Log in

Regionalisering van het arbeidsmarktbeleid: quo vadis? - reactie (2)

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 3 (maart), pagina 21 tot 24

Grenzen aan rationaliteit

Laat er geen enkel misverstand over bestaan: ik vind het artikel van Fons Leroy zeer goed. Het is duidelijk en coherent. Het is een verademing in een context waarin regionalisering van de arbeidsmarkt wel degelijk een doel op zich is. De verdedigers van die regionalisering gedragen zich als veroveraars, arrogant en overtuigd van het eigen gelijk. Hun strategie beperkt zich tot het afwegen van wat ze - tegen welke prijs en moeite - kunnen binnenhalen. Fons Leroy ontwikkelt een logica en geeft op die manier uitzicht op een sereen en volwassen gesprek. Waarom hebben we daar zo lang moeten op wachten?

De logica wordt ook vrij strikt gevolgd, maar naar mijn aanvoelen te strikt. Een denkspoor mag niet gevolgd worden in het abstracte, voor een bijna wiskundig plezier. Het is ingebed in een geheel waarin vele lijnen in verschillende richtingen lopen. Soms moeten redeneringen tegen elkaar afgewogen worden. Dat wil dan niet zeggen dat een redenering op zich fout is, maar bijvoorbeeld omwille van de complexiteit van de wereld niet vol te houden is. Ik probeer dit te concretiseren, maar wil op voorhand aanvaarden dat ook mijn benadering niet alle en niet alleen maar juiste lijnen ziet. Het is geen toeval dat ik een paar keer het woord ‘aanvoelen’ gebruik. Toch denk ik dat dit soort afweging bij de rationaliteit hoort, terwijl te strak vasthouden aan één redeneerlijn kan inboeten aan rationaliteit.

Een tijdbom ontploft vroeg of laat

Aan de ene kant wordt gesteld: ‘Wij pleiten dus niet voor een regionalisering van de werkloosheidsverzekering noch van het arbeidsrecht.’ Daar wordt een andere kant aan toegevoegd: ‘Elementen die in deze stelsels zitten en betrekking hebben op het arbeidsmarktbeleid komen wel in aanmerking voor regionalisering, maar als dusdanig blijven deze stelsels federale bevoegdheid.’

Voor mij zijn dit de cruciale zinnen. Waar een strikte logica het probleem eens en voorgoed van de baan wil, plaats je er toch weer een soort tijdbom in. Je kunt niet zeggen dat de werkloosheidsverzekering en het arbeidsrecht federaal moeten blijven en toch uit die verzekering en dat recht stukken snijden, zonder al onmiddellijk nieuwe discussies aan te kondigen. Op de kortste keren zal iemand iets nieuws vinden dat toch ook een regionaal aspect heeft en je bent weer vertrokken. De kruisvaarders geven nooit op, ze moeten het heilige land bereiken. Ze leven in de waan dat alleen wat ze zelf doen goed genoeg is. De pleitbezorgers voor een onafhankelijk Vlaanderen zitten heus niet allemaal bij de N-VA! Ze durven het alleen niet allemaal met zoveel woorden zeggen. Omdat dit goed zou zijn voor de mensen? Nee, omdat dit het eind van de rit is. Fanatici willen nu eenmaal altijd de rit uitrijden, zonder omzien en zonder een omweg te maken.

Durven kiezen

Je moet daarom duidelijk durven kiezen: werkloosheidsverzekering en arbeidsrecht zijn een federale bevoegdheid. Je kunt daar geen elementen van regionaliseren. Als daar een paar aspecten bij zijn die een regionale implicatie hebben, laat je de regio’s eventueel meespreken. Dat is wat anders. Maar daar moet je dan weer heel voorzichtig mee zijn, want de ervaring leert dat de regio’s zeer vlug een weinig constructieve houding aannemen. Om redenen van efficiëntie mag je met andere woorden de regio’s alleen laten meespreken over een regionale implicatie, in zoverre het niet contraproductief wordt. Ik hou echt mijn hart vast als ik lees over het ‘offensieve’ gebruik van institutionele samenwerkingsakkoorden. Dat ruikt eerder naar oorlog dan naar oplossing. Ik weet zeker dat ik Fons Leroy niet van oorlogszucht mag beschuldigen, maar ik ben niet gerust in een mechanisme dat het conflict openhoudt.

Beschikbaarheid en sanctie federaal houden

Om mijn stelling nog concreter te maken: het is fout om het beleid voor beschikbaarheid en sanctionering te regionaliseren. Niet omdat daar geen argumenten voor zijn, maar omdat daar een andere en belangrijkere logica dan deze van de homogenisering voor te ontwikkelen is. Ik voel namelijk nogal wat voor het argument dat bijvoorbeeld in RVA-kringen gebruikt wordt: wie betaalt, moet controleren en sanctioneren. Beschikbaarheid en sanctie horen in elk geval samen. Welnu, als je niet contesteert dat de verzekering federaal blijft, dan moet je kunnen leven met een federale sanctiemogelijkheid. Een zin als ‘Het gewest bepaalt wie, waarvoor en onder welke voorwaarden beschikbaar moet zijn’ doet mij huiveren. Sommigen maken van sanctioneren een levensdroom. Een klein beetje een groter kader kan voor meer evenwicht zorgen.

