Log in

Klare rode wijn schenken

Reflecties over de sp.a

ALS IK NAAR DE SP.A KIJK, ZIE IK…

Op 13 juni 2010 hebben we vastgesteld dat links in Vlaanderen in de hoek zit waar de klappen vallen. Socialisten en groenen, ze kunnen amper 1 op 5 Vlamingen bekoren. Terwijl socialisten en groenen in het Franstalige landsgedeelte ongeveer 1 op de 2 kiezers hebben binnen gehaald. De sp.a behaalde geen goed resultaat, de PS ging er daarentegen sterk op vooruit. Bovendien behaalde de sp.a dit zwak resultaat ondanks de economische crisis. En ten slotte: dit is het zoveelste zwakke resultaat op rij.

De ‘Leterme-bonus’ ging in Vlaanderen naar de N-VA, in Wallonië naar de PS. Na het jarenlange geklungel van de CD&V rond een staatshervorming kozen de Vlamingen voor het origineel: de N-VA. Ten aanzien van al dat Vlaamse geweld zochten de Walen hun toevlucht tot een solide partij, een partij met een Waalse identiteit. Kortom de Waalse volkspartij bij uitstek: de PS. Maar de overwinning was niet louter en alleen toe te schrijven aan een reactie op de polarisering aan Vlaamse kant: ook de uitgesproken sociale agenda die men naar voor schoof werd in crisistijden gesmaakt.
De sp.a kan niet bogen op dergelijk identiteitsgevoel. Meer nog, ondanks grote inspanningen om te moderniseren leverde de crisis geen bonus op voor sp.a.
We zien dus, binnen één en hetzelfde land, een Vlaamse socialistische partij die zich graag ‘modern’ noemt, met een discours dat niet aanslaat; anderzijds zien we een Parti Socialiste, met een ‘ouderwets’ imago en een discours dat succesvol is gebleken. Welke conclusies vallen daar uit te trekken? We denken alvast dat louter culturele of sociaaleconomische verschillen tussen de gewesten niet volstaan om een verklaring te geven. Al was het maar omdat we dan tegelijk ook zouden moeten concluderen dat er voor ‘links’ geen toekomst zou zijn in Vlaanderen.

Er zijn dus wellicht meerdere redenen aan te duiden. Een weinig zichtbare campagne. Een onduidelijk profiel: oppositiepartij of regeringspartij? Wellicht wisten heel veel kiezers amper dat de sp.a federaal in de oppositie zat maar op Vlaams niveau in de regering. Maar vooral: de sp.a miste ook een kordaat imago. Zeker in crisistijden hebben mensen nood aan vertrouwen. Op zo een moment kiezen ze vaak voor een partij - en voor personen - met een daadkrachtige uitstraling, voor een partij met ballen. Soms is dit belangrijker dan de boodschap. Reden waarom rechtse partijen met een harde boodschap, type VVD in Nederland, toch heel wat kiezers weten te overtuigen. Mensen kiezen in dergelijke omstandigheden soms tegen hun eigen belangen in.

Het zwakke profiel, samen met het fragiele draagvlak spelen zeker een rol bij de geleidelijke afkalving van de partij. Een partij met een sterk verouderd ledenbestand. Met hoger geschoolde kaders en medewerkers, maar laaggeschoolde leden. Een programma of project dat soms wat uitstraling mist, want vaak geformuleerd in termen van regeringsdeelname. Een project dat daardoor ook wat scherpte mist en weinig afsteekt ten opzichte van andere sociaal geïnspireerde programma’s als dat van CD&V, dat rekening moet houden met een sterke ACW-achterban.
Een programma dat door ‘Derde Weg’-accenten vaak moeilijk ligt bij de oude en getrouwe achterban. Het langer werken discours, vraagtekens bij brugpensioen, de activering van werklozen,… roepen heel wat weerstand op bij een deel van de achterban en de vakbondsvleugel. Vaak brengt het de gewone militant wat in verlegenheid. En blijven ze verweesd achter, niet dat ze alternatieven zien voor de partij, maar soms worden ze wat minder ambassadeur van hun eigen partij. Er is een tijd geweest dat uitdrukkelijk opkomen voor de zwaksten in de maatschappij beschouwd werd als te verguizen ‘miserabilisme’ waar moderne socialisten vooral niet wilden aan deelnemen.
De indruk ontstaat zo bij die achterban dat men wat gegeneerd is, hetgeen zich uit in het vooral willen moderniseren ‘weg van’ maar niet meteen duidelijk ‘ergens naar toe’ oftewel: ‘We zijn zeker niet zoals die stoffige PS en we zijn eerder progressief dan socialistisch’, wat dat dan ook mogen betekenen.

