Log in

Politiek is meer dan beleid

Reflecties over de sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 8 (oktober), pagina 68 tot 71

ALS IK NAAR DE SP.A KIJK, ZIE IK…

Als ik naar de sp.a kijk, zie ik een partij die zichzelf nog nauwelijks de vraag durft te stellen waarom ze verkiezingen blijft verliezen. Aan aanleidingen tot kritische zelfevaluatie heeft het de partij nochtans niet ontbroken de voorbije jaren. De triomf van 2003 bleek bijzonder snel bijzonder tijdelijk van aard. Een jaar later was de neergang al ingezet en alle volgende verkiezingen bevestigden die.
Niet dat er helemaal niets ondernomen werd. Zeker de ‘onverwachte’ nederlaag in 2007 zorgde voor beroering. Er werd echter op dergelijk amateuristische wijze paniekvoetbal gespeeld dat de nieuwe voorzitter Caroline Gennez maandenlang haar handen vol had aan het opruimen van de puinhoop die toen op een paar dagen tijd geschapen werd. De nederlagen van 2009 en 2010 werden serener ondergaan. Verkiezingen winnen bleek immers geen voorwaarde voor regeringsdeelname, de partij had snel uitzicht op onderhandelingen en ministersposten. Jarenlange bestuurservaring zorgde ervoor dat de sp.a erop vertrouwde dat ze de slechte resultaten toch kon verzilveren. Sp.a is een beleidspartij geworden die verkiezingen meer en meer als een noodzakelijk kwaad ziet.

Natuurlijk werd er tussen de bedrijven door wel gediscussieerd. Er werden evaluaties gemaakt, de afdelingen werden geconsulteerd. Er kwamen congressen en visieteksten. Het zette allemaal weinig zoden aan de dijk.
De reden daarvoor zou wel eens heel simpel kunnen zijn. De crisis van sp.a is niet in de eerste plaats de crisis van een partij. Je lost die dus ook niet op door met de eigen militanten te gaan discussiëren over de vraag of het iets roder, iets klassieker, iets meer vakbond moet worden. Vakbond noch mutualiteit zullen sp.a redden. Daarvoor is hun wervingskracht te klein geworden en is de ideologische band tussen de zuil en haar leden te smal geworden. Als de enige keuze van sp.a er een is tussen verder doen zoals men bezig is of terugkeren naar een zuil die in de hoofden van de kiezer niet meer bestaat, dan is er weinig hoop op beterschap.

De crisis van sp.a is er een van ideologie. Het is het gebrek aan een wervend verhaal dat kiezers weet te overtuigen. Een gebrek aan ‘smoel’, authenticiteit, herkenbaarheid. Een gebrek aan antwoorden op de nieuwe angsten, de nieuwe onzekerheid bij de kiezer. Het volstaat niet om via het beleid, stapje per stapje, compromis per compromis, ‘goede dingen voor de mensen’ te doen. Dat antwoord is te fragmentarisch, te onzichtbaar ook voor de vele kiezers die het politieke bedrijf niet op de voet volgen. Sp.a zal dus écht anders moeten worden.

HOE OPNIEUW ELECTORAAL AANTREKKELIJK WORDEN?

De analyse over wat fout gaat met het socialisme is al vaak gemaakt. Veel moeilijker blijkt het voorstellen van oplossingen. Ik wil hier toch een paar pistes aanreiken: kwaadheid, geloof in de politiek en duidelijke keuzes.