Het heeft bijvoorbeeld geen enkele zin om mensen op een abstracte manier beschikbaar te laten zijn. Er moet gewoon werk zijn. Wie vandaag pleit om de groep van de vijftigjarigen op te nemen in de begeleidingscyclus van de RVA doet dit op abstracte gronden. Die groep blijft vandaag al langer en meer aan het werk dan enige tijd geleden en die tendens zal zich onvermijdelijk verderzetten. Maar vandaag vijftigjarigen behandelen als de jongere werklozen komt neer op het pesten van mensen. Ze zijn al beschikbaar tot hun achtenvijftigste, het is niet nodig hen nog extra aan te porren. Er is gewoon geen werk voor allemaal. Kan men er dan aan voorbij gaan dat ze nog alle dagen afgedankt worden? Waar er werk is, zie je dat ook die groep aan het werk blijft of gaat. Dit is alleen niet zo als er specifieke redenen zijn die dat verhinderen. Waar klaagt men eigenlijk over in Vlaanderen? Men zit zo goed als aan de fictionele werkloosheid! Wie nu nog werkloos is, heeft een specifieke aanpak nodig. De VDAB heeft zelf becijferd dat 80% van de werklozen tot een specifieke doelgroep behoort. Dat men hen die specifieke aanpak geeft, in plaats van te lamenteren wat voor slechte mensen dat zijn. En dat betekent vooral dat men daadwerkelijk de discriminaties ten aanzien van werknemers van allochtone afkomst aanpakt. Daar is geen regionalisering van de arbeidsmarkt voor nodig. Zoals er ook geen regionalisering meer nodig is om het beroepsonderwijs eindelijk onder handen te nemen. Als dat vandaag behoorlijk gedaan wordt, zal dat de arbeidsmarkt van morgen meer dan ten goede komen. Ik denk niet te overdrijven als ik stel dat ook het Vlaams onderwijs nog altijd werkloosheid produceert!

Als je op die manier redeneert, wordt het sanctioneringprobleem al heel wat minder dramatisch. En dat ‘dedramatiseren’ is dringend nodig: wie zijn ogen openhoudt, ziet dat werklozen ook in Wallonië aan het werk geraken. Dit zal alleen maar toenemen naarmate er meer werk is. Je moet ermee kunnen leven dat een groep niet meer of zeer moeilijk terug aan de bak komt. En in Wallonië is die groep om de historische omstandigheden van de teloorgang van de industrie vrij groot. Zorg er gewoon voor dat de voorwaarden optimaal zijn om mensen die aansluiting te laten vinden. En om van initiatieven over de taalgrens heen een succes te maken, zorg je er beter voor dat de kloof tussen de regio’s niet nog groter wordt. De redenering dat je daarvoor beter een geregionaliseerde arbeidsmarkt hebt, is gewoon te gek. Overigens lees je dat ook niet bij Fons Leroy, een van de grote motoren achter dergelijke initiatieven. En dan is er regionaal wel degelijk nog veel werk op de plank. Ik beperk me tot één voorbeeld: mensen willen blijkbaar graag chauffeur worden, maar moeten bij de VDAB heel lang op een opleiding wachten. Er is te weinig capaciteit. Is dat geen groter probleem dan het vinden van nog een stoute werkloze profiteur? Waarom worden daar geen middelen ingepompt?

Respect voor sociaal overleg

Fons Leroy wil uitzendarbeid bij de arbeidsmarktstrategieën steken. Ik begrijp dat, maar uitzendarbeid is voor mij op de eerste plaats een zaak van arbeidsrecht. Voor de interim-werknemers is de laatste tijd al een en ander gedaan, maar ze blijven toch een kwetsbare groep. De markt heeft vandaag wel degelijk een strategie met hen voor, laat hen maar federaal beschermd blijven. En daar moet inbegrepen zijn de beslissing wanneer interim-arbeid toegelaten is. Dat is een zaak van arbeidsmarktbeleid, ongetwijfeld. Maar het is evenzeer een zaak van sociaal overleg en van arbeidsrecht. Voor mij primeert dat. Dat belet niet dat ik vind dat de sociale partners op dat vlak veel te conservatief zijn en dat juist daardoor de druk om het aan de regio’s over te laten toeneemt.

