Log in

Opvolgen of vervolgen van werklozen?

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 9 (november), pagina 46 tot 49

Bescheiden succes

Minister van werk, Joelle Milquet, hield in oktober een persconferentie over de recentste cijfers in het kader van de RVA-opvolging van werklozen. Ze nam niet de tijd om ze, zoals gebruikelijk, eerst met het beheerscomité van de RVA te bespreken. Het nieuws was voor haar te belangrijk om het aan de sociale partners over te laten. Het kan in twee punten worden samengevat: de opvolgingsprocedure werkt, want ze helpt werklozen aan werk. En Wallonië haalt zijn achterstand in het sanctioneren van werklozen in.

Voor beide conclusies kan men begrip opbrengen. Iedere Minister van werk zal nu eenmaal proberen aan te tonen dat de werkloosheid vermindert als gevolg van zijn of haar beleid. En ik ben de laatste om te beweren dat de opvolgingsprocedure geen gunstig effect heeft. Alleen daalt de werkloosheid vooral omdat het aanbod aan werk gestegen is. De bedrijven zijn zelfs steeds meer verplicht om mensen van allochtone oorsprong en ouderen aan te nemen. Als ze het niet doen, vinden ze doodeenvoudig niemand. De steunmaatregelen zijn lekker meegenomen, maar niet doorslaggevend. De daling van de werkloosheid gaat ook al weer trager en als straks de pessimistische economische voorspellingen uitkomen, zal de werkloosheid weer stijgen, te beginnen met de uitzendkrachten, de allochtonen en de ouderen. Zo simpel is het. Politici spelen hierin een belangrijke, maar ondergeschikte rol. Ze maken zoals boeren de akker gereed, maar moeten toch met enige angst de weersomstandigheden afwachten. Voor politici is dit misschien een vervelende wetmatigheid, maar je kunt er niet blind voor zijn.

Toch blijven stimuleren

Dat ontslaat een beleid niet om inspanningen te doen om het potentieel aan werklozen zoveel mogelijk in de goede richting te duwen. Het moet opleiding aanbieden, want werklozen zijn vaak niet of niet voldoende opgeleid voor een aangeboden job. Het beleid moet desnoods ook specifieke banen creëren. Dienstencheques zijn daar een mooi voorbeeld van. De privé is niet in staat om zonder overheidshulp dat soort aanbod te doen. Sommige werklozen hebben intensievere begeleiding nodig. Ze zijn bijvoorbeeld verslaafd of hebben een ander klein of groot probleem. Ze zijn er om een of andere reden niet in geslaagd zich aan te passen aan de eisen van de moderne samenleving. Of ze hebben net te weinig talent om in een werksituatie overeind te blijven. Met ondersteuning lukt het soms wel, ook al mag men het slaagpercentage daarvan zeker niet heel hoog schatten. In een moedeloze bui krijgt men zelfs de indruk dat het hier vooral om tewerkstelling van de hulpverleners zelf gaat. Eigenlijk is een onderwijspolitiek het enige wat op de lange termijn effectief helpt. En ik ga ervan uit dat er op het niveau van het beroepsonderwijs nog heel wat te doen is. Nog recent besloten onderzoekers dat de leerlingen er de laatste drie jaar gewoon niets bijleren!

Maar hoe dan ook, de overheid moet duwen, mag werklozen niet aan hun lot overlaten. Dan krijgen zij de neiging om zich in hun lot te berusten. Dat gebeurde eind de jaren 1970, begin de jaren 1980. Men kon jaren en jaren aan de dop staan, zonder ooit van de RVA gehoord te hebben. Als je dan zelf nooit een aanbod gevonden hebt of als je telkens weer ontgoocheld werd, haak je op een bepaald moment af. De overheid moet je helpen om de moed niet te verliezen, om toch verder te zoeken. Dat is de betekenis van de opvolgingsprocedure van de RVA. Ze mag niet repressief zijn, maar moet stimuleren.
Kijk naar de jongeren. Het komt wel eens voor dat ze afstuderen en nog geen zin hebben om te werken. Ze hebben niet veel nodig om te leven en als ze een beetje scharrelen in het zwarte circuit komen ze wel rond. Welnu, de overheid mag zich daar niet bij neerleggen, maar moet hen blijven pushen. Zullen ze daardoor aan werk geraken, zoals sommigen op een bepaald moment triomfantelijk leken te geloven? Ze baseerden zich op allerlei fake cijfers, maar de echte cijfers hebben getoond dat dit heel relatief is. En toch maakt het een verschil uit en daarom moet het gebeuren. Laat de jongeren niet gerust. Maar laat ook de werkgevers die liever geen jongeren zonder ervaring aannemen niet gerust.

