Log in

Scholars at risk

Project in de kijker

Wereldwijd worden wetenschappers en andere intellectuelen vervolgd vanwege de inhoud van hun werk, het uiten van hun mening en/of hun maatschappelijke positie. Hoger onderwijs speelt een cruciale rol in het bevorderen van vrijheid, democratie en respect voor mensenrechten. Deze rol kan alleen vervuld worden wanneer wetenschappers hun werk in vrijheid kunnen doen. Universiteit Gent wenst haar betrokkenheid te tonen bij het wereldwijd bevorderen van academische vrijheid en verklaart zich solidair met collega’s in andere landen van wie de mensenrechten worden geschonden door zich aan te sluiten bij het ‘Scholars at risk’ netwerk.

Academische vrijheid is cruciaal voor het functioneren van een universiteit, zowel op het vlak van onderzoek als van onderwijs. Academische vrijheid is een middel om de maatschappelijke kerntaken van een universiteit te realiseren: het genereren en verspreiden van kennis en het stimuleren van onafhankelijk denken. Eén van de meest recente grondrechtencatalogi, met name het Handvest van Grondrechten van de Europese Unie, bevat een specifiek artikel over de academische vrijheid. Artikel 13 leest: ‘De kunsten en het wetenschappelijk onderzoek zijn vrij. De academische vrijheid wordt geëerbiedigd.’
In een recent advies van de ‘League of European Research Universities’ onderscheidt men drie aspecten binnen academische vrijheid. Ten eerste behelst dit de individuele expressievrijheden voor de academici. Dit recht omvat onder meer de vrijheid om te studeren, om les te geven en de vrijheid van onderzoek en publicatie. Ten tweede zijn er aspecten van de academische vrijheid die een institutionele dimensie hebben. Universiteiten in hun geheel hebben het recht op academische vrijheid in hun interne en externe aangelegenheden. Het derde aspect van de academische vrijheid is de verplichting voor de overheid om deze vrijheid te respecteren en te beschermen. De overheid moet zich onthouden van inmenging en ook maatregelen nemen om een effectief genot van academische vrijheid te waarborgen.

Zoals alle mensenrechten, mag ook de academische vrijheid nooit als vanzelfsprekend beschouwd worden. De UGent mag dan wel de lijfspreuk ‘durf denken’ hanteren, er zijn zeker academici die zich niet als ‘academisch vrij’ beschouwen. Er zijn academici die vinden dat wij slaven zijn geworden van de publicatiecultuur, en van financiële en economische belangen. Dus ook bij ons moeten we alert blijven om de academische vrijheden te vrijwaren. Maar als we het hebben over vervolging van academici, kijken we niet in de eerste plaats naar dit gedeelte van de wereld. Veruit de meeste vervolgde collega’s komen uit Sub-Sahara Afrika of het Midden-Oosten.

Wat zijn de redenen om academici te vervolgen? Het kan gaan om geweld, tegen de wetenschapper zelf, of tegen diens familieleden: doodsbedreigingen, kidnapping, moordpogingen, foltering. Soms is het intimidatie, soms arrestatie. Soms blijft het in de professionele sfeer, met discriminatie, ontslag, censuur of het vernietigen van onderzoeksmateriaal. Vaak gaan de feiten crescendo en kan de betrokkene op de duur niet meer anders dan vluchten of onderduiken. Het viseren van één wetenschapper legt vaak ook het zwijgen op aan diens ruimere omgeving: die zal uit angst voor gelijkaardige bedreigingen zelfcensuur gaan toepassen.
In de grote meerderheid van de gevallen is het de overheid die verantwoordelijk is voor de vervolging. Maar dat is niet altijd zo: soms gaat het om rebellen of milities, of religieuze groepen.