Het is pas recent dat de meer linkse accenten terug manifest naar boven kwamen, zoals de vermogenswinstbelasting of de kordate houding ten opzichte van Electrabel. En meer fundamenteel is er de vaststelling dat men wat gewoon is geraakt aan de welvaartsstaat zoals die in de naoorlogse periode tot wasdom kwam, dankzij socialisten maar ook christendemocraten, tevens voorvechters van een verzorgingsstaat. Verschillende generaties zijn daarin opgegroeid. En vaak gaat men er vanuit dat dit verworven is voor eeuwig en altijd. Een socialistisch project lijkt minder urgent.

WAT TE DOEN: 6 STELLINGEN

Eén: De sp.a blijft nodig. Want in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, is de welvaartsstaat zoals we die op vandaag kennen niet gegarandeerd voor eeuwig en altijd. Het neoliberalisme heeft het bouwwerk al gevoelig aangetast. De inkomensverdeling is scheef gegroeid, armoede is toegenomen en publieke dienstverlening werd vermarkt. Zeker in de Angelsaksische landen. Waar de sociaaldemocratie sterk stond zoals tot op zekere hoogte bij ons het geval was, maar bij uitstek in de Scandinavische landen, kon het ergste vermeden worden. In het licht van de financieringsproblemen van de overheden, de uitdagingen van de vergrijzing en van de klimaatproblematiek zijn socialisten meer dan nodig. Dit moet alvast vertrouwen geven.

Twee: Socialisten moeten er radicaal voor gaan. De uitdagingen zijn van dergelijke omvang dat radicale en gedurfde keuzes nodig zijn: voor sociale bescherming, een sterke overheid en een duurzame economie. De koerscorrectie van de laatste tijd was daarom juist. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, heeft deze ‘klassieke’ opstelling er net voor gezorgd dat de partij redelijk stand hield. Ze won opnieuw het vertrouwen van heel wat syndicalisten en ze verhinderde wellicht dat er naast de partij nieuwe linkse partijtjes het daglicht zagen zoals in veel buurlanden wel het geval was.

Drie: De sp.a: uw sociale zekerheid. De sp.a moet opnieuw de partij bij uitstek worden van sociale bescherming en sociale vooruitgang. En ze moet dit doen met een duidelijk maar ook genuanceerd vertoog. Het verhaal van langer werken moet een positief verhaal worden waarbij mensen door anders werken ook langer aan de slag kunnen blijven en zonder daarbij sociale vangnetten als het brugpensioen weg te gommen. Activering van werklozen moet een verhaal zijn van positieve begeleiding van werklozen én van activeren van werkgevers die meer dan vandaag gepaste jobs moeten aanbieden.
Nog een voorbeeld is armoede. Vandaag zien we dat de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt. Armoedebestrijding, ook vandaag in 2010 - Europees Jaar van de Strijd tegen de Armoede - is geen prioriteit in de politiek, en heeft dringend nood aan een partij die hier echt het voortouw neemt.
We moeten dus ook onder ogen durven zien dat we op een aantal thema’s het terrein zullen moeten heroveren. Socialisten zullen maar het verschil maken wanneer ze zelf aan het roer staan op domeinen als Werk of Fiscaliteit. De sp.a gaf bij de onderhandelingen voor een Vlaams regeerakkoord onbegrijpelijk het domein Werk uit handen om op andere beleidsdomeinen te kunnen focussen. Niet alleen komen de socialisten op die andere thema’s onvoldoende uit de verf, maar bovendien is het al lang duidelijk dat een Vlaamse N-VA minister de socialistische prioriteiten naast zich neerlegt.

