Abonneer Log in

Sociaaldemocratie en diversiteit: anders moet

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 8 (oktober), pagina 26 tot 32

Wij leven in het magazijn van een opkoper. Alles heeft hij in de loop der jaren zijn loods binnengesleept en opgestapeld. Er staan tafels die ooit fraai waren maar nu besmeurd zijn met kaarsvet, in een hoek nutteloos gereedschap, hamers, tangen, gebroken, verwrongen, je struikelt over bergen boeken, bladzijden uitgescheurd, kaften met ezelsoren. Niets is in orde en dat is allemaal de schuld van de even hebzuchtige als slordige opkoper. Hij heeft de boel deerlijk laten verslonzen. Zo België. Zo menig land in West-Europa. Diversiteit? O jazeker. Maar de rotte plekken stinken ten hemel. Dat krijg je zo met verwaarlozing. En de sociaaldemocratie is in haar dubbele kern aan het ontbinden: het sociale, het democratische. Er is werk aan de winkel. Het is hoog tijd dat sociaaldemocratische beginselen, gelijkheid van kansen, arbeid voor iedereen en de democratie zelf verzoend raken met diversiteit. Want laten we wel wezen, die diversiteit is intussen een halve eeuw oud en geloof me vrij, ze zal niet verdwijnen.

GEHAVENDE BOEKEN: DE ONRECHTVAARDIGE SCHOOL

De schoolachterstand van migrantenkinderen is catastrofaal. Het aandeel van migranten in de werkloosheid is catastrofaal. Het percentage armen bij de migranten is catastrofaal. Onderwijs, arbeid, armoe, drie kernpunten van ieder klassiek sociaaldemocratisch programma.

Meer dan een eeuw geleden al vochten de sociaaldemocratische partijen tegen de gesel van de werkloosheid. Meer dan een eeuw geleden al eisten de sociaaldemocratische partijen een menswaardig loon voor alle arbeiders. Maar in de Socialistenmars, die voor het eerst weerklonk op het congres dat de SPD in 1891 bijeenriep in Erfurt, is niet alleen sprake van uitbuiting, nood en karig loon. In de eerste strofe klinkt meteen ook een machtig verlangen naar onderwijs:

... des Geistes Licht, des Wissens Macht
dem ganzen Volke sei´s gegeben!

Die woorden zijn actueler dan ooit.
Ik ken natuurlijk de verhalen van migranten die wél gestudeerd hebben en hun plek in de samenleving hebben veroverd. Mij valt telkens op hoe weinig hun biografie verschilt van wat net iets oudere mensen vertellen, mensen die afkomstig zijn uit een doodgewoon Belgisch arbeidersgezin. Het enige verschil, en het is niet gering, is dat die migrantenkinderen, anders dan Belgische arbeiderskinderen, hebben moeten vechten tegen racisme, openlijk of latent. Maar al de rest? Ook de cultuur van het Belgische arbeidersgezin sloot niet aan bij de school. Ook daar leefde het vooroordeel, studeren, dat is niets voor ons. Ook daar leefde de angst, als mijn kinderen studeren, krijgen ze het te hoog in hun bol. Tegenkanting van ouders, grootouders, ooms, tantes, buren. Minachting van medeleerlingen en zelfs van sommige leerkrachten. Echter, telkens ook die ene leraar of lerares die de leerling als het ware optilde, die boeken gaf om te lezen, die muziek liet beluisteren, kortom, die de wereld openbrak. Dat alles ligt een halve eeuw, iets meer misschien, achter ons. Dat alles, het kwade en het goede, gebeurt nu, voor onze ogen, opnieuw. De grote democratisering spoelde over scholen en universiteiten in de jaren 1960. Het getij is krachteloos verlopen in het zand. Een nieuwe democratiseringsgolf in scholen en universiteiten is dringend nodig. Het lijkt me een elementaire sociaaldemocratische eis.

OMNUT GEREEDSCHAP: DE ONRECHTVAARDIGE ARBEIDSMARKT

Werk is een centrale waarde in alle West-Europese samenlevingen. Werk behoedt voor armoe. Werk geeft zelfbewustzijn. Werk maakt netwerken. Of, volgens de woorden van een oude, Hollandse aristocraat: Leer, dan ken je wat. Werk, dan ben je wat.
Het verbaast me dat inzake werk zoveel sociaaldemocraten zich willoos in de luren hebben laten leggen door de zelfverklaarde goeroes van de markt. Het verbaast me dat zoveel sociaaldemocraten een wereldwijde economische crisis nodig hadden om hun ogen open te kunnen spalken en te zien dat de markt veel kan, maar nog veel meer dingen niet kan. Bijvoorbeeld, werk verschaffen. Daar is de markt buitengewoon slecht in. Dat wil gewoonweg niet lukken. Het aantal werklozen stijgt schrikbarend en tegelijkertijd stijgt het aantal oningevulde vacatures, even schrikbarend. Daar bestaat een woord voor: irrationeel. Wie niet ziet dat de markt een totaal ongeschikt instrument is om werk te verschaffen en te verdelen, is stekeblind.