Sommigen kunnen gewoon niet mee

Tot nu is niet echt aangetoond dat de opvolgingsprocedure verschrikkelijk efficiënt is in termen van: krijgt iemand er werk door? Er is in het verleden een methodologie uitgewerkt die toelaat een zwak verband te zien, meer niet. Maar dit is misschien niet de belangrijkste vraag. De werkelijkheid toont dat als het aanbod er is, mensen gewoon aan het werk gaan. En wie op de duur overblijft, heeft een duwtje of zelf heel veel hulp nodig. Ik daag iedereen uit om op dit ogenblik de werklozenpopulatie te bekijken in streken die zo goed als op het niveau van de fictionele werkloosheid zitten (men moet zich wel haasten). De overblijvende groep zal geen werk vinden in het reguliere circuit, omdat er - volgens de regels en eisen in onze niet zo lieve samenleving - iets aan scheelt! Geen enkele werkgever is bereid om hen aan te nemen. En als hij het toch zou doen, zal hij binnen de kortste keren ontgoocheld zijn.

Voor die groep blijft het levensnoodzakelijk dat het beleid toch inspanningen blijft doen. Maar voor sommigen lukt het niet meer. Enige tijd geleden kwam de voorzitter van het Antwerpse OCMW in het nieuws omdat ze durfde zeggen dat er bij de populatie die bij haar instelling aanklopt, een belangrijk percentage zit dat nooit meer aan de bak zal komen. Men zou die mensen gerust moeten laten, maar ook een hogere uitkering moeten geven. Dat laatste heeft men veel minder gehoord! Ik weet niet of de remedie van Monica De Coninck echt de goede is. Men mag niet onderschatten dat men daarmee mensen stigmatiseert, hen tot een soort sociaal gehandicapte maakt. Alleen heb ik nog geen andere oplossing gehoord! En wat geldt voor de populatie van het OCMW in Antwerpen, geldt ook voor een niet onbelangrijk deel voor de populatie van de werklozen. Of je het nu graag hebt of niet, je zit in bepaalde Waalse streken met werklozen die nooit hun grootvader of hun eigen ouders hebben weten werken. Ik beweer niet dat die generatie helemaal verloren is, maar dat is toch voor een flink stuk zo. Het is onmogelijk om velen van hen nog geschikte arbeidsattitudes en competenties te laten verwerven. Wallonië kruipt economisch stilaan uit het dal. Ik hoop dat dit niet door een recessie gesmoord wordt, maar als het lukt, zal men een min of meer belangrijke groep werklozen moeten achterlaten. Je lost dit probleem niet op door uitkeringen af te pakken!

Sanctioneren mag geen doel zijn

Wie dat niet aanvaardt, komt onvermijdelijk tot de conclusie dat werklozen van slechte wil zijn en dus gesanctioneerd moeten worden. Hij of zij staat dan op een zucht van de stelling dat die werklozen die van slechte wil zijn, eigenlijk in strafkampen thuishoren. Het is een remedie die enkele honderden jaren geleden gebruikt werd en die om de zoveel tijd terugkomt in de variante dat werklozen dan maar moeten gedwongen worden om te werken voor het geld dat ze als uitkering krijgen. Overigens, in de VS zit die groep effectief in de gevangenis. En zo ben ik bij de tweede conclusie van de Minister van werk gekomen: er wordt meer gesanctioneerd in Wallonië. Of nog beter: Wallonië haalt zijn achterstand op Vlaanderen in. Prompt hoort men de dag daarop de stelling dat dit toch maar in beperkte mate het geval is, want Vlaanderen sanctioneert niet alleen in het kader van de opvolgingsprocedure. Als men alle sancties samenneemt, behoudt Vlaanderen zijn voorsprong! Flink zo Vlaanderen!

Wie het eerste deel van mijn redenering gevolgd heeft, kan hier alleen maar meewarig over glimlachen: sanctie als doel, waar zijn we mee bezig? Om alle misverstanden te vermijden: ik beweer niet dat er niet mag worden gesanctioneerd. Wanneer manifest een slechte wil wordt vastgesteld bij werklozen die voldoende competenties hebben om op een aanbod in te gaan en wanneer dat aanbod er effectief is, dan mag van een samenleving niet gevraagd worden dat een uitkering gegeven wordt. Anders ondergraaft men het solidariteitsmechanisme. Maar het kan, in hemelsnaam, toch geen doel zijn om mensen te sanctioneren? Al eens geprobeerd rond te komen met een gemiddelde werkloosheidsuitkering? Niet een week of een maand of zo. Maar over een langere periode. Al eens de vernedering meegemaakt als een factuur weer niet op tijd betaald wordt? Of iets eenvoudiger: als je naar een familiefeestje gaat en je eigenlijk geen cadeautje kunt kopen? Ik bedoel eigenlijk: niemand blijft vrijwillig in die toestand, tenzij een of ander mechanisme hem of haar daarin vasthoudt. Je moet dat mechanisme aanpakken, niet sanctioneren. Om maar een voorbeeld van een andere aard te geven: je moet een alleenstaande moeder niet van de dop gooien, je moet haar ook niet dwingen om werk aan te nemen waardoor ze op het eind van de maand minder overhoudt. Je moet haar betaalbare kinderopvang aanbieden. Laten we toch ophouden met dat gemoraliseer! Dat speelt alleen rechts in de kaart.