Vier: Sp.a, meer dan een regeringspartij. De partij moet haar verantwoordelijkheid opnemen, vandaag misschien nog meer dan anders. Maar ze moet af van de identificatie met de regering. De PS slaagt daar veel beter in. Bij de vorming van deze Vlaamse regering was de sp.a kennelijk zo verheugd dat ze er opnieuw bij was, dat ze het regeerakkoord bijna een socialistisch akkoord noemde. Alles wat de federale regering, met PS-deelname, deed werd verketterd. Het is veel wijzer om aan te stippen dat er dankzij de sp.a in het Vlaamse regeerakkoord heel wat sociale maatregelen werden opgenomen, maar dat we bijzonder waakzaam moeten zijn ten aanzien van de aangekondigde besparingen en de N-VA-agenda om een concurrerende Vlaamse sociale zekerheid uit te bouwen en om te pas en te onpas belangenconflicten met de federale regering in te roepen. Ook de kiezer weet dit te appreciëren.

Vijf: Sp.a, een partij van en voor progressief Vlaanderen. Het moet de missie van de partij worden om in te gaan tegen onverdraagzaamheid, separatisme en Vlaamse zelfgenoegzaamheid. Ze mag zich in geen geval neerleggen bij wat sommigen ‘de rechtse onderstroom in Vlaanderen’ noemen, maar zich in tegendeel als een zelfbewuste Vlaamse partij opstellen met een solidaire en progressieve agenda. En de ‘rechtse onderstroom’ te lijf gaan samen met al wat progressief is in Vlaanderen, zowel het Vlaams ABVV, het bredere middenveld, maar ook met het ACW en met Groen!. En uiteraard moet dit middenveld ook haar verantwoordelijkheid opnemen. Want ook het progressieve middenveld is er niet in geslaagd om de opmars van separatistische partijen te keren. Een stemadvies tijdens de verkiezingscampagne volstaat in elk geval niet.
Belangrijk is wel dat wie zich in een breed progressief verhaal begeeft, niet tegelijk de neus hoeft op te halen voor term ‘socialisme’. Immers: kiezers die aan het label ‘progressief’ denken, denken misschien aan Groen! (duurzame groei), of aan Open Vld (euthanasiewetgeving). Maar wie aan de titel ‘socialistisch’ denkt, denkt aan sp.a.
Natuurlijk moeten we in een progressief Vlaanderen ook een duidelijke mening hebben over een staatshervorming. Alleen is dat nu een thema bij uitstek waar we in de ogen van de kiezer opnieuw verdrinken in een zee van gelijkgestemden. De Franstalige socialisten hanteren vandaag een discours dat de sociaaleconomische thema’s combineert met een duidelijke standpunt op de staatshervorming. Zeggen dat de federale sociale zekerheid een instrument van solidariteit is waaraan niet kan worden geraakt, is duidelijk. Zeggen dat we willen gaan voor een sociale staatshervorming, begrijpt geen kat. Het is ook maar de vraag of we als socialisten iets aan kunnen met die vage mainstream visie op staatshervorming die onder de partijen aan Vlaamse kant is gegroeid. Een vraag die we niet uit de weg mogen gaan, is de volgende: als de staatshervorming morgen een feit zou zijn, zijn de socialisten dan in staat de nieuwe bevoegdheden ook sterk sociaal in te vullen?

Zes: Socialisme is een werkwoord. De media spelen een cruciale rol op vandaag. Het zijn de media die een politiek rastalent als De Wever buiten proporties hebben doen uitgroeien. Dit willen we noch ontkennen, noch verwaarlozen. Maar we moeten evenzeer een tegenmacht uitbouwen via de eigen kanalen, de eigen mandatarissen en de eigen militanten. Nabijheid van politici loont, dat bewijst het voorbeeld van Gent en andere grootsteden waar nog werk wordt gemaakt op het terrein: van afdelingswerk tot huis-aan-huisbezoeken. We moeten dus meer de boer op. Minder Wetstraat, meer volksstraat. Ook hier moeten we als vakbond en als middenveld een partner zijn.
In ieder geval: essentieel is dat een offensieve en duidelijke - linkse - campagne gevoerd wordt met het oog op de verkiezingen van 2012. De aard van die verkiezingen is daarbij een opportuniteit. Immers, gemeentepolitiek is lokale politiek die dicht bij de burgers staat.

Caroline Copers
Algemeen secretaris Vlaams ABVV

sp.a - socialisme - ideologie - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 8 (oktober), pagina 18 tot 21