Log in

'Het Koekoeksjong. Het begin van het einde van België'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 10 (december), pagina 46 tot 47

Het Koekoeksjong. Het begin van het einde van België

Ivan De Vadder
Van Halewyck, Leuven, 2008

In de opleiding Eigentijdse Geschiedenis komen de problemen van bronnenkritiek vaak ter sprake in de dubbele spanning tussen enerzijds de geschreven en de audiovisuele analyse en anderzijds de (nodige?) afstand in tijd tussen gebeurtenis en analyse. In het bijzonder zijn deze boeken geviseerd die zo dicht mogelijk op de hete adem van de gebeurtenis(sen) uit pen en drukpers rollen. In deze probleemstelling zou ik het snel, maar knap geschreven boek van de televisiejournalist Ivan De Vadder als een interessante debatcasus aanbevelen. Het boek eist immers de pretentie van een algemene context-analyse niet op. Het gedrukte woord blijft er dicht en trouw bij een unieke reeks televisie-interviews met de politieke hoofdrolspelers in de periode 20 juni-20 december 2007. Ze werden gemonteerd voor een bijzondere uitzending van Panorama op 13 januari 2008. Het unieke werd niet in het minst bepaald door de gehouden belofte dat ze pas na de vorming van een regering zouden worden uitgezonden. Het is duidelijk dat Ivan De Vadder - zoals nagenoeg al zijn collega’s - in de loop van deze vooralsnog langste regeringscrisis van de Belgische geschiedenis steeds sterker bewust werd van het potentiële einde van het Belgisch compromismodel dat sinds 1970 heeft geleid tot een steeds verdere afkalving van eerst het unitaire, dan het federale staatsmodel. De titel van het boek wijst er op dat De Vadder ook meer en meer gegrepen werd door figuur en optreden van Bart De Wever.

Met De Wever zelf is De Vadder overtuigd geraakt dat wij op een laatste groot kruispunt met de Belgische geschiedenis zijn aangekomen. Hij noemt De Wever daarbij als de merkwaardigste politicus tussen alle politici die voor zijn micro en camera kwamen. Hij is zeer sterk onder de indruk gekomen van zijn eruditie, sarcasme, woordvaardigheid en tactisch vermogen. Letterlijk schrijft hij: ‘Dit boek legt voor een stuk zijn politieke ziel bloot’ (p.20). Het boek is gestructureerd zoals de auteur de stiel heeft geleerd voor het maken van politieke achtergronddocumentaires: een boeiend stuk in zestig onderdeeltjes met telkens een treffende titel. Het gebruik van dit boek zou moeten gepaard gaan met de mogelijkheid om onmiddellijk de bij het gedrukte woord aanleunende televisiebeelden op te roepen. Deze potentie maakt het boek zo interessant; al betwijfel ik sterk dat het werkelijk de ziel blootlegt van de - tijdelijke? - protagonist Bart De Wever. Ik hoop dat wij in een volgend nummer de bespreking kunnen brengen van de nu pas gepubliceerde bundeling van columns (Het kostbare weefsel), die Bart De Wever mocht schrijven voor De Morgen en De Standaard. In die columns legt hij zelf veel meer zijn ziel bloot dan in de ongetwijfeld interessante interviews in het hete van de politieke onderhandelingstijd. Zijn vijandbeelden komen er scherper uit de verf: de Belgische staat en de voor hem te grote meerderheid van links besmette journalisten en intellectuelen, die in een nieuwe belgitude een schild zoeken tegen de bedreiging van de echte meerderheid in Vlaanderen. Deze bundeling van columns zal men dus best toevoegen aan de debatcasus waarvoor het boek van Ivan De Vadder een uitzonderlijk goede aanzet geeft. Ik zou graag zien dat zijn uitgever hem de kans biedt om elke trimester een kort addendum op zijn boek te publiceren. Nu dat briljante koekoeksjong en zijn N-VA uit het grote kartel is geduwd/zelf weggevlogen en nu de grote kredietcrisis de politieke crisis zware concurrentie berokkent: wie krijgt nu klank en licht voor micro en camera?

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 10 (december), pagina 46 tot 47