Log in

Sp.a op een absoluut dieptepunt

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 4 tot 12

Sp.a-voorzitter Caroline Gennez is, gezien de context, blij met het resultaat van 13 juni: ‘Als je ziet dat we standhouden als enige partij, dat we weerstand bieden ook. We rekenen onszelf niet bij de verliezers. De enige juiste conclusie is dat de federale regering gigantisch en genadeloos afgestraft is voor drie jaar stilstand.’ De laatste zin van Gennez in De Morgen, daags na de verkiezingen, is slechts voor de helft waar. De federale regering is afgestraft, maar dat is niet de enige juiste conclusie. Een andere conclusie, zonder pretentie dat dít de enige juiste zou zijn, is dat de sp.a een probleem heeft.

Wat volgt is geen verkiezingsanalyse, daarvoor is het te vroeg. Daarvoor zijn meer cijfers, is meer tijd, meer nuance nodig. Dit is een uitgerekt opiniestuk, snel geschreven, dus ruwer dan wat na bezinning zou overblijven. De vraag kwam van de redactie, het moest snel gaan, het moest lang genoeg zijn. Maar de drive om het te schrijven is een mengeling van bezorgdheid en verontwaardiging.

SP.A OP EEN ABSOLUUT DIEPTEPUNT

De score van sp.a op 13 juni is de slechtste sinds WO II en de oprichting van de (B)sp(.a). Nooit eerder was er minder electorale steun voor de Vlaamse socialisten.1 Als we ons beperken tot de score van sp.a is het beeld negatief: in 2003 zette de partij met 24,3%, de beste score in 30 jaar, een gigantische sprong voorwaarts in vergelijking met de 15% van dioxineverkiezingen in 1999. Een decennium lang is gedacht dat die 15% de absolute bodemkoers was. Tot zondag 13 juni 2010.
Die 24,3% (1999) was het resultaat van het kartel sp.a-spirit. Bij de Vlaamse verkiezingen van 2004 zakte het weg naar 19,7%. Die 19,7% is, naar hedendaagse normen, een goed resultaat. Het was van 1987 geleden (24,2%) dat de sp.a nog een beter resultaat haalde dan in 2004. Bij de federale verkiezingen van 2007 zakte de partij verder weg naar 16,3%. Johan Vande Lanotte nam ontslag en de sp.a ging in de oppositie tegen wat ze ‘de slechtste regering sinds de Tweede Wereldoorlog’ noemde. Deels omdat ze het zelf wou, deels omdat Open Vld er bij formateur Leterme op had aangedrongen om de sp.a niet op te nemen.
Vorig jaar, bij de Vlaamse verkiezingen van juni 2009, verloor de sp.a voor de derde keer op rij en zakte naar 15,3%. Daarmee stond de partij, ondanks alle ideologische congressen en partijvernieuwingen, weer op de bodemkoers van tien jaar geleden. In 2009 werd gezegd dat het vanaf nu beter zou gaan, dat de bodemkoers nu wel bereikt was. Tot zondag 13 juni 2010. Toen schoot de sp.a verder door naar 14,6%, onder de laagste score van 1999. In dat jaar werd gezegd dat de monsterscore van Agalev (dankzij de dioxinemiserie) en de lange regeringsdeelname verantwoordelijk waren voor dat zwakke resultaat.
De partij verloor de verkiezingen in 1999, maar onderhandelde slim en stapte in Paars. Een verfrissing, na de soms moeilijke beslissingen in de besparingsregering Dehaene II. Die kreeg pas vele jaren later de nodige waardering. In Verhofstadt I ging het lekker, geholpen door enkele jaren van hoogconjunctuur, en samen met de frisheid van een nieuwe coalitie kon de SP vervellen tot sp.a in kartel met links-liberalen. In 2003 blies deze formatie Agalev uit het federaal parlement. Steve was god, de teletubbies dé succesformatie. De tweede regering Verhofstadt liep veel moeilijker, onder andere omdat de groei verdween, ook omdat socialisten en liberalen even sterk waren en er geen duidelijk leiderschap was. En geen kleine regeringspartner meer die als bliksemafleider blutsen kon opvangen.

