Abonneer Log in

Onderzoekscommissie fiscale fraude als mijlpaal?

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 10 (december), pagina 10 tot 15

Kwatongen beweren wel eens dat onderzoekscommissies opgericht worden om parlementsleden toe te laten een grote mediashow op te voeren. Het algemeen belang zou ondergeschikt zijn aan het individuele belang van (mediageile) politici. Als dat al waar zou zijn, dan kan dat in geen geval gezegd worden van de parlementaire onderzoekscommissie ‘om de grote fiscale fraude-dossiers te onderzoeken’ die werkzaam was in de Kamer van Volksvertegenwoordigers tussen 10 april 2008 en 13 mei 2009. Er was relatief weinig media-aandacht voor de werkzaamheden van deze onderzoekscommissie, die opgericht werd op initiatief van Groen! en Ecolo. Deze geringe aandacht staat in schril contrast met de resultaten die de onderzoekscommissie opleverde. Oppositie en meerderheid werkten in een heel serene sfeer en op een constructieve manier samen om op zoek te gaan naar de oorzaken van het failliet van de strijd tegen de grote fiscale fraude en om daarna ook aanbevelingen te formuleren.

ONTSTAAN

In De Standaard van 4 mei 2007 trokken veertien speurders naar zware fiscale fraude samen met vijf parlementsleden aan de alarmbel. Zij vroegen een duidelijk ‘engagement om in de volgende bestuursperiode een parlementaire onderzoekscommissie op te richten rond de grote financiële en fiscale dossiers die systematisch mislukken’.1
De oproep was onuitgegeven: een echte wanhoopskreet van financiële speurders en experts van de Bijzondere Belastinginspectie en andere fiscale diensten die in de afgelopen 15 jaar betrokken waren bij alle grote dossiers: KB Lux, het dossier van de topindustrieel Didier Pineau-Valencienne, de fiscale fraude door grote kasgeldvennootschappen, de handel in fictieve FBB’s of constructies met valse ‘forfaitaire buitenlandse belastingen’.
Onmiddellijk na onze eedaflegging dienden Jean-Marc Nollet (Ecolo-Groen!) en ikzelf op 12 juli 2007 een wetsvoorstel in de Kamer in tot oprichting van de onderzoekscommissie ‘om de grote fiscale fraude-dossiers te onderzoeken’.2
Een klein jaar later was er voldoende draagvlak in het parlement voor ons voorstel. De onderzoekscommissie werd op 10 april 2008 door de voltallige Kamer unaniem opgericht om de grote fiscale fraudedossiers te onderzoeken. De commissie kreeg drie duidelijke opdrachten mee: de grote financiële en fiscale dossiers van de afgelopen 15 jaar onderzoeken, nagaan wat de oorzaken zijn van het systematisch mislukken van die dossiers en tot slot remedies aangeven voor deze problemen.
De commissie telde 19 leden. François-Xavier de Donnea (MR) werd tot voorzitter benoemd. In totaal hoorde de commissie 71 personen; 33 getuigenissen betroffen FBB-dossiers, 7 betroffen het dossier Beaulieu en 27 hadden betrekking op kasgeldvennootschappen. De overige 18 getuigenissen waren van algemene of informatieve aard. En hoewel het eindresultaat van de commissie zeer sterk was, was de jammerlijke conclusie toch: de strijd tegen de grootschalige fiscale fraude is mislukt.

