Log in

De financiële crisis en de risicomaatschappij

De financiële crisis en de klimaatopwarming hebben meer met elkaar gemeen dan op het eerste zicht lijkt. Een vreemde vergelijking, of toch niet? Er zijn vele analyses mogelijk van de mondiale financiële crisis dit najaar. De meeste focussen op de uit de hand gelopen werking van de financiële markten en de economische gevolgen ervan, of op de politieke aanpak van de crisis. Wat vandaag op de financiële markten gebeurt, is zelfs in vergelijking met de beurscrisis van de jaren 1930 uniek. Maar tegelijk is het een zoveelste voorbeeld van het vastlopen van de basisinstituties uit de 20ste eeuw. Wie door een sociologische bril kijkt, ziet in de wereldwijde bankcrisis een typevoorbeeld van de wereldwijde risicomaatschappij waarin we leven. Wat dan opvalt, is hoeveel de klimaatcrisis, de dioxinecrisis en de financiële crisis gemeenschappelijk hebben. Door de financiële crisis in het ruimere kader van de risicomaatschappij te plaatsen, komen we ook tot meer verregaande vragen dan hoe we de banken, het bestaande financiële systeem of de economische groei moeten redden.

Bijna 20 miljard euro

Het begon met Fortis, dan kwam Dexia, vervolgens Ethias, daarna ING (met Nederlandse overheidssteun) en het laatste weekend van oktober had KBC overheidstussenkomst nodig. Alle Belgische grootbanken kregen tot nu overheidssteun. De aard van de overheidsinterventies was uiteenlopend. Het ging om kapitaalinjecties van de overheid, gedwongen verkopen en gedeeltelijke nationalisaties van cruciale banken en instellingen. De garanties voor de spaarders werden opgetrokken tot 100.000 euro en er kwamen overheidsgaranties voor het kapitaalverkeer tussen banken onderling. De cijfers verschillen en evolueren nog van week tot week, maar in september en oktober 2008 pompte de Belgische overheid al meer dan 19 miljard euro in de banksector om een complete crash te vermijden.1 Nu de onzichtbare hand van de vrije markt het liet afweten, is de zichtbare hand van de overheid nodig om de kleine spaarder te beschermen, maar vooral ook om het banksysteem overeind te houden.

Had iemand de voorbije zomer durven voorspellen dat vele liberale en conservatieve regeringen in Europa op enkele weken tijd grote delen van de banksector zouden nationaliseren (ook al is het voor sommigen slechts tijdelijk en mag het zo niet heten)? De wereld van vertrouwen werd voor velen een slangenkuil van onzekerheid: spaarders werden onzeker over hun spaargeld, beleggers over hun aandelen, bankpersoneel over hun job, investeerders over hun kredietmogelijkheden en de overheid over de beheersbaarheid van de crisis. Bij iedereen is het besef doorgedrongen dat de financiële wereld de afgelopen jaren oncontroleerbaar grote risico’s heeft genomen. De crisis is een voorbeeld bij uitstek van de overgang naar een risicomaatschappij in de 21ste eeuw: niet omdat beleggingen risicovol zijn (dat zijn ze per definitie), maar wel omdat de risico’s oncontroleerbaar, onberekenbaar en onverzekerbaar zijn geworden, en omdat ze aan de bestaande controle en sturingsstructuren ontsnappen.