Wat ik nu ga zeggen klinkt radicaal, maar dat is een oppervlakkige beoordeling. Ik zeg: we moeten de arbeid onttrekken aan het spel van vraag en aanbod. Met andere woorden: schaf de arbeidsmarkt af.
Want er moet werk zijn voor iedereen. Niet voor negentig procent of achtennegentig procent, nee, honderd procent. Ik heb dat idee al weten verdedigen door bijvoorbeeld professor Bea Cantillon, specialiste in problemen van armoede en veeleer christendemocratisch van strekking, en door de Amerikaanse socioloog Richard Sennett, veeleer een linkse socialist. Je hebt zelfs economen, en het zijn bepaald geen communisten, die aanverwante ideeën ontwikkelen, bijvoorbeeld de Zwitser Bruno S. Frey of de onderzoekers van het Deutsche Institut für Wirtschaftsforschung.

Wij beseffen niet genoeg welke vergaande gevolgen honderd procent werk heeft op een samenleving. De werkgever mag nog zo racistisch zijn als hij wil - en reken maar dat menig werkgever dat is - hij zal diversiteit op de werkvloer moeten dulden. De werknemers mogen zo racistisch zijn als ze willen - en reken maar dat velen dat zijn - ze zullen de ander moeten dulden. De jongere die de school verlaat wéét dat hij werk zal hebben. Het jonge echtpaar met twee kleine kinderen wéét dat het zijn pas verworven huisje niet zal moeten verkopen wegens werkloosheid. De zesenvijftigjarige boekhouder wéét dat hij niet bij het groot vuil kan worden gezet.
Wie me niet gelooft, moet eens gaan praten met iets oudere Oost-Duitsers. Zij hebben geleefd met honderd procent werkzekerheid en kregen daarna het kapitalisme, en niet eens de rauwste variant van het kapitalisme, over zich heen. Recent onderzoek wijst uit dat de meerderheid van de Oost-Duitsers, oud en jong, het verlies van honderd procent werkgelegenheid bestempelen als een zware achteruitgang. Ik ben hier niet de misdaden van het rode Pruisen aan het verdedigen. Ik breng alleen één onmiskenbaar en onvervangbaar voordeel van het systeem onder de aandacht.
Honderd procent werkgelegenheid is het enige middel dat de verzuurde autochtoon de mond snoert als hij zich opwindt omdat die vervloekte allochtoon de baan krijgt en niet hij. Ze krijgen allebei gegarandeerd een baan. Honderd procent werkgelegenheid is het enige middel om het verschijnsel hangjongeren uit de wereld te helpen. Niemand heeft nog tijd om rond te hangen, iedereen is aan het werk. Honderd procent werkgelegenheid is het enige middel om de slachtoffercultuur uit de wereld te helpen. Iedereen heeft deel aan de centrale waarde in onze samenleving: werk.

Ik zeg niet dat honderd procent werkgelegenheid een goedkope oplossing. Ook werkloosheid is duur, vooral als de werkloosheid stijgt. En vandalisme is duur. Ga kijken in de banlieues van Parijs. En kleine misdaad is duur. Ga kijken op Kanaleneiland in Utrecht. En verzuring is peperduur. Ga kijken overal. Ik zeg alleen dat honderd procent werkgelegenheid het krachtigste signaal voor integratie geeft dat je in ons soort samenlevingen kunt geven. Iedereen hoort erbij.
Ik maak me niet de geringste illusie. Het zal niet gebeuren. Al te gretig buigen sociaaldemocraten in het stof voor het gouden kalf, ook al is het van zijn voetstuk gevallen.

DIVERSITEIT: TEGENSTRIJDIGE SIGNALEN

Waarom die hemeltergende verwaarlozing? Omdat we de migranten hebben geminacht. Gebruikt. Het liefst van al zouden we ze nu ook kunnen wegwerpen. En tot overmaat van ramp gaven we tegenstrijdige signalen. Integreer! Blijf binnen je eigen cultuur!

