Abonneer Log in

Een (fraude)draak met vele koppen?

Brieven aan Di Rupo I

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 71 tot 74

Mijnheer de Staatssecretaris voor Fraudebestrijding,
Geachte John Crombez,

Proficiat met uw regeringsopdracht, mijnheer de Staatssecretaris. U laat er geen gras over groeien! Met moeite is de inkt van het regeerakkoord opgedroogd of we lezen al in de pers: ‘Crombez zet gespecialiseerde teams in tegen georganiseerde fraude’ (De Standaard, 14 december). Dat belooft. Kwatongen (journalisten natuurlijk) beweren dat u heel wat tekst heeft aangeleverd voor het regeerakkoord. Terloops, u weet uiteraard dat sociale fraude een draak is met vele koppen? Naar verluidt is dat ook het geval met fiscale fraude. U heeft dan twee draken te bestrijden! Maar laat het ons eerst even over het Regeerakkoord hebben.Daarin lezen we dat de regering krachtige maatregelen zal nemen in de strijd tegen de sociale fraude. Staat u me toe een paar ervan in de spotlights te stellen.

  • Schijnzelfstandigen: ‘Door het invoeren van een weerlegbaar vermoeden van het bestaan van een band van ondergeschiktheid indien meerdere, bij wet bepaalde criteria betreffende de economische afhankelijkheid vervuld zijn.’ (het regeerakkoord) Dit is een goed idee. Kunt u er toch op letten dat de sectoren niet dermate gaan lobbyen dat de regel (andermaal) wordt uitgehold zoals bij de wet van 27-12-2006 die de aard van de arbeidsrelaties regelde? Wenst u een lijst met weinig betwistbare, simpele ‘criteria’ die de rechtszekerheid voldoende garanderen? Misschien vindt u inspiratie in het degelijk persdossier van ACV en ABVV naar aanleiding van hun nationale actiedag tegen de fraude in de bouw. -… maatregelen invoeren in de risicosectoren, zoals de bouw, de vleeshandel, de schoonmaak en de dienstencheques’. Er zijn momenteel al twee dergelijke partnerschapsakkoorden afgesloten (bouw en vleessector). Anderen zullen volgen. Dergelijke ‘akkoorden’ dragen hun steentje bij tot de bewustwording binnen de sectoren, en zetten aan tot loyaal en correct gedrag. Maar vergeten we niet: de eigenlijke ‘handhaving’ kan men moeilijk aan de sociale partners overlaten. Daartoe hebben zij niet voldoende legitimiteit noch slagkracht. En ‘zelfregulering’ is niet de sterkste kant van de sociale partners.
  • ‘… voor de risicosectoren geleidelijk een mechanisme van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de opdrachtgevers ten aanzien van alle onderaannemers invoeren’. Dit is de achillespees van de sociale fraudebestrijding. Verschillende van uw voorgangers zijn op een dergelijke regeling afgeknakt. Dit wordt volgens ons één van uw grootste uitdagingen en hopelijk één van uw bijzonderste verwezenlijkingen. Deze maatregel heeft de hoogst denkbare preventie slagkracht. Uiteraard moet een dergelijke hoofdelijke aansprakelijkheid evenwichtig en uitgebalanceerd zijn, voldoende mogelijkheden laten aan de opdrachtgevers of hoofdaannemers om aan te tonen dat ze als bonafide onderneming alles in het werk stelden om fraudeurs in de keten van onderaannemers eruit te bonjouren. Er wordt vaak geschermd met begrippen zoals rechtszekerheid. Nochtans, in zeer veel gevallen weet de hoofdaannemer (of zou hij moeten weten) dat de prijszetting van zijn medecontractant(en) dermate laag is, dat minimumlonen en sociale bijdragen niet kunnen zijn gerespecteerd.
  • de wetgeving op terbeschikkingstelling zal worden geëvalueerd en desgevallend worden aangepast’. Prima! Hopelijk wordt het ‘desgevallend’ niet andermaal een struikelblok. Dit zal de inspectie een nieuwe adem geven in de strijd tegen de nieuwe koppelbazerij die thans grensoverschrijdend werkt en dubbel zo moeilijk te beteugelen is.
  • Eveneens opmerkelijk: ‘Er zullen middelen worden uitgetrokken voor een uitbreiding van het personeelsbestand van de inspectiediensten die belast zijn met de strijd tegen fiscale en sociale fraude’. Laat ons eerlijk zijn: met de grote uitstroom van ‘babyboomers’ die ook in de inspectiediensten reeds begonnen is (voor Toezicht Sociale Wetten gaat bijna een derde met pensioen tegen 2015), zullen we al heel blij zijn als we het personeelsbestand op peil (mogen) houden. Een gemiddeld sociaal inspecteur verdient voor de Schatkist minstens het tienvoud van zijn kost terug.
  • Een ander geruststellend voornemen: ‘Een betere werking van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD), de voortzetting van het College ter bestrijding van de fraude en van de gemengde cel tegen de georganiseerde sociale fraude’. Dit is inderdaad nodig voor de continuïteit van al deze betrokken instellingen. Deze geoliede machine van samenwerkende diensten draait goed op het terrein. Dat SIOD beter kan, is ook duidelijk. Men kan echter moeilijk wonderen verwachten van een turbo geïnstalleerd op een sportwagen en die dan laten rijden met een snelheidsbegrenzer. SIOD heeft dus meer HR capaciteit nodig: analisten, een budget voor datamining, een fulltime voorzitter, een paar ICT specialisten voor het opzetten van een webservice om controledata te verwerken, bijvoorbeeld via ‘cloud computing’.
  • Inzake de grensoverschrijdende fraude zal ‘op nationaal vlak de samenwerking tussen de inspectiediensten worden versterkt door de oprichting van een task force’. Task force? Een van de grootste problemen bij bestrijding van de grensoverschrijdende fraude is de ‘handhaving’ van deze praktijken, de wederzijdse bijstand tussen lidstaten en de wederzijdse erkenning van de uitvoering van geldboeten. Dit loopt binnen de EU mank. In dit verband bevelen we u sterk aan kennis te nemen van de resultaten van het Project ‘Cibeles’ en het verwachte voorstel van een handhavingrichtlijn.