Welkom in de risicomaatschappij

Wat verstaan we nu onder die risicomaatschappij? Op het einde van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw zitten de westerse samenlevingen op meer dan één domein op een scharniermoment. Met de Duitse socioloog Ulrich Beck spreek ik van de overgang naar een mondiale risicomaatschappij.2 Wat houdt deze overgang in? De term ‘risico’ verschilt van wat vroeger als (nood)lot werd gezien: het gaat niet om iets onontkoombaars dat ons treft, maar als iets dat (mee) het gevolg is van ons eigen handelen.
Centraal staat de idee dat we op alle maatschappelijke domeinen steeds meer met risico’s worden geconfronteerd. Risico’s hoeven daarbij nog geen catastrofes te zijn die zich hebben voorgedaan. Het gaat evenzeer, zo niet meer, om de anticipatie op mogelijke of volgende catastrofes. De risicomaatschappij betekent het in vraag stellen van de centrale concepten als de controleerbaarheid, berekenbaarheid en mogelijkheid van compensatie van risico’s. We moeten beslissen over de zelf gecreëerde onzekerheid, die voortvloeit uit het succes van de moderne tijd.3 De ecologische crisis is één van de belangrijkste bij de overgang naar een risicomaatschappij. Maar de wortels van een risicomaatschappij liggen evenzeer bij de evolutie van sociaaleconomische risico’s, individualiseringsrisico’s of nu de risico’s van de financiële crisis.
De risicomaatschappij wijst op een fase in de ontwikkeling van onze moderne maatschappij. De sociale, politieke, ecologische en individuele risico’s ontsnappen daarbij in toenemende mate aan de controlerende en beschermende instituties van de industriële maatschappij.4 De analyse van onze maatschappij als risicomaatschappij gaat om een bevraging van onze samenleving en onze moderniteit vanuit ecologische, sociale, economische, politieke en culturele veranderingen.
In mijn boek Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij5 onderscheid ik vier kenmerken om van de overgang naar een mondiale risicomaatschappij te spreken: het groeiende belang van het risicodenken, de verschuiving van de sociale strijd, de onaangepastheid van de bestaande instituties en de mondialisering van de risico’s.

Risico’s domineren de agenda

Leven in de risicomaatschappij betekent in de eerste plaats leren omgaan met risico’s: welke risico’s nemen we, welke proberen we te vermijden, welke ondergaan we als individu of als samenleving (soms zonder dat we er vandaag greep op hebben)? We zijn vandaag veel meer dan vroeger bezig om met risico’s om te gaan, zowel als samenleving als in ons eigen leven. Het bestaan van risico’s is niet nieuw, maar het gaat om méér en andere risico’s sinds de tweede helft van de 20ste eeuw. Een nucleaire ramp als in Tsjernobyl leert hoe vele risico’s van karakter veranderden. Ze overschrijden de grenzen van ruimte en tijd. De radioactiviteit stopt niet aan de grens. Het is ook een voorbeeld van een industriële ramp waarvan ook vandaag nog niet alle slachtoffers geboren zijn. De oprukkende klimaatopwarming is één van de grootste risico’s voor de 21ste eeuw. In al deze gevallen - en hier ligt het verschil met vroegere natuurrampen - zijn het door mensen veroorzaakte risico’s die rechtstreeks het gevolg zijn van onze industriële leef- en productiewijze. Het leven is steeds vol risico’s geweest, maar de oorzaken en de strekking van de ­risico’s zijn essentieel veranderd. De risico’s en onzekerheden vandaag zijn door mensen geproduceerd, door interventies in de natuur en in het sociale leven.

De Britse socioloog Anthony Giddens spreekt van manufactured uncertainty, door mensen geproduceerde onzekerheid.6 Ze vloeien voort uit de manier waarop we onze samenleving vormgeven, uit de manier waarop we technologie wel of niet gebruiken, over keuzes die we maken. Risico’s hebben al effect voor ze zich voordoen, afhankelijk van de manier waarop we er mee omgaan. Zo beheersen de huidige risico’s, meer dan de vroegere, de politieke en maatschappelijke agenda. Ze zijn, meer dan vroeger, het onderwerp van maatschappelijk debat en van maatschappelijke strijd. Ook de inschatting van de risico’s is immers mensenwerk. Daarom zijn risico’s vaak ook omstreden: wie bestempelt wat als risico? De macht om dat te definiëren is onderdeel van de globale machtsverhoudingen.