In 2001 vertaalde en becommentarieerde de Nederlandse schrijver van Marokkaanse afkomst Hafid Bouazza een oud Amerikaans kinderverhaal. Hij gaf zijn essay de titel Een beer in bontjas.
Een beer ontwaakt na zijn winterslaap en merkt dat boven zijn hol een fabriek is gebouwd. De mensen van de fabriek willen niet geloven dat de beer geen mens is. Hij is volgens hen een luie, ongeschoren arbeider die een bontjas heeft aangetrokken. Hij krijgt een veiligheidshelm op zijn kop gedrukt en een sigaret in de mond geduwd. Ook moet de beer zijn bontjas zo snel mogelijk uittrekken. Het is een fabel over behoud en verandering van identiteit en dus over diversiteit. Volgens het linkse paradigma moet de beer vooral beer blijven en hebben de mensen van de fabriek boos ongelijk. Bouazza trekt een heel andere conclusie. Hij schrijft: Het is verleidelijk om mijn positie als Marokkaans-Nederlandse schrijver te vergelijken met die van de beer. Maar als ik de beer was, dan zou ik mijn bontjas, met alle bloed en pijn vandien, uittrekken.
Deze Marokkaanse West-Europeaan is keihard voor zichzelf en voor de zijnen en hij is lang niet de enige. Hij onderschat de moeilijkheden niet. Hij kent het leed van integratie, emancipatie en cultuurverandering. Hij heeft aan den lijve ondervonden dat je niet ongeschonden door de migratie komt. Bouazza pikt het niet dat de moslims blijven zitten achter de prikkeldraad van hun cultuur, zoals hij het noemt. Ik ben het daarmee eens. In een samenleving die nieuwkomers wil opnemen, die ze verdorie zelf is gaan weghalen uit hun haardsteden, is geen plaats voor prikkeldraad.

TAFELS BESMEURD MET KAARSVET: WAT DEMOCRATIE AANTAST, VERNIETIGT DIVERSITEIT

Democratie leeft bij gratie van diversiteit. Zonder diversiteit sterft democratie af. Een democratie die maar één partij toestaat is geen democratie. Een democratie die maar één godsdienst erkent is geen democratie. Een democratie die alleen mannen stemrecht geeft is geen democratie. Een meerpartijenstelsel, vrije, geheime verkiezingen, een regering die verantwoording verschuldigd is aan het parlement dat het soevereine volk vertegenwoordigt, dat zijn basiskenmerken van de politieke democratie. Trap ik open deuren in? Kijk uit. Onze eigen Europese Unie negeert het derde beginsel en is dus géén democratie.
Maar er is meer nodig. Je moet de talen van de burgers erkennen. De overheid en haar burgers moeten de vrijheid van eredienst erkennen. De vrijheid van meningsuiting, vergadering en drukpers. De vrijheid van vereniging. De gelijkheid van mannen en vrouwen. De scheiding van godsdienst en staat. Respect voor minderheden. Onafhankelijke rechters die werken in één gegarandeerde rechtsorde. Op al die afzonderlijke punten zijn alle democratieën zeker niet even onberispelijk. Neem het voorbeeld van Frankrijk en van België. Beide landen erkenden het vrouwenstemrecht pas ná de Tweede Wereldoorlog.

Een groot probleem in moderne democratieën was (en is) de invloed van godsdienst op staatszaken. Rome heeft slechts tegen heug en meug de scheiding van Kerk en Staat willen erkennen. Rome wilde zijn vrome kaarsvet vrijelijk op de vergadertafels van de democratie laten druipen. In 1864 liet Paus Pius IX een Syllabus Errorum publiceren, een lijst van dwalingen die door de Katholieke Kerk ten strengste werden veroordeeld. De vijfenvijftigste dwaling luidt: Ecclesia a statu statusque ab Ecclesia seiungendus est, dit wil zeggen dat de scheiding van Kerk en Staat volgens die paus een ketterij was. Andere varianten van christendom zijn niet beter. In Engeland is de koningin het hoofd van de Church of England. De orthodoxie vereenzelvigt zich met het wereldlijke gezag.

Inzake godsdienstvrijheid, en daar hangt een hele reeks andere vrijheden aan vast - mening, drukpers, vergadering, vereniging - koester ik een diep wantrouwen tegen alle grote bekerende godsdiensten. Ik vind vrijheid van religie fundamenteel, maar altijd op voorwaarde dat elke religie ruimte laat aan alle andere religies. Alleen dan kan diversiteit bloeien. In artikel 73 van De Europese Grondwet in verzen schrijf ik:

Hier in onze stad
woont onder elke toren
een andere god ...