Mijnheer de Staatssecretaris, in Trends pleitte u er onlangs voor om de boetes te verzwaren telkens men opnieuw tegen de lamp loopt. Immers, de recidive bij sociale fraude is groot. Waarom niet de toepassing van verzachtende omstandigheden die kunnen leiden tot een vermindering van de geldboete, te neutraliseren wanneer de inbreuk werd gepleegd nadat reeds eerder aan de overtreder een waarschuwing werd gegeven door een sociaal inspecteur? Een soortgelijke maatregel maar anders gemoduleerd, werd reeds ingevoerd in het SSWB: de inbreuken op de publiciteitsmaatregelen inzake de deeltijdse arbeid (van sanctie 3 naar 4).

Als de vervolging (strafrechtelijke veroordelingen en administratieve geldboeten) mank loopt, zitten we met een groot probleem: de perceptie van straffeloosheid. Hetzelfde risico ontstaat wanneer overmatig gebruik wordt gemaakt van lichte sancties door verzachtende omstandigheden, uitstel, opschorting. De frauderende burger maakt snel zijn rekening. De invoering van het ‘e-PV’ en de databank ‘Ginaa’ zal pas haar doel (betere PV’s met betere vervolging) bereiken wanneer de back-office omkadering van juristen van de Dienst administratieve Geldboeten en magistraten van het arbeidsauditoraat op peil wordt gehouden. Daarnaast is een actualisering van het vervolgingsbeleid best aan de orde. Waarom in 2012 nog als norm hanteren voor prioritaire vervolging: het in het zwart tewerkstellen van minstens 5 personen (vijf!) en het illegaal tewerkstellen van minstens 3 (drie!) buitenlandse werknemers (bijzondere ministerraad van 30 en 31 maart 2004)?

In Trends verklaarde u onlangs: ‘Bij sociale fraude zijn we al een flink stuk opgeschoten in het opsporen daarvan. Maar dat werk is nog niet af. Toptalenten aantrekken inzake datamining zou geen overbodige luxe zijn, maar de statuten van de ambtenarij laten het voorlopig blijkbaar niet toe om de allerbesten aan te trekken.’ U slaat de nagel op de kop! Neem nu de databank ‘OASIS’ die statistische verbanden zoekt en analyseert welke kenmerken erop kunnen wijzen dat een werkgever fraudeert. Nog te weinig sociaal inspecteurs kunnen hiervan gebruik maken wegens een gebrek aan licenties. Misschien kan u hier iets aan doen, mijnheer de Staatssecretaris?

