Log in

Waar bevinden zich de sociaal ingestelde kiezers?

DE KIJK VAN DE MARKTONDERZOEKER

In deze bijdrage leggen we de sociaaldemocratie en de kiezer van vandaag naast mekaar. We gaan na welke de subjectieve verwachtingen van de samenleving/de kiezer zijn. Wat zijn de concrete idealen die mensen vandaag inspireren, triggeren, motiveren? Voor het antwoord baseren we ons op een VRT/Why5 Research studie van 2009 naar de ideale samenleving in Vlaanderen. Voor dat onderzoek werden 5578 kiesgerechtigde Vlamingen bevraagd. Volgende visies en waarden kwamen uit een lange lijst naar voren als de belangrijkste.

DE KIJK VAN DE MARKTONDERZOEKER

Veranderen om zichzelf te blijven
Miranda Maes en Fons Van Dyck
Waar bevinden zich de sociaal ingestelde kiezers?
Jan Callebaut

INLEIDING

De sociaaldemocratie is een politieke beweging die een sociale wetgeving of een geleidelijke hervorming voorstaat op grond van naar egalitarisme neigende beginselen. Van oorsprong is het een gematigde vorm van socialisme. Socialisme is een breder begrip dat ook linksere ideologieën inhoudt. Sociaaldemocraten bepleiten een verzorgingsstaat en verregaande sociale wetten, zoals de toepassing van een minimumloon en bescherming tegen ontslag. Ze wensen het particulier ondernemerschap voldoende te reguleren om de belangen van werknemers, samen met de vakbonden, te beschermen.
De sociaaldemocratie is in het begin van de twintigste eeuw ontstaan uit een breuk in de socialistische beweging. Een groep socialisten verwierp het idee van een socialistische revolutie en koos voor de democratische weg. Het begin van de twintigste eeuw ligt lang achter ons. We leven in een grondig andere samenleving dan toen. De economie heeft een ander DNA gekregen, de levensstandaard ligt aanzienlijk hoger, de globalisering heeft de machtsverhoudingen herschikt, mensen communiceren anders, leven anders (samen), hebben andere bestrevingen, dromen anders. En wat deed intussen de sociaaldemocratie? Hoe goed of hoe slecht stelt ze het? Hoe verwerkt ze de omgevingsfactoren van vandaag? Wat kan haar nieuwe identiteit zijn in een nieuwe wereld, in een samenleving die in weinig nog lijkt op de verhoudingen waaruit ze is geboren? Hoe kan ze haar booschap laten aansluiten bij de verwachtingen van de nieuwe mens? Hoe kan zij, politiek, het verschil maken?

HOE ZIET DE IDEALE SAMENLEVING ERUIT?

We menen te mogen zeggen dat de oude tegenstelling tussen de ‘haves’ en de ‘have nots’ niet dominant is voor de ideale maatschappelijke verwachtingen. In Vlaanderen vindt men het belangrijk dat de hedendaagse samenleving opvoeding en kinderen ondersteunt, maar vooral dat mensen in staat zijn individuele levenskeuzes te maken (Illustratie 1). Dit heeft voorrang op verwachtingen ten aanzien van de sociale groep. Er is dus nog maar een gering gedifferentieerd klassebewustzijn.

Illustratie 1: Hoe belangrijk zijn volgende stellingen in uw persoonlijke ideale samenleving?
(% van de steekproef die stelt dat deze stelling belangrijk is in zijn/haar persoonlijke ideale samenleving)

We mogen niet besluiten dat de sociale groepsgevoelens onbelangrijk zijn. Wel dat er geen nood is aan een overheid die een paternalistische benadering van groepen oplegt.
De echte, old school kapitalisten worden in de lokale samenleving nog nauwelijks erkend en herkend. Die kapitalisten behoren inmiddels tot een mondiale upper class die wellicht meer dan ooit, geinspireerd door een 19de eeuwse klassetegenstelling, bekampt zou moeten worden. Maar dat is een strijd op Europees en zelfs wereldvlak. Voor Vlaanderen heeft dit een geringe relevantie.
De echte verschillen liggen merkwaardig genoeg meer tussen mannen en vrouwen dan tussen sociale klassen.

