Log in

'Big Brother in Europa'

Uitgelezen

Big Brother in Europa

Raf Jespers
epo, Berchem, 2010

‘Wie niets te verbergen heeft, hoeft ook nergens bang van te zijn’. Met dit misplaatst argument wordt elke kritiek op het veiligheidsapparaat van de hand gedaan. Toch zijn er redenen genoeg om zich grote zorgen te maken over wat in Brussel - België en de Europese Unie - wordt bedacht om de controle op burgers te versterken. Het aantal camera’s neemt hand over hand toe, via de sociale netwerken op internet worden persoonsgegevens te grabbel gegooid, met RFID-technologie kan ons gedrag in kaart worden gebracht, biometrische paspoorten slaan de meest intieme kenmerken van mensen op, met ‘bodyscans’ op luchthavens moet de naakte mens bewijzen geen terrorist te zijn, enzovoort.
In het indrukwekkende boek van Raf Jespers wordt alles op een rijtje gezet. Hoofdstuk na hoofdstuk wordt aangetoond hoe de technologie wordt misbruikt om de meest fundamentele mensenrechten, zoals het recht op privacy, onderuit te halen. Daarenboven blijkt veel van die technologie niet bestand tegen vervalsingen (zoals vingerafdrukken), de veiligheid voor de burgers niet te verhogen en de mensen zelfs geen veiligheidsgevoel te geven. Waarom dan?
Met de slagzin ‘wie niets te verbergen heeft …’ wordt de verantwoordelijkheid op de verkeerde plaats gelegd, aldus de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa. Het is aan de staten om zich te verantwoorden wanneer zij zich mengen in het privéleven van mensen. Als de burger niet bang hoeft te zijn, waarom laat de overheid hem of haar dan niet gerust? Iedereen heeft iets te verbergen. Wie wil er zijn medisch dossier openbaar maken? Wie wil zijn pincode bekend maken? Wie wil al zijn telefoongesprekken en mailberichten laten opslaan? ‘Vandaag lijkt democratie te betekenen: het geïnstitutionaliseerde wantrouwen van de overheid tegenover de burgers’ (p. 76).

Raf Jespers schets een zeer onrustwekkende evolutie en doet dat met veel details en met overtuiging. Wat wordt beschreven is realiteit.
Na 11 september 2001 is bovendien alles in een stroomversnelling geraakt. De Belgische en Europese wetgeving op de bestrijding van terrorisme is ronduit gevaarlijk. Meer en meer wordt de wetgeving gebruikt om sociale bewegingen te criminaliseren, om mensen op grond van vage verdachtmakingen en onschuldige feiten op te sluiten en te vervolgen. Neem daarbij de ‘extraordinary renditions’, de door de CIA georganiseerde ontvoeringen, martelingen en opsluitingen, ook in de Europese Unie, en je komt tot een wereld waarin niemand zich nog veilig kan voelen.
Dit boek is dan ook een sterke aanrader voor iedereen die zich zorgen maakt om de rechtstaat en die gelooft in de waarde van fundamentele mensenrechten.
En juist daarom is het ook doodjammer dat dit boek twee hoofdstukken bevat die zijn geloofwaardigheid kunnen aantasten. Het hoofdstuk over het democratisch tekort in de Europese Unie is typisch voor iemand die van buiten af naar een instelling kijkt, zonder rekening te houden met de enorme evolutie en de interne dynamiek die er is. Reeds bij de eerste Europese Ministerraad van Binnenlandse Zaken en Justitie, in 1993, werd geprotesteerd tegen het gebrek aan transparantie. In die eerste jaren gebeurde alles in geheime werkgroepen en had het Europees Parlement geen enkele inspraak. Sindsdien is dat geleidelijk aan verbeterd en met het Verdrag van Lissabon is alles aan de gebruikelijke parlementaire controle onderworpen. Zeer zeker, daarmee is niet alles opgelost, maar juist uit de vele voorbeelden van Jespers blijkt dat het democratisch tekort in België minstens even groot is.
Alles toeschrijven aan een ‘strijd tegen het communisme’ getuigt evenmin van veel inzicht. Het punt is dat de machthebbers van vandaag gewoon bang zijn geworden van de onrechtvaardige wereld die ze tot stand hebben gebracht en deze veiligheid en repressie nodig zijn om de verworvenheden van het neoliberalisme te beschermen. In hun ogen worden die niet zozeer door communisten, maar door alle sociale bewegingen bedreigd, van Greenpeace tot Gaia, van boeren die vechten om te kunnen overleven tot arbeiders die hun job niet willen verliezen. Per slot van rekening is de Europese Unie niet meer dan de optelsom van haar lidstaten.
Het concrete voorstel waarmee het boek afsluit, een handvest voor de verdediging van de privacy en de grondrechten is meer dan welkom. Het is inmiddels twintig jaar geleden dat het Verdrag van Maastricht een ‘ruimte voor vrede, veiligheid en rechtvaardigheid’ instelde. Dit boek is een eerste teken dat er ook in België eindelijk verzet tegen dit beleid komt.

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 9 (november), pagina 78 tot 79