Abonneer Log in

Universitaire ontwikkelingssamenwerking in de verdrukking

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 46 tot 48

Wie zijn we?

VLIR-UOS, de Vlaamse Interuniversitaire Raad - Universitaire Ontwikkelings-samenwerking, is in 1998 ontstaan uit de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR), een overkoepelend overlegorgaan tussen de zes Vlaamse universiteiten en de diverse overheden bevoegd voor hogeronderwijs- en onderzoeksbeleid. VLIR-UOS is verantwoordelijk voor het beleid en het beheer van de universitaire ontwikkelingssamenwerking met Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs. Het ontvangt hiervoor financiering van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS); het budget bedraagt ongeveer 30 miljoen euro per jaar.

Sharing minds, changing lives

De verzelfstandiging van VLIR-UOS valt samen met een mondiale evolutie waarbij het belang van hoger onderwijs voor ontwikkeling uitdrukkelijk wordt erkend. Een task force van de Wereldbank en de UNESCO onderstreept op het einde van de jaren 1990 de centrale rol van hoger onderwijs als motor van ontwikkeling in een wereldeconomie die steeds meer op kennis is gebaseerd. Het dichten van de kennis- en informatiekloof in de wereld is van essentieel belang. Universiteiten en onderzoeksinstellingen zijn cruciale spelers om daartoe bij te dragen.

VLIR-UOS ondersteunt universiteiten in ontwikkelingslanden in hun drieledige functie van onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening, zodat ze zich in hun eigen regio en land kunnen ontplooien en profileren als motor voor ontwikkeling. We faciliteren en financieren academische samenwerking, via programma’s en projecten die uitwisseling van wetenschappelijke kennis en expertise tussen Vlaanderen en het Zuiden beogen. Academische kwaliteit en ontwikkelingsrelevantie staan daarbij centraal. In haar opdrachtverklaring gaat VLIR-UOS uit van de overtuiging dat de toekomst van het Noorden en die van het Zuiden onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn en dat het dichten van de huidige kennis- en informatiekloof in belangrijke mate bijdraagt tot het veiligstellen van die gezamenlijke toekomst. Binnen het VLIR-UOS-samenwerkingsmodel worden Vlaamse academici gemobiliseerd om door wetenschappelijke activiteiten universiteiten en academici in het Zuiden te steunen. Dit samenwerkingsmodel maakt uitwisseling van kennis en expertise in twee richtingen mogelijk, doordat ook voor de Vlaamse academici deze samenwerking wetenschappelijk ‘opbrengt’. UOS is dus een vorm van internationale wetenschappelijke samenwerking die zowel voor de ontwikkelingslanden als voor Vlaanderen verrijkend is.
VLIR-UOS financiert geen consultancies of lucratieve technische assistentie maar samenwerking. Het uitgangspunt is dat academici die elkaar hebben ‘gevonden’ samen wetenschappelijk actief zullen blijven: publiceren, projectvoorstellen uitwerken, aan conferenties deelnemen, … met of zonder bijkomende financiële middelen. De universiteiten en hogescholen staan in voor de uitwerking van een projectidee, en de uiteindelijke projectuitvoering. VLIR-UOS is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling, programmering, selectie, opvolging en evaluatie.

Op 3 maart 2008 daverde de Belgische sector van de universitaire ontwikkelingssamenwerking op zijn grondvesten. In tegenstelling tot de berichten die de overheid de maanden daarvoor had rondgestuurd, ontvingen VLIR-UOS en de Waalse CIUF-CUD die dag de mededeling vanwege de overheid dat het budget voor de universitaire ontwikkelingssamenwerking voor 2008 veel lager zou uitvallen dan oorspronkelijk was voorzien, en zelfs nog lager dan in 2007. Alle retoriek over goed bestuur en het belang van continuïteit ten spijt, heeft deze beslissing zware gevolgen voor de universitaire samenwerking met het Zuiden. VLIR-UOS en CIUF-CUD roepen, in naam van de Vlaamse en Franstalige universiteiten en de partners in het Zuiden, de overheid op om extra middelen voor 2008 te voorzien zodat de eerder aangegane engagementen kunnen worden gehonoreerd. Daarnaast vragen we duidelijkheid over de budgetten voor de komende jaren en over de verwachtingen vanuit de overheid ten aanzien van de universitaire ontwikkelingssamenwerking.

Het budget voor 2008 duikt plots de diepte in

VLIR-UOS diende begin dit jaar een begroting voor 2008 in bij de overheid van 26.700.000 euro, op basis van de budgetindicaties die de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) had gegeven. Pas op 3 maart 2008 vernam VLIR-UOS dat de overheid het budget voor 2008 had gereduceerd 23.140.000 euro, wat neerkomt op een reductie van 13%. Hiermee daalt het budget van 2008 tot onder het niveau van 2007. Dit is in de afgelopen tien jaar nooit eerder gebeurd. Zelfs de normale indexaanpassing van 3% werd niet toegepast. CIUF-CUD verkeert in identiek dezelfde situatie. Naast VLIR-UOS en CIUF-CUD zijn ook de andere indirecte actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking het slachtoffer geworden van een budgetdaling ten opzichte van de eerdere budgetindicaties.