Een nieuwe sociale strijd om de risico’s

Met de overgang naar de risicomaatschappij verschuift ten tweede ook de sociale strijd. In de 21ste eeuw draait de sociale strijd in de westerse wereld niet meer alleen om de verdeling van de rijkdom, maar ook om de verdeling van de risico’s.
De produc­tie van (nieuwe) risico’s en de sociale strijd om de verdeling ervan worden alsmaar belangrijker. Het gaat daarbij zowel om risico’s op wereldvlak als om risico’s in onze persoonlijke leefwereld: van de opwarming van de aarde en de gevolgen van klimaatverandering tot het risico op werkloosheid of echtscheiding. Die risico’s verschillen in hun kenmerken van rijkdommen: het gaat vaak om systematische en vaak onomkeerbare schade, vaak onzichtbaar en in belangrijke mate afhankelijk van sociale definiëringsprocessen. In de risicoproductie heeft het ontwikkelde kapitalisme volgens Ulrich Beck de vernietigingskracht van de oorlog geabsorbeerd, gegeneraliseerd en genormaliseerd.7 Centraal staat een groeiende onzekerheid en onvoorspelbaarheid.
De huidige risico’s zijn vaak niet langer beperkt in ruimte en tijd, noch naar sociale klasse. Ze overstijgen natiestaten, militaire ­al­lianties of sociale klassen en betekenen inherent nieuwe uitdagingen voor de instituties gericht op de controleerbaarheid ervan. Zo worden ook de rijken door een aantal risico’s getroffen.

De bestaande instituties lopen vast

Vele van onze instituties zijn niet langer aangepast aan de nieuwe en toenemende risico’s. Dat is voor mij het derde kenmerk van onze risicomaatschappij. We kunnen de ongewenste effecten van onze productie- en consumptiewijze niet langer als neveneffecten beschouwen. Ze worden geproduceerd door onze hedendaagse instituties. Het analyseren van de risico’s betekent ­bij­gevolg een analyse van de instituties en structuren van onze late moderniteit.
Zo wordt de mondiale risicomaatschappij op cruciale domeinen onverzekerbaar. Vele nucleaire en chemische risico’s zijn door de markt slechts in beperkte mate afgedekt. De bestaande regels van betrouwbaarheid, causaliteit en schuld vervallen. Sommige risico’s worden letterlijk onberekenbaar en vaak ook ontoerekenbaar. Ze zijn niet langer verzekerbaar, denken we maar aan kernrampen of terreuraanslagen. Het falen van de verzekerbaarheid op de private markt is een cruciale indicator voor de overgang naar de risicomaatschappij.8 Bedrijven kunnen ook niet langer afdoende provisies aanleggen voor sommige catastrofes.

De mondialisering van risico’s

Een vierde kenmerk is de mondialisering van vele risico’s. De risicologica wordt wereldwijd, op de meest uiteenlopende domeinen. Het gaat vooreerst om de impact van de hedendaagse sociale en ­indu­striële ontwikkelingen op de mondiale ecosystemen: van de uitputting van grondstoffen tot het broei­kas­effect, van de ­aantasting van de ozonlaag tot het verdwijnen van de regenwouden, de verwoestijning of de vervuiling van de ­zoet­watervoor­raden. Ook de economische globalisering verandert de risico-omgevingen. En na de terreuraanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, en de aanslagen in Londen en Madrid, vormt de internationale aandacht voor en obsessie met terrorisme, al dan niet door moslimfundamentalisten, een andere dimensie van de wereldrisicomaatschappij. Door de aanslagen veranderden wereldwijd de veiligheidscontroles op vliegtuigen, de wetgeving op privacy, de controle op vermeende extremisten, e.d. De globale anticipatie op de mogelijkheid van nieuwe terreuraanslagen is daarbij even cruciaal als de terreuraanslagen zelf. De mondiale risico’s zijn gedelokaliseerd, niet langer ruimtelijk of in de tijd begrensd. Ze zijn onberekenbaar: het zijn risico’s waarvan we onmogelijk de volledige reikwijdte en impact kunnen voorspellen. En ze zijn niet-compenseerbaar: de schade is niet langer afkoopbaar of vergoedbaar.
De media spelen ten slotte een belangrijke rol in het zichtbaar maken van globale risico’s: zij bepalen met hun selectie van beelden mee wat we als centrale risico’s zien. De abstracte alarmsignalen over de klimaatopwarming krijgen een gezicht door spectaculaire beelden van afscheurende ijsblokken aan de poolkappen, zielig wegdrijvende ijsberen of de schade die orkanen en overstromingen aanrichten. De beelden van de vliegtuiginslag van 11 september 2001 groeiden uit tot hét icoon van terreurrisico’s in de 21ste eeuw, zoals de atoomwolk van Hiroshima het beeld was van de intrede van het atoomtijdperk. Dergelijk beelden verengen en versterken tegelijk ons beeld van mondiale risico’s.