NIET NEERLEGGEN BIJ DE MISLUKKING

Deze strijd is mislukt, om drie belangrijke redenen: onvoldoende kennis en capaciteit, nalatigheid en obstructie. Daarenboven is het bestrijden van de fiscale fraude al jarenlang geen politieke prioriteit.
Een zichzelf respecterende democratie staat niet toe dat enkele vrijbuiters de fiscale wetgeving zo manipuleren, omzeilen en negeren dat zij voor tientallen miljoenen euro’s kunnen frauderen ten koste van de gewone belastingbetaler.
Het vertrouwen dat de burger in zijn instellingen stelt, wordt niet alleen versterkt of verzwakt door het gedrag van regeringsleden, partijvoorzitters of volksvertegenwoordigers, maar ook door het functioneren van onze administratie en door een correcte werking van ons gerecht. Een overheid moet haar burgers kunnen garanderen dat ze werkt voor het belang en het welzijn van allen. Net daarom kunnen wij fraudeurs, die (tientallen) miljoenen aan belastingsgeld ontduiken, niet tolereren. De overheid mag nooit aanvaarden dat dergelijke misdrijven ongestraft blijven.
Fiscale fraude is laf omdat heel ons maatschappelijk systeem gebaseerd is op een eerlijke verdeling van de inkomsten van de Staat. Met die inkomsten financieren we onze sociale zekerheid, onze treinen, onze wegen en ons onderwijs. De Staat helpt met dat geld mensen die het moeilijk hebben. Ze helpt ondernemingen om jobs te creëren. Ze helpt in moeilijke tijden zelfs banken om niet ten onder te gaan aan de crisis die ze zelf mee veroorzaakt hebben.
Fiscale fraude is dan niet alleen een misdrijf, het is niet alleen asociaal, het is ook onethisch en getuigt van een egoïstische reflex. Iemand die op grote schaal belastingen ontduikt, schuift de factuur door naar alle burgers en bedrijven die wel correct bijdragen aan het algemeen welzijn en de solidariteit.
Het moet dan ook een politieke prioriteit zijn om de fraude, en zeker de grootschalige fiscale fraude, keihard aan te pakken. Helaas stuurt Minister van Financiën Reynders (MR) al jarenlang een ander signaal uit. Niet alleen werd onder de paarse regering van Verhofstadt II de zogenaamde ‘eenmalige bevrijdende aangifte’ goedgekeurd, die fraudeurs een fiscale amnestie toekende, daarenboven verwaarloosde hij het departement Financiën gedurende zijn drie ambtstermijnen op zo’n manier dat het haast onmogelijk geworden is om de belastingen nog correct te innen. Het zijn uiteraard de grote bedrijven en multinationals die hier het meest van profiteren. Of in de cynische woorden van minister Reynders zelf: ‘Ik heb nog nooit een klacht ontvangen van de belastingbetaler.’

STRUCTURELE PROBLEMEN VRAGEN STRUCTURELE OPLOSSINGEN

De aanbevelingen die de commissie gemaakt heeft, zijn heel verregaand. Ze vereisen grondige hervormingen binnen de fiscale administratie, Justitie en de politiediensten. De voorgestelde hervormingen gaan trouwens veel verder dan wat we bij het begin van de werkzaamheden hadden durven hopen.
De problemen bij de strijd tegen de fiscale fraude zijn vooral structureel. Dit vereist dan ook structurele oplossingen en geen gerommel in de marge. Het werk van de commissie resulteerde in maar liefst 108 concrete aanbevelingen, onderverdeeld in 54 onderdelen.3 Op drie belangrijke voorstellen wil ik dieper ingaan: de invoering van de ‘una-via-regel’, de wijziging van het ‘Charter van de belastingplichtige’ en een betere strafvervolging.

UNA VIA’ EN VERSTERKING VAN ADMINISTRATIE EN JUSTITIE

Latijn was in 2008 nog niet de modetaal van de Wetstraat. Toch draagt een belangrijke structurele wijziging een Latijnse naam. Door de invoering van de ‘una-via’-regel4 kan heel snel beslist worden of een dossier van fiscale fraude administratief, dan wel via strafrechtelijke weg afgehandeld zal worden. Deze keuze heeft dan ook zijn consequenties. De eerste mogelijkheid voorziet in zware fiscale boetes, de tweede weg kan ook resulteren in gevangenisstraffen.