Kwaadheid, de les van het populisme

Aan politiek doen is er in de ontzuilde maatschappij met zijn grillige, wispelturige kiezers niet bepaald makkelijker op geworden. Wat te denken van een kiezer die achtereenvolgens Steve Stevaert (2003), Filip Dewinter (2004), Yves Leterme (2007) en Bart De Wever (2009 en 2010) op het schild hijst en zich tussen twee verkiezingen door ook nog eens laat verleiden door Jean-Marie Dedecker? Wat wil die kiezer nu eigenlijk? Cynici zullen stellen dat de kiezer vooral bevestigd wil horen wat hij zelf al dacht, zijn buikgevoel verwoord wil zien. De verleiding van het populisme is voor alle partijen vandaag een feit.
Moet sp.a populistischer worden? Nog los van de vraag of dat wenselijk zou zijn, is het al evenzeer de vraag of de partij het zou kunnen. Een beleidspartij heeft het populisme niet in de genen, ze ziet te helder de praktische bezwaren, de complexiteit van elke oplossing. Maar dat betekent niet dat de sp.a niets kan leren van het populisme. Wat populisten bijzonder goed capteren, is de verontwaardiging bij de kiezer, het gevoel dat de gang van zaken indruist tegen elementaire rechtvaardigheid.
Soms valt er voor socialisten weinig aan te vangen met die kwaadheid, vooral als ze zich richt tegen de solidariteit zelf en een aanval wordt op ‘de ander’, of die nu Waal, allochtoon of minder bedeeld is. Toch is het een kwaadheid die niet genegeerd mag worden. De historische fout van socialistische partijen om te doen alsof de kwaadheid er niet is en zo de kans te missen om er een eigen antwoord op te formuleren, is intussen afdoende beschreven.
Maar niet alle kwaadheid komt socialisten slecht uit. Zeker sinds de bankencrisis van 2008 een aantal vermeende zekerheden - geen veiliger plaats voor spaargeld dan een spaarrekening, we zeggen maar wat - op losse schroeven zette. Het blijft verwonderlijk hoe weinig socialistische partijen in Europa die crisis hebben kunnen aangrijpen om hun eigen visie opnieuw in de verf te zetten.
Pas toen bleek hoe weinig verhaal een partij als sp.a nog had. De beleidsreflex haalde de bovenhand nog voor de kwaadheid goed en wel verwoord was. Kwaadheid om niet te verantwoorden ongelijkheid, kwaadheid over de manier waarop het risicogedrag van de banken werd afgewenteld op de belastingbetaler, kwaadheid om de weinige lessen die uit het debacle getrokken zijn en de snelle heropstart van het hele bonus- en toplonencircus. Socialistische partijen waren bijna de eersten om aan hun eigen, verontwaardigde achterban uit te leggen dat instrumenten als vermogensbelastingen in een geglobaliseerde wereld bijna onmogelijk te realiseren zijn. Om uit te leggen dat het bonussysteem aan hun controle ontsnapt. Om dus eigenlijk te verantwoorden dat er weinig gedaan werd aan toestanden die elk rechtvaardigheidsgevoel tartten. Het bleef stil waar oprechte kwaadheid de stem had moeten doen verheffen. Wie socialistische partijen gadesloeg, kon enkel concluderen dat ze zelf nauwelijks geloofden dat ze enige macht hadden om in te grijpen.

Geloof in de politiek, het wapen tegen de pensée unique

Van alle nefaste gevolgen van het eenheidsdenken rond de heilzaamheid van de vrije markt, is de groeiende machteloosheid van de politiek misschien wel het meest kwalijke. Wantrouwen tegenover de staat en zijn spiegelbeeld - het geloof in ongebreidelde liberalisering - hebben het vertrouwen in de politiek zelf ondermijnd. Het drama is niet alleen dat ook socialistische partijen lijdzaam toekeken. Het drama is vooral dat ze eraan meewerkten. Zoals onder meer Paul Krugman in The conscience of a liberal aantoont, waren het politieke beslissingen die de vrije markt vrij spel gaven. Geloven we nog dat politiek een stuk van de controle kan terugwinnen?
Socialisten moéten geloven van wel. Als zelfs liberalen Keynes - tijdelijk - kunnen herontdekken, als zelfs Wall Street de staat als laatste redmiddel ziet, dan ligt daar voor links een kans. Een kans om de staat te herwaarderen, het geloof in de politiek te herstellen. Op dat pad liggen vele valkuilen. Al te vaak wordt de verdediging van de staat verward met een verdediging van de belangengroepen die die staat uitmaken. De staat om de staat mag nooit het credo zijn. Het economisch eenheidsdenken is nog altijd sterk genoeg om van elk falen van de staat een karikatuur te maken. De verdedigers van de staat moeten zelf de eerste critici zijn van inefficiëntie en bureaucratie. Socialisten leven vandaag per definitie onder een vergrootglas: elke fout zal worden uitvergroot. Wie zich daarvan niet bewust is, speelt het andere kamp uiteindelijk in de kaart.
De staat is geen doel op zich, maar een middel, het instrument voor herverdeling en solidariteit. Absolute gelijkheid is een gevaarlijke illusie, maar de staat moet meer doen dan gelijke startkansen creëren. Ze moet groeiende ongelijkheid bestrijden. Niet alleen in het belang van de onderkant van de samenleving, maar van de hele samenleving. Een maatschappij met grote ongelijkheid is ongelukkiger, conflictgevoeliger, minder welvarend dan een samenleving met minder ongelijkheid. Dat is de strijd van socialisten vandaag. En daarom is het een noodzakelijke vereiste dat ze terug geloven in de staat zelf en in het vermogen van de politiek om de slagkracht ervan te vergroten.

