Abonneer Log in

Een ander Nederland: linkse lente in de polders?

Wim Vermeersch
20 februari 2012

De peiling van Maurice de Hond van 29 januari in Nederland, die van de SP de grootste partij en hun leider Emile Roemer de virtuele minister-president maakte, kreeg ook in ons land veel belangstelling. Knack wijdde er een lijvig artikel aan (‘De ruk naar Oud Links’). Wat wel onder de radar bleef, is het gezamenlijke project van SP, PvdA en GroenLinks,‘Een Ander Nederland’, dat op 14 januari 2012 werd gelanceerd, tegen het rechts gedoogkabinet-Rutte. Deze drie partijen halen samen 55 zetels, maar progressief Nederland is o zo versnipperd.Hoe moeten we deze opvallende poging tot samenwerking beschouwen?

Nederlandse politiek voor dummies

Maar eerst, ter opfrissing, een overzicht van de politieke verschuivingen van het laatste decennium. Het leest als een betere sleuteldetective. Daar waar de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 in het teken stonden van de restauratie van het politieke centrum (met winst voor de traditionele bestuurspartijen CDA, VVD en PvdA), zagen we bij de Tweede Kamerverkiezingenvan 2006 een vlucht uit het politieke midden. De drie regeringspartijen - CDA, VVD, D66 - verloren, zonder dat grootste oppositiepartij, PvdA, daarvan kon profiteren. Het waren de uitdagers aan de flanken - SP van Jan Marijnissen en PVV van Geert Wilders - die met de winst aan de haal gingen. De polarisatie was helemaal terug, maar het waren CDA, PvdA en ChristenUnie die gingen regeren.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 zette het verlies van de middenpartijen zich voort, wat resulteerde in een brede partij­poli­tieke nivel­le­ring. De PVV was de grote winnaar. Daarmee drong zich voor de derde keer in korte tijd een relatief nieuwe partij (na LPF in 2002 en SP in 2006) tussen de klassieke ‘grote drie’ (CDA, PvdA en VVD). De grootste partij, de VVD, was nog nooit zo klein geweest. Voor het eerst sinds WOII trad er een rege­rings­coalitie aan die niet kon bogen op een meerderheid. Rutte I - CDA en VVD, gedoogd door PVV - was een feit.

PvdA op de dool, SP in the zone

De sterk toegenomen volatiliteit van het electoraat en de opkomst van populistische partijen hebben de positie van de klassieke volks­par­tijen aangetast. Vooral de PvdA verkeert in een diepe crisis. In de laatste peiling valt de PvdA terug van 30 naar 17 zetels. De SP komt, met 34 zetels, als grootste partij uit de bus. Een verdubbeling tegenover de verkiezingen van 2010.

PvdA kan dus niet meer zeggen dat ze de belangrijkste speler van links is. De partij dwaalt doelloos rond. Soms, als het om de redding van de euro gaat, steunt de partij het rechtse kabinet-Rutte. Soms ook niet. Het maakt een weifelende indruk. Dat komt ook door de steeds wisselende partners waarmee de PvdA oppositie voert: met de SP tegen de stille armoede, samen met GroenLinks en D66 tegen het natuurbeleid. Veel lijn valt er niet in te ontdekken. De boodschap van de SP slaat wel aan. Het begon zijn opmars tegen het kabinet ‘dat steelt van de armen en verdeelt onder de rijken’, tegen de graaicultuur, tegen de steun aan de euro, tegen de bezuinigingen, tegen de verhoging van de pensioenleeftijd, tegen de vermindering van de koopkracht, tegen hogere zorgkosten. Daar waar de PvdA compromissen sluit en uitzonderingen bedingt, voert SP heldere oppositie. En dat loont.

Een Ander Nederland’

Op 14 januari 2012 hielden PvdA, GroenLinks en SP een gezamenlijke nieuwjaarsreceptie onder de noemer 'Een ander Nederland'. Ze willen op die manier hun krachten bundelen. In een gezamenlijk manifest, ‘Samen de crisis te lijf’, stellen ze een bezuinigingsplan voor dat Nederland op een betere manier door de crisis moet leiden. Vraag blijft natuurlijk: met welke ideeën wil zo’n progressieve samenwerking dat rechtse kabinet te lijf gaan? Daarmee komen we bij de kern van de zaak. Het wordt meteen duidelijk dat het voor de drie partijen een moeilijke oefening is.