De financiële crisis als deel van de risicomaatschappij

Het beeld van beurzen in het rood - al dan niet met onbegrijpende blikken van traders op de beursvloer - begeleidt deze financiële en beurscrisis. Maar hoe past de financiële crisis nu in de analyse van onze samenleving als risicomaatschappij? Ik gebruik de vier kenmerken hierboven als bril om naar de financiële crisis te kijken. Afsluitend schets ik welke andere vragen dit oproept.

Financiële risico’s centraal op de agenda

Met de crisis op de beurs en van de banken dringen de beursrisico’s door in het leven van éénieder, zonder dat we als individuen er greep op hebben. In de media is er geen ontkomen aan. De dagelijkse nieuwsuitzendingen over de beursevoluties lijken met de dag meer op de sportverslaggeving van de Tour de France: wie doet het vandaag goed, wie is in slechte vorm, wie uitgesloten wegens dopinggebruik of verlies aan vertrouwen?
De risico’s treffen niet alleen de banken of de beleggers. Ten overvloede wordt benadrukt dat de overheid tussenkomt om de belangen van de miljoenen kleine spaarders te vrijwaren. En of het fiscaal aangemoedigde privé-pensioensparen nu het antwoord is op te lage wettelijke pensioenen, is ook nog even onduidelijk. Naast de reële financiële risico’s op faillissementen van banken en verzekeraars gaat het nog veel meer om de perceptie van de risico’s, om de vertrouwenscrisis tussen banken, tussen beleggers en banken, tussen bevolking en banken.

De strijd om de verdeling van de financiële risico’s

Nu de markt en de banken de zelf gecreëerde risico’s niet langer het hoofd kunnen bieden, moet de overheden inspringen. Telkens is de vraag wie de risico’s draagt en wie de rekening betaalt. De belangen van de spaarders zijn gevrijwaard, door de kapitaalinjecties om faillissementen te voorkomen en door het aangekondigde optrekken van het plafond van de beschermde spaartegoeden tot 100.000 euro. Bij Fortis zijn de beslissingen over wie de prijs betaalt en de risico’s moet doorslikken het duidelijkst: met de opsplitsing en verkoop van de belangrijkste delen aan Nederland en aan Franse groepen dragen de aandeelhouders de risico’s die voortvloeiden uit een megalomane overnamestrategie, die een oncontroleerbaar risico bleek te zijn.
De volgende maanden zullen moeten uitwijzen hoe zwaar de overheidstussenkomsten op de federale meerjarenbegroting zal wegen, en welke begrotingskeuzes de overheden wel of niet meer kunnen maken daardoor. Opvallend was dat verschillende Europese landen in oktober reeds de klimaatambities van de EU wilden terugschroeven omdat er vandaag onvoldoende geld voor zou zijn. Financiële risico’s vandaag wegen zwaarder dan klimaatrisico’s morgen.

Onze controle-instituties niet langer aangepast

Als de financiële crisis één ding duidelijk maakte, is dat onze nationale overheden en instituties de afgelopen jaren niet meer in staat waren de risico’s van de geglobaliseerde financiële markt adequaat in te schatten, laat staan dat ze de instrumenten hadden of wilden gebruiken om de markt adequaat te sturen. De vraag wie nu schuldig is aan de crisis, is niet éénduidig te beantwoorden. Het zijn zeker niet alleen Amerikaanse huizenkopers die hun leningen niet meer konden terugbetalen, of de Amerikaanse banken die met verleidelijke, maar zwaar speculatieve en ronduit onethische leningformules mensen tot ver over hun koopkracht deden kopen. De rommelkredieten groeiden jarenlang en werden verpakt in steeds verder afgeleide financiële producten. De ongeremde verkoop van deze effecten zorgde voor een verregaande verspreiding van de risico’s en de quasi volledige onzichtbaarheid ervan. Onze overheden en banken wilden pas toegeven dat de kanker volledig was uitgezaaid als de patiënt haast terminaal was. We botsen op en overschrijden de grenzen van calculeerbaarheid, controleerbaarheid en verzekerbaarheid van risico’s.
Ook de rol van de ratingagentschappen is omstreden. Er zijn er slechts drie noemenswaardige in de wereld (Standard & Poors, Moody’s Investors, Fitch), allen Amerikaans, en de rest van de financiële wereld baseert zich op hun oordeel. Zij hebben veel macht in handen en hebben zware fouten gemaakt die leidden tot de huidige crisis. Ook de vraag naar beter toezicht op deze ratingagentschappen dringt zicht op.