In 1999 was het dus de schuld van externe omstandigheden (dioxine, dus succes van Agalev) én van de moeilijke regeringsjaren onder Dehaene dat de partij tot 15% zakte. Meer dan tien jaar later klinkt de verklaring voor de nog grotere nederlaag deels vertrouwd. Het is ook deze keer het resultaat van externe omstandigheden (BHV, het communautaire en dus succes van N-VA). Maar het argument van de regeringsdeelname in moeilijke tijden geldt niet meer. Integendeel. Eigenlijk hadden niet weinigen verwacht dat de sp.a zou profiteren van de verschrikkelijke malgoverno 2007-2010. Niet dus. Twee andere oppositiepartijen (N-VA en Groen!) wel, twee andere (LDD en VB) evenmin.

Ondertussen kregen we een mondiale financiële en nadien ook sociaaleconomische crisis over ons heen. Een crisis van het kapitalisme, volgens sommigen ook een crisis van het liberalisme. Dat laatste is niet overtuigend, zo leerde Nederland enkele dagen voor de Belgische stembusslag. De rechts-liberale VVD won de verkiezingen met een stoer besparingsplan en straffe standpunten inzake migratie. Dat de mondiale crisis van het kapitalisme liberalen zou afstraffen klopt dus niet. Dus klopt ook het spiegelbeeld niet: dat de socialisten zouden winnen bij de crisis van het systeem. Ook in Nederland verloor de PvdA, deze keer wel vanuit de regering. Omdat dat verlies minder erg was dan gepeild en de partij op een zetel strandde van de VVD, klonk het verlies minder erg. Ook daar hebben socialisten de gewoonte om hun nederlaag te nuanceren.

Dus moest sp.a niet rekenen op een gunstig effect van de crisis van het kapitalisme. De socialisten kunnen pas profiteren van dit systeemfalen als, en slechts als, ze daarvoor een geloofwaardig alternatief hebben (en dat hebben ze niet) óf indien ze gezien worden als diegenen die binnen dat systeem uiteindelijk de welvaart zullen beschermen. Ook dat laatste lukt onvoldoende. Bovendien, zo leert ons Nederland, gaat het om meer dan de bescherming en verbetering van onze welvaart. Het gaat ook om de identiteit, om de sociaal-culturele grenzen van onze samenleving, om wie we zijn in die grote, veranderende wereld. En dus won de PVV in Nederland. En de N-VA in Vlaanderen. Of het nu een taalgrens of een socio-culturele grens is: hoe groter de wereld, hoe meer behoefte aan een eigen, herkenbare plek. Mensen hebben behoefte aan een zelfgekozen wij-identiteit waarbinnen hun ik-zijn voldoende vrijheid behoudt. Ze willen zelf hun eigen leven invullen, maar willen tezelfdertijd kunnen terugvallen op sterke sociale verbanden die, opdat ze weerbaar en geborgen zouden zijn, voldoende beperkt moeten blijven. De sociaaldemocratie heeft die uitdaging in veel Europese landen laten liggen. Zo ook de sp.a.

EEN MISPLAATSTE REACTIE

De verleiding om de kiesuitslag te verklaren is, zo blijkt, groot. Dat doen we eigenlijk beter nog niet. Eerst het stof van deze verkiezingen afkloppen. De uitslag kan op dit moment simpelweg nog niet voldoende goed verklaard en geduid worden, daar zijn meer gegevens en bezinning voor nodig. Maar voorlopig mogen suggesties passeren.

