Log in

'Habermas, een inleiding op zijn filosofie van recht en politiek'

Uitgelezen

Habermas, een inleiding op zijn filosofie van recht en politiek

Tim Heysse, Stefan Rummens en Ronald Tinnevelt
Pelckmans/Klement, Kapellen/Kampen, 2007

Bij de uitgeverijen Klement en Pelckmans loopt een interessante reeks ‘denkers’ met monografieën over het werk van grote klassieke en hedendaagse filosofen. In deze reeks kwamen onder meer Hobbes, Kant, Sartre, Derrida, Deleuze, Sloterdijk, Rawls en recent ook Simone de Beauvoir (zie boekbespreking hieronder) aan bod. De boeken vormen veelal toegankelijke maar degelijke inleidingen op het soms moeilijke werk van deze denkers en is als dusdanig een aanwinst op de Nederlandstalige markt.

Dit is ook het geval voor de inleiding op de politieke filosofie en de rechtsfilosofie van de Duitse socioloog Jürgen Habermas (°1929) die tot op vandaag, weliswaar als emeritus, actief is. Habermas heeft over heel wat onderwerpen geschreven: wetenschapsfilosofie, kenleer, het ontstaan en het belang van de openbare ruimte, sociale theorie, grondslagen van het recht en de ethiek, deliberatieve democratie, globalisering en de multiculturele samenleving. Habermas is ook een breed denker die heel wat facetten van het menselijk (samen)leven bij elkaar en in verband brengt. Bovendien is Habermas een intellectueel, in de klassieke zin van het woord: hij heeft zich steeds met standpunten en artikels in kranten en tijdschriften gemengd in tal van politieke en publieke debatten.

Als een rode draad doorheen zijn werk loopt de overtuiging dat een verengde, instrumentele opvatting van rationaliteit die enkel insisteert op controle, efficiëntie en effectiviteit nefaste gevolgen kan hebben voor ons samenleven. Hij is op dat punt sterk beïnvloed door Horkheimer en Adorno (Dialektik der Aufklärung, 1947) bij wie hij een tijd als assistent gewerkt heeft in hun onderzoeksinstituut in Frankfurt. Habermas ziet echter geen heil in het loslaten van de rationaliteit - in die zin is hij altijd modern en nooit postmodern geweest - maar gaat op zoek naar een breder concept. De basis voor redelijkheid en rationaliteit vindt Habermas in de dialoog, het argumentatieve overleg, de deliberatie. Een bekend begrip dat hij in de jaren 1970 heeft uitgewerkt, is de ideale, herrschaftsfreie gesprekssituatie waarin de gesprekspartners elkaar als gelijke, redelijke individuen erkennen en waarin de argumentatieve dialoog ongestoord door macht of vooroordelen gevoerd kan worden. Ook voor de redelijke begronding en legitimering van recht en ethiek doet Habermas beroep op de redelijke dialoog en discussie (discoursethik). De morele geldigheid van normen is afhankelijk van de argumentatieve procedure en de redelijke communicatie in een open publieke dialoog die eraan ten grondslag ligt. Habermas hanteert dus geen metafysische opvatting over waarheid, geldigheid en moraliteit; hij stelt een postmetafysische filosofie voor (Nachmetaphysisches Denken, 1988).

Het meest bekende werk van Habermas is zijn monumentale Theorie des kommunikativen Handelns (twee volumes, verschenen in 1981). Dit werk werd ook in het Nederlands uitvoerig becommentarieerd en besproken. In de Ex Libris van de Filosofie in de 20ste eeuw (deel 2, Acco, 1999) besteedde Tim Heysse twintig bladzijden aan het werk en Harry Kunneman schreef in 1983 al Habermas’ theorie van het communicatieve handelen, een samenvatting (Boom).

Het voorliggende boek over Habermas besteedt voornamelijk aandacht aan zijn latere, meer politiek-filosofische werk. Meer bepaald aan zijn discourstheoretische interpretatie van recht en democratie en aan zijn analyses van en suggesties voor de multiculturele en geglobaliseerde wereld waarmee we vandaag worden geconfronteerd. Zijn belangrijke werk over het deliberatieve model van democratie verschijnt in 1992 (Faktizität und Geltung, in 1996 vertaald in het Engels: Between Facts and Norms) en zet de krijtlijnen uit voor heel wat van zijn werk dat nadien verschijnt. De kern van het model is eenvoudig, aldus Stefan Rummens: ‘legitieme politieke beslissingen moeten steeds het resultaat zijn van een redelijke en publieke deliberatie of beraadslaging tussen alle betrokken burgers’. Vanuit dit perspectief denkt Habermas na over politieke macht en volkssoevereiniteit, de plaats van religieuze argumentaties in de publieke sfeer, de legitimiteit van het recht en de legitimiteit van transnationale organen en constitutioneel patriottisme.

Het boek bevat acht afzonderlijk leesbare hoofdstukken die geschreven zijn door Stefan Rummens, Tim Heysse en Ronald Tinnevelt, (voormalige) collega’s politiek filosofen aan de K.U.Leuven en de K.U.Brussel. Ze hebben knap werk afgeleverd en we kunnen alleen maar toejuichen dat een stuk van ‘de duizenden bladzijden vol kleine lettertjes zonder één frivole noot’ die Habermas bij elkaar heeft geschreven op die manier in het Nederlands en voor een breder publiek wordt ontsloten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 53 tot 54