Iedere bekerende godsdienst wil uiteindelijk alle andere godsdiensten uitschakelen. En godloochenaars zijn helemaal uit den boze. Iedere bekerende godsdienst heeft een hang naar intolerantie. Als de sociaaldemocratie de diversiteit ernstig neemt, mag ze nooit tolerant zijn voor intolerantie.
Wie denkt dat mijn verhaal achterhaald is, dwaalt. Het is een typisch hedendaagse dwaling, een verlichte dwaling. Hedendaagse, seculier opgevoede mensen onderschatten vaak de kracht van bekerende godsdiensten, want ze hebben die kracht nooit aan den lijve ondervonden. Evenmin kunnen ze de factor tijd correct analyseren. Bekerende godsdiensten gaan uit van het eeuwigheidsperspectief. Seculier opgevoede mensen werken binnen een begrensd tijdsbestek. Zij kunnen zich niet voorstellen dat religies in staat zijn eeuwen en eeuwen te wachten eer ze terugslaan.

Vandaag accepteren de christelijke Kerken in West-Europa meestal de hun toegemeten ruimte binnen het staatsbestel. Meestal, want aanvallen van machtshonger komen voor, met hardnekkige regelmaat, bijvoorbeeld in Polen of Litouwen of Spanje. Maar Europa is allang niet meer exclusief christelijk. De islam is hier niet weg te cijferen. In de hoofdstad van de EU bijvoorbeeld gaan er wekelijks meer burgers naar de moskee dan naar de (katholieke) kerk. Nu zijn de meeste islamitische gelovigen in West-Europa, zoals de meeste christelijke gelovigen, lauw in de praktijk. Dat is eigen aan elke grote, bekerende wereldgodsdienst. Voor de doorsnee gelovigen is de godsdienst als een dierbaar, geërfd meubel. Je wilt het niet kwijt, maar je gaat het nu ook weer niet iedere dag uren zitten boenen. Die mensen hechten belang aan kinderen, buren, werk, huis. Het zijn aardige, nijvere metrobestuurders, verpleegsters, leraars, metaalarbeiders, bakkers, loodgieters.
Binnen hun grote godsdienst is echter een alarmerende evolutie aan de gang, een evolutie naar fanatiek obscurantisme. Belangrijke liberale denkers uit de islamwereld als Abdelwahab Meddeb spreken onomwonden over la maladie de l’islam.
Opinies daaromtrent veranderen snel, maar tot niet zo heel lang geleden deden linkse mensen alsof het totalitaire obscurantisme binnen de islam niet veel voorstelde. Een oprisping van een duister verleden, meer niet, dat zou allemaal wel gauw overwaaien. En wie zich al te kritisch uitliet over de islam hier, was al gauw een hele of halve fascist. Islamofoob, beten ze je toe. Bijten ze je toe, nog steeds. Ze bedoelen: racist.
Dat nu is heel bizar. Aangezien de islam er nooit een geheim van heeft gemaakt dat het de hele wereld wil bekeren, kan die godsdienst zich per definitie niet beperken tot één ras of volk. Grotendeels islamitische landen zijn bijvoorbeeld Indonesië, Pakistan, Egypte, Turkije en daar wonen heel verschillende volkeren. Kritiek op een religie, ideologiekritiek dus, wordt verward met rassenhaat. Dat is niet zomaar onzindelijk denken. Dat is kwade trouw. Het is een poging om iedere vorm van kritiek in de kiem te smoren.
Welnu, ik verafschuw iedere godsdienst die de wereld wil onderwerpen. Ik heb het triomfalistische katholicisme van binnen uit gekend. Nourri dans le Sérail, j’en connais les détours. Rome is schitterend, maar zijn arglist blijft weerzinwekkend. En, zoals Gilbert Keith Chesterton het schrijft in zijn eigengereide en magistrale essay Orthodoxy, de grote religies verschillen wel in de leer, niet in de machinerie. Ik herken de machinerie van de islam maar al te goed en ik verafschuw ze. Een rechtgeaard sociaaldemocraat kan die machinerie nooit dulden.
De sharia is onduldbaar. De vijfentachtig sharia-rechtbanken in Groot-Brittannië zijn stuk voor stuk een schande en moeten dicht. De leer die gebiedt iemand af te ranselen omdat hij een glas bier drinkt, is onduldbaar. De leer die gebiedt een overspelige vrouw te stenigen, is onduldbaar. De leer die gebiedt homo’s te doden, is onduldbaar. De leer die gebiedt de afvallige te doden, is onduldbaar. De leer die de dood verkiest boven het leven en mensen ertoe brengt tientallen doodgewone medeburgers aan stukken te rijten, is onduldbaar. Dat grappenmakers die de profeet beledigen doodsbedreigingen krijgen en moeten onderduiken, is onduldbaar. Wij mogen alles en iedereen beledigen, de paus, de keizerin van Bombarië, mij, de sociaaldemocratie, de god van de christenen en al zijn profeten, Allah en zijn enige profeet. Alles. Of we dat ook moéten doen, is een heel andere kwestie. Godslastering is zeker geen plicht, dat spreekt nogal vanzelf. Maar het zou evenzeer vanzelf moeten spreken dat een verbod op blasfemie altijd een aantasting is van het recht op vrije meningsuiting en dat een democratie dat nooit mag tolereren, zo niet gaat ze eraan.
Indien de sociaaldemocratie het met mij op één van die punten niet eens is, dan wil ik met de sociaaldemocratie niets meer te maken hebben. Dan is de sociaaldemocratie rechts. Anti-emancipatorisch. Een ideologie van onderdrukking. Een bedreiging voor de democratie en voor de beschaving die ermee verbonden is. Dan is de sociaaldemocraat de bondgenoot van de ayatollah.