Een Amerikaans onderzoek onderscheidt vier grote clusters van redenen voor vervolging. Ten eerste worden academici vervolgd omwille van politieke activiteiten. Dat kan binnen de universiteit gaan om verzet, bijvoorbeeld tegen politieke benoemingen in het bestuur of in academische functies. Of tegen het uitvoeren van een beleid, bijvoorbeeld van gendersegregatie in Iran. Het kan ook gaan om engagement in een oppositiepartij of het promoten van politieke veranderingen. Zo werd een onderzoeksdirecteur in Colombia tot twee keer toe neergeschoten door paramilitairen omdat hij pleitte voor een onderhandelde oplossing van de burgeroorlog in zijn land. In oorlogstijd neemt dergelijke vervolging meestal nog toe. Eén van de meest problematische landen blijft in die zin Irak. De humanitaire crisis is er gigantisch, maar een weinig bekend aspect daarvan is de systematische vervolging van de Iraakse academici. Ongeacht hun onderzoeksdomein en standpunten zijn zij onderworpen aan intimidaties, afpersing, ontvoering en moord, niet enkelen maar honderden.
Een tweede cluster van redenen voor vervolging gaat onder de noemer ‘juridische kwesties’. Daar zijn vooreerst de onderzoekers die beschuldigd worden zoals het onthullen van staatsgeheimen, wanneer zij in het buitenland bepaalde uitspraken doen. Dan zijn er natuurlijk de academici die zich bezighouden met onderzoek inzake mensenrechten en diegenen die criminele feiten aanklagen. Zo werd een Congolese geoloog, die onderzoek deed over corruptie in de energiesector, zowel door de regering als door de industrie lastig gevallen.
Een derde groep zijn de academici die onderzoek doen naar minderheidsgroepen of naar bepaalde godsdienstige kwesties, of die geviseerd worden omdat ze zelf tot een bepaalde minderheidsgroep of godsdienst behoren. Zo kon het gebeuren dat een van de weinige Oeigoeren met een doctoraat door de lokale instanties in China geviseerd werd omdat zijn onderzoek de officiële versie van de Oeigoerse geschiedenis tegensprak. Beschuldigingen van blasfemie en afvalligheid treffen dan weer onderzoekers in de godsdienstwetenschap, hoofdzakelijk maar niet uitsluitend in islamitische landen.
Ten slotte zijn er nog diverse andere redenen waarom academici geviseerd worden. Onderzoek in bepaalde domeinen van de gezondheidssfeer ligt in sommige landen bijvoorbeeld heel gevoelig, in het bijzonder HIV/AIDS onderzoek. Onder meer in Nepal, Oeganda en Marokko is dat een riskant onderwerp gebleken.
In situaties van conflict en onder autoritaire regimes geven vervolgde wetenschappers vaak aan dat een algemene sfeer van ‘anti-intellectualisme’ aan de basis ligt van de vervolging. Ongeacht hun standpunten of activiteiten zijn academici een doelwit. Onderliggend aan al deze redenen van vervolging is het onmiskenbare feit dat kennis, internationale netwerken en het opleiden van jongeren bronnen van macht zijn. Universiteiten zijn labo’s van ideeën, plaatsen waar iedere opinie en zijn tegendeel aanhangers kunnen vinden, en ook virulente tegenstanders, en dat nog wel op grond van rationele argumenten en goed onderbouwde dossiers. Dat universiteiten gevaarlijk zijn voor dictators, dat ze een doorn in het oog zijn van fundamentalisten, dat ze ‘a pain in the ass’ zijn van economische machthebbers, dat ze het hun eigen bestuurders en overheden niet gemakkelijk maken, dat is net wat universiteiten zo waardevol maakt en waarom de academische vrijheid moet worden gekoesterd en gepromoot.

Om de betrokkenheid van academici en universiteiten tegenover wetenschappers en andere intellectuelen vervolgd vanwege de inhoud van hun werk, het uiten van hun mening en/of hun maatschappelijke positie om te zetten in een concreet engagement werd in 1999 ‘Scholars at Risk’ (SAR) opgericht in de Verenigde Staten. SAR bestaat uit een groeiend internationaal netwerk van ruim 240 erkende universiteiten en wetenschappelijke instituten in 30 landen. Een aantal van de meest toonaangevende universiteiten zijn lid van SAR, zoals o.m. Harvard, Stanford, Cornell, MIT, Oxford, Cambridge. UGent is sinds deze zomer als eerste Belgische universiteit lid. Voor de concrete uitvoering werkt UGent samen met de Nederlandse organisatie UAF, de Europese partner van SAR. Door deel uit te maken van het SAR-netwerk engageert de UGent zich om enerzijds vervolgde wetenschappers een passende tijdelijke aanstelling, stageplaats of beurs aan te bieden en anderzijds om lezingen, seminaries, conferenties over academische vrijheid te organiseren alsook te participeren aan conferenties over academische vrijheid.

Nancy Terryn
Afdeling onderzoekscoördinatie, Ontwikkelingssamenwerking, UGent
Eva Brems
Professor Mensenrechten, UGent

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 1 (januari), pagina 39-40 en pagina 49