Immers, de partijleiding had op zondag 13 juni ook zelf enkele verklaringen klaar. Die waren evenmin het resultaat van grondige reflectie en gedegen analyse. Hun verklaringen waren wellicht bij uitstek politiek-strategisch van aard: verhinderen dat er nu binnen de sp.a een lastige interne discussie opstijgt, net op het moment dat zich regeringsonderhandelingen aankondigen. Zoals in de dagen na 13 juni bleek, heeft de sp.a veel zin om ook federaal weer te besturen. Blijkbaar kan ze ook vanuit de oppositie de partij niet opnieuw lanceren, dan kan je evengoed regeren. En als er in de toekomst meer afstand komt tussen partij en regering, tussen de sp.a in de regering en de sp.a als partij, hoeft dat inderdaad geen belemmering te zijn.
De uitleg dat de federale regering werd afgestraft (cfr. het grote verlies van CD&V en Open Vld) klonk een beetje raar uit de mond van de verliezende sp.a-voorzitter. Caroline Gennez wou er daarmee terecht op wijzen dat CD&V en Open Vld zwaar, veel zwaarder verloren dan sp.a. Maar wie verwacht dat de oppositiepartijen, en dus ook sp.a, door de kiezers werden beloond voor hun strijd tegen de duivelse regeringen Leterme, moest meteen nog een andere uitleg aanhoren: de N-VA ging met de hele oppositiebonus aan de haal. Want zie, alle oppositiepartijen verloren (LDD en het VB nog meer dan sp.a). Maar, het wordt ingewikkeld, dan is er toch een uitzondering op die regel: één oppositiepartij (Groen!) groeide wel. Een beetje, maar gezien alle anderen (behalve N-VA) verliezen, wordt die winst plots wat groter en belangrijker.

We moeten aan de verleiding weerstaan om die kleine winst van Groen! als een verklaring te zien voor het feit dat de sp.a dan toch niet profiteert van de oppositiekuur. Al jaren bestaat de these dat de neergaande trend van sp.a naast de opgaande trend van Groen! moet worden gezet, omdat beiden samenhangen. Sinds 2007 groeit Groen!: van 6,3% in 2007 over 6,8% in 2009 naar 6,9% in 2010. Dat succes - 0,6% in drie jaar - is te beperkt om de neergang van de sp.a in die periode (min 1,7%) te verklaren. Maar bovendien: in 2007 verloor Groen! relatief veel (min 1,3% in vergelijking met de 7,6% van 2004), terwijl ook de sp.a in die verkiezing 3,4% verloor in vergelijking met 2004. Kortom, het idee dat sp.a en Groen! communicerende vaten zijn, is niet altijd en in elke omstandigheid fout, maar het is een gedachte en verklaring die verlaten moet worden. Het klopt, alvast voor wat het netto-effect van de ondergrondse bruto-stromen betreft, simpelweg niet genoeg. Natuurlijk twijfelen heel wat linkse kiezers tussen Groen! en sp.a, maar zeker die laatste verliest ook aan anderen en zit met andere partijen in de combinaties die de vele twijfelende kiezers voor de verkiezing overwegen.

De uitleg dat de sp.a niet won omdat N-VA alle oppositiewinst opzoog, met uitzondering van de lichte stijging van Groen!, is niet overtuigend, of alvast niet voldoende. Niet enkel omdat we moeten wachten op onderzoek die de kiezersstromen in kaart brengt en het de sp.a te gemakkelijk uitkomt om alle verklaring voor het eigen falen buiten de partij te leggen (de tsunami De Wever). De vraag is simpelweg: waarom kon ook sp.a niet verhinderen dat De Wever alles opnam? Waarom kon sp.a niet doen zoals Groen!, ondanks die monsterscore van N-VA toch winnen? Waarom kon sp.a zoals N-VA en Groen! niet meer kiezers overtuigen dan de vorige keer? Waarom klonk Groen! verbredend (communautair, rood naast groen) en sp.a minder? Waarom stemmen velen N-VA omdat ze goed bestuur willen, en minder sp.a die ooit die reputatie had?
Pas als dat lukt is er een ommekeer, niet de achteruitgang die de partij op 13 juni meemaakte. Op 13 juni is er geen stabilisatie, geen kering van de negatieve trend, wel een vertraging van die trend: het verlies in 2010 t.o.v. 2009 (min 0,7%) is kleiner dan het verlies in 2009 t.o.v. 2007 (min 1%). Ja, je mag die verkiezingen vergelijken. Het verlies neemt relatief gezien minder toe, maar het blijft verlies: er stemden weer minder mensen sp.a. De tragere toename van de stemafname laat hopen op een echte stabilisatie en zelfs op een ommekeer. Die is dus nog niet ingezet. De partij verliest minder, maar wanneer begint ze te winnen?

