetend dat de beloftes die aan de kiezers in het Zuiden van het land waren gedaan, zouden worden geconfronteerd met die beloften die aan de Vlaamse kiezers gedaan waren. En dat dit op zich al voldoende was om een frontale botsing teweeg te brengen!

Ik herinner me het debat Reynders-Di Rupo dat in de lokalen van onze redactie in de Koningsstraat werd georganiseerd - wat overigens het enige debat was tussen die twee mannen die nauwelijks met elkaar praatten. Alle onderwerpen kwamen aan de beurt: de sociale zekerheid, slecht bestuur in Wallonië en in Charleroi in het bijzonder, de pensioenen, enzovoort. Aan het einde van het debat stelde ik bij onze twee tenoren tot mijn verrassing vast ‘hoe fascinerend het is zoveel tijd te hebben om over belangrijke onderwerpen in de verkiezingsstrijd te praten, van zodra het communautaire van de baan is’. Hoe naïef was ik….

Enkele weken later, op de avond van de verkiezingen, sloeg de hoofdtitel van onze krant niet op de overwinning van Leterme en het kartel CD&V/N-VA, en ook niet op de dreiging voor de communautaire vrede die dat inhield. Neen, wij kopten: ‘het socialistische Waterloo’. Aan Franstalige kant bestond de aardverschuiving er namelijk in dat voor het eerst sinds het algemene stemrecht de PS niet de grootste partij van Wallonië was.

Vlaamse institutionele staatsgreep?

Op het einde van 2007 kunnen we enkel vaststellen dat dit Waterloo zonder gevolgen is gebleven, aangezien de Belgische agenda halsoverkop door het communautaire is overrompeld. En dat alleen maar door de wil van het Noorden van het land. Want daar waar het Noorden unaniem een staatshervorming wil, wou het Zuiden daar niet van weten. En als dat laatste van gedacht is veranderd, dan is dat onder druk gebeurd. Mag men daarom van een Vlaamse institutionele staatsgreep spreken?
Gedeeltelijk wel, want door ieder punt op de politieke of economische agenda aan het communautaire te linken en daarbij de idee te laten groeien dat als die hervorming niet doorging het land onregeerbaar zou worden, zelfs op de rand van een separatistische implosie zou staan, hebben de Vlamingen hun wens opgedrongen. Oranje-blauw is gestorven aan deze ‘het-communautaire-boven-alles’-houding.
Gedeeltelijk niet, want in een democratisch land kan men niet eeuwig weigeren te horen wat de partner luidkeels eist, als men verder samen wil blijven. Of dat nu gerechtvaardigd is of niet, rationeel of niet, gedeeld of niet, men moet het horen.

Politieke axioma’s voor 2008

Het jaar 2007 sloot dus af met een regering. Maar het is geen lapmiddel, geen scherm dat onze breuken verbergt. Niemand maakt zich iets wijs: de zware lessen, of minstens de twijfels die sinds de zomer aan het licht kwamen, zullen in ons gezicht ontploffen als men ze niet dadelijk van bij het begin van 2008 aanpakt.
De Franstaligen mogen vol onbegrip het hoofd blijven schudden bij dat verwoede verlangen naar autonomie (gevoed door gevoelens van revanche vanwege een Vlaanderen dat nochtans zijn culturele identiteit, economische kracht en macht over de sleutelhefbomen van België heeft veroverd), het is zinloos aan struisvogelpolitiek te doen.
Anno 2008 zal moeten dienen om de volgende axioma’s, een soort van karikaturen die we van vorig jaar met zijn communautair gehakketak moeten onthouden, te bevestigen of ontkrachten.

1) Vlaanderen wil geen sterk federaal België. Het wil een maximum aan regionale bevoegdheden, overtuigd als het is van zijn economisch en ideologisch anders-zijn, van zijn bekwaamheid om alleen beter te regeren. Als Vlaanderen al niet separatistisch is, dan is het minstens confederalistisch.
2) Mocht Brussel niet bestaan, dan bestond het risico dat Vlaanderen zijn autonomie vlug zou opnemen. ‘Separatisme is vlugger gezegd dan gedaan’, is misschien wel het enige echt valabele motief voor Vlaanderen om zijn onafhankelijkheid niet uit te roepen.
3) Het kartel CD&V/N-VA is buitengewoon stevig verankerd en de N-VA oefent een doorslaggevende invloed uit op zijn kartelpartner.
4) De N-VA is separatistisch.
5) Yves Leterme moet bewijzen dat hij kan onderhandelen en een Belgische staatsman is.
6) De Franstalige identiteit is zwak, mogelijkerwijze verscheurd tussen Brusselse en Waalse identiteiten.
7) Het front van Franstaligen is tot op heden een farce. Er is geen gezamenlijk project, geen cohesie. Het wordt verteerd door haat en persoonlijke twisten tussen partijleiders.
8) Wallonië herpakt zich. Langzaam maar zeker.
9) De tweetaligheid aan Franstalige zijde neemt toe. Maar enerzijds zullen de inspanningen ophouden als de crisis voortduurt (‘waarom Nederlands leren als we toch scheiden’, zegt de vox populi). En anderzijds lijken de Vlamingen niet langer bereid een federale maatregel tot algemene tweetaligheid te aanvaarden.

Deze niet-exhaustieve lijst van axioma’s moet dus in 2008 ofwel bevestigd, ofwel ontkend, ofwel genuanceerd worden. Een jaar dat een nieuwe structuur voor de Belgische staat vooropstelt, ofwel, ingeval van een uitschuiver, een echte breuk tussen Zuid en Noord die ons in Europese ogen als mislukkelingen zal doen lijken op het gebied van samenleven als gemeenschappen en ons Belgen in een gevaarlijke chaos zal storten. Het zijn mannen en vrouwen die de toekomst van de Belgische bevolkingsgroepen, Vlaams en Franstalig, zullen bepalen. Men zal de schuld niet op het serre-effect kunnen schuiven. De verantwoordelijkheid zal bij hen liggen.

Béatrice Delvaux
Hoofdredacteur Le Soir

politiek - politieke breuklijnen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 26 tot 28