Eigen aan de risicomaatschappij is de ‘georganiseerde onverantwoordelijkheid’. Mensen en instituties worden verdedigers van risico’s en ontwikkelingen die ze eigenlijk niet meer onder controle hebben. Dat zien we bij ongevallen in de nucleaire sector, dat zagen we bij de dioxinecrisis, dat zien we bij de klimaatopwarming en nu ook bij de financiële crisis. Het gaat dan heus niet enkel om de overheden. De CEO’s van Fortis verdedigden de afgelopen maanden hun risicovolle overname van ABN Amro die ze eigenlijk niet meer onder controle hadden. Ook van de uiterst risicovolle afgeleide producten van Amerikaanse banken en producten waren de risico’s lang niet bij alle kopers gekend of juist in te schatten.
Met de drastische overheidsinterventies van de voorbije twee maanden zal de financiële wereld de volgende weken, maanden en hopelijk ook jaren niet meer dezelfde zijn. Want eigen aan de mondiale risicomaatschappij is dat er nood is aan nieuwe instellingen, instituties en manieren om met de nieuwe vaak mondiale risico’s om te gaan. Voedselagentschappen zijn een antwoord op voedselcrisissen, klimaatconferenties een aarzelend begin van antwoord op de opwarming van de aarde, inburgeringsbeleid (of volgens anderen fort Europa) op migratierisico’s. En hopelijk trekken politici ook besluiten uit de bankcrisis: er zal veel meer en verstandige controle en regulering nodig zijn om herhaling te voorkomen, om oncontroleerbare risico’s en beursproducten te bannen. Maar net zoals de nucleaire sector lobbyt tegen een beleid dat groene stroom naar voor schuift, zal een deel van de banksector zich ongetwijfeld blijven verzetten tegen een stringenter kader. Eigen aan de risicomaatschappij is het conflict om te komen tot nieuwe vormen van risicobeheersing.

Politieke mondialisering hinkt achterop bij economische

De mondiale bankcrisis is ten slotte tekenend voor de mondialisering van de risicomaatschappij: de effecten van bestuursfouten in enkele banken of in enkele landen zetten wereldwijde mechanismen in gang. De instellingen en instituties uit de 20ste eeuw schieten ronduit te kort om de doorgeslagen marktwerkingen en de afgeleide producten van een losgeslagen mondiaal casinokapitalisme te controleren, laat staan bij te sturen. Het toont als geen ander de verwevenheid en onderlinge afhankelijkheid van economieën ten aanzien van elkaar.

Een andere kijk op oplossingen

De financiële crisis is net zoals de klimaatopwarming een typevoorbeeld van de overgang naar een mondiale risicomaatschappij. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Ulrich Beck zelf de afgelopen weken herhaaldelijk als commentator is gevraagd in de Duitse media.9 Beck noemt de crisis tegelijk ook een kans om tot een hernieuwde regulering van de financiële markten te komen, van ‘markfetisjisme naar staatsoptimisme’.
Wat opvalt vandaag, is hoezeer de verschillende nationale regeringen in Europa na overleg gelijkaardige maatregelen nemen, maar wél binnen hun nationale context proberen te blijven: van overheidsgaranties voor interbancair verkeer over financiële injecties tot de facto nationalisaties, telkens gekoppeld aan hogere bescherming voor individuele spaarders. De focus ligt op het hier-en-nu overleven van de bestaande financiële instellingen in eigen land. Waar liberalen en conservatieven (tegen hun ideologie in) nu massale overheidsinterventie doorvoeren, benadrukken ze geregeld dat dit slechts tijdelijk is. Als de situatie gestabiliseerd is, wil de overheid zich opnieuw terugtrekken.