De relatief positief klinkende reacties die op de verkiezingsdag bij de partijtop te beluisteren waren - à la ‘we hebben stand gehouden’ of ‘de kiezer straft de regeringspartijen af’ - werden op vele plekken op hoongelach en onbegrip onthaald. Ze kwamen over als een ingestudeerd nummer om de eigen zwakke prestaties te minimaliseren. Een doorzichtige poging die niet overtuigde: de kans is niet gering dat de reactie van de sp.a op haar nederlaag zondagavond nog meer kiezers heeft verjaagd. Ook sp.a moet hopen dat er pas over vier jaar nieuwe verkiezingen aankomen; er is geen reden om te denken dat ze het plots beter zou doen.
Nog voor de verkiezingsdag goed en wel om was, vertoonde de sp.a regeringshonger. De daaropvolgende dagen ontstond de indruk dat er meer gediscussieerd werd over de tactiek en strategie van de komende regeringsonderhandelingen, dan over de manifeste afstraffing van de sp.a. Alsof dat een detail was waar men, in de aanloop naar de formatie, ook niet te veel moest op terugkomen. Heel wat kiezers zouden net in die reacties van het eerste uur de bevestiging van hun vooroordeel zien, nl. dat de sp.a soms een arrogante partij is. Alsof niemand zich daar verantwoordelijk voelde voor de slechte uitslag en die alleen maar aan ‘de anderen’ lag.

HALF VOL, HALF LEEG?

Tegen vele, soms impulsieve stellingen die in dit opiniestuk worden ingenomen kunnen andere, wellicht meer verstandige gegooid worden die even of nog meer waar of juist zijn. De sp.a kan alleen maar hopen dat er binnen die partij, in alle openheid en sereniteit, een grondig debat ontstaat over de toekomst ervan.

Neen, het glas is niet enkel half leeg. Zo is het inderdaad niet zonder betekenis dat de sp.a van alle verliezers het minst verloor. Niemand weet waar het ‘sociologisch minimum’ van de sp.a zit, het kon wellicht dus nog erger. In het licht van die algemene neerwaartse trend, in wat een van de meest drastische stemverschuivingen van de voorbije decennia is, is de score van sp.a dan ook niet geheel en al negatief: de partij behield ongeveer wat ze had. Meer nog, wie relatief overeind blijft nadat de N-VA storm over het partijlandschap is geraasd, moet het hoofd ook niet te veel laten hangen. Zeker niet als er regeringsdeelname wenkt.
Dan is het beter om even geen tijd te verliezen met een interne audit - waar altijd het risico op verdeeldheid en afrekening aan vastzit - en om zich volop te concentreren op de cruciale regeringsonderhandelingen waar het land voor staat. Er nu bij zijn, op het ogenblik dat essentiële hervormingen op de agenda staan, is aangewezen. Caroline Gennez zei terecht dat de sp.a met iedereen door één deur kan.
Bovendien heeft de partij goede contacten met de PS en is ze daarmee niet enkel deel van een politieke familie, maar zelfs van de grootste politieke familie van dit land. Kortom, de partij ligt strategisch goed, midden in het bed, voor een regeringsdeelname. Je kan met minder stemmen soms meer realiseren, maar dan moet je in de regering zitten. Liever daar dan in de oppositie, gezien die ook niet loont. Dat zijn allemaal redelijke argumenten. En je kan Gennez niet verwijten dat ze zware fouten maakt, ze werkt met wat ze heeft.

