Log in

De wondere wereld van de suikerpalmen

Project in de kijker

De Nederlander Willie Smits emigreerde zo’n 30 jaar geleden naar Indonesië in de hoop daar wat voor de natuur te kunnen betekenen. Als onderzoeker, voorvechter van het delicate ecosysteem en beschermer van de orang-oetang slaagt hij er al jaren in om people, planet en social profit te combineren. Nu staat hij op het punt om op 1 miljoen hectare gemengde bossen bio-energie uit suikerpalmen te winnen. Dit nieuw project, Eco Integration International, oogt alvast veelbelovend. In dit duurzame - door lokale mensen beheerde - bosareaal, verspreid over het hele land, leveren de suikerpalmen evenveel energie op als de helft van de Nederlandse behoefte aan gas en licht (zo’n 37 miljoen ton ethanol-equivalenten per jaar). ‘De suikerpalmen zijn samen met andere bomen en struiken aangeplant op volkomen gedegradeerde gronden en leveren honderd procent duurzame energie. Bovendien blijven regenwouden en landbouwgronden ongemoeid’, aldus bosbouwonderzoeker en architect van het suikerpalmprogramma Willie Smits.

Willie Smits zag de voorbije jaren dat oliepalmplantages in Indonesië grootschalig werden ingezet onder het mom van het creëren van banen en export, om zo de laatste nog in goede staat verkerende bossen in handen te krijgen. Dit veroorzaakte meer orang-oetangslachtoffers, enorme emissies van CO² (die Indonesië inmiddels op de derde plaats wereldwijd van broeikasgasproducenten hebben gebracht, zonder dat het noemenswaardige industrie heeft) en ook de lokale mensen wonnen er niets bij.
Smits kwam met een inventief alternatief op de proppen: het winnen van bio-energie uit suikerpalmen. Dit project kan een alternatief bieden voor de biobrandstoffen die uit maïs, tarwe en rietsuiker worden gemaakt, die wereldwijd op kritiek botsen. Die biobrandstoffen zouden, zo is de veelgehoorde kritiek, voor een deel concurreren met landbouwgewassen en bijdragen aan de voedselcrisis. Suikerpalmen hebben deze bezwaren echter niet, aldus Willie Smits. ‘Ze groeien bij uitstek als bamboe, vanille, bananen en vijgen. De suikerpalm verbruikt weinig water, vergt geen kunstmest en is zes keer zo productief als rietsuiker.’ De suikerpalmen groeien bovendien alleen in gemengde bossen (geen monocultuur!) en groeien erg goed op steile hellingen zodat ze geen concurrent zijn voor het gebruik van de waardevolle vlakke landbouwgronden.
De grote verdienste van dit project is dat het, naast een milieu- en klimaatvriendelijke productie van biobrandstof met suikerpalm, ook de plaatselijke bevolking helpt. Het systeem van de winstverdeling van de boeren is er immers zeer democratisch. Suikerpalmen worden niet alleen ingezet om de lokale mensen een vast en fatsoenlijk inkomen te laten verdienen, daarnaast dienen ze ook als buffer om natuurgebieden te beschermen (suikerpalmen vertragen branden en overleven ze ook). Je vangt dan 2 vliegen in één klap: mensen bouwen een bestaan op en hebben zelf ook baat bij bescherming van het regenwoud, én de dieren behouden hun leefgebied.
Innovatief daarbij is het gebruik van een mobiel fabriekje, the green village box, ontwikkeld door het technologiebedrijf Controlec Spie (naar een idee onder patentaanvraag van Willie Smits). Dat is niet groter dan een paar containers en wordt - als het nodig is - onder een helikopter naar een afgelegen gebied gevlogen. Centraal in de container staat het vergistingvat waar het suikerrijke sap van de suikerpalm met behulp van gist wordt omgezet in ethanol (alcohol). De ethanol wordt daarna gedestilleerd en gescheiden tot een meer zuivere ethanol, waarmee in een generator stroom, warmte en (drink)water worden opgewekt. De mensen uit de dorpen kunnen daardoor voortaan koken op fornuisjes van 2 of 3 euro met behulp van handzame bussen ethanol. Het scheelt sprokkelen van hout (koken op rokerige houtvuren in hutten is bovendien zeer ongezond) en aantasting van de bossen en regenwouden.
Naast een positieve lokale impact, kan het project ook op mondiale schaal zijn waarde hebben. Suiker, dat via dergelijke speciale procedure van de suikerpalmen wordt afgetapt1, kan dus worden vergist tot ethanol, wat zonder bezwaar kan worden bijgemengd in de benzine van auto’s. Aldus Willie Smits: ‘Eco Integration International is daarom volop bezig om met lokale ondernemingen in Indonesië export- en transportsystemen op te zetten, onder andere met bestemming Rotterdam. Vaststaat dat daar een deel van de geproduceerde duurzame bio-ethanol wordt opgewerkt om het in Europa als brandstof toe te passen’. Het potentieel is alvast enorm. In dit duurzame - door lokale mensen beheerde - bosareaal, verspreid over het hele land, leveren de suikerpalmen evenveel energie op als de helft van de Nederlandse behoefte aan gas en licht (zo’n 37 miljoen ton ethanol-equivalenten per jaar).
Het suikerpalmproject is ondertussen ondergebracht in Willie Smits’ fonds Eco Integration International, dat een beursnotering zal krijgen en 300 miljoen euro moet ophalen. De Nederlander Herman Wijffels, die in november vetrok bij de Wereldbank, heeft zich ondertussen als speciaal adviseur verbonden aan dit fonds, dat onder meer de aanplant in Colombia zal financieren. Inmiddels tonen ook Tanzania en Brazilië concrete belangstelling.
Het is vandaag de dag absoluut noodzakelijk om sterk in te zetten op verduurzaming van de productie van biomassa voor energiedoeleinden. Bovenstaand verhaal toont alvast het enorme potentieel van dit project, dat positieve effecten kan hebben voor zowel (lokale en mondiale) energievoorziening, armoedebestrijding en milieu.

Willie Smits
Projectverantwoordelijke Eco Integration

Noot
1/ De precieze productiemethode vindt u op http://williesmits.hyves.nl/blog/. Meer info ook op www.masarang.nl.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 1 (januari), pagina 58 tot 59