Ik lees dat tewerkstellingscellen helemaal regionaal moeten worden. Ervan afgezien dat er zeker verbetervoorstellen voor te formuleren zijn, moet je ook daar weer een evenwicht vinden. Natuurlijk is de bedoeling dat de betrokkenen naar een nieuwe baan georiënteerd worden en dat kan alleen maar als de regio’s in die cellen een hoofdrol spelen. Dat is vandaag zo. Maar je kunt daarin niet zover gaan dat de regionale instanties in de plaats treden van de onderhandelaars van de sociale akkoorden. Vandaag beslist de federale minister in het kader van een herstructurering over de mogelijkheid van vervroegd brugpensioen. Hij moet daarbij rekening houden met een appreciatie die de regionale Minister van Werk geeft van de activerende maatregelen in het sociaal plan. Theoretisch kan het misschien goed zijn dat de regionale minister een vetorecht krijgt, maar je moet ten alle prijs vermijden dat werknemers gegijzeld worden. Het brugpensioen is een zaak van sociale wetgeving, een federale materie. Het wordt heel verwarrend als dat niet consequent volgehouden wordt.

Ik pleit trouwens voor de grootste omzichtigheid op het gebied van het sociaal overleg. Ik weet dat de partners er niet altijd in slagen het overleg tot een goed einde te brengen, maar ik ben er niet zo zeker van dat de overheid dat beter doet. En toch voel ik de behoefte van die overheid om zich uitdrukkelijker te mengen. Kijk naar het educatief verlof. Ik vind het niet onlogisch dat dit regionaal zou zijn, maar tegelijk merk ik dat het dan helemaal aan het overleg van de partners dreigt ontnomen te worden, want heel vlug wordt het een onderwijsinstrument. Het overleg is voor de partners. De regio’s betrekken naast de federale overheid (en naast wat vandaag al gebeurt) is voor mij principieel aanvaardbaar, maar het wordt nog veel moeilijker en misschien uitzichtlozer. Zal men dat op een bepaald moment niet als excuus gebruiken om het overleg dan maar over te slaan?

Voor de rest kan ik Fons Leroy ongeveer volgen, met uitzondering van wat hij schrijft over loopbaanbegeleiding en het Generatiepact. Bij mijn weten is daar uiteindelijk niets mee gedaan, maar was het ook nooit de bedoeling in de plaats te treden van het regionale niveau. Bij de tewerkstellingsprogramma’s plaats ik dan weer een vraagteken. Ik denk eigenlijk dat ze beter afgeschaft en vervangen worden door steun aan lage lonen. Maar dat is federaal en dan pak ik weer iemands regionale speeltuin af, zeker? En eigenlijk wil ik dit zeggen: die rest (sociale economie, PWA, leefloners en herplaatsing) is belangrijk, maar niet echt fundamenteel. Je moet daarover eigenlijk vrij gemakkelijk tot een vergelijk kunnen komen. Alleen vrees ik dat het dan niet voldoende zal zijn voor wie alleen in een maximale regionalisering van de arbeidsmarkt geïnteresseerd is.

Je kiest je vrienden niet altijd zelf

Hoe dan ook, Fons Leroy biedt een zeer goede discussiebasis aan. Regionaliseren mag inderdaad geen doel op zich zijn. De echte vraag voor het arbeidsmarktbeleid is: kan ik meer werklozen aan het werk krijgen door een regionalisering? En eerlijk gezegd: ik ben er absoluut niet van overtuigd dat dit het geval is. Heel kenmerkend was een uitspraak van Louis Tobback, in een interview van enkele tijd geleden in De Morgen. Hij begreep de Waalse terughoudendheid niet, want hij dacht dat de regionalisering veel meer in het voordeel van Wallonië zou zijn dan van Vlaanderen. Want Vlaanderen heeft bijna een volledige tewerkstelling bereikt! Hoe dom kan een zo verstandige man redeneren? Als Vlaanderen dat bereikt heeft, dan heeft Vlaanderen dat toch zonder regionalisering kunnen doen? Waarom zou Wallonië dat ook niet kunnen? De waarheid is dat het bezig is dat te doen. Het echte probleem is Brussel en dat heeft te maken met de specifieke situatie in de hoofdstad en met het ondermaats functioneren van de Brusselse werklozenbegeleiding. Dat men daar werk van maakt en er zal al veel opgelost zijn. Hoe dan ook, Tobback heeft toch ook een beetje gelijk: Vlaanderen heeft de regionalisering van de arbeidsmarkt niet echt nodig! Maar hij bewijst vooral dat het probleem tot nu zeer irrationeel benaderd werd. Fons Leroy helpt om het debat weer in redelijke banen te krijgen, maar hij gaat dan weer zo ver dat hij een objectieve bondgenoot dreigt te worden van de veroveraars. Geen enkele politicus durft vandaag nog zeggen dat de regionalisering van de arbeidsmarkt niet veel zal opbrengen. En toch is het zo. Het is veeleer een zaak van esthetische chirurgie dan van levensnoodzakelijke geneeskunst.

Luc Vanneste
Redactielid

staatshervorming - arbeidsmarkt - regionalisering

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 3 (maart), pagina 21 tot 24