Mannen en vrouwen

Het is een onderschat thema dat wellicht al te vaak door een normatieve politieke correctheid onder tafel wordt geveegd, maar mannen en vrouwen appreciëren de samenleving op een complementaire manier en leggen merkelijk andere accenten (Illustratie 2). Als de sociaaldemocratie in de toekomst een kans wil maken, zal men voor dit gegeven een oplossing moeten vinden. Wat relevant is voor mannen is dat niet altijd voor vrouwen en omgekeerd. De combinatie van sociaal ingesteld zijn met het appreciëren van een vertrouwde omgeving is duidelijk meer vrouwelijk. Hier ligt zeker een belangrijke sleutelcombinatie.

Illustratie 2: Visie op de ideale samenleving volgens geslacht.
(% van de mannelijke, resp. vrouwelijke steekproef die stelt dat dit kenmerk/deze beweging belangrijk is in zijn/haar persoonlijke ideale samenleving)

Leeftijdsspanning

Een ander gegeven is uiteraard de manier waarop men de samenleving bekijkt en leeftijdsgebonden verwachtingen koestert (Illustratie 3). In de zilvergrijze Vlaamse samenleving komen er kloven tussen ouderen en jongeren. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat de gezinswaarden veel belangrijker zijn voor ouderen dan voor jongeren. De generation gap is een feit.

Illustratie 3: Visie op de ideale samenleving per leeftijdsgroep.
(% van de 45+, resp. 25- steekproef die stelt dat dit kenmerk/deze beweging belangrijk is in zijn/haar persoonlijke ideale samenleving)

Zijn er dan geen sociale klassenverschillen?

  1. In elk geval zijn er zeer weinig sociale klassenverschillen ten aanzien van de basisidealen ‘kind en gezin’ en ‘solidariteit’ (Illustratie 4).

Illustratie 4: Visie op de ideale samenleving volgens een traditionele opdeling in sociale klasse.
(CIM definitie gebruikt door IVOX)\*

  1. Het valt ook op te merken dat ‘milieu en natuur’ zeker niet gekenmerkt worden door een klasseonderscheid en ook dat ‘law and order’ bij de lagere groepen meer naar waarde geschat worden. Dit staat vaak haaks op de imagobepalende media-initiatieven van intellectueel links. Merk ook op dat er een spanningsveld is rond het probleem om samen te leven met andere culturen (Illustratie 5).

Illustratie 5: Visie op de ideale samenleving volgens een traditionele opdeling in sociale klasse.

WAT ZIJN DE BASISWAARDEN DIE ESSENTIEEL ZIJN IN DE IDEALE SAMENLEVING?

Wat leren we?

Het oude model van klassenstrijd bestaat niet meer voor de huidige kiezer. De toekomst voor de Vlaamse sociaaldemocraten ligt dan ook niet in deze 19de eeuwse dichotomie. De moderne samenleving, inclusief de sociaal zwakkeren, vertrekt van een grotere ‘zelfredzaamheid’ dan de samenleving van pakweg 25 jaar geleden. Dit levert andere vormen van sociale democratie op. Socialistische samenlevingsmodellen zullen het onderscheid moeten maken tussen een macrowereld niveau en een microregionaal niveau. Deze differentiatie zal moeten leiden tot andere prioriteiten. Vooral moeten er concrete oplossingen komen. De eigen leefomgeving wordt vandaag vooral bepaald door geslacht, leeftijd en buurt. Een aantal premissen uit het verleden zullen moeten worden herbekeken. Zo is niet elke werkgever een sjoemelende kapitalist met zwart geld. Op het microsociale niveau is de economie geëvolueerd naar een legale boekhoudende economie: controleerbaar en transparant. In 2010 ziet men in de bakker en beenhouwer vooral hardwerkende ambachtslui. Geen sjoemelaars. Het gaat hier om harde werkers die belastingen betalen en die de microsamenleving erg waardeert.

Illustratie 6: Basiswaarden in de ideale samenleving.
(% van de steekproef die stelt dat deze basiswaarde belangrijk is in zijn/haar persoonlijke ideale samenleving)

Bij uitbreiding kunnen we zeggen dat initiatiefnemers, ideeën- en energiebrengers, geen paternalisten zijn, noch egoisten. Ze hebben een sociaal verlangen. Ze ondernemen, ze investeren in creativiteit, in sociale dienstverlening. Hen stereotyperen is niet alleen belachelijk, maar ook schadelijk. Het leidt tot een afgunstsamenleving die allesbehalve sociaal is. Hier ligt het grote gevaar voor de sociaaldemocratische beweging. Een afgunstsamenleving is niet sociaal. Een vernieuwde blik op de samenhang binnen de Vlaamse maatschappij moet inspiratie kunnen bieden.