Jaren geleden zei een Vlaams Blokker me over de islamieten in ons land: die gaan zich nooit aanpassen, dat is een veel te grote cultuur. Talloze sociaaldemocraten en groenen hebben gepredikt dat we onze geïmmigreerde medeburgers vooral in hun eigen cultuur moesten laten. Die gedachte is rechts. Die gedachte riekt naar apartheid. Die gedachte levert al wie te lui of te onverschillig is om democratie en tolerantie ernstig te nemen gratis een zuiver geweten. De Vlaams Blokker kon ten minste nog bewonderen, al voedde zijn bewondering dan ook zijn haat.

CONCLUSIE: ANDERS MOET

Diversiteit, aanpassing en democratie kunnen niet zonder elkaar. En die drie kunnen niet zonder sociaaleconomische integratie. Iedereen, maar dan ook iederéén dient alle kansen te krijgen op school en op de werkvloer;
Ik ben het eens met Hafid Bouazza. Verandering moet. Iedere andere weg leidt naar het getto. Iedere andere methode laat de zwaksten in dat getto laffelijk in de steek. Ik vind ook, in tegenstelling tot de Vlaams Blokker, dat iedereen kán veranderen en volop de kans hoort te krijgen om dat desgewenst ook te doen. Nogmaals, er is werk aan de winkel. Zwaar werk.
Lippendienst volstaat niet. Alleen een islam die onze grondwettelijke rechten en vrijheden zonder voorbehoud respecteert en openlijk belijdt, is welkom. Is het dan de islam niet meer? Maar de veelvormigheid binnen de islam is enorm! Waarom zou een Europese islam zich moeten plooien naar Saudi-Arabische wreedheid? In Sarajevo kon je vroeger gaan kijken hoe een Europese islam werkt, dankzij de evenwichtsoefeningen van maarschalk Tito, een dictator, zeker, maar wel een die de diversiteit liet bloeien.
De sociaaldemocratie is het aan zichzelf verplicht de school opnieuw te democratiseren. De aanzetten in verschillende landen zijn loffelijk, maar nog steeds onvoldoende. De sociaaldemocratie is het aan zichzelf verplicht het marktdenken drastisch in te perken en iedereen, zonder uitzondering, kans op werk te geven. Hier is nog geen begin van aanzet te bespeuren. En toch, beide zijn onmisbaar. Pas dan krijgt de derde plicht van de sociaaldemocratie zin: alle emancipatorische tendensen in de West-Europese islam metterdaad steunen, zonder die ellendige koudwatervrees om toch maar vooral de andere cultuur niet te beledigen.
Natuurlijk moeten wij allen de hoffelijkheid betrachten in het dagelijkse leven. Maar dat wil niet zeggen dat we de eerlijkheid mogen laten varen. Wie het niet aandurft kritiek uit te oefenen op zijn islamitische medeburger, minacht die medeburger mateloos. Zo iemand zegt: islamitische buur, jij bent mijn kritiek niet waard. Of: ik ben bang van je. Dat is helemaal erg. Want de oude sociaaldemocraten waren niet bang om te vechten voor hun principes en voor de heilige rechten van de vertrapten.
Angst is altijd een slechte leermeester.

Geert van Istendael
Essayist, dichter en schrijver

diversiteit - integratie - sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 8 (oktober), pagina 26 tot 32