Log in

'Hoe durven ze? De euro, de crisis en de grote hold-up' / 'De terugkeer van de dwarsliggers'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 87 tot 89

Hoe durven ze? De euro, de crisis en de grote hold-up

Peter Mertens
epo, Berchem, 2011

De terugkeer van de dwarsliggers

Erik De Bruyn
Houtekiet, Antwerpen, 2011

Het debat is open. Ik kan slechts een aantal pistes aangeven, een steen werpen in de kikkerpoel, de discussie aanwakkeren’, schrijft Peter Mertens op pagina 321 van zijn boek.
Dat is een bijzonder welgekomen stelling. Zeker, men kan zich afvragen of het na dertig jaar neoliberalisme dat al zijn recepten al in de derde wereld liet zien, een neoliberalisme waarvan de huidige Europese verdragen doordrongen zijn en dat zich vandaag in volle glorie laat voelen in het soberheidsbeleid dat zogenaamd nodig is om de ‘schuldencrisis’ op te lossen, niet wat laat is om nog met het debat te moeten beginnen. Maar goed, de uitnodiging is er en het zou dom zijn ze naast zich neer te leggen.

Want het kan niet voldoende herhaald worden en dat blijkt overigens ook uit het boek Hoe durven ze? van Peter Mertens: de linkerzijde staat niet klaar met een alternatief. Erik De Bruyn gaat weliswaar een heel eind op weg naar het uitstippelen van een nieuw paradigma, maar klaar is het nog niet. Vandaar dat ik in eerste instantie Peter Mertens ook wil bijtreden waarin hij stelt dat er dringend behoefte is aan een ideologisch debat. Tijdens een debat dat we in december in Gent hadden over de vraag waarom de linkerzijde geen voordeel heeft gehaald uit de crisis, bleek duidelijk dat er nog heel wat onduidelijkheden en misverstanden bestaan. Want neen, we zijn het er niet allemaal over eens wat er nu moet gaan gebeuren.
Peter Mertens maakt in zijn boek een uitvoerige analyse van alles wat er mis gaat in deze wereld, in de financiële sector, in de Europese Unie, de versterking van het nationalisme, de opkomst van conservatief rechts en uiterst rechts. Men hoeft het niet met alle details eens te zijn, de grote lijnen zijn zeker correct en er zijn meer dan genoeg redenen om zich zorgen te maken over de toekomst.
Duidelijk is evenwel dat voor Peter Mertens alle problemen te herleiden zijn tot ‘het kapitalisme’ waar tegenover enkel een ‘socialisme’ staat. Wie dat alternatief weigert, zoekt enkel naar een ‘derde weg’, aldus de auteur (p.286). Want er is niet zoiets als een ‘goed’ (industrieel) kapitalisme en een ‘slecht’ (financieel) kapitalisme. Hij spreekt echter wel van een ‘socialisme 2.0’ waarvan de lezer moet veronderstellen dat het iets anders is dan ‘socialisme’, maar hoe anders en waarom anders wordt niet duidelijk gemaakt.
Er valt heel wat in te brengen tegen die stelling. Niet dat ‘kapitalisme’ of ‘socialisme’ geen relevante begrippen meer zouden zijn, maar wel omdat men zich kan afvragen of het begrippen zijn waarmee vandaag nog makkelijk aan politiek kan worden gedaan in West-Europa. Zal je er veel mensen mee kunnen overtuigen? En vooral, volstaan die begrippen om de beschavingscrisis van vandaag te begrijpen en er oplossingen voor te bedenken? In Latijns-Amerika denkt men meer en meer dat dat niet zo is. De ervaring van het kolonialisme en het neokolonialisme, samen met de ervaring van de klimaatcrisis doen veel marxistische denkers overhellen naar een zoektocht naar een totaal ander paradigma. Dat is geen ‘derde weg’ maar een herdenken van de moderniteit, van de economie, van ontwikkeling en van de relaties tussen mens en natuur. Die zoektocht is nog lang niet afgelopen, maar m.i. zou een West-Europese bijdrage ertoe alleen maar voordelen hebben. Is het niet ons continent dat zich blijvend dominant opstelt tegenover andere landen en volken, vroeger met kolonisering, nu met vrijhandel en ‘humanitaire’ oorlogen? Is het niet West-Europa in de eerste plaats dat zijn productie- en consumptiemodel volledig moet herzien om de klimaatcrisis in te perken en andere landen en volken een ontwikkelingskans te geven?