HOE KUNNEN WE DAN DE MAATSCHAPPIJ WEL ZINVOL BENADEREN?

De samenhang van waarden en verwachtingspatronen vanuit een bevraging van N=5578 kiesgerechtigde Vlamingen

De gebruikte statistische perceptuele mappingtechniek geeft aan hoe mensen een verwantschap ervaren tussen de aangeboden waarden. Begrippen die in de mapping ruimtelijk en van mekaar liggen worden dus door individuele respondenten minder vaak samen als belangrijk geselecteerd (Illustratie 7).

Illustratie 7: Mapping van de waarden.

We kunnen aan deze samenhang volgende interpretatie geven.
In Illustratie 8 herkennen we van onder naar boven de as: vertrouwen versus angst. Dit bevat de tegenstelling: wijds wereldbeeld versus wereldbeeld beperkt tot eigen thuis en gezin. Van links naar rechts gaan we van een egocentrale maatschappij visie (‘ik’ gericht) naar een meer collectieve appreciatie van de samenleving (‘wij’ gericht).

Illustratie 8: Structuur in de mapping.

We kunnen deze info verder uitdiepen en bijvoorbeeld het volgende vaststellen:

Illustratie 9: Evoluties in de mapping.

Illustratie 10: Verschillen volgens leeftijd.

Illustratie 11: Verschillen volgens sociale klasse.

We stellen vast dat niet elke Vlaming dezelfde verwachtingen heeft van de samenleving.

Illustratie 12: Zes gedifferentieerde verwachtingspatronen.

Illustratie 13: Grootte van de kiezersgroepen.

WAAR ZITTEN DAN DE MOGELIJK SOCIALE KIEZERS EN WELKE ACCENTEN LEGGEN ZE?

We komen vooreerst terecht bij de ‘samenlevingsverbeteraars’. Ze maken ongeveer 16% van de bevolking uit en hebben de meest uitgesproken sociaaldemocratische verwachtingen. Opmerkelijk is dat de concurrentie voor de socialisten in deze groep niet alleen komt van Groen! en CD&V, maar dat de ‘samenlevingsverbeteraars’ ook in Open Vld en N-VA sociale geloofwaardigheid herkennen.
Een tweede sociaaldemocratische kiezersgroep zijn de ‘microsocialen’. Deze groep is zelfs iets groter dan die van de wereldverbeteraars. Haar sociale verwachtingspatroon gaat uit van het gezin en de eigen buurt. Dit heeft voor gevolg dat de sterkste aantrekkingskracht niet uitgaat van de socialistische boodschap of van die van Groen!. Op dit ogenblik gaat het grootste appèl van N-VA uit. De affectieve proximiteit van de N-VA betekent een geweldig appeal. Hier vinden we ook kiemen van ontgoocheling. De microsocialen verzetten zich tegen o.a. politieke dynastieën en het ondoorzichtige gedrag van machthebbers. Ze storen zich het meest aan de cumulatie van mandaten.
Een derde groep van potentieel sociaaldemocratische kiezers zijn de ‘gezinsbewusten’. Op zich zijn ze de grootste groep met een aandeel van meer dan 17%. Ook zij reageren zeer angstig en verwachten oplossingen voor hun problemen van nieuwe gezichten en nieuwe aanbiedingen.
Tot slot is er een vierde groep met een sociaaldemocratisch ingesteldheid en dat zijn de ‘bouwers’. Ze vertegenwoordigen meer dan 15% van de samenleving. Ze zijn talrijk onder de jongeren, zeer hoopvol voor de toekomst en tonen veel appreciatie voor de verrijking die komt van een veelheid aan culturen in de samenleving. Ze verwachten veel van de socialistische partij, maar voor hen is de kloof met de Open Vld klein. Ze zijn de authentieke paarse kiezers die een volontaristisch idee hebben voor de samenleving en in de maakbaarheid van die samenleving geloven.