Vanuit de risicomaatschappij komen ruimere vragen naar voor. Het kan er niet enkel om draaien de banken en het financieel systeem tijdelijk te depanneren of zelfs te redden en ze vervolgens terug aan dezelfde markt over te laten. Er is nood aan een andere financiële markt.
Een even merkwaardig als juist zinnetje kleurde daarbij de nieuwsberichten de voorbije weken: ‘de financiële crisis laat zich steeds meer in de echte economie voelen’. Het illustreert hoe het besef groeide dat de financiële markten zoals we ze kenden (veel te) los waren gekomen van de reële productie. Om de oncontroleerbare risico’s en de georganiseerde verantwoordelijkheid terug te dringen, moeten de financiële markten opnieuw instrumenten worden voor de reële economie, in plaats van omgekeerd.
Dat vereist nieuwe instituties om de financiële markt opnieuw doeltreffend te kaderen en te controleren. Denken we maar aan een Europese regulator en een grotere rol voor de Europese Centrale Bank. Oog hebben voor globalisering en mondialisering betekent dat nationale instanties alleen onvoldoende zijn.
Maar er is meer nodig dan beter en internationaal georganiseerd toezicht. De ambitie moet zijn om de financiële markten terug te brengen tot hun kerntaak, een dienstbare taak ten aanzien van de reële economie. Daarbij moeten we oncontroleerbare en onwenselijke risico’s uitschakelen. Een groot deel van de financiële producten vandaag zijn zuiver virtuele, abstracte constructies zonder enige tastbare economische waarde. De ethiek is vaak ver te zoeken, zoals bij het short sellen van aandelen waarbij men inzet op de neergang van het bedrijf dat de aandelen uitgeeft. Is het niet het moment om de bestaande, zeer geringe belasting op beurstransacties fors te verhogen? Moeten bepaalde speculatieve technieken niet worden verboden, zoals het bovengenoemde short selling? Wat met het effectiseren van schulden - het verpakken en vervolgens verhandelen van schulden? En blijven we het verantwoord vinden dat alsmaar meer wordt gespeculeerd op grondstof- en zelfs voedselmarkten, ten koste van mens en milieu?

Van bankklimaat naar de echte klimaatuitdaging

De meest fundamentele vraag is echter niet in welke mate de financiële crisis en de klimaatcrisis analytisch verbonden zijn, maar of en hoe ze beleidsmatig op elkaar inwerken. Alarmerender dan de beursevolutie blijft ondertussen immers de klimaatevolutie, hét mondiale risico voor de eerste helft van de 21ste eeuw, en lang daarna als we de volgende 10-15 jaar niet drastisch ingrijpen. Voor de noodzakelijke energierevolutie - onze uitstoot aan broeikasgassen tot 90% verminderen, een economie voorbij de afhankelijkheid van olie en nucleaire energie opbouwen - is een gigantische injectie in een duurzame economie noodzakelijk, met geld van de overheid én geld van investeerders. Twee opties liggen voor ons open.
De eerste tekent zich langzaam af in het bestaande beleid. Alle beleidsaandacht en een belangrijk deel van de middelen worden opgeslorpt door een verdere redden-wat-er-te-redden-valt-aanpak. Men probeert de bestaande grootbanken overeind te houden, de invloed op de ‘echte’ economie te beperken, het vertrouwen van spaarders en vooral van beleggers voor de bestaande producten te herstellen, de recessie te voorkomen. De klimaatuitdaging is dan een ander probleem, dat na de financiële crisis opnieuw wat lager komt op de beleidsagenda. Dat was alvast het pleidooi van een aantal landen op de Europese Raad in oktober. We zullen moeten afwachten of dit ook de lijn wordt bij de beslissing op de Raad in december. Zowel op financieel als op klimaatvlak dreigt men dan de kansen tot fundamentele veranderingen te missen. Deze korte-termijn-restauratiepolitiek domineert voorlopig de agenda en zal de risicomaatschappij alleen maar riskanter maken, economisch, sociaal en ecologisch.