Het is gewoon volkomen normaal dat Wallonië zijn achterstand inzake sancties aan het inhalen is. Dat komt niet omdat de Walen plots serieuzer zouden geworden zijn. Le Forem verricht al heel lang degelijk werk en de Waalse Minister van werk doet het voortreffelijk. Het komt gewoon omdat het aanbod aan werk groter geworden is. Het kan dan niet anders dan dat de groep die ik gemakkelijkheidhalve (het is echt wel ingewikkelder) ‘de groep van de slechte wil’ noem duidelijker in het vizier komt. Wanneer het aanbod aan werk al te klein is, dan kan die groep zich makkelijker verbergen. En mocht straks de economische situatie weer erger worden, dan zul je dat onvermijdelijk zien aan de dalende cijfers van de sanctiedossiers. Mocht met andere woorden Vlaanderen eenzelfde economische ontwikkeling gekend hebben als Wallonië, dan zou - wat men ook beweert - het sanctioneringsgedrag gelijk gelopen hebben. Tenzij Vlaanderen echt werkkampen had georganiseerd, wat misschien nog niet eens ondenkbeeldig is.

Een Marshallplan voor Brussel

Het punt is dat het echte maatschappelijke probleem niet bij Vlaanderen of Wallonië ligt, maar bij Brussel. Brussel is een tijdbom, waar vooral de werkloosheid bij jonge allochtonen gevaarlijk is! De vroegere Orbem was een ramp, laat dit maar onmiddellijk gezegd zijn. De huidige Brusselse Minister van werk heeft al heel wat inspanningen gedaan om zijn instellingen te professionaliseren. Dat de Orbem voortaan Actiris heet is niet toevallig, maar moet een breuk aangeven. Maar dat zal niet volstaan. Het zo rijke Vlaanderen heeft zopas voor miljoenen euro’s cadeaus uitgedeeld, netjes verdeeld volgens de wensen en voorkeuren van de politieke partijen. Het had minstens een deel moeten reserveren voor een soort Marshallplan voor Brussel. Neen, geen blanco cheque! Je mag er voorwaarden aan koppelen, zelfs systemen van responsabilisering. Maar Vlaanderen en Wallonië moeten Brussel helpen, ook in hun eigen belang. Men hoort ondertussen opnieuw stemmen die de wachtvergoeding voor de jongeren willen afschaffen of bemoeilijken. Ze krijgen immers een uitkering, terwijl ze nog nooit gewerkt hebben! Begin daar alstublieft niet mee. Het is weliswaar alleen maar een doekje voor het bloeden, maar het helpt voorlopig om de tijdbom niet tot ontploffing te brengen. Breng de Brusselse jongeren desnoods bij hun handje naar openstaande vacatures in Vlaanderen. Geef ze taallessen en vervoer. Maar zorg er vooral voor dat ze hun angsten overwinnen. Je kunt zich niet voorstellen hoe bang men voor Vlaanderen geworden is!

Communautarisering brengt niets op

Joelle Milquet put uit de recentste cijfers argumenten in het kader van de discussie over de communautarisering van het arbeidsmarktbeleid. Zie je wel, is haar redenering, dat het niet nodig is op dit vlak verregaande maatregelen te bedenken. Het volstaat de federale opvolgingsprocedure te verbeteren, door bijvoorbeeld de tijd waarbinnen werklozen opgeroepen worden in te korten. Ik heb vroeger al geschreven dat communautarisering van de arbeidsmarkt louter een zaak van esthetiek is. Je kunt de regelgeving wat logischer in elkaar steken, ongetwijfeld. Maar de vraag is: krijg je daardoor een werkloze aan het werk? En het antwoord: een verdere communautarisering zal daar geen moer toe bijdragen. De regio’s hebben vandaag alle instrumenten die ze nodig hebben. Het is in elk geval geen zaak van al dan niet voldoende sanctioneren. Een vergelijking van de cijfers in de verschillende regio’s is onzinnig. Je vergelijkt dan gewoon appelen met citroenen. De boer die denkt het weer te controleren wordt een krijgsheer. Je moet het beroepsonderwijs aanpakken en zorgen dat er voldoende tewerkstelling is.

Luc Vanneste
Redactielid Samenleving en politiek

cartoon: © Arnout Fierens

activering - arbeidsmarkt - werkloosheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 9 (november), pagina 46 tot 49