Bovendien mag, inderdaad, de context van dit verlies niet uit het oog verloren worden. In een versnipperd landschap is het voor veel partijen moeilijk om hun plek te vinden. Kijk naar Open Vld: van 24,2% in 2003 zakt de partij in zeven jaar naar de laagste score in een halve eeuw: 13,6% in 2010. Het is van 1961 (11,6%) geleden dat de Vlaamse liberalen slechter deden. Vanaf 1965 gingen ze dan ook onder de naam PVV naar de kiezer, met 5% winst in 1965 als resultaat. Kijk naar de christendemocraten: met hun 17,3% is dat het allerlaagste resultaat sinds de Tweede Wereldoorlog. Terwijl sp.a met de 14,6% niet diep onder de vorige bodem zakte (15% in 1999), gaat CD&V wel zwaar onder de vorige laagste score (21,3% in 2003). Velen zijn dus nog slechter af. LDD en VB bijvoorbeeld, maar die mogen geen referentiepunt zijn voor een partij die sinds meer dan een eeuw een pilaar van het politieke systeem is.
Op 13 juni deden alle traditionele partijen het heel slecht (samen halen ze nog 45,5% van alle stemmen2), dus sp.a is geen uitzondering op de regel die geldt voor partijen waarmee ze zich wel mag vergelijken. Dat klinkt goed, maar het mag en kan geen geruststelling zijn. Open Vld, LDD, VB en CD&V, elk hebben ze hun problemen, maar sp.a de hare. Trouwens, als Leterme II zo’n desastreuze regering was, waarom won de PS, die er deel van uitmaakte, in Franstalige België dan wel de verkiezingen, op verpletterende wijze? Omdat bij alles de context belangrijk is. Dus ook in Vlaanderen. Stel dat het niet vooral communautaire verkiezingen waren geweest (we gaan er voorlopig van uit dat dat wel zo is) en dat er geen Bart De Wever was, dan had sp.a misschien wel winst geboekt. Misschien.

WAAR GING HET FOUT?

Maar met alle ‘stel-len’, ‘als-en’ en ‘zou’s’ van deze wereld win je geen verkiezingen. En verkiezingen winnen is de enige manier waarop een partij zich op eigen kracht relevant kan maken of houden. Dat sp.a in de regering komt is immers niet enkel haar eigen verdienste, maar minstens evenveel het resultaat van het gedrag van anderen en van de omstandigheden. De sp.a zit aan tafel dankzij de PS. Dankzij het feit dat anderen, Open Vld, nog meer verloren (en voor oppositie kiezen?) en weer anderen (VB, LDD) geen optie zijn. De sp.a is geholpen door het streven naar een afspiegelingscollege en dus door het feit dat Bart De Wever al in 2009 (bij de Vlaamse regeringsvorming) koos voor de sp.a en niet voor Open Vld.

En waarom heeft de sp.a, maar haar verstandig en relatief onderbouwd verhaal over de sociale staatshervorming, geen winst kunnen boeken? Bovendien: niet enkel het communautaire, maar ook het budgettaire leek een belangrijk kiesthema, en daar heeft de partij toch iets over te zeggen. Want het budgettaire is een clusterthema, waar veel andere discussies (pensioenen, arbeidsmarkt, belastingen, enzovoort) onder schuil gaan en waarover effectief gesproken is tijdens de korte campagne van juni 2010. Waarom heeft het pensioenplan of het belastingsplan van de partij het tij niet echt kunnen doen keren? Omdat het niet genoeg in de campagne kon komen. De sterkte van de ander is ook gevolg van de eigen zwakte. En welke andere thema’s, zoals asiel, migratie, veiligheid, … leefden onderhuids? En heeft de partij daar mee gewerkt? En dus alle kansen genomen?