Erik De Bruyn heeft in zijn boek De terugkeer van de dwarsliggers meer ruimte voor het alternatief dan voor de analyse. Hij stelt dat er een post-partijpolitiek tijdperk aantreedt en dat dat niet noodzakelijkerwijs democratisch zal zijn. Vandaar dat ook hij pleit voor een ideologische debat en voor het heruitvinden van de democratie. De linkerzijde, zo stelt hij, slaagt er niet in de tijdsgeest te vatten. Hij haalt hoop en inspiratie uit de nieuwe sociale bewegingen, van stRaten-generaal tot de Indignados.
In zijn boek gaat - begrijpelijkerwijs maar af en toe storend - te veel aandacht naar wat de sp.a niet doet of slecht doet. In één punt kan ik hem echter volmondig steunen: er gaat te veel aandacht naar multiculturaliteit, terwijl ‘de linkerzijde zich moet toespitsen op waar ze sterk in is of zou moeten zijn: de universaliteit’. (p.123) De universele betekenis van vrijheid en sociale rechten moet meer in de verf worden gezet, alleen dan kunnen crisissen worden omgezet in mogelijkheden.

Eén punt moet me van het hart, zonder dat ik in herhaling wil vallen. Het is triest om vast te stellen dat beide auteurs nog steeds een zeer eenzijdige analyse van de Europese Unie maken. Hun kritiek op het beleid kan worden gedeeld, maar het is storend dat telkens over ‘Europa’ wordt gesproken, terwijl de grote beslissingen toch allemaal door de Europese Raad - onze eigen regeringen - worden genomen. Peter Mertens staart zich nog steeds blind op de Europese Commissie die ‘soevereiniteit naar zich toe trekt’ (p.242) terwijl de Europese Unie in sneltreinvaart naar een intergouvernementele Unie afstormt.
Ten slotte is er de bezorgdheid van beide auteurs over de democratie, een bezorgdheid die ook ten volle kan worden gedeeld. Echter, de kar moet hier niet voor het paard worden gespannen. Het neoliberalisme doodt de democratie, zoveel is zeker, en daarom zal een herstel van die democratie zonder eerst de neoliberale filosofie onderuit te halen, niet helpen. Neoliberalisme is geen synoniem van behoudsgezindheid en nog minder van het rechts libertarisme à la Ayn Rand. Indien we een progressieve en emanciperende democratie willen invoeren, zal er eerst een coherent, aantrekkelijk, emanciperend en toekomstgericht nieuw groot verhaal moeten worden gemaakt. Of met andere woorden, democratie zal een eersterangsplaats innemen in het links alternatief maar kan er niet aan vooraf gaan of ervan in de plaats komen.

Beide boeken zijn erg nuttige lectuur voor iedereen die het hart op de linkse plaats heeft. Men hoeft het niet met alles eens te zijn, maar Peter Mertens toont duidelijk waar het allemaal grondig fout loopt en bewijst in elk hoofdstuk dat Bart De Wever geen goed alternatief is. Erik De Bruyn reikt de eerste bouwstenen aan van waar de linkerzijde naar toe moet. Hij heeft de windrichting goed begrepen. De twee boeken zijn een aanvulling op elkaar. Wie weet kunnen de auteurs ook ooit met elkaar samenwerken?

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 87 tot 89