Log in

'Het islamdebat'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 10 (december), pagina 78 tot 80

Het islamdebat

Sami Zemni
epo, Berchem, 2009

Of het nu gaat om de film Fitna van Geert Wilders of over het hoofddoekenverbod in de Antwerpse scholen, het debat over de islam is volop aan de gang. Of het debat correct gevoerd wordt, wordt zelden onderzocht. Met zijn boek onderneemt Sami Zemni, geëngageerd academicus en islamkenner, een poging om het islamdebat tot zijn ware proporties terug te brengen en een ruimer denkkader aan te bieden om het thema te bespreken. Vanuit een voelbare ergernis stelt de auteur dat het debat de jongste tijd hard en verkeerd gevoerd wordt. De islam wordt stelselmatig opgevoerd als de oorzaak van tal van maatschappelijke problemen in eigen land en in de rest van de wereld. Moslims worden, vaak in vernederende bewoordingen, afgeschilderd als een ander soort mens (de auteur noemt hen dan ook consequent ‘de Ander’ in het boek), die ‘onze’ cultuur bedreigt.

In een aantal thematische hoofdstukken, die je ook als afzonderlijke essays kunt lezen, wordt het islamdebat vanuit verschillende invalshoeken bekeken.
In een eerste hoofdstuk wordt het gevoelige thema van de vrijheid van meningsuiting aangesneden. Denk maar aan de Deense Mohammed cartoons. Zemni stelt, zoals Jan Blommaert het ooit deed in Samenleving en politiek, dat de vrijheid van mening niet onbegrensd is en dat sommige kritieken op de islam gewoon ordinair racistisch zijn. Hij stoort zich mateloos aan deze ongenuanceerde voorstelling van zaken die het debat al bij de aanvang bemoeilijken. Bovendien vindt hij dat de islambashing het werk van de (moslim)hervormers zo goed als onmogelijk maakt.

In een volgend hoofdstuk heeft de auteur het over de Verlichting. Vaak wordt immers beweerd dat de islam een Verlichting nodig heeft. Hij schetst de Verlichting op een kritische wijze en stelt daarbij vast dat de Verlichting op drie vlakken bleef steken: klasse, ras en gender. Dat de Arabische-islamitische wereld geen Verlichting kende, verklaart Zemni niet vanuit een religieuze oorzaak, maar ‘als een gevolg van de socio-politieke en economische ordening van de maatschappijen waarin de islam de meerderheidsgodsdienst was/is’. Het unieke van de Verlichting is haar omgang met diversiteit en pluraliteit. Dat vindt Zemni al een veel waardevoller uitgangspunt om emancipatie en ontvoogding te realiseren.

Het thema van het derde hoofdstuk is islamofobie. Islamofobie wordt gedefinieerd als ‘de niet-gefundeerde vijandschap tegenover de moslims, die leidt tot een concrete discriminatie van moslimindividuen en -groepen en de uitsluiting van moslims op politiek en sociaal vlak’. Hoe je het begrip ook draait of keert het komt neer op racisme, ook al draait het niet direct om ras.
Een ander actueel debat ‘De islam en de democratie’ komt verder aan bod. De vraag die geregeld gesteld wordt, is of de islam verzoenbaar is met democratie. Dat ook de andere monotheïstische godsdiensten daar geen standpunt over hebben doet blijkbaar niet ter zake.

Als islamkenner vraagt de auteur aandacht voor een correcte lezing van de bronnen van de islam. Daarnaast wijst hij op het duidelijk onderscheid tussen de norm en de praktijk. Ook moslims gaan ‘creatief’ om met hun normen. Het is bij katholieken toch niet anders? De auteur pleit dan ook niet voor een heropleving van de islam, maar voor een herformulering door onder meer rekening te houden met de samenleving waarin moslims leven.

Dan wordt het stilaan tijd om het debat ten gronde te voeren. Hij stelt dan ook voor om het debat over identiteiten en essenties te verlaten en ons toe te spitsen op wat maatschappelijk gebeurt. De vraag daarbij is onder meer welke plaats de religie inneemt in de samenleving en wat in de privésfeer en wat in de publieke sfeer thuis hoort. Na het overlopen van alle mogelijke typologieën komt Zemni uit bij het actief pluralisme, waarbij mensen volgens hun eigen religieuze en culturele overtuiging kunnen leven, maar een actieve interactie hebben met de overtuigingen van hun medeburgers.

Dat links het islamdebat uit de weg is gegaan, is ondertussen genoegzaam bekend. De auteur waarschuwt om te beginnen voor het zogenaamde islamogauchisme. Het zou een term zijn die gebruikt wordt om alle linkse niet-moslims te omschrijven die een genuanceerde houding ten aanzien van de islam en de moslims aannemen en dus verdacht worden van een alliantie met de religie. Hier komt Sami Zemni tot de kern van zijn betoog. Laten we het debat over identiteit, religie en cultuur verlaten en het hebben over de maatschappelijke structuren. Het zijn deze maatschappelijke structuren die de allochtonen en dus veel moslims uitsluiten, uitbuiten en discrimineren. Daar liggen de echte oorzaken van de ongelijkheid. Als je die structuren niet aanpakt dan heeft een gelijke kansenbeleid geen zin. Een progressieve politiek van diversiteit moet dus in de eerste plaats een daadkrachtig beleid voeren tegen discriminatie op alle maatschappelijke niveaus.

In een voorlaatste hoofdstuk gaat Sami Zemni dieper in op de begrippen islam, islamisme, herislamisering en jihad. Het is een hoofdstuk dat een niet-islamkenner boeit omdat er op een deskundige wijze duiding wordt gegeven bij diverse begrippen uit de islam. De duiding van de jihad is daarbij een openbaring. In dit hoofdstuk geeft de auteur ook aan dat ook de islam een hervormingsproces zal doormaken, zoals andere religies die hebben gekend.
In een korte conclusie herhaalt Sami Zemni nog eens zijn basisstelling.

In Het islamdebat wordt een belangrijke bijdrage geleverd voor het islamdebat door een bewogen academicus. De terechte ergernis van waaruit hij zijn stellingen opbouwt klinken me iets te veel door in het hele boek. De afzonderlijke hoofdstukken zijn van wisselende kwaliteit, maar vormen op zich bruikbare discussieteksten voor een thematische discussie. Ondertussen hebben de Zwitsers bij referendum beslist dat er geen minaretten meer mogen worden gebouwd. Met de aanpak van Sami Zemni zou ik zeggen: hoe zouden we reageren als de Zwitsers zouden beslissen dat er geen kerktorens mogen worden gebouwd? Het islamdebat is nog lang niet gesloten. Het begint pas.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 10 (december), pagina 78 tot 80