De partij kwam te laat in de campagne. Uw dienaar schreef meermaals voor 13 juni dat het leek alsof de sp.a geen zin had in de campagne. De laatste week heeft de sp.a veel goedgemaakt en zich voluit gegeven: het was niet too little, toch niet die laatste week, maar misschien too late. Denken kiezers dan ‘tiens, die sp.a gaat er niet voor, waarom zouden wij voor hen gaan?’ De sp.a koos voor een aanval op rechts, op de harde bespaarders zonder ziel (van N-VA, CD&V en Open Vld) en waarschuwde voor een harteloze saneringsregering zonder socialisten. De partij viel anderen aan, maar zette onvoldoende haar eigen boodschap in de verf. De sp.a herhaalde ook dat het zinloos was om becijferde lijstjes met besparingsmaatregelen voor te stellen, maar deed het uiteindelijk verspreid toch, zonder het te willen toegeven.
Er stond een team, een goed team, maar een team zonder leider, zonder bezieler. Hoe meer Gennez Vande Lanotte op het podium moet roepen, hoe minder natuurlijk zijn leiderschap of centrale positie leek. En de lijsttrekker voor de Senaat stond altijd het grootst afgebeeld op de sp.a-advertenties. Hoe meer de sp.a zegt dat er een team op het podium staat, hoe meer iedereen de individuen er in ziet. Zoals ene Frank Vandenbroucke. De partij heeft professoren te over, er was een ‘populist’ te weinig. Een charismatisch bezieler. De centrale figuren zijn stuk voor stuk individuele klasbakken, maar niet altijd geschikte campagnebeesten. De sp.a mist een kop zoals die van De Wever, Stevaert, zelfs een Alexander De Croo. Die zwakke Open Vld heeft trouwens veel meer beloftevol nieuw talent in stelling gebracht dan sp.a. De sp.a zette vaste waarden in, allemaal goed gerief, en welgekomen verlossing van het jeunisme of de konijnenkweek van weleer, maar voor keizers leek het alsof ze niemand anders meer vonden om de lijsten te vullen. Wie verliest heeft altijd ongelijk, zelfs als dat niet zo is.

De partij had inhoud, in geleerde, doordachte plannen, en ontwikkelt gestaag een eigen verhaal. Maar het staat er nog niet, het verkoopt ook niet goed genoeg. Bovendien is het beeld van sp.a dubbel, verwarrend. Wil ze nu een moderne, open, sociale partij zijn? Of een onversneden socialistische partij? De sp.a ging dicht onder de paraplu van klassiek links staan. In tijden van crisis en ontslagen is het verleidelijk om samen met de kameraden van de vakbond de vlag recht te houden. Daardoor klonk sp.a oud, traditioneel, klassiek links, voor velen een verhaal van het verleden. Er was de strijd tegen de grote vermogens. De oude slogan ‘haal het geld waar het zit, bij de rijken’ werd niet uitgesproken, maar hij klonk door alles heen. We pakken de vermogens en winsten van grote bedrijven aan, we romen de winsten van Electrabel af en snoeren de notionele interest van bedrijven in. Lekker ouderwets. Het programma was breder, maar dat wordt niet gelezen, indrukken tellen. Headlines.
De omschrijving ‘ouderwets’ kunnen de kameraden onterecht vinden, want eerlijkheid en rechtvaardigheid zijn van alle tijden. Maar wie verkoopt, moet rekening houden met de perceptie van de klanten: vertaal ik mijn boodschap goed? De sp.a was tegelijk ook een moderne partij, die met een ingenieus plan over de veralgemenisering van de tweede pensioenpijler de indruk gaf dat ze niet meer vocht voor het klassieke staatspensioen, dat traditionele eerste pijler pensioen, ons Wettelijk Pensioen met hoofdletters. De verhoging van de pensioenen (die 200 euro) was er alleen voor wie nu jong is en nog een leven lang betaalt, niet voor wie nu gepensioneerd is. De sp.a leek geen antwoord te hebben op de vraag hoe al deze huidige pensioenen, en die van de komende jaren, verhoogd moesten worden. Het verhaal van sp.a was dus niet af. De sp.a leek wel een jongerenpartij. Al die indrukken vloeken met elkaar. De sp.a riep een wazig beeld op, tenminste voor wie er al een had over de partij. Voor velen was de sp.a niet zo relevant in de campagne.