Sp.a, geen partij voor iedereen

Toen Frank Vandenbroucke in de campagne 2010 de idee lanceerde om dienstencheques duurder te maken voor de middenklasse, nam sp.a bijzonder snel afstand van dat voorstel. Na alle moeite die de partij zich getroostte om zich in het centrum te positioneren en de middenklasse aan te spreken - met relatief weinig succes trouwens - was het plan-Vandenbroucke als vloeken in de kerk. Sinds Louis Tobback verklaarde dat zijn partij niet langer de partij van de ‘zwakken, de zieken en de misselijken’ mocht zijn, vist sp.a met dezelfde hardnekkigheid als de andere partijen in de vijver van de centrumkiezers uit de middenklasse.
Nochtans was het plan van Vandenbroucke niet zo verwerpelijk, zeker in een tijd waarin gigantische budgettaire inspanningen geleverd moeten worden om de welvaartsstaat overeind te houden en een aanpassing van de dienstencheques slechts een klein, schuchter stapje op de pad zou zijn. Alleen zijn woordkeuze was verkeerd: middenklasse is een etiket dat op zo’n grote en diverse groep geplakt wordt dat het nauwelijks nog iets zegt.
Hoogopgeleide tweeverdieners met uitdagende jobs, een behoorlijk loon met een pak extralegale voordelen en hobby’s als citytrippen en hobby koken noemen zichzelf complexloos middenklasse. Ze verwerven hun bestaansmiddelen uit arbeid (en een beetje spelen op de beurs) en ze zien rondom zich velen die nog veel rijker zijn. Ze zijn niet de eerste slachtoffers van de spanningen die groeiende ongelijkheid meebrengt. Ze kunnen het zich permitteren ver van de stad te gaan wonen, ze rijden in veilige wagens, ze zenden hun kinderen naar goede scholen. Ze zijn gegeerd op de arbeidsmarkt en hebben genoeg geld om gezond te leven. Het is geen kleine groep. Ook in de middenklasse vinden we vandaag een generatie die meer rijkdom, comfort en welzijn heeft vergaard dan hun ouders en grootouders samen. Het is een groep waar de meeste topkaders van sp.a wel wat voeling mee hebben, ze behoren er immers zelf toe. Het is een groep waarvoor solidariteit in de meeste gevallen een nettobijdrage zal betekenen. Een waarachtig socialistisch verhaal zal slechts bij enkelingen aanslaan. En het is een terechte vraag of hun huishoudhulp in tijden van budgettaire krapte gesubsidieerd moet worden.
Maar ze zijn niet de hele middenklasse. Heel wat middenklassers vandaag leven een goed, maar kwetsbaar bestaan. De druk op hun schouders in een veeleisende arbeidsmarkt groeit alsmaar, de combinatie werk en gezin verloopt moeizaam. De reserves zijn niet groot genoeg om een tegenslag als ziekte, werkloosheid of - steeds vaker - een scheiding op te vangen. Het is geen wonder dat de groeiende groep alleenstaande moeders met kinderen met een stijgend armoederisico af te rekenen heeft.
De sp.a moet dus inderdaad niet alleen de partij zijn van de zwakken, de zieken en de misselijken, al is ze het etiket socialistisch niet waardig als ze het niet opneemt voor die groepen. Ze kan ook een partij zijn voor die overbelaste, overbevraagde middenklasse. Daarvoor heeft ze mensen nodig die voeling hebben met die groep. Sommige verzuchtingen zijn in de eisenbundels van belangengroepen terug te vinden, maar de partij moet verder kijken. Ze moet waarlijk de vinger aan de pols houden van deze mensen en hun problemen op de politieke agenda zetten.
Als sp.a er voor blijft kiezen om op de hele middenklasse te mikken, dan dreigt haar boodschap verloren te gaan. Niet gehoord door de welgestelde groep die er geen boodschap aan heeft, onbegrepen door de lagere middenklasse die er eigenbelang zou moeten in herkennen, onbestaand voor de onderkant van de samenleving. Dan krijg je een socialistische partij die het net breed uitwerpt en weinig vangt. Een partij voor iedereen die bijna niemand charmeert. Een sp.a zoals die vandaag bestaat. Een partij waar de juiste vragen niet gesteld worden, waar de juiste antwoorden dus al helemaal niet gevonden kunnen worden en waar politiek uit onmacht herleid wordt tot beleid.

Liesbeth Van Impe
Journaliste Het Nieuwsblad

sp.a - ideologie - socialisme - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 8 (oktober), pagina 68 tot 71