Natuurlijk, als dossiers van ernstige fiscale fraude ook via administratieve weg kunnen worden bestreden, moeten de ambtenaren beter gewapend worden om deze strijd aan te gaan. De onderzoekscommissie stelde hiervoor drie nieuwe wapens ter beschikking.
Zo zullen ambtenaren onder bepaalde voorwaarden huiszoekingen kunnen doen en inbeslagnames verrichten.5 Een aantal van de ambtenaren van de Bijzondere Belastingsinspectie (BBI) zal de hoedanigheid krijgen van officier van gerechtelijke politie.6 Tevens moeten er meer middelen en ambtenaren ter beschikking worden gesteld van de BBI.7 De huidige 500 ambtenaren bij de BBI volstaan niet. Om maar een voorbeeld te geven: Nederland beschikt over niet minder dan 1.250 gespecialiseerde fraudebestrijders.
Volgt het dossier de strafrechtelijke weg, dan moet justitie voldoende gewapend zijn om de strafrechtelijke onderzoeken efficiënt, snel en met kennis van zaken aan te pakken. Ook dit noopt tot structurele hervormingen.
De fiscale substituten zullen op het niveau van het Hof van Beroep samenwerken in een nog op te richten ‘fiscaal auditoraat’ waar ze een gespecialiseerd team zullen vormen. Ze zullen beter bijgestaan worden door fiscale assistenten, specialisten uit de administratie (BBI) die gedetacheerd worden naar Justitie. Het aantal magistraten gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden zal worden verhoogd, en dit zowel bij de parketmagistraten, de onderzoeksrechters als bij de leden van de zittende magistratuur.
Dit gaat gepaard met specialisatie, een performante opleiding en een beter statuut. Als we de strijd tegen de grootschalige fiscale fraude met succes willen bestrijden, dan moeten we onze specialisten en topspeurders goed omkaderen en een beter statuut geven. Alleen zo kan op termijn een efficiënt keurkorps van speurders gevormd worden dat de strijd kan winnen tegen de fraudeurs die bijgestaan worden door topspecialisten.

CHARTER VAN DE BELASTINGPLICHTIGE8

Het Charter van de Belastingplichtige dateert uit 1986. Het beknot sterk de slagkracht van gerecht en administratie in de strijd tegen de fiscale fraude. Staatssecretaris voor fraudebestrijding Clerfayt (MR) richtte kort voor de goedkeuring van het eindrapport van onze onderzoekscommissie een werkgroep op om het Charter te evalueren en eventueel bij te sturen. Maar de samenstelling van deze werkgroep riep al onmiddellijk grote vragen op. Ze was immers uitsluitend samengesteld uit advocaten, gespecialiseerd in… net de verdediging van fiscale fraudeurs. Die advocaten houden zich voornamelijk bezig met het procederen tegen de Belgische overheid. Deze keuze, en hun conclusies, waren voorspelbaar weinig krachtdadig. Dat toont dat de echte strijd tegen fiscale fraude nog een lange weg af te leggen heeft. De commissie heeft immers meermaals vastgesteld dat er problemen zijn met advocaten die verschillende functies vervullen. In de plenaire vergadering van 13 mei 2009 werd man en paard genoemd: ‘Wij zien daarin ook de naam van professor Afschrift, een naam die vaak voorgekomen is tijdens de besprekingen in de commissie. Het is een zeer mooi voorbeeld van hoe de praktijk er vandaag uitziet. Als hoogleraar, als plaatsvervangend magistraat en als advocaat heeft hij constructies mee helpen opzetten, mee helpen verdedigen voor de rechtbank, beoordeeld als magistraat en wetenschappelijk proberen te legitimeren als professor en specialist. Collega’s, die bedenkelijke praktijken moeten stoppen door de invoering van duidelijke onverenigbaarheden van functies’.9

BETERE STRAFVERVOLGING

Voor plegers van grootschalige fiscale fraude is in de praktijk straffeloosheid ontstaan. De voorbeelden zijn talrijk. Van de FBB-constructies tot de Beaulieufraude. Straffeloosheid was en is de regel. Dit is totaal onaanvaardbaar.
Zo is het belangrijk dat zij die de constructies opzetten, bedenken, verspreiden of verkopen, keihard worden aangepakt. Wie hieraan meewerkt, zal zwaardere straffen krijgen10, zal aansprakelijk gesteld worden voor de ontdoken belastingen en krijgt strenge rapporteringregels opgelegd.11
Daarnaast willen we dat het fiscaal bankgeheim grotendeels kan worden opgeheven bij aanwijzingen van fraude. Dit was tot nu toe een groot beletsel voor een doeltreffende bestrijding van de fiscale fraude. Met dat instrument zal de administratie de banken kunnen ondervragen als er aanwijzingen zijn dat klanten fraude hebben gepleegd.
Net zoals in andere strafzaken, worden de procedureregels vaak misbruikt om het onderzoek te belemmeren of eindeloos te rekken om een verjaring te bekomen. De commissie heeft dan ook terecht aanbevolen om de Wet Franchimont12 te evalueren en de nodige aanpassingen aan te brengen. Dit is helaas nog niet gebeurd. Ook de andere aanbevelingen richting Justitie bleven dode letter. Voor Minister voor Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) is fraudebestrijding blijkbaar geen prioriteit.