BESLUIT

De sociaaldemocratie heeft vooral een kans als ze erin slaagt weg te evolueren van een tegenstellingendemocratie. Ze moet op zoek naar creatieve geesten in de samenleving. Deze creatieve geesten mag ze niet alleen zoeken in sociale organisaties, maar ook bij werkgevers. De zelfredzaamheid die we in de studie opgemerkt hebben, moet worden omgezet in groeikernen van positief initiatief. Bouwend initiatief. Kleine groepen van samenwerkende geesten moeten de nieuwe ‘kibboets’ of ‘westerse kolchozen’ vormen van de sociaaldemocratie. Zij moeten worden uitgenodigd om sociale doelen te ondersteunen. Zo moeten kleine ondernemers bijvoorbeeld aangemoedigd worden om lokale initiatieven vooruit te helpen. Dit moet gebeuren op een fiscaal aantrekkelijke manier, omdat we er van uit gaan dat de maatschappij samenwerkt. Socialisten moeten de idee laten vallen dat elke initiatiefnemer een bedrieglijke zwartwerker is. De sociaaldemocratie heeft er baat bij als de creatieve initiatiefnemer psychologische waardering krijgt voor zijn inspanningen. De sociaaldemocratie heeft pas een toekomst als naast arbeid en kapitaal ook psychologische voldoening en emotionele waardering fundamenteel erkend worden als een basiswaarde.

WAT MOET ER VERANDEREN?

De basisingesteldheid moet veranderen. Mensen zijn geen bedriegers, we moeten vertrouwen hebben in de mens en zijn groepsgevoel. We moeten vooral het genoegen in de samenleving centraal stellen. Vooral jongeren geven dat aan als erg belangrijk in hun waardeschaal. Dit betekent dat het socialisme een oplossing moet vinden om het sociale leven positief te ondersteunen en aan te moedigen. Dit kan door te erkennen dat het vandaag niet goed gaat met de verenigingen. Het sociale leven in de Vlaamse samenleving en bij uitbreiding in West-Europa is tot vandaag afhankelijk van ‘vieux-jeux paternalisme’. Dat slaat niet alleen op de Oost-Europese tycoons, of andere egomaniakken die met dubieus geld eigenaar zijn van bijvoorbeeld topsportclubs (recent ook van banken), maar evenzeer op bijvoorbeeld moderne ‘subsidie paternalisten’ die de cultuur- en onderwijssector betuttelend terroriseren.

Het wereldbeeld van toekomstgerichte socialisten heeft nood aan ruimte voor het creërende (economisch/cultureel) individu naast de ondersteunende werker en de creatieve utopist. Zonder inspirators gaat de sociale micro-samenleving kapot en is er bijgevolg nog weinig ruimte voor een sociaaldemocratische partij.
De sociaaldemocratie moet worden gestut door een positieve visie op alle vormen van arbeid. Arbeid creëert waarde en plezier. Arbeid in deze definitie is geen straf opgelegd aan de armen. Het betekent ook dat we met andere ogen moeten kijken naar dienende arbeid. Ook hier zitten we gevangen in een armzalig dualisme. We erkennen de altruïstische offerende gezondheidswerker, maar mogen de kwaliteit van zijn werk principieel niet in vraag stellen. Maar we ontkennen tegelijk het bijna nihilistische profitariaat van sommige anderen in maatschappij(overheids)dienst die stellen dat ze hun brutoloon niet kunnen beïnvloeden, maar door de kantjes ervan af te lopen heel veel impact hebben op hun reële werk/uurloon. De wereld van het socialisme moet worden bevrijd van dit zwart-witdenken.
De sociaaldemocratie en haar syndicale steunpilaren moeten de balans vinden tussen het belang van de individuele werker en het belang van een geëvolueerde (micro) samenleving. Dit geldt voor heel veel beschermende maatschappelijke diensten zoals politie, brandweer, gezondheidszorg, enzovoort. Wanneer in dat discours alleen het corporatistische belang overblijft is dit, op lange termijn, vernietigend voor alles waar het socialisme een toekomst mee kan bouwen.
Samenwerken moet superieur zijn aan individualiseren of isoleren. De intellectosocialisten moeten hun constructieve sociale bijdragen duidelijk maken en niet tevreden zijn met mediatiek goed klinkende taal.

Jan Callebaut
CEO Why5 Research

marktonderzoek - sp.a - electoraat - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 8 (oktober), pagina 97 tot 109