SP heeft, met de banken- en eurocrisis, de wind in de zeilen en zit in een comfortabele positie. Toch heeft ze haar weerzin om zelfs maar een kopje koffie met de PvdA te drinken opzijgezet. Dat is vooral de verdienste van voorzitter Emile Roemer. Hij wil, meer dan voorganger Jan Marijnissen, een gesprekspartner zijn voor alle partijen. Een progressieve samenwerking met - de ‘hypereurofielen’, ‘multiculti’s’ en ‘lobbyclub van de banken’ van - D66 blijft echter een brug te ver. GroenLinks kan voor SP dan weer net wel. Zeker omdat die partij onder Jolande Sap terug wat naar links is opgeschoven.

Toch is zulke samenwerking voor GroenLinks geen evidentie. GroenLinks blijft een partij van hoogopgeleiden en staat veeleer tussen PvdA en D66. Het beschouwt de SP als een protestpartij die vasthoudt aan de verworven rechten en zou niets liever hebben dan dat D66 en ChristenUnie deelnemen aan linkse frontvorming tegen de regering. D66-voorzitter Alexander Pechtold houdt echter de boot af. ‘Polarisatie op de flanken heeft geen zin’, hoorden we hem vorige week bij Pauw & Witteman zeggen. De partij verschilt grondig van mening met SP over de pensioenleeftijd, Europa, zorgsector en immigratie. De voorkeur van Pechtold blijft uitgaan naar paars-plus (VVD, PvdA, GroenLinks, D66), de formatiecombinatie die in 2010 mislukte. Ziehier dus de tragedie: GroenLinks wil er eigenlijk alleen vol voor gaan als D66 meedoet.

De sleutel van het verhaal ligt echter bij de PvdA. Hamvraag blijft waar die partij op uit is: samen met de SP de solidariteit prediken en verworven rechten behouden of schouder aan schouder met Pechtold en Sap progressieve hervormingen doorvoeren? Alle kans dat de partij het op dit moment ook niet weet. De partij is zelf zoekende naar een herkenbaar profiel. Volgens kwatongen ijlt de PvdA, na de verkiezingsnederlaag van 2010, na in pleidooien voor linkse samenwerking. ‘Een ander Nederland’ als sterfhuisconstructie. Het loslaten van de pretentie een volkspartij te zijn, en een splitsing in een ‘SP- en een GroenLinks-versie’ van de partij, zou nochtans een logische keuze zijn. Maar dan zal de PvdA moeten kiezen: klassiek links of vrijzinnig centrumlinks? Net vandaag treedt Job Cohen af als fractievoorzitter van de PvdA, nadat vorige week een e-mail uitlekte van het PvdA-Kamerlid Frans Timmermans waarin hij hekelde dat Cohen de PvdA te veel neerzette als een 'SP-light'. Als partijherschikking de weg vooruit is, staat de partij voor een verscheurend dilemma.

De bindingsangst van links

In het huidige politieke en economische klimaat lijkt de tijd rijp voor progressieve samenwerking in Nederland, maar een linkse lente moeten we er vooralsnog niet verwachten. De partijleden van GroenLinks spraken zich ondertussen uit tegen ‘Een ander Nederland’. Het blijkt niet eenvoudig om de hokjesgeest binnen links te doorbreken. In de jaren 1970 werd die bindingsangst wel overwonnen. De PvdA, D66 en PPR sloten toen een gezamenlijk stembusakkoord en verkiezingsprogramma (Keerpunt ’72), waar uiteindelijk het kabinet-Den Uyl is voortgekomen. Het kan dus. Misschien komt er pas schot in de zaak als progressief Nederland zich opsplitst in twee partijen: een sociaal-liberale partij, die zich richt op de grachtengordel en de universiteitssteden, en een ouderwets socialistische partij, voor de lager betaalden. De sleutel ligt daarvoor bij de PvdA. Maar net die partij ligt in de touwen, zit na het aftreden van Job Cohen zonder fractieleider en weet zelf niet waarheen. De Nederlandse progressieve frontvorming is alleszins iets om nauwlettend op te volgen.

(PvdA: Partij van de Arbeid; SP: Socialistische Partij; GL: GroenLinks; D66: sociaal-liberale partij; CDA: Christen-democratisch Appèl; VVD: Volkspartij voor Vrijheid en Democratie; PVV: Partij Voor de Vrijheid; LPF: Lijst Pim Fortuyn; CU: ChristenUnie; PPR: Politieke Partij Radikalen)