Wist u dat de arrondissementele inspectiecellen van vandaag in feite reeds operationeel waren sedert het samenwerkingsprotocol van de vier federale sociale inspectiediensten daterend van 1993 en in 1995 uitgebreid tot de inspecties van de Gemeenschappen en Gewesten? Het wiel hoeft dus al niet meer heruitgevonden te worden. In 2008 werd een nieuwe versnelling gevonden door de oprichting van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD). Was dit oude wijn in nieuwe vaten? Neen, SIOD gaf echt een professionele omkadering aan de aloude synergie tussen inspectiediensten en zorgde ook voor een grotere betrokkenheid van de politie en de arbeidsauditoraten. De turbo die thans nodig is, daar kan u wel voor zorgen.

Staat u me toe, enkele kritische succesfactoren voor de uitvoering van het ambitieus fraudebestrijdingsplan uit het regeerakkoord op een rijtje te zetten:
- Maak er een ‘lik-op-stuk’ beleid van en maak het bekend in de media: voldoende pakkans garanderen, gekoppeld aan voldoende afschrikwekkende en snel uitgevoerde sancties.
- Waarom geen snelrechtprocedure invoeren voor de fraudedossiers?
- Het versterken van SIOD met analisten, een budget voor uitbesteding van assessment van risicosectoren, ontwikkelen van een webservice voor het verzamelen van alle statistisch controlemateriaal.
- Laat de inspectiediensten zelf hun structuur verder verfijnen om gespecialiseerde multidisciplinaire dienstoverschrijdende cellen op regionale basis te vormen: de spirit, reflexen en ervaring daartoe zijn reeds volop aanwezig.
- Het monitoren van alle fraudegerelateerde data als voedingsbodem voor risicoanalyses (resultaten uit datamining, Oasis, controlevaststellingen, gevolgen aan inbreuken, Ginaa, etc.).
- Op macroniveau de samenwerking met de academische wereld meer valoriseren en stimuleren, bijvoorbeeld het kenniscentrum IRIS, en vergeet u ook a.u.b. niet de Hoge Raad voor Werkgelegenheid te raadplegen. Fixeer u niet enkel op de Hoge Raad voor Financiën.
- Een krachtig (en reeds lang verwacht) juridisch instrument door het Parlement loodsen: de hoofdelijke aansprakelijkheid van de opdrachtgever en/of hoofdaannemer voor de sociale schulden van zijn medecontractant of onderaannemer(s).
- De uitwisseling van informatie met de diensten van Financiën organiseren via online webservice; ondanks het in 2010 afgesloten samenwerkingsprotocol met de diensten van de FOD Financiën moet de dynamiek van samenwerking hier nog op gang komen. Overigens valt er ook nog heel wat te doen aan het charter van de belastingplichtige aangezien experts van de Europese Raad in een recent rapport gesteld hebben dat het charter de strafrechtelijke onderzoeken naar financiële delinquentie aanzienlijk belemmert.
- Ook de activering van de controles van de RSVZ (voor schijnzelfstandigen) en de samenwerking met sociale inspectiediensten kan beter gestroomlijnd worden.
- Mentaliteitsverandering komt niet zomaar uit de lucht vallen. Sancties zijn slechts ten dele afschrikwekkend. Preventiecampagnes tot aanwakkering van de burgerzin zijn hoogst wenselijk. Er zijn voorbeelden genoeg van goede praktijken in de buurlanden.
- Fraudegerichte acties niet enkel richten op de structurele netwerken of grootschalige georganiseerde fraude, maar tevens op alle vormen van grote en kleine (‘onschuldige’) vormen van fraude. Vergeten we niet dat de ‘draak’ vele koppen heeft. Het is de overtuiging van vele sociaal inspecteurs dat de aanpak van die kleine fraude vaak lucratiever en effectiever is. Een totaalaanpak is dus wenselijk. Dit sluit ook beter aan bij een duidelijk lik-op-stuk beleid. Laat de burger en de werkgever die in de verleiding zouden komen niet in de waan dat er toch voldoende achterpoortjes zijn of dat zijn situatie niet geviseerd wordt.

We wensen u veel succes, mijnheer de Staatssecretaris! De sociaal inspecteurs staan klaar, gemotiveerder dan ooit.

Met vriendelijke groet,

Philippe Vanden Broeck
Namens ‘Toezicht van de sociale wetten’, de arbeidsinspectiedienst van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

regeerakkoord - fraude

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 71 tot 74