DE UITVOERING VAN DE AANBEVELINGEN

Het grootste werk moet nog beginnen: de uitvoering van de 108 aanbevelingen. Bij de stemming van het eindrapport in 2009 gingen we ervan uit dat op twee jaar tijd alle aanbevelingen doorgevoerd konden worden. Daarom werd een opvolgingscommissie ingesteld die de uitvoering van het rapport moest controleren. De Ministers van Financiën en van Justitie werden regelmatig door deze opvolgingscommissie gehoord. Zij toonden echter weinig enthousiasme om snel de aanbevelingen uit te voeren. Dat trage werk werd vervolgens onderbroken door de val van de regering Leterme II. Onlangs besliste de nieuwe Kamercommissie Financiën en Begroting om de opvolging te verzekeren door hier maandelijks een zitting aan te wijden. Wij zullen als Groenen van dit opvolgingswerk een prioriteit maken in de komende jaren.
Omdat de uitvoering van de aanbevelingen te lang op zich liet wachten, dienden Groen! en Ecolo reeds in de vorige legislatuur verscheidene wetsvoorstellen in, gebaseerd op de aanbevelingen van de onderzoekscommissie. Zo ook een wetsvoorstel om het internationaal bankgeheim13 op te heffen, zodat de fiscus zicht krijgt op de transacties die Belgische belastingplichtigen doen naar het buitenland. De Belgische financiële instanties zullen een lijst moeten overmaken met alle overschrijvingen naar het buitenland vanaf 5.000€ en alle overschrijvingen die samengevoegd een bedrag vertegenwoordigen van meer dan 50.000€ per jaar.
Indien dergelijke wetgeving reeds eerder had bestaan, zou de fiscus op de hoogte geweest zijn van de verdachte transacties zoals bijvoorbeeld in het dossier KB Lux. Tevens hadden de onderzoekers op legale basis de benodigde gegevens kunnen verkrijgen. De nietigverklaring van het dossier KB Lux door de Correctionele Rechtbank in Brussel had met een dergelijke wetgeving vermeden kunnen worden.

Helaas is het nieuwe parlement de aanbevelingen van de onderzoekscommissie heel wat minder gunstig gezind. Vooral N-VA staat op de rem, hierbij gesteund door MR en in mindere mate door Open Vld. Dat merkten we onlangs nog bij de eerste bespreking van ons wetsvoorstel tot opheffing van het bankgeheim. Onmiddellijk begon N-VA een vertragingsmanoeuvre. Ze vond het plots nodig om hoorzittingen te vragen, zodat ook VOKA en Febelfin als vertegenwoordiger van de bankensector gehoord kon worden. Want zijn de banken niet de eerste belanghebbenden?
Voor een partij die de overheid wil afbouwen, lijkt dat een logische redenering. Maar wie de pensioenen betaalbaar wil houden, zal de staatskas moeten spijzen. Misschien wil de N-VA dat geld nog maar eens halen bij de gewone mens. De groene partijen willen toch liever de miljoenenfraudeurs aanpakken.

Stefaan Van Hecke
Kamerlid Groen!

Noten
1/ ‘Strijd tegen fraude mislukt’, De Standaard, 4/05/2007, p. 6.
2/ http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/52/0034/52K0034001.pdf.
3/ http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/52/0034/52K0034004.pdf.
4/ Aanbeveling nummer 7, http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/52/0034/52K0034004.pdf, p. 222 e.v.
5/ Aanbeveling nummer 9, ibid., p. 232.
6/ Aanbeveling nummer 8, ibid., p. 232.
7/ Aanbeveling nummer 54, ibid., p. 254.
8/ Aanbeveling nummer 3, ibid., p. 221.
9/ http://www.dekamer.be/doc/PCRI/pdf/52/ip097.pdf, p. 20.
10/ Aanbevelingen nummers 49-51, ibid., p. 253.
11/ Aanbeveling nummer 28, http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/52/0034/52K0034004.pdf, p. 240.
12/ Aanbeveling nummer 29, ibidem, p. 240.
13/ http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/0095/53K0095001.pdf.

fiscaliteit - fiscale fraude - parlementaire onderzoekscommissie

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 10 (december), pagina 10 tot 15