EN NU?

Zoals gezegd: bovenstaande intuïtieve analyse zit er op vele punten wellicht naast. Op sommige misschien niet. Toch lijkt, deze oproep stond hier al eerder, eens te meer het moment gekomen om een keuze te maken: welke partij wil sp.a eigenlijk zijn? Een traditionele, dichtbij de vakbond aanleunende, heel erg socialistisch aandoende partij? Een open partij van progressieven en sociaalvoelenden, waaronder ook socialisten, die zich heel breed openstelt en dat niet langer doet als een socialistische partij? Alle verruiming en verbreding, alle vernieuwing en verbouwingen - dat waren er veel - gebeurden vanuit een uitgesproken ‘socialistische’ partij. De vraag is of sp.a zich nog zo moet presenteren, in een Vlaanderen met een centrumrechtse, conservatieve onderstroom. Of moet het meer iets à la ‘PRO’ zijn?
Er is geen afgrond tussen beiden, er zijn bruggen en combinaties mogelijk. Maar een partij moet ook haar profiel kiezen, weten op welke wijze ze zich vooral in de markt zet. Binnenskamers kunnen sommige kameraden alles willen, buitenskamers verstaan ze de sp.a dan niet goed.
En kan, als die keuze is gemaakt, die rare, halfslachtige en versleten partijnaam waaraan de laatste jaren alleen verlies en neergang kleeft, eindelijk eens vervangen worden? Sociaal-progressief alternatief, socialistische partij anders, socialisten en progressieven anders … Ook hier geldt: hak die knoop door. Niet om de steller dezes van antwoord te dienen, maar omdat veel leden, militanten, mandatarissen en mensen buiten de sp.a niet goed meer weten waar die letters voor staan.
Deze existentiële vraag is veel belangrijker dan die naar de verantwoordelijkheid van individuen. Niet de vraag of Caroline Gennez, die geen fouten maakte, als voorzitter mag aanblijven dan wel naar de regering moet verschuiven, niet de vraag of Vande Lanotte en Vandenbroucke dan wel nieuwe of andere mensen de regering moeten vervoegen, is het meest cruciaal. Al mogen die ook het onderwerp van een ruime beschouwing worden.

Carl Devos
Redactielid Samenleving en politiek
GhIPS - Vakgroep Politieke Wetenschappen UG

Noten
1/ Ik baseer me voor dit overzicht van verkiezingsresultaten op de cijfers die De Morgen publiceerde op 15 juni 2010. Soms wijken die af van cijfers die elders te vinden zijn, bijvoorbeeld afhankelijk van de vraag of ook de heel specifieke kieskring BHV erin verrekend zit. Zo haalt sp.a in De Morgen op 13 juni 2010 14,5%, in De Standaard 15%, N-VA resp. 27,8% en 28,2%, CD&V resp. 17,3% en 17,6%. Het gaat hier niet zozeer om de absolute hoogte, maar om de relatieve evolutie, zowel t.a.v. het eigen verleden als t.a.v. andere partijen. Daarom moet met dezelfde cijferreeks gewerkt worden, in casu die van De Morgen.
2/ Als we de cijfers van De Standaard optellen is het resultaat iets minder erg, maar nog altijd dramatisch: samen halen de drie traditionele partijen nog 46,6%.

sp.a - verkiezingen - ideologie - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 6 (juni), pagina 4 tot 12