Good governance onder vuur

VLIR-UOS en CIUF-CUD erkennen het initiatiefrecht van een (nieuwe) Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, maar de timing van bovenvermelde beslissingen is hoogst ongelukkig. Eind 2007 hebben beide organisaties hun meerjarenplannen bij DGOS ingediend. Daar is een lang proces aan voorafgegaan van intensieve overlegrondes, waaraan de overheid ten volle heeft geparticipeerd. De meerjarenplannen werden voorgelegd aan en goedgekeurd door de formele overlegplatformen met de overheid, zijnde de respectieve stuurgroepen.
Op basis van de door de vorige regering gemaakte toezeggingen zijn beide organisaties in 2008 begonnen met de uitvoering van hun meerjarenplannen. Om de continuïteit van hun activiteiten, vooral in het Zuiden, te garanderen hebben ze niet gewacht op de formele handtekening van de nieuwe minister. Dit breekt hen nu zuur op. De beslissing van de minister druist in tegen alle eerdere indicaties en afspraken vanwege de overheid. Er is geen enkele consultatie aan vooraf gegaan. De beslissing is vooral problematisch voor wat de samenwerking met academische partners betreft in zowel het Zuiden als het Noorden. De universitaire ontwikkelingssamenwerking steunt immers op langdurige engagementen. Met de inkrimping van het budget voor 2008 komen eerder gemaakte afspraken sterk in het gedrang. Van good governance en continuïteit in de samenwerking is hier geen sprake.

Weg uit Congo?

De samenwerking met DR Congo is nog steeds, en meer dan ooit, een speerpunt in het Belgische beleid voor ontwikkelingssamenwerking. Aansluitend hierop beslisten VLIR-UOS en CIUF-CUD in 2005 om, binnen hun universitaire ontwikkelingssamenwerking, prioritair aandacht te besteden aan samenwerking met DR Congo, en dit op een onderling geconcerteerde manier. Er werd een Congoprogramma gelanceerd, dat er bovendien op mikt om nauwer aansluiting te verkrijgen met de directe bilaterale samenwerking enerzijds, maar evenzeer met de andere actoren actief in DR Congo anderzijds. Dit initiatief tot op DR Congo gefocuste donorcoördinatie werd door de Belgische overheid, medeondertekenaar van de Verklaring van Parijs, van in het begin heel sterk ondersteund, door extra budgetten voor de universitaire ontwikkelingssamenwerking met DR Congo ter beschikking te stellen. In 2007 voorzag de overheid 1 miljoen euro extra voor VLIR-UOS en CIUF-CUD samen; vanaf 2008 zou deze extra financiering worden opgetrokken tot 5 miljoen euro, en dit op een aangehouden wijze voor de periode 2008-2012. Hierover werd regelmatig gerapporteerd in de DGOS-informatiemagazines, waaruit mag worden afgeleid dat dit geen ad hoc maar een aangehouden en breed gedragen beleidsbeslissing van de Belgische overheid is geweest. In het budget 2008 is er echter geen sprake meer van extra middelen voor Congo. De verderzetting van het programma DR Congo komt hiermee ernstig in het gedrang.

De overheid stelt de rol van de indirecte samenwerking in vraag

De budgettaire beslissing van de overheid kadert binnen een proces waarbij er de komende jaren meer aandacht en middelen van ontwikkelingssamenwerking naar de directe bilaterale samenwerking zou gaan. Officieel zouden de indirecte actoren niet minder middelen dan voordien krijgen, maar wel minder snel groeien dan de directe samenwerking. In de praktijk zien we echter dat er sprake is van een reële daling van de budgetten, althans voor de universitaire ontwikkelingssamenwerking. De overheid wil de rol van de indirecte samenwerking, en specifiek ook de universitaire ontwikkelingssamenwerking, herbekijken. De Verklaring van Parijs wordt daarbij vaak als inspiratiebron naar voren geschoven. VLIR-UOS is voorstander van donorcoördinatie en een efficiënte en vooral effectieve ontwikkelingssamenwerking. Minder opgezet is VLIR-UOS echter met de manier waarop beslissingen worden opgelegd, zonder enige voorafgaande consultatie.

Wat betreft het debat over het nut en de meerwaarde van de indirecte samenwerking zal VLIR-UOS proactief een eigen standpunt formuleren en publiceren, zoveel mogelijk in afstemming met de andere indirecte actoren. VLIR-UOS meent alvast dat, conform de in 1998 beoogde responsabilisering van de indirecte actoren, de universiteiten initiatiefrecht moeten blijven behouden voor lokale capaciteitsopbouw middels universitaire ontwikkelingssamenwerking, vanuit hun specifieke maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid. Immers, het kan niet de bedoeling zijn om de universiteiten en de universitaire ontwikkelingssamenwerking te instrumentaliseren t.b.v. de direct bilaterale samenwerking. Universiteiten in Noord en Zuid zijn niet zozeer een instrument maar vooral, en in de eerste plaats, een actor in het veld van de ontwikkelingssamenwerking, met een eigen rol en specificiteit van werken.

Meer info op www.vliruos.be

Kristien Verbrugghen
Directeur VLIR-UOS

ontwikkelingssamenwerking - Noord-Zuidverhouding - VLIR

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 6 (juni), pagina 46 tot 48