Er is ook een alternatief. Een andere mogelijke piste zoekt de opportuniteiten van de ongeëvenaarde financiële crisis en gaat naar de oorzaken. Ze vertrekt van de erkenning van de financiële én de klimaatcrisis als fundamentele onderdelen van de risicomaatschappij en probeert de verbinding te maken. De dringende ecologische New Deal vereist de mobilisatie van alle economische actoren om te innoveren en te investeren in duurzame technologie en duurzame ontwikkeling. Wanneer de overheid vandaag nieuwe kaders voor de financiële markten moet uittekenen, wanneer de overheid de financiële sector opnieuw tot instrument moet maken van de ‘reële’ economie, laat de overheidsinterventies naar regulering dan meteen dienstbaar zijn om de creatie van echte en duurzame waarde in de economie te bevorderen. Van een steeds meer speculatieve double digit growth voor een kleine elite, naar reële en duurzame waardecreatie op basis van duurzame ecologische investeringen en een gelijke verdeling van deze welvaart. Nu de dringende interventies om de ineenstorting van het bestaande financieel systeem gebeurd zijn (en we de effectiviteit en de kostprijs geleidelijk zullen kunnen evalueren), is het dringend tijd om lessen te trekken voor een economische en ecologische herstructurering die veel verder gaat dan de financiële sector.

Dirk Geldof
Socioloog en publicist 10

Noten
1/ Zie overzicht De Standaard, 22 oktober 2008, p. 22, aangevuld met ondersteuning KBC, zie De Standaard, 27/10/2008, p.1.
2/ De Duitse socioloog Ulrich Beck publiceerde in 1986 zijn meest bekende boek Risikogesellschaft. Auf dem Weg in eine andere Moderne. Met zijn vele vertalingen kende dit in de jaren 1990 een wereldwijde doorbraak. Anno 2007 vatte Beck ruim twintig jaar onderzoek samen in Weltrisikogesellschaft. Auf der Suche nach der verlorenen Sicherheit.
3/ Beck Ulrich, 2007. Weltrisikogesellschaft. Auf der Suche nach der verlorenen Sicherheit. Frankfurt am Main, Suhrkamp, pp.26-27 en 334-361.
4/ Beck Ulrich, 1996. Risk society and the provident state. In: Scott Lash et al. (eds.), Risk, environment and modernity. Towards a new ecology. London, Sage Publications, pp.27-43.
5/ Geldof Dirk, 2008. Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij. Leuven, Acco.
6/ Giddens Anthony, 1994. Beyond left and right. The future of radical politics. Cambridge, Polity Press, p.4.
7/ Beck Ulrich, 1986. Risikogesellschaft. Auf dem Weg in eine andere Moderne. Frankfurt am Main, Suhrkamp, p.74.
8/ Beck Ulrich, 2007. Weltrisikogesellschaft. Auf der Suche nach der verlorenen Sicherheit. Frankfurt am Main, Suhrkamp, p.239.
9/ Zie onder meer Wir brauchen transnationale Form der Regulierung. Interview Ulrich Beck, Deutschlandradio Kultur, 6/10/2008, http://www.dradio.de/dkultur/sendungen/thema/856442/. Zie ook: Die Finanzkrise hat aus Schurken Helden gemacht. Interview Ulrich Beck. In: Der Spiegel Online Wirtschaft, 15/10/2008. http://www.spiegel.de/wirtschaft/0,1518,584050,00.html.
10/ Dirk Geldof is socioloog en publicist. Hij werkt deeltijds op de Politieke Cel van Groen!. Zopas verscheen zijn nieuwe boek Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij (Acco, 2008). Meer informatie en reacties via www.dirkgeldof.be. Dit artikel is afgesloten op 28 oktober 2008. Met dank aan Merlijn Erbuer en Jan Mertens voor hun commentaar en suggesties.

financiële crisis - kapitalisme - risicomaatschappij

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 9 (november), pagina 30 tot 37